De kleine Water-Engelbaby’tjes waren nu een week oud en langzaam veranderden ze van kleur. De prachtige gouden kleur die ze tijdens hun geboorte hadden gekregen, had plaatsgemaakt voor een blauwgroene kleur.
De Water-Engelbaby’tjes van het meer waren net iets groter dan de baby’tjes van de Waterengelen van de zee. De baby’s waren zo lief en maakten zachte geluidjes. Sanne en Alba waren geen minuut van hun zijde geweken. Ze zagen elke kleine verandering die de baby’s doormaakten en de baby’s waren nu al zoveel groter en sterker dan net na de geboorte.
Dat was ook wel nodig, want als ze over een aantal weken de rivier op zouden gaan, moesten ze wel sterk zijn. De Water-Engel van het meer en de Gouden-Engel waren dagelijks bij Sanne en Alba.
Hun liefde voor de kleintjes werd met de dag groter.
Tot op een dag de Gouden-Engel zei: “Lieve Sanne en Alba, het is heel erg fijn en wonderlijk om de kleintjes iedere minuut te zien opgroeien, maar vergeet niet dat jullie hier ook vrienden hebben gemaakt.
Straks, over een aantal weken, moeten jullie weer weg en dan heb je misschien spijt dat je niet voldoende de tijd hebt genomen om afscheid van iedereen te nemen.” Sanne en Alba, wilden eigenlijk niet aan dat moment denken. Bij de gedachte alleen al brak hun hart.
Sanne kreeg tranen in haar ogen, ook Alba kon het niet droog houden. Ze wisten dat het moment van afscheid niet meer zo heel lang zou gaan duren en dat ze het afscheid nu echt onder ogen moesten gaan zien.
“Ik weet het”, zei Sanne, “maar het is zo moeilijk!
We zijn al zo lang samen geweest en we hebben zoveel mooie avonturen meegemaakt.
Hoe kan ik nu afscheid nemen?!
Ik wil geen afscheid nemen!” en Sanne begon te huilen. De tranen stroomden over haar wangen naar beneden en de Water-Engel die bij hun was, sloeg zijn armen om haar heen. “Stil maar meisje. Je maakt je veel te druk.” Sanne keek nu boos om zich heen.
“Ik maak me te druk! Hoe kun je dat nu zeggen!
Eerst moest ik al afscheid van mijn ouders nemen!
Hoe denk je dat zoiets voelt?!
Daarna toen ik echt gelukkig was, moest ik alweer afscheid nemen van mijn vrienden in de zee.
Afscheid nemen van de Waterkinderen, de reuzenschildpad, de mooie en lieve stenen op de bodem van de zee en wat dacht je van Oskar!
Ja, die heb ik óók achter moeten laten!
Daarna de dolfijnen en de walvissen.
Ook in het kanaal hebben we zoveel vrienden gemaakt, en ook van hén hebben we afscheid moeten nemen!
Ik heb alleen maar afscheid moeten nemen, telkens weer opnieuw!!!”
Sanne huilde nu zo ontzettend hard dat iedereen in het meer naar haar toe kwam zwemmen en vliegen.
Ze huilde dikke tranen en ze brulde het uit van verdriet. De Waterengelen, vissen, de vogels en alle anderen, begonnen met elkaar te hummen.
Eerst heel zachtjes en daarna harder en sneller.
Sanne had het eerst niet in de gaten, maar later toen ze wat rustiger werd, hoorde en zag ze de grote groep om haar heen staan en liggen.
Ze werd meegenomen in hun gehum en raakte langzaam in een diepe trance. Haar oogleden werden zwaar en langzaam zakte ze weg in een andere wereld.
Er kwam een groen licht om haar heen.
De Universele Moeder had haar stevig in haar armen vast en zei: “Laat je langzaam gaan en vertrouw op mij, kleine meid. Wees niet bang, ik zal je altijd beschermen.” Het groene licht bracht haar naar een gouden bed.
Op het bed lag een klein meisje.
Sanne zag zichzelf liggen en keek ernaar.
Ze voelde dat de Universele Moeder haar in dit lichaampje op het bed legde en langzaam werd ze wakker op het bed.
“Waar ben ik?” vroeg ze terwijl ze verschrikt om zich heen keek. Ze lag nu op het gouden bed met het groene licht om haar heen.
“Wees niet bang. Je bent in goede handen.
Je hoeft alleen maar op mij te vertrouwen en ik neem je mee in mijn licht. Je bent voor de geboorte van de kleine Water-Engelbaby’tjes al in mijn licht geweest.
Ik heb jou voorbereid op die geboorte, maar ik heb je ook voorbereid op wat je nu mee gaat maken.
Je hebt nog zoveel verdriet in je zitten, het is allemaal losgemaakt door die geboorte.
Ik wil je graag meenemen op reis, maar ik zal mij nu eerst aan je kenbaar maken.
Opeens vanuit het niets kwam er een prachtige vrouw tevoorschijn. Ze had een groene jurk aan met de mooiste smaragden erop geborduurd.
Haar haren waren rood van kleur en haar ogen heldergroen. “Ik heb voor deze vorm gekozen, zodat jij mij kunt zien, maar ik kan alle vormen aannemen die ik wil. Ik wil met jou op reis gaan.
Kom, pak mijn hand vast, dan vertrekken we.”
Sanne kon haar ogen niet geloven.
Langzaam kwam ze overeind, ging op de rand van het bed zitten en pakte de hand van De Moeder vast. Langzaam veranderde het decor.
Sanne zag haar vader en haar moeder. Ze zagen er anders uit dan toen ze hen achter had gelaten.
Nee, ze waren ouder geworden en zaten vol van verdriet. “Zie hier jouw papa en mama. Ze hebben de keuze gemaakt om in hun eigen verdriet te blijven zitten.
Ze hebben niet meer de kracht om het leven op te pakken en er nog iets moois van te maken.
En kijk, zie hier je broer en je zus. Ze hebben zoveel liefde nodig, maar krijgen het niet.
Je papa en mama kunnen hun geen liefde meer geven, omdat ze zo met zichzelf en hun eigen verdriet bezig zijn. Je ouders zien niet in dat jouw afscheid eigenlijk iets heel moois was, doordat je hen van tevoren hebt mogen vertellen waar je naartoe zou gaan.
De Gouden-Engel die destijds bij je was, heeft je dat allemaal laten zien, zodat jij het hun kon vertellen.
Je hebt hun verteld dat je niet alleen zou zijn en dat je heel veel lieve Engelen om je heen zou hebben, maar ook dat tijd hier niet bestaat.
Zodoende zal het weerzien met hen niet lang meer duren. Jouw woorden hebben ze toen wel gehoord, maar er nooit meer aan gedacht.
Zullen wij hun dit zich weer laten herinneren?” vroeg de Universele Moeder terwijl ze Sanne met een blije blik aankeek. Sanne die al die tijd met tranen in haar ogen naar haar papa en mama had gekeken, keek nu blij naar de Moeder die bij haar was en antwoordde: “Graag Moeder, ik wil niet dat ze verdriet om mij hebben, maar dat ze doorgaan met leven en genieten van hun reis hier op aarde. Er is hier zoveel moois te zien en te beleven. Het zou fijn zijn, wanneer ze weer de liefde en aandacht aan mijn broer en zusje kunnen geven.
Dat hebben ze verdiend.”
“Kom”, zei de Moeder, laten we naar hen toe gaan. Samen zweefden ze door de ruimte en kwamen bij haar papa en mama aan.
Vader zat in de stoel en probeerde de krant te lezen, maar hij dwaalde telkens af met zijn gedachten.
Telkens, wanneer hij een poging deed om te gaan lezen, werd hij overmand door verdriet.
Moeder zat in haar stoel en had een breiwerkje in haar hand. Ze breide wel, maar haar gedachten waren niet bij haar werk, maar bij haar kleine meid die nu al ruim een jaar in de Hemel was.
De Universele Moeder stond samen met Sanne naast haar vader. “Leg je hand op zijn hoofd”, zei de vrouw zacht, “en kijk naar wat er gebeurt.”
Heel voorzichtig legde Sanne haar handje op het hoofd van haar vader en ze merkte dat er direct een schok door het lichaam van haar vader ging.
Daarna werd zijn lichaam langzaamaan rustiger.
Sanne haalde haar hand weer weg, keek de vrouw nieuwsgierig aan en vroeg: “Wat kan ik voor hem doen?” “Niets mijn kind”, antwoordde de vrouw, “maar ik kan wel iets voor hem doen. Geef me je hand.”
Ze pakte het handje van Sanne weer vast en legde deze weer op het hoofd van haar vader.
Opnieuw kreeg vader een schok door zijn lichaam en werd weer rustig. Nu legde ook de Universele Moeder haar hand op het hoofd van vader en langzaam viel hij in een diepe slaap. Sanne zag hoe zijn astrale lichaam zijn fysiek lichaam verliet.
“Dit gebeurt bij alle mensen als ze slapen.
De Waterengelen doen dit eens per maand, dan komen ze even terug naar huis, maar de mensen doen dat bij iedere slaapstand.
Ze gaan dan astraal reizen en zijn bezig met het verwerken van hun dagelijkse bezigheden.
Een trauma, zoals een sterfte, is een lang proces.
Daar helpen wij, de Engelen, maar ook de lichtwezens in mijn wereld hen mee.
Kijk!” en Sanne keek naar haar vader die de Hemelen in liep. “Is hij nu dood?” vroeg Sanne angstig.
“Nee, hij droomt en hier mag hij helen van de pijn die nog in hem zit. Elke keer wanneer hij hier komt, mag hij een stukje loslaten.
Maar soms zitten mensen nog zo vast in hun verdriet, dat zelfs de weg hier naartoe afgesloten blijft, omdat ze vast blijven houden aan die pijn.
Want door die pijn van verdriet, blijven ze vastzitten aan de dierbare die overleden is.
Ze zijn bang dat hun band met de overledene zal verminderen wanneer ze doorgaan met hun leven.
En ook zijn ze bang dat als ze hun dierbare loslaten, de herinnering en liefde zullen verdwijnen.
Ze willen en kunnen géén afscheid nemen.
Dit alles is heel menselijk. Maar kom, we gaan naar de Hemelen en gaan daar je vader ontmoeten.”
Opeens waren Sanne en de Universele Moeder in de Hemel. Vader zat op een bankje en keek voor zich uit. “Hij is hier wel, maar heeft nog niet de keuze gemaakt om geholpen te worden.”
“Misschien kunnen wij iets doen”, zei Sanne zacht. “Misschien wel”, zei de Moeder, “maar een mens is een bewustzijnsenergie en als hij of zij voor deze zielenreis een keus heeft gemaakt, zullen ze daar niet meer van afwijken.” “Hoe bedoelt u Moeder?” vroeg Sanne weer. De vrouw keek Sanne verdrietig aan en antwoordde: “Ieder mens is op aarde om te leren.
Ze kiezen een pakket met lessen uit.
Deze lessen zullen ze in dit leven allemaal moeten leren en meemaken. Veelal zijn het harde lessen waar ze mee te maken krijgen. Maar de ziel leeft in een wereld waar alles mag. Het heeft er zelf voor gekozen, simpelweg omdat de ziel wil ervaren.
Wanneer er een les is die niet in hun pakket zit, dan zullen ze deze les ook niet kunnen leren.
Dus je vader is hier wel, maar of hij het verdriet achter zich wil laten, zullen we nu mogen ontdekken.”
De vrouw liep op vader af en knielde voor hem neer. “Lieve vader van Sanne, ik wil u graag helpen met uw verdriet, wilt u mij volgen?”
De man keek met zijn betraande ogen naar de vrouw en zag dat zij de mooiste verschijning was die hij ooit had gezien. Hij voelde de liefde die zij met zich meebracht en keek toen om zich heen.
“Waar ben ik?” vroeg hij zacht.
“U bent in de Hemel lieve vader van Sanne, kijk maar.” En de vrouw wees met haar arm naar het landschap van deze wereld. De man keek en zag een schitterend landschap. Hij voelde zoveel warmte en liefde.
“Ben ik nu dood?” vroeg hij haar verschrikt.
De vrouw voor hem lachte vriendelijk.
“Nee lieve man, u bent niet dood.
U leeft weer!” zei ze, terwijl ze een stap opzij deed. Opeens zag vader zijn dochter staan.
Ze straalde van liefde en snel liep hij op haar af.
Hij liet zich op zijn knieën vallen en sloeg zijn armen om haar heen. Hij huilde hard en Sanne aaide haar vaders zachte grijze haren.
“Oh lieverd, wat ben ik blij dat je hier bent!
Gaat alles goed met je?” en hij keek haar nieuwsgierig aan. “Ja papa, ik ben hier erg gelukkig.
Kom, gaat u toch staan”, en ze hielp haar vader mee opstaan. Samen met de Universele Moeder en haar vader liep Sanne naar een bankje dat over de zee uitkeek.
Ze zagen de dolfijnen spelen in de golven van de zee. Sanne wist dat dit de nieuwe dolfijntjes waren die volgend jaar geboren zouden worden.
Vader hield de hand van Sanne stevig vast.
“Vader”, zei Sanne nu, “ik heb u, voordat ik hier naartoe ging, verteld waar ik naartoe zou gaan.
Ik heb u verteld dat u niet verdrietig hoefde te zijn, omdat wij elkaar weer zouden zien.
Het leven op aarde is te mooi om alleen maar verdrietig te zijn. Wij hebben u hier naartoe gehaald om u te helen van uw verdriet. U heeft mij nu hier gezien.
U weet dat ik hier ben en als u in slaap valt, zullen we elkaar vaker zien en spreken.
Weet dat u mij hier kunt vinden. Ik ben niet weggegaan. Ik ben enkel maar op reis. Nu wil ik u vragen om straks op één van de bedden die daar staan te gaan liggen.”
En Sanne wees naar een prachtig open huis met vele bedden. “De Engelen die daar zijn helpen u om al het oude verdriet los te laten en er weer geluk en liefde voor in de plaats te brengen.
Wilt u met mij meegaan?” Vader keek Sanne met tranen in zijn ogen aan. “Maar natuurlijk mijn lieve meid.”
Hij stond op en wandelde samen met Sanne en de vrouw naar dit prachtige open huis.
Daar aangekomen zagen ze de Gouden-Engel staan.
“Welkom Sanne, ook in deze wereld.”
Hij knipoogde naar haar. “Ik zal je vader helpen. Kom, volg mij maar.” Vader kreeg een prachtig bed dat dicht bij een perk met witte lelies stond.
De geur van de lelies was zoet en het deed hem denken aan zijn tuin, waar hij vaak in te vinden was.
“Gaat u lekker liggen. Ik zal op rustige wijze, beetje bij beetje, het verdriet wat is ontstaan door wat u heeft meegemaakt, bij u weghalen.
Neem nu alvast afscheid van Sanne.
Zij zal u veel vaker op gaan zoeken, zodra ze hier in Zomerland is. Dat beloof ik u.”
Sanne liep naar haar vader toe die op het bed lag.
“Dag lieve papa”, zei Sanne zacht.
“Ik ga weer, maar ik zal u snel weer komen opzoeken.” En ze sloeg haar armen om haar vader heen.
“Kom we moeten gaan”, zei de Universele Moeder en Sanne keek nog eenmaal naar haar vader die op dit mooie bed lag. De Gouden-Engel legde stenen op zijn lichaam. Die stenen kwamen langzaam omhoog en zweefden over zijn lichaam heen.
De Gouden- Engel keek Sanne aan en knipoogde nogmaals.
Opeens waren ze weer in de huiskamer.
Vader sliep en Sanne wist waar hij nu was.
Ze keken naar moeder.
Ze zat nog steeds driftig te breien en haar gedachten vlogen heen en weer. Dan was ze weer boos en dan weer verdrietig om wat haar was aangedaan.
Daarna kwam het gevoel van onmacht en haar gedachten en gevoelens bleven komen en gaan.
De Universele Moeder keek verdrietig en zei: “We kunnen haar naar de Hemelen begeleiden, maar of ze ons aanbod aanneemt om te helen daar heb ik mijn twijfels over.
Zullen we haar meenemen?” en ze keek Sanne verdrietig aan. Sanne keek naar haar moeder die zo driftig zat te breien, maar ze kende moeder goed genoeg en wist eigenlijk al dat haar ziel niet echt geholpen wilde worden. Ze had niet het pakket uitgezocht om te helen van zware trauma’s. Nee, haar ziel had ervoor gekozen om alles tot in de moeilijkste momenten te herhalen. “Het is goed, dat ze deze keuze heeft gemaakt.
Dit heeft haar ziel uitgekozen, hoe moeilijk het ook is om dit te begrijpen. In een ander leven op aarde zal ze zeer zeker die andere keuze wel gaan maken.
Dan heeft haar ziel alles geleerd en is ook deze les geleerd. Dat is mooi vind je niet?
Dan is je moeder met die les klaar.
Leg je hand nu maar op haar hoofd, dan zullen we haar wat rust geven, want dat heeft ze wel verdiend.”
Sanne liep naar haar toe en legde haar hand op het hoofd van haar moeder. En moeder zuchtte heel even, keek op en zei zachtjes: “Sanne, ben jij daar?”
Sanne keek de vrouw vragend aan, waarop de vrouw met een glimlach antwoordde: “Ze kan je wel voelen, is dat niet mooi?” Sanne keek met tranen in haar ogen naar haar moeder en streelde zachtjes over haar wang. Ze gaf haar een zoen op haar voorhoofd en zei: “Dank u wel moeder, dat u mij hebt gevoeld.
Ik houd zoveel van u. Had u maar, net als vader, voor het helen gekozen. Zodra ik in Zomerland ben, zal ik u zo vaak mogelijk op komen zoeken, zodat wij elkaar toch kunnen blijven voelen en zien.
Dank u wel dat u mijn moeder bent. Ik heb zoveel van u geleerd.” Sanne gaf haar moeder nogmaals een zoen en moeder lachte zachtjes.
“Dag mijn lieve kleine meid. Ik hou van je.”
En langzaam verdwenen Sanne en de Universele Moeder uit de woonkamer en keerden terug naar de groene kleur in de ruimte. “Ik weet dat het moeilijk is, maar de les van vandaag is; er is geen afscheid, afscheid bestaat niet.
We zijn allemaal één. Jullie zijn allemaal geboren uit mij, de Universele Moeder en jullie staan allemaal in verbinding met elkaar. Dus er is geen afscheid.
Je zult elkaar altijd weer terugzien.”
De Moeder omringde Sanne met heel veel liefde en langzaam deed Sanne haar oogjes weer open.
Sanne keek in het rond en zag dat de Waterengelen, de Gouden-Engel, Alba, de grote vogels de kleine eendjes en alle andere dieren, haar met gespannen blik aankeken. Sanne lachte.
“Er bestaat geen afscheid!” riep ze hard.
“Er bestaat geen afscheid!”
Iedereen begon te juichen en de Waterengelen pakten Sanne vast en gooiden haar de lucht in.
Eén van de Waterengelen pakte haar weer op en gooide Sanne naar een andere Water-Engel.
Zo werd Sanne van de ene Water-Engel naar de andere gegooid en hadden ze plezier.
Alba keek de Gouden-Engel met tranen in zijn ogen aan. “Dank u wel. Ik denk dat Sanne er nu klaar voor is om deze wereld te verlaten en zich te gaan richten op de wereld die voor haar ligt, Zomerland.”
De Gouden-Engel keek Alba met liefdevolle blik aan.
“Jij hebt werkelijk zoveel liefde in je.
Jij bent haar vrijheid en jij bent als het Christuslicht dat haar leven zoveel mooier maakt.”
Alba begreep niets van wat de Gouden-Engel had gezegd, maar hij was trots, zo trots op Sanne en zichzelf.
De dagen gingen langzaam voorbij en Sanne en Alba hadden besloten om de aankomende twee weken alleen nog maar tijd aan hun vrienden te besteden.
De Water-Engel van het meer was veel bij hen en ze hadden veel plezier.
Elke dag gingen ze wel bij iemand op bezoek om tenslotte aan het einde van de dag afscheid te nemen. Het was zwaar vond Sanne en ze moest telkens aan de woorden van de Universele Moeder denken.
Er bestaat geen afscheid.
Ze hadden de zwanen in het meer goedendag gezegd.
Ze hadden de bijen, libellen en vlinders goedendag gezegd, de kikkers, salamanders en de vogels in de bomen. Zo was elke dag een verdrietige dag.
De Gouden-Engel moest Sanne en Alba vaak even troosten, ook al wisten ze dat ze elkaar weer zouden zien. Het was en bleef moeilijk.
De eendjes waren nog steeds bij de grote vogels en elke avond zwommen Sanne en Alba even naar hen toe om hen welterusten te wensen. Sanne vertelde dan een verhaaltje voor het slapen gaan en langzaam vielen ze met z’n allen in slaap.
De grote vogels die op de kleintjes pasten, waren altijd blij om Sanne en Alba te zien en samen met de Water-Engel en de Gouden-Engel namen ze dan nog even de dag door.
Op een avond zei één van de grote vogels: “Jullie zijn na de geboorte van de Waterengelen tijdens het maanritueel naar de Hoge-Engelen geweest.
Mag ik vragen waarom jullie daar naartoe moesten?” Sanne keek de Gouden-Engel aan en deze knikte. “Straks, bij de volgende volle maan, zal ik daar moeten blijven. Ik zal niet met de Waterengelen mee terug gaan naar deze Waterwereld.
Er is Alba en mij verteld dat wij naar Zomerland gaan, waar de kindertjes zijn. We gaan dan naar school en krijgen les in de lessen van de ziel.
Ik heb begrepen dat ik ook op reis ga met de Gouden-Engel”, legde Sanne uit en ze keek de Engel even met een glimlach aan. “We gaan naar mijn moeder en we gaan mijn vader helpen met zijn zielenreis, maar we gaan ook de sferen van de Hemel bezoeken.
Dan mogen we ook nog de Dierenwereld bezoeken en onze vrienden de olifanten weer zien.”
Sanne keek de vogel met betraande ogen aan.
“Wat is er meisje, vind je het nog steeds moeilijk?”
“Ja”, zei Sanne verdrietig.
“Ik weet dat ik iedereen weer terug ga zien, maar het doet me zo’n pijn. Ik weet niet wat me te wachten staat en ik ben zo graag bij jullie.”
“Och mijn lieve meisje, als jij in Zomerland bent en er is weer een maanritueel dan zullen wij jullie meenemen op een tocht over de Hemelse werelden.”
Sanne keek de vogel blij aan. “Echt, mag dat zomaar?” “Ja, maar natuurlijk! Weet je, je zal niet iedereen meer elke dag zien, maar één keer per maand zal je ons allemaal zien. We zullen nog net zoveel lol hebben als je nu hebt. Dus droog je traantjes en ga genieten van deze reis. Over twee weken gaan jullie vertrekken, geniet toch nog even van alles.”
“Wil je misschien nog één keer een reis maken?” vroeg de andere grote vogel aan Sanne.
“Mag dat?” vroeg ze enthousiast. “Maar natuurlijk”, zei ze zacht, “laat het me maar weten wanneer je dat zou willen.” Sanne dacht even na en keek Alba vragend aan. “Wat denk jij Alba? Welke dag zullen we uitkiezen?”
Alba keek Sanne verdrietig aan.
“Ik denk dat we de laatste dag moeten gaan vliegen, want dan kunnen we alles nog één keer zien.
Ik denk niet dat we hier nog een keer terugkomen.
We nemen geen afscheid van de vrienden die wij hebben gemaakt, maar wel van deze fantastische plek met zoveel herinneringen. Dan lijkt mij het beste, om nog voor de laatste keer boven deze wereld te vliegen en alle beelden goed in ons op te nemen.”
Sanne was verrast door het antwoord van Alba.
“Ja, daar heb ik niet aan gedacht.”
Ze zal nooit meer de bergen zien en het meer.
Nooit meer het beeld van de Waterengelen die in het maanlicht hun rituelen doen. Nooit meer de vlucht boven de bergen. Nooit meer in formatie zwemmen in de open zee, samen met hun vrienden de dolfijnen en de walvissen. De sfeer van toen en nu zal langzaam een herinnering worden.
“Kunnen we nooit meer hier naartoe?” vroeg Sanne terwijl ze zich aan de Gouden-Engel vastklampte.
“Zeg nooit, nooit. Alles kan en we gaan echt nog wel een keer hier naartoe, maar voorlopig hebben we andere reizen in de planning zitten. Maar zeg nooit, nooit.”
’s Avonds, nadat Sanne in slaap was gevallen, kwam de Universele Moeder even bij haar op bezoek.
“Sanne…, Sanne…! Ga je met mij mee?”
Sanne keek haar aan en pakte haar hand vast.
“Moeilijk hè. Ik zie dat je nog steeds verdrietig bent, maar daar ga ik wat aan doen. Ga je mee?”
Ze zweefden door de groene lucht.
Ze zweefden van wereld naar wereld en de kleur groen bleef aanwezig. De zachtheid en de liefde werd alleen maar groter, hoeveel verder ze ook gingen.
Ze was in gezelschap van de Universele Moeder en er hing een deken van liefde over haar schouders heen.
Nu ze bij haar was voelde ze geen verdriet meer, maar Sanne wist dat het er ergens diep van binnen nog zat. Opeens veranderde het decor en ze kwamen aan in een sfeer waar de zielen tijdens hun slaap naartoe gingen.
“Ik wil graag dat je op het bed plaatsneemt”, zei ze zacht. “Ik zal je helpen.”
De Gouden-Engel kwam naast het bed tegenover de Moeder staan en ze keken elkaar even liefdevol aan.
“Dag mijn kind”, zei de Moeder en ze aaide de Gouden-Engel even over zijn gouden haren.
“Je zorgt goed voor haar en je doet je taak met zoveel liefde. Dank je wel daarvoor.”
De Gouden-Engel vouwde even zijn handen om de Moeder te bedanken.
“Ga lekker liggen Sanne, doe je ogen dicht en luister goed naar mijn stem.”
Sanne ging eens goed liggen en deed haar oogjes dicht. Heel zacht voelde ze de energie van de Moeder en ook die van de Gouden-Engel.
Ze hielden hun handen boven haar lichaam en gingen met een zwevende beweging over haar heen.
Ze voelde de energie die steeds over en door haar lichaam stroomde. Ze werd er rustig van.
Elke keer als ze met hun handen over haar lichaam heen bewogen, werd de energie hoger en ervaarde ze een innerlijke rust.
“Naar deze rust wilde ik je brengen”, zei de Moeder. “Deze rust zit in iedereen. In deze rust ben je het dichtst bij mij en voel je de rust en liefde in en om je heen.
Ik zal nu het verdriet wat je nog in je draagt bij je weghalen. Ontspan je en laat mij het werk doen.” Opnieuw gingen de Moeder en de Gouden-Engel met hun handen over haar lichaam heen.
Ze trokken als het ware de nare en verdrietige momenten los uit haar lichaam en het voelde meteen anders aan.
Het was alsof ze een zware rugtas van haar schouders afhaalden en de opluchting die ze ervaarde was schoon. Ook zorgde de Moeder ervoor dat het niet meer terug kwam en transformeerde de nare gedachten en nare ervaringen die ze in deze wereld niet meer nodig had, in liefde naar het Violette vuur.
Sanne lag heerlijk ontspannen in deze wereld van de Moeder. Ze zuchtte nogmaals en opeens lag ze weer in het water naast de Waterengelen.
“Heb je lekker geslapen?” vroeg de Water-Engel naast haar en hij keek haar lachend aan.
Sanne knikte en keek blij naar hem.
“Dank je wel”, zei ze zacht, “dat jij mijn vriend hier wilde zijn. Je bent zo aardig voor mij. Ik zal je missen als ik hier niet meer zal zijn, maar gelukkig zal ik je in de andere Waterwereld terug gaan zien.”
“Inderdaad Sanne en we zullen ook daar met elkaar optrekken.” Hij omhelsde Sanne en hield haar even dicht tegen zich aan. “Mijn lieve kleine Sanne, mijn lieve kind dat deze wereld wilde zien.
We hebben elkaar zo lang niet meer gezien en nu hebben we elkaar teruggevonden.
We zijn nu samen en we zullen elkaar niet meer uit het oog verliezen.” Sanne maakte zich even los van de Water-Engel en keek hem nu vreemd aan.
Hij zei: “Weet je nog, de dag dat wij elkaar hier voor het eerst zagen?” Sanne knikte, “ja dat weet ik nog”, zei ze zacht. “Wij hebben elkaar al zo vaak gezien en we hebben al zoveel levens samengeleefd.
Wij hebben na een lange reis door verschillende werelden en verschillende levens een andere weg gekozen om te ervaren.
Nu was het de tijd dat wij elkaar weer terug zouden zien. Wij hebben een lange geschiedenis samen, en de liefde die je voelde toen je mij voor het eerst zag, was het antwoord op onze zielsverbinding.”
Sanne kreeg weer tranen in haar ogen.
“Dank je wel”, zei ze zacht en omhelsde de Water-Engel voor de tweede keer. “Dus daarom is onze band zo hecht.” De Water-Engel knikte en gaf haar een zoen op haar voorhoofd. “Kom, laten we nog heel even gaan slapen, de zon is nog niet op en vandaag zal een mooie dag worden.” Sanne knikte en legde haar hoofd achterover in het water. En hand in hand vielen de Water-Engel en Sanne voor de tweede keer in slaap.
De volgende dag gingen ze weer bij vrienden langs en maakten een heerlijke wandeling door de bossen die aan de voet van de bergen groeiden.
Het was warm en de bomen zorgden voor een heerlijke verkoeling. De Water-Engel was achtergebleven, maar de Gouden-Engel was meegegaan.
Ze zaten onder een boom en keken over het meer.
Ieder was in zijn en haar eigen gedachten.
“Waar komen eigenlijk de Waternimfen vandaan?” vroeg Alba opeens. De Gouden-Engel keek op en begon toen te glimlachen. “Wat leuk dat je dat vraagt Alba.
We kunnen ze wel even een bezoekje brengen.”
En hij stond op. Sanne en Alba gingen nu ook staan en keken de Gouden-Engel vragend aan.
“Wat is er?” vroeg hij lachend.
“Ja, ik weet waar de Waternimfen wonen, volg mij maar.” Met z’n drieën liepen ze over de paden door het bos. Ze zagen kleine vuurvliegjes heen en weer vliegen. Ze zagen Bosnimfen giechelend van boom naar boom vliegen. “Dat is Sanne met Alba”, fluisterden ze naar elkaar. “Waarom zijn we hier niet eerder naartoe gegaan? Ze zijn zo schattig en zo leuk”, vroeg Sanne zacht. De Gouden-Engel die voor hen uit liep keek lachend achterom.
“Als jullie hen in het begin waren tegengekomen, hadden jullie hiervoor altijd willen blijven.
Hahaha, ze zijn zo slim en grappig tegelijk.
Ze zijn heel erg op zichzelf, omdat ze druk aan het werk zijn in deze wereld. Deze Nimfen zorgen voor de bomen, de planten en de bloemen.
Ze zorgen dat alles in balans blijft, net zoals de Waterengelen dit doen voor de dieren.
De Waternimfen zorgen voor het water in het meer, de rivieren, en de kanalen. Het water dat door de bodem zakt, loopt een ondergrondse rivier in en komt zo in de kern van deze wereld terecht.
Daar wonen de Waternimfen. Ze helpen mee met het reinigen van al dit water. Het water stroomt via de binnenkant van de bergen omhoog en valt als een waterval het meer weer in. Zo is het water altijd schoon en helend. Een heel mooi proces, maar dat zal je zo wel zien. Ze kwamen aan bij een ingang van een berg.
Er was een deur waardoor ze naar binnen gingen.
Het was er donker en de Gouden-Engel vroeg aan de vuurvliegjes die vlak bij de berg woonden of ze hen wilden helpen. De vuurvliegjes kwamen meteen aangevlogen en zorgden ervoor dat de gang in de berg verlicht werd. Voorzichtig liepen Sanne, Alba en de Gouden-Engel achter elkaar de berg in.
Ze liepen steeds dieper en dieper de berg in, totdat ze bij de trappen waren aangekomen.
Voorzichtig, tree voor tree liepen ze de trappen af naar beneden. De energie werd elke minuut sterker en het duizelde Sanne en Alba een beetje.
“Ik zal jullie straks wel even helpen”, zei de Gouden-Engel. “Het is niet ver meer.”
Toen ze de laatste treden waren afgelopen, legde de Gouden-Engel even zijn handen op hun hoofd.
Meteen voelden ze het verschil.
“Waar zijn we?” vroeg Sanne nieuwsgierig.
“We zijn nu binnen in deze Waterwereld.
Hier bevindt zich al het water dat hier aan de oppervlakte gezuiverd is. Een hele klus vind je niet?
De edelstenen in de zee doen hun werk daar en de Waternimfen doen hun werk hier.
De kern van deze wereld is heel erg zuiver.
Ze heeft dezelfde liefde als de Universele Moeder.
Ze zorgt ervoor dat al het water langs haar heen loopt. Ze zuivert het van lagere energieën.
Niet dat er veel lage energieën zijn, maar ze houdt het graag schoon en ze vindt het fijn om haar water te voeden met positieve energie.
De Waternimfen zijn hier om haar te helpen.
Ze hebben sterrenstof en dat vermengen ze met het water. Iedereen die hiervan drinkt, of erin zwemt, zal het helende effect op hun zielenreis voelen.
Het heeft allemaal te maken met de lessen van de ziel. Een boom die van dit water drinkt zal na zijn leven hier weer verder mogen groeien in een andere wereld.” Sanne vond het nog steeds moeilijk om te begrijpen en keek naar hoe de Waternimfen hun speciale stof in het water strooiden. Het zag er hetzelfde uit als het gouden poeder dat tijdens de geboorte van de kleine Water-Engel baby’tjes gestrooid werd.
Sanne liep naar de Nimfen toe en zag hoe ze alles zo liefdevol deden. Een Waternimf kwam naar haar toe en gaf haar een zoentje op haar wang.
“Welkom kleine Sanne, fijn dat je hier bij ons op bezoek komt. Elke keer als jij in het water springt, zal je een beetje van deze stof binnen krijgen.
Deze stof zal ervoor zorgen dat er kleine deeltjes in je lichaam gaan veranderen. Heel voorzichtig en heel langzaam veranderen de cellen in je lichaam in een liefdevolle energie. De meesten die hier wonen hebben deze stof in zich zitten en weten dat ze een andere taak op zich mogen nemen, wanneer ze helemaal vol van liefde zitten.” Sanne keek de Waternimf aan.
“Dus hun zielenreis is dan in deze wereld klaar?”
“Klopt” en ze strooide weer wat gouden stof in het water. “Wij helpen maar een klein beetje, maar alle beetjes helpen, toch?” en ze knipoogde naar Sanne.
De Waternimf vloog even weg om daarna weer terug te komen. In haar handjes had ze een heel klein zakje. “Lieve Sanne, ik heb hier een heel klein beetje sterrenstof zoals wij het noemen. Neem het met je mee op reis. Strooi het over iemand heen, waarvan jij denkt dat die geholpen moet worden.
Dit beetje sterrenstof kan iemand helpen de moeilijke zaken in te zien en zichzelf bewuster en liefdevoller te maken. Het zorgt ervoor dat er een les opeens wel geleerd mag worden. Of het kan ook zijn dat iemand net iets meer liefde nodig heeft.
Het maakt niet uit waar je het voor gebruikt, mits diegene die hulp echt nodig heeft.”
Sanne nam het kleine zakje van de Waternimf aan en bedankte haar. “Maak je reis in de Waterwereld af kleine Sanne. Hoe meer reizen je mag maken, des te meer liefde je zult vinden in jezelf.” En de Waternimf vloog weer weg om de anderen te helpen.
“Kom”, zei de Gouden-Engel.
“We mogen ze niet te lang van hun werk afhouden.
Ze zijn zeer strikt als het om bezoek gaat.”
Sanne keek nog eenmaal om naar deze hardwerkende vrienden en liep toen samen met Alba en de Gouden-Engel via de trappen van de berg naar boven.
Toen ze terug waren gingen ze naar de grote vogels.
De Water-Engel was daar ook en ze spraken over wat ze die dag hadden meegemaakt.
De zon ging onder en zoals elke avond keken de kleine eendjes naar de horizon.
“Het zal wel niet zo lang meer duren, voordat hun moeder thuis zal komen. Ik heb gehoord dat ze snel terug zal keren naar de Waterwereld.
Ze wilde bij haar kinderen zijn, maar ze moet nog even bijkomen van haar ervaring met het aardse leven”, zei één van de grote vogels.
De kleine eendjes vielen na het verhaaltje voor het slapen gaan in slaap en iedereen zocht zijn of haar slaapplek op. Sanne ging met Alba en de Water-Engel terug naar de groep en de Gouden-Engel ging terug naar de Hemelen om de terugreis van Sanne verder voor te bereiden.
De volgende ochtend werden ze al vroeg wakker.
De grote vogels zwommen in het water en hadden net zolang gewacht totdat Sanne en Alba wakker waren. “Vandaag is de laatste dag dat jullie hier in het meer zijn. Wij willen jullie nog eenmaal meenemen voor een vlucht boven dit meer.
Klim maar op onze rug, dan gaan we meteen vertrekken.” Sanne klom via de vleugel op de rug van de grote vogel. Alba vloog ernaartoe.
“Hou je goed vast! We vertrekken!” en de grote vogels sloegen met hun vleugels en stegen langzaam op van het warme water. Ze vlogen eerst naar de bergen.
De zon kwam net op en het was een hemels gezicht om de zon op de bergen te zien schijnen.
Sanne en Alba keken alleen maar.
Ze probeerden zoveel mogelijk de beelden in zichzelf op te nemen, om dit als een prachtige herinnering te kunnen bewaren. Ze vlogen over de bergen naar de kanalen en de rivieren. In de verte zagen ze de zee en hun beide hartjes gingen sneller kloppen.
De grote vogels vlogen verder over de zee en het was heerlijk om de zee met haar prachtige kleuren weer te zien. “Nee maar, kijk!” riep de grote vogel, “zijn dat daar niet de walvissen?” Sanne en Alba keken nieuwsgierig om zich heen. “Waar, waar, ik zie ze niet!” riep Alba nu nieuwsgierig en keek om zich heen.
“Hier onder ons”, antwoordde de vogel weer.
Sanne en Alba keken meteen recht naar beneden en ja hoor, een grote groep walvissen zwom onder hen door in dit heerlijke warme water.
“Zullen we hun een bezoekje brengen?” vroeg de grote vogel weer. “Jaaah!!” riepen ze beiden in koor.
De beide vogels doken naar beneden om dichter bij de groep walvissen uit te komen.
Ze zetten de landing in en heel voorzichtig kwamen ze op het wateroppervlak terecht. De groep met walvissen lag stil in het water en Sanne en Alba zaten nog op de ruggen van de grote vogels.
Zo snel als ze konden sprongen ze ervan af om een duik in dit heerlijke water te nemen.
Het was een blij weerzien en hun oude vriendin, waar ze tijdens hun reis op zee mee waren opgetrokken, had een leuke verrassing voor hen.
“Gaan jullie mee, dan gaan we een heel klein reisje maken.” Sanne en Alba keken elkaar blij aan en glunderden van blijdschap. “Ja graag!” zeiden ze tegelijk. De groep zette zich weer in beweging en langzaam vertrok de groep naar de bodem van de zee.
Ze zagen de mooiste edelstenen. Ze zagen waterschildpadden, zeepaardjes en ze waren zo blij dat ze nog één keer deze wereld mochten zien.
Het was heerlijk om dit zachte water weer langs hun lichaam te kunnen voelen. Tijdens deze reis keken Sanne en Alba elkaar lachend aan. Dit hadden ze niet verwacht vandaag. Jammer genoeg duurde deze reis voor hen veel te kort, en voordat ze er erg in hadden zwommen de walvissen alweer terug naar het wateroppervlak.
Toen ze weer boven kwamen, zei de walvis: “Dit is wellicht een kort reisje, maar wel een leuke herinnering. Lieve Sanne en Alba, wij willen jullie bedanken voor de mooie tijd. Wij gaan elkaar snel weer zien in de Hemelen en Sanne…”, nu keek ze Sanne even aan, “er bestaat geen afscheid.” Sanne knikte en omhelsde de walvis.
“Het is tijd”, zei de grote vogel die naar de groep toe zwom. “We moeten ook weer terug.
Alle anderen willen ook graag nog even afscheid nemen van jullie.” Sanne knikte en ook Alba stond met de tranen in zijn ogen. Sanne en Alba klommen weer op de ruggen van de grote vogels en keken nog eenmaal naar de grote groep die voor hen in het water lag.
“Dag”, zei Sanne zacht en langzaam stegen ze op van het wateroppervlak.
Toen ze hoog in de lucht waren, keken ze nog eenmaal naar beneden om daarna voorgoed hier van deze prachtige zee weg te vliegen. De terugreis duurde lang en tegen de avond kwamen ze pas weer bij het meer aan. De Water-Engel stond samen me de Gouden-Engel al op hen te wachten. Toen ze geland waren zei de Water-Engel: “Kom we gaan naar de eendjes kijken.”
Sanne en Alba klommen van de grote vogels af en bedankten hen voor deze mooie reis en het weerzien met hun vrienden. “Ga maar snel met de Water-Engel mee. Wij komen er zo aan.” Sanne en Alba zwommen samen met de Water-Engel naar de kleine eendjes toe.
Toen ze daar aankwamen was de Gouden-Engel er al en Sanne en Alba moesten de kleintjes in geuren en kleuren vertellen wat ze die dag hadden meegemaakt.
De zon ging onder. De kleine eendjes werden met hun gedachten naar de horizon getrokken.
Zo zagen ze dat de zon achter de bergen verdween.
De kleine eendjes waren teleurgesteld. Moeder kwam vanavond weer niet. Net toen ze hun nestje in wilden gaan om te slapen, hoorden ze in de verte gekwaak. Meteen staken ze hun kopjes weer boven het nest uit om over het meer uit te kunnen kijken.
Vanuit het niets was moeder teruggekomen en ze vloog half fladderend over het wateroppervlak op haar kleine kindertjes af. Het was een heerlijk weerzien en de kleine eendjes waren zo blij. Moeder vertelde dat ze nog eenmaal terug moest. Ze hoefde alleen maar geboren te worden en daarna mocht ze alweer terug naar de Hemel. Ze had al haar lessen geleerd.
“Misschien moeten wij maar eens gaan”, zei Sanne tegen Alba, “We moeten morgen vroeg in de ochtend afscheid nemen, omdat de Waterengelen op tijd willen vertrekken. Ze willen rustig de tijd kunnen nemen om naar de rivier te zwemmen, omdat de kleintjes nog niet zo sterk zijn.” Alba knikte: “Ja, laten we maar teruggaan.” Ze keken de Water-Engel verdrietig aan. “Misschien moeten jullie nog heel even blijven”, zei deze. “Want kijk!” Sanne en Alba keken in de richting waar de Water-Engel naartoe wees. Boven het donkere wateroppervlak zweefden de Waternimfen.
Ze dansten op het water en met hun gouden kleur zweefden ze van de ene kant naar de andere kant.
Hun gezang was hemels en ze zongen een prachtig afscheidslied. Toen het refrein werd ingezet zongen alle Waterengelen, de grote vogels, de vissen en eigenlijk iedereen die bij en in het water woonde mee.
Sanne en Alba stonden ernaar te kijken en dikke tranen rolden over hun wangen naar beneden.
Alba pakte de hand van Sanne vast en kneep er even in. Sanne keek hem aan en glimlachte door haar tranen heen. Ze hadden weer een mooie herinnering erbij om nooit meer te vergeten.
