~♥ Het Magische Meer ♥ ~

Het was heerlijk in het kanaal, niets moest en alles mocht.

Alba en Sanne waren vaak op de oever van de waterkant te vinden.

Ze zochten naar de mooiste bloemen en keken naar de libellen die met hun prachtige kleuren over de bloemen en het water heen zweefden.

Het land was niet groot, het was ook immers de Waterwereld. Naast het kanaal lag nog een kanaal en daarnaast nog één.

In ieder kanaal was wel een leuke vriend te vinden.

Ze speelden met de eenden en dan weer met de zwanen. De kikkers waren echt alleraardigst.

De kanalen kwamen allemaal in dezelfde rivier uit, dicht bij het meer. Maar daar waren ze nog lang niet.

Ze zouden eerst heerlijk bijkomen van de lange reis op zee. De mama’s hadden allemaal een dik buikje, daar groeiden de kleine baby Water-Engeltjes in.

Het was een leuk gezicht, al die Engeltjes met hun kleine dikke buikjes. Ze waren zo gelukkig.

Ze waren nu al meer dan een week op deze plek en Sanne en Alba wisten dat ze zeer binnenkort weer zouden vertrekken.

Ze moesten dan weer afscheid nemen van hun pas gemaakte vrienden, maar zodra ze op de volgende plek aankwamen, zouden ze weer nieuwe vrienden maken. “Ik word er een beetje droevig van”, zei Alba op een dag. “We leren onze vrienden net een beetje kennen, hebben lol met elkaar en moeten dan weer weg.

Misschien moeten we bij de volgende plek geen vrienden meer zoeken.

We kunnen eens kijken hoe dat bevalt.”

Sanne dacht er nog eens over na.

Ze vond het fijn om nieuwe vrienden te maken, maar Alba had ook wel weer gelijk.

Telkens opnieuw afscheid moeten nemen is zwaar.

Zoals gisteren, toen had ze afscheid moeten nemen van moeder eend met haar gezin.

De kleintjes waren aan hen gehecht geraakt.

Ze speelden elke dag verstoppertje met elkaar en Sanne had een glijbaan gemaakt van een groot lelieblad dat langs de waterkant groeide.

Ze vond het fijn dat ze de kleintjes hiermee een plezier kon doen. Een heus waterballet was het en wat hadden ze een lol.

Zo had moeder eend even haar vleugels vrij en kon ze op haar gemak genieten van het heerlijke weer.

Eten hoefden ze niet, dat was een hele zorg minder en ze genoot van haar spelende kinderen in het water.

Nu was het alweer tijd om afscheid te nemen.

De kleintjes hingen aan haar benen en wilden haar niet loslaten. Ook Alba werd bevangen door verdriet en wilde niet weggaan, maar ze moesten!

Uiteindelijk hebben ze maar gezegd dat ze snel weer langs zouden komen, maar of dat ook werkelijk kon wisten ze niet.

“Misschien moeten we het gewoon eens proberen Alba, dan spelen we alleen met de kleine Waterengelen.” Alba was tevreden.

Hij was blij dat Sanne er net zo over dacht als hij.

De volgende morgen gingen ze vroeg op pad.

Toen de eerste zonnestralen zich aandienden zette de groep zich in beweging.

Ze waren al een aantal weken in het kanaal en het was er heerlijk. Het was rustig en sereen en de hoge bomen die langs de waterkant groeiden, hielden het felle zonlicht tegen.

Het was nu bijna volle maan en de maanceremonie zou wel snel beginnen. Alba en Sanne keken ernaar uit.

Ze wilden graag aan de Gouden-Engel vragen of ze hun vrienden de dolfijnen en de walvissen weer mochten bezoeken. Langzaam zwom de groep Waterengelen door het water.

Ze zwommen rustig aan om de nieuwe mama’s niet te veel te vermoeien. Je zag ze met de dag dikker worden. “Wanneer zullen de kleintjes geboren worden?” vroeg Alba aan Sanne.

“Ik weet het niet Alba. Ik denk dat het niet zo lang meer duurt. Volgens mij zijn we niet ver van het meer vandaan.” “Zal ik eens gaan kijken?” vroeg Alba.

“Ja, dat is een goed idee!”

Alba vloog vanuit het water de lucht in.

Wat kon hij toch heerlijk vliegen.

Sanne was daar altijd wel een beetje jaloers op geweest. Vaak vlogen de Waterengelen ook kleine stukjes, gewoon voor de lol.

En ook Alba vloog met enige regelmaat de lucht in.

Dan kon hij alles van bovenaf bezien, zei hij dan.

Zo ook nu vloog Alba hoog de lucht in.

Hij had het overzicht.

Hij kon zien hoeveel bochten er nog gezwommen dienden te worden, maar ook hoelang de reis nog ging duren. Alba kwam weer naar beneden, landde keurig met zijn poten op het water en legde zich meteen plat op het water om naast Sanne weer verder te kunnen zwemmen.

“Ik heb gezien”, zei hij zacht, “dat we nog één keer een stop maken en daarna het meer op zwemmen.

Het meer is ontzettend groot.

Van alle kanten stromen de kanalen naar de rivier toe en de rivier wordt gevuld met de gesmolten sneeuw die vanaf de hoge bergen stroomt.

Deze besneeuwde bergen bevinden zich in het midden van deze wereld.

Er ligt sneeuw op de toppen en ik denk dat we ze kunnen zien, wanneer we straks de bocht door zijn.”

Sanne keek Alba met grote ogen aan.

“Is dat heus Alba? Kunnen we straks de bergen zien?” Alba knikte van ja.

“Hele grote hoge bergen”, zei hij plagerig.

“Ik heb nog nooit bergen gezien”, zei Sanne zacht, “wij gingen altijd op vakantie naar de zee.”

“Ik heb ook nog nooit bergen gezien”, zei Alba,” dit is ook voor mij de eerste keer. Ik woonde tenslotte bij de zee en daar waren geen bergen, maar ik vind ze wonderschoon”, zei Alba weer plagend.

Sanne sloeg op het water waardoor Alba de volle laag over zich heen kreeg. Ze moesten er allebei om lachen. Eén van de Waterengelen kwam naar hen toe gezwommen toen ze even een rustpauze namen.

“We zijn nu vlak bij het meer.

We zwemmen straks nog een klein stukje door en dan overnachten we.

Morgen hoeven we niet zover meer, en dan zullen we het grote meer op zwemmen.

Daar zullen we voor een lange tijd verblijven.

Ook zullen jullie de geboorte van de kleine baby Water-Engeltjes meemaken.

Het paringsritueel was bijzonder, maar wat je dan te zien krijgt is zoveel keren mooier.”

“Dat kan niet!” riep Alba uit.

“Het paringsritueel was het mooiste wat ik ooit gezien en meegemaakt heb!”

De Water-Engel begon te lachen.

“Het is ook prachtig, je hebt helemaal gelijk, maar dit zal nóg mooier zijn.

Meer ga ik er niet over zeggen, het moet ook een verrassing blijven.”

“Hoelang duurt het nog voordat de kleintjes geboren worden?” vroeg Sanne nu.

De Water-Engel keek Sanne blij aan.

“Over vier weken. We hebben morgenavond de maanceremonie. De avond vóór het volgende maanritueel zullen de kleintjes geboren worden, maar zover is het nog niet. Eerst gaan we verder zwemmen, totdat we bijna bij het meer zijn.

We gaan straks de bocht door en dan zul je zien dat het water en de omgeving veranderen.

Het meer is een helende plek waar vele dieren naartoe komen. Maak je maar klaar voor de reis.

We gaan zo weer vertrekken”, en de Water-Engel zwom weg. “Nog maar een paar weken! Wat spannend hè!” en Sanne keek Alba blij aan.

Langzaam zwommen ze weer verder.

De bocht waar Alba en de Water-Engel over verteld hadden kwam nu in zicht.

Het leek net of het water iets warmer werd.

Nog niet zo warm als bij het paringsritueel, maar toch warmer dan wat ze eerst voelden.

Ze bereikten met zijn allen de bocht.

Aan weerskanten maakten de hoge bomen plaats voor kleinere bomen, totdat verderop alleen nog maar hoge rietkragen langs de oevers stonden.

Hoe verder ze de bocht door zwommen, des te meer ze van de omgeving zagen.

Sanne zag de besneeuwde toppen van de bergen, maar de bergen zelf kon ze nog niet zien.

Ze wilde wel harder zwemmen, maar de groep ging niet sneller. De rietkragen verdwenen en er groeide alleen nog maar gras langs de waterkant.

Nu kon Sanne deze prachtige reuzen bewonderen. “Wauw!!! Wat gaaf!!” riep Sanne en ze barstte spontaan in tranen uit. De groep stopte en één van de Waterengelen kwam naar Sanne toe gezwommen.

“Wat is er toch mijn meisje, waarom huil je nu?

Vind je het hier niet prachtig?” Sanne knikte van ja.

“Ik moest huilen, omdat het hier zo mooi is”, zei ze snikkend. Iedereen moest lachen.

“Kom, we zijn er bijna, nog een klein stukje en dan mag je uitgebreid van dit mooie uitzicht gaan genieten”, zei de Water-Engel tegen Sanne.

Langzaam kwam de groep weer in beweging.

De bocht lag bijna achter hen.

Sanne zag wat ze nog nooit van haar leven gezien had. Een grote groep bergen die met hun dik besneeuwde toppen tot aan de Hemel reikten.

Dikke vlokken sneeuw dwarrelden vanuit de Hemel naar beneden. Hoog aan de Hemel zorgde de zon voor het smelten van de sneeuw, waardoor er enorme watervallen met fris en schoon water ontstonden.

Er waren prachtige regenbogen te zien, doordat de zonnestralen het water beschenen.

Sanne en Alba probeerden ze te tellen, maar er waren er te veel. Er vlogen grote witte vogels heen en weer.

Ook zagen ze dat er vele bomen om en rond de bergen stonden. Ze hoorden geluiden die ze nog nooit eerder hadden gehoord.

Eén van de Waterengelen kwam weer naar hen toe gezwommen. “We blijven hier overnachten.

Het water is heerlijk hè?” Sanne en Alba knikten.

“Vind je het hier ook zo mooi Sanne?” vroeg de Water-Engel weer. Sanne beet op haar lip.

Ze wilde niet laten merken dat de tranen weer in haar ogen sprongen, zo mooi vond ze het hier.

Maar de Water-Engel aaide haar even over haar wang. “Je mag best huilen, omdat je het hier zo mooi vindt.

Het is hier prachtig, we noemen het hier ook wel het paradijs.” Sanne keek haar ogen uit.

Ze zag de bergen, de sneeuwtoppen, de watervallen, de regenbogen met de mooiste kleuren en de zon die zo heerlijk warm scheen.

Uit de prachtige bomen die ze zag, kwamen geluiden van beesten die ze nog nooit had gezien.

Ze rook de zoete geur van bloemen.

Overal waar ze keek waren bloemen. Gele, oranje, paarse, witte, grote en kleine bloemen.

Ze zag vlinders van bloem naar bloem vliegen.

Ze zag de bijen zo blij en teer.

Ze hoorde de vogels zingen, zoveel vogels die samen met elkaar zongen, zodat het leek of er een heel orkest aan het fluiten was. Wat een heerlijk welkom.

Ze keek de Water-Engel met tranen in haar ogen aan. “Dit hadden jullie er niet bij verteld.”

De Water-Engel lachte blij.

“Een kleine verrassing mijn lieve meid, maar we gaan straks slapen. Morgen gaan we het meer op en zal je een heel andere wereld inzwemmen dan die je tot nu toe hebt gezien.”

De zon ging langzaam onder en Sanne en Alba gingen samen met de Waterengelen slapen.

De volgende morgen werden ze gewekt door prachtig vogelgezang.

Sanne en Alba glimlachten en waren hier heel gelukkig. “Vandaag gaan we het meer opzwemmen”, zei Sanne tegen Alba. Alba knikte.

“Weet je Sanne, ik heb je nog niet alles verteld, maar je zal vandaag iets zien wat je nog nooit eerder hebt gezien. Ik weet zeker dat je het prachtig zult vinden.”

“Hoe weet jij dat dan Alba? Heb je dat gisteren gezien toen je hoog in de lucht vloog?”

Alba keek Sanne nu blij aan.

“Ja, ik heb iets gezien wat je niet kunt bedenken.

Het is zo prachtig”, en Alba zuchtte.

“Je maakt mij nieuwsgierig Alba, kom vertel op!” zei Sanne en ze duwde hem kopje onder.

Toen hij weer boven kwam moesten ze allebei heel hard lachen. “Oké, ik laat me verrassen Alba, het is nu al zo mooi, mooier kan het vast niet worden.”

“Nee”, zei Alba en vloog lachend weg.

Toen hij een eind de lucht in was gevlogen riep hij naar beneden: “Sanne, wat is het hier toch mooi!

Je moet echt komen kijken!” en lachend kwam hij weer naar beneden.

“We gaan vertrekken!” riep een Water-Engel.

Snel nam iedereen zijn positie in en Alba dook het water in. Langzaam kwam de groep in beweging.

Sanne en Alba keken hun ogen uit.

De natuur was hier overweldigend.

De bloemen, de bomen en de lieve kleine insecten die van bloem naar bloem vlogen.

De vogels met hun mooie liederen.

“Hier wil ik altijd wel blijven”, zei Sanne tegen Alba.

Alba knikte, “ik ook Sanne, ik ook.”

Sanne bemerkte opeens dat er meer stroming kwam in het water. De groep kwam tot stilstand.

Een Water-Engel kwam naar hen toe gezwommen.

“We verlaten zo het kanaal en we moeten een klein stukje tegen de stroom van een rivier in zwemmen.

Deze rivier is erg sterk.

Het zal ons uitputten om er tegenop te zwemmen. Daarom vliegen wij dit laatste stuk over het water heen. Alba kan zichzelf redden, maar jij zal net als op de heenweg, opgetild en meegenomen worden over deze sterke stroming heen.

Net zoals bij de waterval, weet je nog?” Sanne knikte, ze wist het nog, ook toen hadden de Waterengelen haar geholpen en wat hadden ze een lol gehad.

“Maak je klaar om verder te zwemmen.

Je zal vanzelf uit het water getild worden.

We zien elkaar straks terug bij het meer.”

De groep kwam weer in beweging.

De stroming werd alsmaar sterker.

Nog steeds zwom de groep tegen de sterke stroming in. Het kanaal ging over in een kolkende rivier en Sanne en Alba konden zich nog maar net redden.

Opeens werd Sanne bij haar middel vastgepakt en ook Alba werd het water uit gesleurd.

De Waterengelen vlogen nu allemaal door elkaar boven het kolkende water. De Water-Engel die Alba vast had liet hem los, zodat hij weer zelf kon vliegen.

Het was een prachtig gezicht.

Die woest kolkende rivier, met de vissen die tegen de stroom inzwommen.

Vanuit het water sprongen ze steeds een stukje verder om zo naar het rustige gedeelte van de rivier te komen. Ook de Waterengelen doken in dit rustige water.

De Water-Engel die Sanne vasthield, liet haar plotseling los. Met een plons kwam ze in het water terecht.

“Nog een klein stukje!” riep een Water-Engel blij, “en dan zijn we er!”

De groep kwam weer in beweging.

De grote bergen kwamen steeds dichterbij.

Sanne vond het raar, het meer lag toch vóór de bergen, of had ze dit verkeerd begrepen?

Ondertussen keek ze haar ogen uit.

De bergen met besneeuwde toppen waren zo groot en de liefde die ze voelde was enorm.

Sanne voelde sereniteit en deze rust maakte haar nog liefdevoller dan ze al was.

Het water had een azuurblauwgroene kleur en glinsterde doordat de zon op het water scheen.

Het was sprookjesachtig vond Sanne.

Langzaam zwom de groep verder.

Het was muisstil. Niemand zei iets, ook hoorden ze geen geluiden meer van vogels of andere dieren.

Zelfs de wind die hier zachtjes waaide, hoorden ze niet meer. Langzaam zwommen ze verder.

Ze gingen een flauwe bocht door en toen zag Sanne een opening tussen twee bergen in.

Het water waarin ze in zwommen liep er dwars tussendoor. Sanne en Alba keken hun ogen uit.

De bergen zo hoog, de stilte zo voelbaar, de liefde zo sereen. Alles klopte, het was perfect.

En daar zwommen ze als grote groep tussen de bergen door, het meer op.

Opeens begon de wind weer zachtjes te waaien, de vogels te zingen en het gejuich van iedereen weerkaatste tegen de bergen aan.

Sanne wist niet wat ze zag en hoorde.

Een grote groep met Waterengelen was hier al op het meer. “Ik wist niet dat er nog meer groepen Waterengelen waren”, zei ze tegen Alba.

“Nee, ik ook niet. Ik heb er nooit iets over gehoord.”

Een Water-Engel kwam naar hen toe gezwommen. “Leuk hè, we zijn niet alleen.

Ook wij zijn met meerdere groepen.

Deze groep is hier al langer. Ze verblijven voornamelijk hier in het meer en in de kanalen.

Ze maken niet zoals wij de reis over zee.

Het paringsritueel dat wij op zee deden, hebben zij hier tussen de bergen meegemaakt.”

“Maar waarom gaan zij niet naar de zee?” vroeg Sanne aan de Water-Engel.

“Dat is een goede vraag.

Wij zijn gidsen. Wij helpen de dolfijnen en de walvissen hun eigen geschiedenis te behouden.

Walvissen en dolfijnen zijn hele bijzondere dieren.

Ze hebben al een eeuwenlange geschiedenis in zichzelf opgeslagen. Deze geschiedenis is erg belangrijk en mag niet verloren gaan. Ze zijn hier in de Waterwereld om deze geschiedenis terug te halen en te behouden. Mochten er dolfijnen en walvissen teruggaan naar de aarde, dan hebben ze hun eigen blauwdruk altijd bij de hand. Ze reizen op zee, via de leylijnen.

Dat zijn energievelden die hen naar bepaalde plekken brengen. Bijvoorbeeld eentje waar veel eten is, of waar ze kunnen gaan paren.

Wanneer ze hun eigen blauwdruk niet meer uit zichzelf kunnen halen, zullen ze uit koers raken en verdwalen. Vaak komen ze op een onbekend strand terecht en kunnen niet meer terug.

Wij bereiden ze voor op een nieuw leven op aarde, maar zoals je weet, gaan er nog maar weinig terug.

De geschiedenis die ze bezitten zal altijd geleerd worden en daarom zijn wij er om hen te helpen.”

“Maar”, zei Sanne, “jullie zijn nu ook niet bij hen, dan kunnen jullie als gidsen nu toch niet helpen?”

De Water-Engel begon te lachen.

“Je weet toch dat we elkaar elke maand terugzien?” Sanne knikte. “Dan helpen wij ze als dat nodig is, maar de meesten zijn hier al zo lang.

Ze geven de geschiedenis door aan de kleintjes.

Eigenlijk hebben ze ons niet meer zo hard nodig, maar ze zijn onze vrienden en we vinden het leuk om hen ook hier te ontmoeten.

Het is altijd een feest om met zijn allen op te trekken, veel leuker dan elkaar maar één keer per maand voor een paar uurtjes te zien.”

Ja dat vonden Sanne en Alba ook.

“Maar deze Waterengelen zijn alleen maar hier?” vroeg Sanne weer. “Ja, dat klopt.

Zoals wij voor de dolfijnen en de walvissen zorgen, zorgen zij voor de andere dieren hier in en langs het water. Ze zorgen dat alles hier in balans is.

Het is ze aardig gelukt, vind je niet?”

Sanne keek nogmaals om zich heen.

Het was adembenemend, zo mooi als het hier was. “Geniet van deze tijd Sanne, maak vrienden.

Het is zo leuk om vrienden te hebben.”

De Water-Engel zwom naar de andere groep Waterengelen die op hen wachtte en ze omhelsden elkaar blij. De kleine Water-Engeltjes sprongen van plezier uit het water en ook de wat ouderen onder hen, hadden reuze lol. Ze hadden elkaar natuurlijk al een lange tijd niet gezien. Alba en Sanne keken naar hun blijdschap en zagen de prachtige energie die midden in deze bergketen lag. Langs de binnenzijde van de bergen groeiden ook bomen met daaraan de meest bijzondere vruchten. Bloemen groeiden langs de oever.

Vogels vlogen van boom naar boom, maar ook de vlinders, bijen en de libellen vlogen van bloem naar bloem. Prachtige watervallen die zich langs de rotsen naar beneden stortten en in het meer terecht kwamen, waren werkelijk wonderschoon.

Het water voelde heerlijk aan, niet te warm en niet te koud. Langs de waterkant groeiden waterlelies in de meest bijzondere kleuren. Het was zo mooi hier.

Opeens hoorden ze een prachtig geluid.

Iedereen keek omhoog.

Twee enorme vogels kwamen aangevlogen.

Alle Waterengelen juichten.

Op een rots midden in het meer landden ze.

“Wat zijn dat voor een vogels Alba”, vroeg Sanne hem. “Ik weet het niet Sanne, maar ze zijn wel heel erg groot.” Ze besloten het aan een Water-Engel te vragen en ze tikte er één op zijn rug aan.

“Mag ik wat vragen?” vroeg Sanne.

De Water-Engel draaide zich om en keek Sanne liefdevol aan. Sanne keek in twee schitterende ogen, twee ogen die ze nog nooit eerder had gezien.

Ze zag het meer, de bergen, maar ook de Hemel waar ze eens per maand naar toe gingen.

Zijn ogen waren prachtig!

“Ja maar natuurlijk mag je mij iets vragen mijn kind.” Sanne kreeg een kleur.

Ze bleef maar naar die mooie ogen van deze Water-Engel staren. Ook de Water-Engel bleef Sanne maar aankijken. “Jij bent werkelijk het mooiste zieltje wat bij ons een bezoekje mag brengen”, zei hij terwijl hij haar handjes vasthield. Ik zal tijdens jouw verblijf hier jouw gids zijn. Ik zal je mijn wereld laten zien.

We zullen avonturen gaan beleven en natuurlijk de geboorte, die mogen we niet missen.

Maar je wilde mij wat vragen?” Sanne schrok op.

Ze moest even ontwaken uit een trance.

Deze Water-Engel was ook zó mooi.

Ze begon wat te stotteren. “Tja…ik…ik…weet het niet meer”, zei ze verlegen. Alba die al die tijd bij haar was, stootte haar even aan.

“Wat dat voor vogels zijn”, zei hij nu snel.

De Water-Engel lachte: “Dat zijn onze beste vrienden. Deze lieve vogels wonen hier.

Op de rots midden in het meer hebben ze hun nest.

Dit is hun thuis. Wij hebben veel plezier met ze en ze zijn werkelijk alleraardigst.

We gaan ze zeer binnenkort een bezoek brengen.

Maar eerst gaan we genieten van deze ontmoeting.

Gaan jullie mee?” Ze zwommen gezamenlijk richting de groep Waterengelen.

Sanne en Alba konden goed zien welke Water-Engel van het meer was en welke de gidsen van de zee waren.

De Waterengelen van het meer waren net iets groter en hun ogen waren om in te verdwalen.

Hun begroeting was zo vol liefde, dat Sanne en Alba ervan moesten zuchten.

Maar de zon ging onder en de Waterengelen namen hun positie in.

De groep van Sanne ging in het midden liggen met daar omheen de Waterengelen van het meer.

De Water-Engel die ze die middag had ontmoet, week niet meer van haar zijde.

Hij bleef bij haar, totdat ze weer zou gaan vertrekken. Hand in hand lag ze met hem in het water.

Alba lag op zijn rug aan de andere kant en Sanne hield zijn vleugel vast.

Ze deden hun ogen dicht en langzaam begon de groep in het midden te hummen, daarna humde de andere groep. Om de beurt, steeds sneller en harder, totdat ze één voor één de andere Waterwereld inzwommen.

Sanne en Alba werden opgewacht door de Gouden-Engel en Sanne vroeg meteen of ze hun oude vrienden weer terug mocht zien.

De Engel moest lachen en zei: “Ik had die vraag al verwacht.” Ga maar met jullie gids mee. Hij wacht al op jullie en zal je de weg wijzen.”

En zo waren Sanne en Alba de hele nacht bij hun vrienden waar ze een tijdje geleden afscheid van hadden moeten nemen.

Het was een heerlijk weerzien en ze hadden veel plezier. Maar de tijd gaat snel als je lol hebt en voor ze het wisten stond de Gouden-Engel naast hen.

“Ik kom jullie halen, maar weet dat je straks als je hier bij ons in Zomerland bent, iedereen kunt bezoeken.” Sanne wist dit al en was daar enorm blij mee.

Ze bedankte de Gouden-Engel en deed haar oogjes weer open. De Water-Engel die naast haar lag, lachte vriendelijk naar haar en zei: “Wat hebben we toch een heerlijke nacht gehad hè?”

Sanne keek de Water-Engel blij aan en antwoordde: “Ja, ik heb genoten.”

De Water-Engel gaf haar een zoen op haar voorhoofd en zei met liefdevolle stem: “Welkom in mijn wereld, de wereld van echte liefde.”