~♥ Afscheid van de Waterengelen ♥ ~

Sanne deed haar ogen open.

De zon kwam net boven de bergen uit en scheen op het rustige water van het meer. Ook Alba werd wakker en keek Sanne met een verdrietige blik aan. “Vandaag is het de dag”, zei hij zachtjes tegen Sanne. Sanne knikte en antwoordde: “Ja vandaag is het de dag. Weet je Alba, ik heb er nog eens over nagedacht. Afscheid nemen is pijnlijk dat weten we, maar het is maar voor even. Waarom blijven we dan nog steeds verdrietig? Waarom zijn we nog steeds zo angstig? Waarvoor zijn we eigenlijk angstig?

Houden wij ons niet te veel vast aan het woord ‘afscheid’? Als je het goed bekijkt zit in het woord ‘afscheid’ een heel andere lading.

Het zorgt ervoor dat je verdrietig wordt en zelfs boos, zoals ik laatst. Je ziet niet meer de mooie dingen die er nog wel zijn. Je blijft je maar vastklampen aan wat je straks niet meer hebt, maar het is er nu nog wel.”

Alba keek Sanne nu een klein beetje vreemd aan.

“Nee maar Sanne, je bent geweldig! Je hebt helemaal gelijk. We weten allang dat we iedereen weer gaan zien. Het duurt misschien wat langer, maar er komt een dag dat het wel kan. Waarom zouden we tijdens ons leven en de mooie reis die wij nu beleven, ons alleen maar met ‘afscheid’ bezighouden en de mooie dingen die er wel zijn, niet meer zien? We gaan het vanaf vandaag anders doen. Of niet Sanne?” Sanne keek Alba gelukkig aan.

“Zo had ik het ook gedacht. Natuurlijk zal het even slikken zijn wanneer we afscheid nemen, maar zodra de reis weer verder gaat, gaan we hiervan genieten en denken we niet meer aan het afscheid.

Waar we wel aan denken zijn de mooie herinneringen.” Sanne sloeg haar armen om haar vriend heen.

“Mijn beste vriend, wat moet ik zonder jou!” en ze schoten allebei in de lach. De Water-Engel kwam naar Sanne en Alba toe gezwommen.

“Ik wil jou Alba, graag als eerste een cadeau geven. Straks wil iedereen afscheid nemen en dan hebben we samen niet zoveel tijd meer.” De Water-Engel pakte Alba bij de vleugels vast. “Alba lieve vriend, wat ben ik blij dat jij bij ons bent geweest. Ik heb zoveel plezier met jou gehad en we hebben zulke mooie herinneringen gemaakt. Wij zien elkaar later weer in Zomerland.

Pas goed op Sanne, ze is mij heel erg dierbaar.”

De Water-Engel omhelsde Alba en gaf hem een zoen op de beide Albatros-wangen. De Water-Engel zwom nu naar Sanne toe. “Mijn kleine lieve vriendin, ik ga jou zo missen. Ik heb zo van jou genoten en we hebben elkaar na vele levens weer gevonden, Sanne!” zei hij ontroerd en pakte de beide handjes van Sanne vast.

“Ik wil je graag iets geven. Zou jij dit van mij aan willen nemen?” Hij pakte van de bodem van het meer een schitterende armband. Deze was gemaakt van puur goud. Er hingen kleine bedeltjes aan.

Zo zag Sanne dat er een bedeltje van een eend was en van de grote vogels. De Water- en de Bosnimf.

Een zwaan, een vis en van de Water-Engel zelf. Sanne keek door haar tranen heen naar deze lieve Water-Engel. “Wat mooi”, zei ze zacht, “ja, ik neem het graag van je aan.” De Water-Engel deed de armband om de pols van Sanne. Sanne vond het prachtig en bedankte de Water-Engel voor dit schitterende cadeau.

“Dank je wel voor al je hulp en steun.

Jij hebt ons hier echt een heerlijke tijd bezorgd.”

De Water-Engel keek haar liefdevol aan.

Dat hebben we met z’n allen gedaan lieve Sanne”, en hij keek achterom. Alle Waterengelen van het meer waren bij elkaar gekomen. Ook de grote vogels, de zwanen en niet te vergeten de eenden.

Sanne en Alba zwommen naar de groep toe en namen van iedereen afscheid. De kleine baby’tjes kregen van haar een klein kusje en Sanne kietelde ze even onder hun kin. Iedereen moest lachen om de baby’s die kraaiden van plezier.

Het was nu bijna tijd. De Water-Engel kwam nog even naar haar toe en zei: “Ik zal, net als jij, straks naar een andere wereld gaan. Mijn zielenreis in deze Waterwereld zit erop en ik mag samen met jou terug naar de Hemel. Ik zal daar verder gaan leren als Engel in de wereld die ‘Zomerland’ heet.” Terwijl hij dit zei, keek hij Sanne blij aan. Sanne stond met open mond te luisteren.

“Nee maar!” en ze omhelsde de Water-Engel.

“Oh, dus we zullen heel veel samen zijn!” riep ze blij.

“Ja, ik denk het wel, maar ook ik moet daar leren, net als jij, maar we zullen elkaar vast en zeker heel veel zien. Misschien mag ik wel mee op reis, met jou, Alba en de Gouden-Engel!” “Ik zal het hem vragen”, zei Sanne, “laat dat maar aan mij over” en ze moesten er allebei om lachen. Het was nu echt tijd.

Alle Waterengelen die op doorreis waren, hadden zich verzameld. Sanne keek nog eenmaal naar de groep die achterbleef en zwaaide naar hen.

“Tot de volgende keer!” riepen Sanne en Alba.

De groep kwam in beweging en zwom weer in formatie. De moeders met de kleine baby’tjes zwommen voorop. Daarna kwamen de oudere kinderen, dan de volwassen Waterengelen en Sanne, Alba en de oudste

Waterengelen sloten de rij.

Ze zwommen nu een andere kant op, dan op de heenweg. Ook daar was tussen de bergen een opening, waar ze als groep doorheen zwommen.

Er was een kleine waterval.

De moeders pakten hun kleintjes op en vlogen langs de waterval naar beneden. Daar waar het water wat rustiger werd, gingen ze weer terug het water in.

Ook Sanne werd door een Water-Engel vastgepakt en werd over de waterval heen getild. Met zijn tweeën doken ze het water van de rivier in en kwamen lachend boven. Alba was al beneden en zag hoe de groep langzaam het water indook. Iedereen had lol.

Vooral de baby’tjes hadden de grootste lol.

De groep kwam weer in beweging en zwom in een rustig tempo verder de rivier op.

Er kwam nog één stuk waar het water kolkte, maar na dit stuk zou de rivier bijna tot stilstand komen.

Dat was de plek waar ze naartoe wilden.

Tegen de avond kwamen ze uiteindelijk op die plek aan. Het was eigenlijk wel heerlijk in de rivier.

Het water was rustig, zuiver en helder.

De energie was iets afgenomen en alles kwam weer tot rust. De kleintjes waren moe en de ouderen keken naar de maan die nu bijna vol was.

Ze gingen met z’n allen in het water liggen met hun hoofdjes naar elkaar toe. Een grote kring met Waterengelen waaierde uit in het water.

De baby’tjes lagen samen met Sanne en Alba in het midden. De zon ging onder en langzaam begonnen de Waterengelen te hummen.

Eerst heel zacht en daarna steeds harder.

Voor de kleine baby’tjes was dit de eerste keer en ze keken nog een beetje verschrikt om zich heen.

“Het is goed, doe maar met de groep mee”, zei Sanne, “het is niet moeilijk.” De kleintjes keken Sanne glimlachend aan. “Zo? Hmmmm…, hmmmm…”

“Ja, heel erg goed”, zei Sanne lachend.

En zo humden de kleinsten van de groep met de groten mee. Langzaamaan begon iedereen in slaap te vallen. Behalve Alba. Alba keek naar de maan.

Hij vond het nog steeds een erg mooi schouwspel wanneer de groep zich voorbereidde op de maanrituelen. Hij zou het gaan missen. Hij keek naar Sanne die in het water lag. Haar mooie lange haren waaierden over de kleine golfjes van de rivier uit.

Alba kreeg even tranen in zijn ogen.

Dankzij haar had hij deze prachtige avonturen meegemaakt. Hij had zoveel vrienden ontmoet en ze hadden zoveel mogen zien en beleven.

Hij was zo ontzettend dankbaar.

Heel even dacht hij eraan om met de Waterengelen mee te gaan, maar hij bedacht zich meteen.

Ik heb de Waterwerelden nu gezien en zal dan een bijna soortgelijke reis meemaken, maar dan zonder Sanne. Nee, hij wilde meer avontuur en reizen.

Zonder Sanne zal het niet hetzelfde zijn.

Over Zomerland had hij nu al zoveel over gehoord, maar hij was er nog nooit geweest. Net zoals de Dierenwereld, waar hij samen met Sanne op de olifant zat.

In één nacht waren ze door die wereld gereisd.

Hij wilde daar graag nog eens naartoe gaan, maar dan voor een langere tijd. Nee, hij moest er niet aan denken om verder te reizen zonder Sanne.

Sanne was zijn beste vriendin geworden en ze zouden altijd samenblijven. Alba keek nog eenmaal naar de groep en weer stroomden zijn tranen over zijn wangetjes naar beneden.

“Wat is er toch Alba, kun je niet slapen?” hoorde hij in zijn hoofd. Alba keek om zich heen, maar hij zag niemand. “Wie is daar?” vroeg hij in zichzelf.

“Ik ben het, de Gouden-Engel. Ik ben morgenavond weer bij jullie. Ik ben klaar met de voorbereidingen voor jullie thuiskomst. Maar waarom kun je niet slapen Alba? Er is toch niets ernstigs gebeurd?”

“Nee”, zei Alba weer in zichzelf.

“Ik wilde nog even genieten van deze groep en dacht nog even na over wat wij met deze lieve Waterengelen mee hadden gemaakt. En ook over wat Sanne en ik straks allemaal nog mee zullen gaan maken.

Ik ben nog nooit in Zomerland geweest, dus ik ben erg nieuwsgierig.” De Gouden-Engel begon te lachen.

“Die Alba toch. Ik vind je geweldig!

Ga nu maar lekker slapen. Morgen is het de laatste dag en de dag van het afscheid.”

“Ja”, zei Alba, “het afscheid. Ja, ik weet het, het is niet voor altijd.” Weer hoorde hij een gelach in zijn hoofd. “Welterusten Alba, tot morgen.”

Alba ging weer goed in het water liggen, stak zijn kop tussen z’n vleugels en viel meteen in slaap.

De volgende morgen werd iedereen bij zonsopgang wakker. Het was de laatste dag samen en iedereen keek Sanne en Alba verdrietig aan.

Eén van de Waterengelen kwam naar hen toe en zei met plechtige stem: “Ik wil graag even iets zeggen.” Sanne en Alba knikten en ze waren nieuwsgierig naar wat de Water-Engel te zeggen had. “Wij hebben jullie met open armen ontvangen Sanne. Jij was hier als eerste bij ons, hier in deze rivier. Je hebt ons vanaf de waterkant gadegeslagen en langzaam hebben wij jou aan onze wereld toevertrouwd. Je hebt ons zoveel vreugde gegeven lieve Sanne. De Water-Engel gaf haar een mandje met daarin de maansteen die ze van hen had gekregen, toen ze nog maar net in de rivier was. Ik heb deze steen voor jou bewaard. Ik geef hem nu weer aan je terug.”

Sanne pakte de steen aan en keek ernaar.

Een liefdevolle energie stroomde door haar handen.

“Dag lieve maansteen. Je hebt net zo’n lange reis meegemaakt als ik. Ik wil je bedanken, omdat je met ons mee bent gegaan, en omdat je de hogere energieën hebt meegemaakt. Ik zal je niet meenemen naar Zomerland, maar ik zal je hier weer terugleggen, op de bodem van deze rivier. Hier hoor je thuis.”

Sanne keek de Water-Engel verdrietig aan.

“Dat is heel erg lief van je Sanne. Zullen we haar dan samen terugbrengen?” Sanne knikte.

Samen met de Water-Engel nam ze een duik en zwom achter hem aan. Op de bodem van de rivier lagen nog meer maanstenen. Sanne legde haar maansteen op een mooie plek en zag dat de zon deze plek bescheen. Onmiddellijk begon er een helende energie van de steen af te komen. Ze zijn nu weer compleet”, zei de Water-Engel in haar hoofd. Nog heel even keek Sanne naar de groep maanstenen en zwom toen samen met de Water-Engel naar het wateroppervlak.

Een andere Water-Engel kwam naar hen toe gezwommen. “En, hebben jullie al zin om naar Zomerland te gaan?” vroeg hij liefdevol.

Sanne en Alba keken hem blij aan.

“Ja en nee”, zei Sanne. “Er staan ons daar weer nieuwe avonturen te wachten, maar het afscheid hè.”

“Ik word met de minuut zenuwachtiger”, zei Alba.

De Water-Engel moest lachen. “Ga nog even lekker zwemmen. Je hebt die kieuwen niet voor niets gekregen. Duik in het water en ga nog even met de kinderen spelen. Heb lol. Ik weet het, de tijd gaat dan sneller voorbij. Maar de tijd kan beter snel voorbijgaan wanneer je het naar je zin hebt, dan langzaam terwijl je verdriet hebt. Sluit deze dag zo goed mogelijk af.”

Sanne en Alba keken de Water-Engel aan.

“Ja, je hebt gelijk. Laten we er nog even van genieten.”

Ze zwommen naar de groep kinderen en riepen in koor: “Wie wil er tikkertje doen!!” En iedereen riep: “Jaaah!” En zo speelden Sanne en Alba de hele middag tikkertje en hadden ze een enorme lol.

Tegen de avond toen ze zagen dat de zon bijna onderging, kwamen ze één voor één afscheid nemen van Sanne en Alba. Ze omhelsden en kusten hen.

Sanne en Alba werden overgoten met zoveel liefde, dat ze er draaierig van werden. Na dit innige afscheid, kwam er één Water-Engel naar voren.

Hij had een klein doosje in zijn handen.

Het doosje was gemaakt van pareltjes en kleine edelsteentjes. “Lieve Sanne, wij willen jou dit doosje graag aanreiken. Wij hebben dit voor jou gemaakt, zodat je altijd dicht bij ons bent.

Het heeft een dekseltje en wanneer je het opent, zal je ons zien. Kijk maar” en hij opende het dekseltje en daar zag Sanne zichzelf in het water naar het doosje kijken. “Wanneer je straks in Zomerland bent en je wilt even bij ons zijn, dan hoef je alleen maar het dekseltje te openen en wij zijn er om naar jou te zwaaien.

Dit cadeau is ook voor Alba, dus voor jullie samen.”

Sanne pakte het doosje van de Water-Engel aan en keek naar de groep.

“Dank je wel”, zei ze zacht. “Ik zal jullie nooit vergeten en ik wil iedereen bedanken voor de mooie tijd die wij samen met jullie mee mochten maken.

Alba en ik zijn jullie zo ontzettend dankbaar!”

Opeens barstte Sanne in huilen uit.

Ook Alba kon het niet droog houden.

Alle Waterengelen kwamen dichter om hen heen zwemmen en hielden Sanne en Alba stevig vast.

De zon ging onder en de Waterengelen begonnen te hummen. Ze humden steeds harder en harder en als groep deinden ze heen en weer.

Ze raakten in een trance en humden nu nog harder. Terwijl ze elkaar nog vasthielden, vielen ze langzaam in slaap. Als één grote groep humden ze deze Waterwereld uit. De Gouden-Engel keek naar de maan die vol was en glimlachte, en ook hij verdween naar de andere Hemel.

Sanne en Alba waren met de Waterengelen meegereisd naar de Waterwereld in de Hemel.

Als één grote groep kwamen ze daaraan.

Sanne en Alba waren nog steeds in het water en zagen nu ook de walvissen en de dolfijnen deze wereld induiken. Ze kwamen allemaal even langs om afscheid te nemen van Sanne en Alba.

Oskar de Octopus was er ook. “Zullen we nog eenmaal plezier maken met z’n allen?”

De kleine Waterengelen juichten van ja en ook Sanne en Alba wilden nog eenmaal door Oskar in het rond geslingerd worden. Voor ze er erg in hadden, greep Oskar Sanne en Alba uit het water.

Ook een aantal Waterengelen werden uit het water getild. Met veel gejoel en gejuich zaten ze even in één van de mooiste draaimolens die deze wereld kende.

Na een tijdje was het afgelopen.

Oskar legde zijn tentakels neer op het water en iedereen zwom ervan af. Sanne en Alba hadden tranen in hun ogen van het lachen. Wat een plezier hadden ze zojuist gehad. “Oskar?” vroeg Sanne nu.

“Mogen we een keer bij jou hier op bezoek komen als wij in Zomerland zijn? Dan nemen we de kindertjes mee die daar wonen. Ik weet zeker dat ze dat heel erg fijn zullen vinden.” Oskar keek de Gouden-Engel aan die vanaf een afstandje stond te kijken.

Deze knikte dat het goed was.

“Maar natuurlijk! Wat een plezier zullen we dan hebben”, riep Oskar enthousiast en hij nam Sanne en Alba even in zijn tentakels.

“Maar eerst moet je genieten van Zomerland.

Leer mijn kind, er is nog zoveel te ontdekken”, zei hij op serieuze toon en keek Sanne even diep in de ogen aan. Sanne knikte, “ik weet het Oskar, het zal vast en zeker een heel mooi land zijn.”

Oskar keek naar Alba. “Mijn lieve kleine vriend, pas goed op haar. Ze is heel bijzonder, net als jij.

Geniet van deze werelden en luister goed naar jullie liefdevolle Engelen. Het ga jullie goed!

Bedankt kinderen!” zei Oskar en maakte als afscheid een buiging.

“Gaan jullie mee?” vroeg de Gouden-Engel, “we gaan naar Zomerland.”

Nog eenmaal keken Sanne en Alba naar hun vrienden die ze tijdens deze reis hadden leren kennen.

Alba pakte heel even de hand van Sanne vast, om daarna samen naar de Gouden-Engel toe te zwemmen.

Voorzichtig tilde hij Sanne en Alba uit het water en in zijn sterke armen nam hij hen mee richting Zomerland.

Nog eenmaal keken Sanne en Alba achterom en zwaaiden naar hun vrienden en riepen: “Daag! Daag! Tot de volgende keer!” En langzaam lieten ze de Waterwereld achter zich, om samen een nieuw avontuur tegemoet te gaan.