~♥ Op reis met de grote vogels ♥ ~

Het was een heerlijke tijd hier op het meer. De Water-Engel die hun gids was voor deze periode, nam hen overal mee naartoe. Ze doken onderwater en hij liet hun de prachtigste stenen zien die op de bodem van het meer lagen. Ze speelden met de vissen die zich in grote scholen door het water begaven.

Tot op een dag de Water-Engel naar hen toe kwam en zei: “Ik heb een verrassing voor jullie, gaan jullie mee?” Met zijn drieën zwommen ze richting de rotsen in het midden van het meer.

Sanne keek Alba met enige verbazing aan.

“Zullen we naar de grote vogels gaan?” vroeg ze aan Alba. “Ik weet het niet Sanne, maar we gaan wel hun kant op. Spannend hè?” Sanne knikte en ze zwommen in de richting van waar de grote vogels zich moesten bevinden. Toen ze bij de rotsen waren, zei de Water-Engel: “Ik wil dat jullie met deze lieve vrienden kennis gaan maken, de grote vogels.

Ze zijn ontzettend aardig en willen jullie graag de Waterwereld van bovenaf laten zien.

Alba, jij kunt zelf vliegen, maar denk je dat je hen bij kunt houden? De vogels zijn wel erg groot, en voor één slag met hun vleugels, heb jij er tien nodig.”

“Ik denk niet dat ik ze dan bij kan houden”, zei Alba wat teleurgesteld. “Dat geeft toch niet Alba, dan ga je net zoals Sanne op de rug van één van de vogels zitten.

Ik blijf hier en ik weet zeker dat als jullie terugkomen vol verhalen zitten van wat jullie allemaal mee hebben gemaakt.” Er kwamen twee grote vogels vanuit de lucht naar beneden en landden vlak voor Sanne, Alba en de Water-Engel.

Eén van de vogels keek Sanne recht in de ogen aan. Sanne wist niet zo goed waar ze moest kijken.

De vogel was immens groot en kobaltblauw van kleur. Hij had rode poten en een geel gekleurde kop.

Op zijn kop had hij een paar grote veren die groen van kleur waren. Het was een prachtige vogel.

Zijn ogen glommen en zijn snavel lachte vriendelijk naar Sanne. “Welkom Sanne en Alba, wat fijn dat jullie ons komen bezoeken.”

Terwijl hij dit zei keek hij Alba en Sanne liefdevol aan. “Wij zullen elkaar nog vaak zien, maar wij willen jullie eerst meenemen op een lange vlucht boven de Waterwereld. Hebben jullie daar eigenlijk wel zin in?” Sanne en Alba keken elkaar lachend aan.

“Maar natuurlijk!” riepen ze tegelijk.

Ze hadden er al dagen op gehoopt dat dit zou gaan gebeuren. Dus ja, dit wilden ze heel erg graag.

De beide vogels lachten en zakten door hun poten.

“Klim maar op onze rug en hou je goed vast aan onze veren.” Sanne en Alba klommen op de grote vogels.

De Water-Engel die in het water lag zwaaide hen na. “Goeie reis!” riep hij. Sanne zwaaide terug en de grote vogels gingen weer staan.

Het was eerst een beetje eng, omdat de vogels met hun vleugels begonnen te slaan.

Maar toen opeens vlogen ze. Sanne hield zich goed vast. “Zit je goed Alba en heb je de vogel wel goed vast!?” riep ze naar Alba. “Ja, alles oké hier! Joehoe!!!”

Sanne moest lachen en keek naar beneden.

Ze waren al best hoog. Ze zag de Waterengelen met elkaar in het water liggen.

Ze zwaaiden naar haar en Alba.

De grote vogels namen een duik en vlogen vlak over de Waterengelen heen. Sanne en Alba joelden het uit en de Waterengelen riepen in koor: “Veel plezier!!”

De grote vogels vlogen weer omhoog.

Het was prachtig om te zien hoe alles steeds kleiner werd. Ze vlogen naar de toppen van de bergen.

Het was hier wel wat kouder en de sneeuwvlokken dwarrelden langs hen heen.

“We blijven hier niet te lang”, zei de grote vogel, “het is voor jullie te koud om hier te zijn, maar we wilden het toch even laten zien.”

Sanne en Alba keken nu naar beneden.

Ze zagen het meer midden in de bergen liggen.

De bomen die langs de rotswand groeiden waren prachtig groen. De bloemenzee aan de oever was duidelijk te zien van zo hoog.

Het was adembenemend vond Sanne.

“We gaan weer verder, houd je goed vast!” zei de grote vogel waar Alba op zat. Sanne en Alba hielden zich nu nog steviger vast en de vogels doken weer naar beneden. “Willen jullie nog meer zien!?”

“Jaaah!” riepen Sanne en Alba tegelijkertijd.

De beide vogels keken elkaar lachend aan.

“Oké, houd je goed vast, we gaan een lange vlucht maken, we hebben namelijk een verassing voor jullie.” Sanne en Alba genoten van hun vlucht.

Ze vlogen over de bergen en verlieten het meer met daaromheen de grote reuzen met hun witte toppen.

Ze zagen de kanalen en ja, daar zagen ze moeder eend met haar kleintjes.

De beide vogels gingen wat lager vliegen en met langzame slagen vlogen ze over de eenden heen.

“Joehoe, wij zijn het, Sanne en Alba!

Ik zei toch dat we elkaar weer zouden zien!”

Moeder Eend keek verrast boven zich en de kleine babyeendjes waren door het dolle heen.

“Sanne, Alba!! Mogen wij ook mama?”

“Nee, dat zal niet gaan kindertjes, jullie zijn daar te klein voor”, antwoordde moeder eend.

“Tot de volgende keer!” riepen Sanne en Alba nadat de vogels alweer wat hoger waren gaan vliegen.

De vogels vlogen nog een tijdje boven de kanalen en toen zag Sanne in de verte de rivier die uitkwam in de zee. “Kijk Alba, de zee!” Alba keek naar de horizon en daarna keek hij Sanne weer met een blije blik aan.

Met grote slagen vlogen de grote vogels richting de zee. De twee kleine vrienden waren vol verwachting over waar ze naartoe zouden gaan.

“Waar gaan we naartoe?” vroeg Sanne uiteindelijk aan de grote vogel. “Dat mag ik nog niet vertellen, het is een verrassing”, zei hij terwijl hij het vrouwtje dat met Alba op haar rug naast hem vloog een knipoog gaf.

Ze vlogen nu boven zee. Ze konden duidelijk de bodem zien, omdat het water zo helder was.

“Ben je nog altijd nieuwsgierig naar waar we naartoe gaan Sanne?” vroeg de vogel na een tijdje plagend.

“Ja best wel!” riep Sanne.

“We gaan nog een klein stukje verder vliegen en dan ontmoeten jullie iemand die jullie al een tijdje niet hebben gehoord. Weten jullie al wie ik bedoel?”

Sanne en Alba riepen in koor dat ze het niet wisten.

De vogel lachte: “Dan moeten we het nog maar even geheim houden of niet?”

“Neee!!” riepen Sanne en Alba zo hard mogelijk.

De vogels keken elkaar lachend aan.

“Wij gaan een bezoekje brengen aan iemand die jullie al een tijdje kennen, maar nog nooit hebben gezien.”

Sanne en Alba keken elkaar verbaasd aan.

“Wie zou dat dan moeten zijn?” vroeg Sanne aan Alba. Alba trok zijn schouders op. “Ik weet het ook niet Sanne. Ik ken niemand die we wel gehoord, maar nog niet gezien hebben.” “Weet je dat heel zeker?” vroeg de vogel hun. “Ja, volgens mij kennen we diegene niet.”

“Ik zal jullie helpen”, zei de andere vogel lachend.

“Wie schrijft er een boek over jullie?”

Verschrikt keken Sanne en Alba elkaar aan.

“Maar dat is Jolanda. Jolanda schrijft over ons en beleeft met ons dezelfde avonturen. Maar dat kan toch niet?” vroeg Alba nu verrast.

“Hoe kunnen we Jolanda ontmoeten? Ze woont toch heel ergens anders? Daar kunnen we toch niet zomaar naartoe vliegen?”

De vogels lachten nu hardop. “Alles kan”, zei de vogel waar Sanne op zat. “Vergeet niet dat wij een onderdeel van een verhaal zijn, en dat alles in een verhaal mogelijk is. Nu schrijft Jolanda dat wij eraan komen en dat wij haar gaan bezoeken.

Ook zij is heel erg verrast en is benieuwd naar hoe wij haar gaan bezoeken.”

“Dus Jolanda verzint dit dus niet?”

“Nee, Jolanda schrijft alleen de woorden op die ze één voor één te horen krijgt. Ze weet niet waar dit verhaal dat ze nu schrijft naartoe gaat.

Ze weet niet wat er gaat gebeuren.

Het is voor haar net zo spannend als voor jullie.”

“Maar hoe kunnen we haar dan ontmoeten?” vroeg Alba weer. “Dat weten wij ook niet”, zeiden de vogels.

“We laten het maar aan het schrijven van Jolanda over. Zij krijgt immers de woorden en het verhaal ingegeven. Dus wij vliegen en zien vanzelf welke kant we opgestuurd worden.”

Sanne vond het wel een beetje raar.

“Maar hoe weet je dan dat wij haar gaan ontmoeten, voordat zij het op papier heeft gezet?” vroeg Sanne nu nadenkend. “Dat is een goede vraag”, zei de vogel waar Alba op zat. “Net als Jolanda krijgen wij ook dingen ingegeven, een soort telepathie.

En precies zoals Jolanda de woorden ingegeven krijgt en op papier zet, zo krijgen wij ze in ons hoofd en zeggen het dan tegen jullie. Laten we maar afwachten wat er te gebeuren staat en gewoon genieten van deze reis.”

Sanne en Alba vonden het allemaal een beetje raar, maar ze konden niets anders doen dan zich overgeven aan dat wat komen zou.

Vanuit de verte zagen ze de zon ondergaan.

Sanne en Alba genoten van dit schitterende tafereel. Langzaam werd het donkerder en de nacht viel in.

Ze vlogen nog steeds boven de zee en hadden Jolanda nog altijd niet ontmoet.  Sanne en Alba werden moe.

“Ga even slapen, we maken jullie wel wakker wanneer we er bijna zijn”, zei de grote vogel tegen Sanne.

Sanne en Alba deden hun ogen dicht en vielen langzaam in een diepe slaap.

Daar stonden ze opeens naast Jolanda.

Ze was aan het schrijven.

Sanne en Alba probeerden haar aan te raken.

 Jolanda voelde hun aanwezigheid wel, maar zag hen niet. Ze zagen hoe ze lachte, terwijl ze deze woorden aan het opschrijven was.

“Hallo”, zei ze wat voorzichtig, “welkom in mijn wereld. Jullie zijn ver van huis, maar welkom.”

Jolanda stopte even met schrijven om een slokje water te drinken. Daarna ging ze weer verder en lachte in zichzelf, omdat dit ook voor haar vreemd was.

“Mogen we jou iets vragen Jolanda?” vroeg Sanne nu zacht. Jolanda wachtte op de vraag die ze nu te horen zou krijgen. “Ik weet dat het raar klinkt, maar mag jij ook de Waterwerelden verkennen en Zomerland en alle andere werelden?” Jolanda lachte weer en antwoordde: “Ja, ik mag alles zien in jullie beleving.

Ik kijk door jouw ogen Sanne, hoor door jouw oren en voel door jouw lichaam. Ik ben jou, lieve kleine Sanne.

Ik ben jou en jij bent mij en daarom kunnen wij elkaar verstaan. Daarom zijn wij met elkaar verbonden.”

Sanne was nu in de war.

“Maar ik ben dood in jouw wereld.

Ik heb afscheid genomen van mijn vader en moeder.

Ik hoor nu in de Hemel thuis, net als alle andere kinderen die niet meer op aarde wonen.”

Jolanda keek naar het scherm van haar computer.

De tranen liepen over haar wangen.

Hoe moest ze dit nu vertellen, en hoe moest ze nu iets uit gaan leggen, waar ze zelf ook geen antwoord op had. Ook zij kreeg de woorden maar tót haar.

Sanne keek naar Jolanda en zag hoe moeilijk ze het nu had. “Wat is er Jolanda? Ik heb je toch geen pijn gedaan?” Jolanda lachte door haar tranen heen: “Nee, iemand die zo ontzettend lief is en zo veel plezier heeft bij de Waterengelen, kan mij geen pijn doen.

Ik wacht ook op antwoord”, zei Jolanda nu.

“Ik wacht totdat de woorden die ik moet schrijven tot me komen. Misschien krijgen we dan samen het antwoord?” Jolanda ging weer verder met schrijven.

“Ik krijg door, dat jij mij bent.

Jij bent mijn eigen innerlijk kind.

Jij mag leven in de mooiste werelden en ik mag daarover schrijven. Daarom zijn we één.

Door de levenslessen die ik leer, zal ik meer groeien in bewustzijn en dat zal mij nog liefdevoller maken.

Ik zal net als alle Engelen puur bewustzijn kunnen krijgen.” Sanne keek nu verschrikt naar Jolanda.

“Dus jij zorgt ervoor dat ik nog meer liefde mag voelen, omdat jij de lessen van dit leven leert en deze van je afwerpt, simpelweg omdat jij die lessen niet meer nodig hebt. Dus jij helpt niet alleen jezelf, maar ook mij om nog liever te worden?” Jolanda knikte.

“Wat een mooi iets. Ik moet dat even laten bezinken”, zei Sanne. “En ik dan?” vroeg Alba nieuwsgierig.

Jolanda glimlachte en zei: “Jij bent haar beste vriend.

Jij hebt de liefde in je en jij bent de vrijheid.

Jij bent als een witte duif.” Alba begreep er niets van. Jolanda lachte weer en zei: “Dat geeft niet, wees lief voor Sanne. Jij bent haar vrijheid, zonder jou kan ze niet verder.” Alba knikte, maar echt begrijpen deed hij het niet. “Ik denk dat we zo weer terug moeten”, zei Sanne nu zachtjes en ze keek Jolanda aan die haar woorden opschreef. “Dank je wel Jolanda, ik zal aan je denken als jij weer meer liefde voor ons twee hebt gekregen.

Dank je wel!” Jolanda keek even op.

De tranen rolden uit haar ogen, over haar wangen naar beneden. “Ik wil jou bedanken”, zei ze zacht.

“Door jou mag ik deze verhalen vertellen.

Ik ben je zeer dankbaar. Geniet van je reis, dan doe ik dat ook. Ga maar snel. Ik voel dat de vogels weer aan land zijn gekomen.” Sanne en Alba keken nog éénmaal naar Jolanda, “dank je wel”, zeiden ze nog één keer zacht en deden hun ogen open.

Sanne keek meteen naar Alba. “Ben jij ook bij haar geweest?” vroeg ze nu snel.

“Ja ik heb haar ook gezien.” De vogels glimlachten.

Hun taak was volbracht.

Ze hadden Sanne laten inzien wie ze echt is.

Of ze het nu ook echt begrepen had, daar waren ze nog niet van overtuigd, maar dat kwam later wel.

Met grote vleugelslagen vlogen de vogels met Sanne en Alba over de kanalen, om terug bij het meer uit te komen. De Water-Engel stond hen al op te wachten, terwijl iedereen nog sliep.

De zon was nog niet op en de nacht was nog maar net op de helft. De vogels landden in het midden van het meer op de plek waarvandaan ze waren vertrokken.

Sanne en Alba klauterden van hun rug af en stonden weer op de grond.

“Hebben jullie een mooie reis gehad?” vroeg de Water-Engel. “Ja echt wel! We zijn over de kanalen gevlogen en we zagen de rivieren. We hebben moeder eend gezien, je weet wel, die met haar kroost.”

Lachend keek Sanne de Water-Engel aan. “Ja ik weet wie jij bedoelt”, zei hij lachend.

“En toen kwamen we bij de zee aan”, zei Alba enthousiast. “En we hebben Jolanda gezien, de schrijfster van dit boek. Echt geweldig!”

“Dat was een hele mooie reis als ik jullie zo hoor.

Bedank de grote vogels maar snel, dan kunnen we nog een paar uurtjes slapen.”

Sanne en Alba bedankten de grote vogels en omhelsden hen. “We gaan snel nog eens een reis maken”, zei één van de vogels. “Graag!” riep Sanne, “ik kijk er nu al naar uit.” “Kom, we moeten gaan”, zei de Water-Engel.

Sanne en Alba liepen het water in en zwommen samen met de Water-Engel naar de grote groep die al in dromenland was.

“We praten morgen verder”, fluisterde de Water-Engel. Sanne en Alba waren nog onder de indruk van wat ze hadden meegemaakt, maar na een paar minuten vielen ze toch in slaap.

De volgende ochtend wilde iedereen weten wat ze hadden meegemaakt. Sanne en Alba vertelden in geuren en kleuren hun avontuur.

Op een dag kwam de Water-Engel naar hen toe gezwommen en vertelde aan Sanne dat hij een verrassing had. “We gaan naar de zwanen en samen met hen maken we een mandje.

Aan dit mandje zal een lang gevlochten touw komen te zitten, waarmee het mandje opgetild kan worden.”

“Wat gaan we dan doen?” vroeg Alba nieuwsgierig.

“Wij gaan een mandje maken en dan zullen de twee grote vogels jullie op komen halen.

Jullie gaan dan met het mandje naar moeder eend en haar kroost, dan mogen de kleintjes mee in het mandje, om zo een heerlijke tijd te kunnen beleven.”

Sanne keek verbaasd naar Alba. “Hoor je dat Alba?

We gaan naar moeder eend!

Wat zullen de kleintjes blij zijn en wat zullen ze een lol hebben.” Alba keek Sanne blij aan.

“Ja dit is zeker een verrassing! Ik ben er een beetje stil van”, zei hij wat verlegen. “Kom, kom”, zei de Water-Engel. “We hadden toch al gezegd dat jullie nog meer reizen zouden gaan maken.

Nou dit is er één van. Maar gaan jullie mee?”

Volmondig riepen Sanne en Alba ja. Samen zwommen ze naar een groep zwanen op het meer.

De Water-Engel had alles al geregeld.

De zwanen hadden het mandje al klaar en het lange koord was prachtig gevlochten van oude rietstengels. Sanne en Alba bewonderden de mand.

Hij was groot en sterk en de eendjes zouden er niet uit kunnen vallen, omdat er binnenin allemaal kleine lusjes gemaakt waren, waaraan ze zich vast konden houden.

In de wanden van de mand waren kleine gaatjes gemaakt, waar ze hun kopjes doorheen konden steken, om zo de wereld onder hen te kunnen bewonderen.

Er was goed over nagedacht vonden Sanne en Alba.

Een donkere schaduw wierp zich opeens over hen heen. De twee grote vogels die net voor de zon langs vlogen, landden met sierlijke slagen heel voorzichtig op het water, zonder dat er één druppel water opspatte.

“Zijn jullie er klaar voor?” vroeg één van de grote vogels. Sanne en Alba glunderden van plezier.

“Jaaah!” wij zijn er klaar voor”, riepen ze beiden in koor. “Klim dan maar op onze rug en houd je goed vast!” Sanne en Alba klommen op de rug van de grote vogels. “Maar hoe moet dat dan met het mandje?” vroeg Sanne nu bezorgd. De vogel draaide zijn kop naar achteren en keek Sanne lachend aan.

“Die pikken we straks op vanuit het water.

De Waterengelen zullen het touw strak houden, zodat wij de lus van het touw goed kunnen vastpakken als we overvliegen.

Daarmee vliegen we rechtstreeks naar moeder eend. Zodra de eendjes ingestapt zijn en vastzitten, gaan we een eindje vliegen. Dus geen zorgen Sanne, we hebben overal aan gedacht en er kan niets misgaan.

Maar houden jullie je goed vast, we gaan nu vliegen.” Met grote vleugelslagen kwamen de beide vogels los van het water en vlogen over het meer.

Ze gingen hoger en hoger en Sanne en Alba genoten zo van deze mooie reis.

Ze waren weer boven de bergen aangekomen en daar zagen ze de sneeuwtoppen in de zon liggen.

Heel even was Sanne ontroerd. Ze was zo dankbaar voor al het moois wat ze telkens te zien kreeg.

Nadat ze over de bergen waren gevlogen, doken ze plotseling naar beneden.

“Hou je goed vast!!” riepen de vogels in koor. Met een sneltreinvaart doken ze omlaag, om daarna met de twee grote poten het touw, dat door twee Waterengelen werd vastgehouden, vanuit het water op te pakken. Sanne en Alba vonden het geweldig!

Ze vlogen weer over de bergen en zagen nu de kanalen onder zich. Ze hoefden niet zo ver te vliegen om bij moeder eend te komen. “Houden jullie je goed vast”, zei één van de vogels. Sanne en Alba pakten de veren van de vogels nog iets steviger vast en de landing werd ingezet. Met een zachte plons landden de grote vogels sierlijk op het water. Moeder eend keek een beetje verschrikt naar de grote vogels. Ze had ze vaak over zien vliegen en ze had haar kinderen verteld dat dit de koning en koningin van de vogels waren.

Ze kregen geen kleine baby vogeltjes, omdat alle vogels hun kinderen waren. Ze hoorden bij deze wereld en waren net zo zuiver en liefdevol als de Waterengelen. Moeder eend boog haar kop om zo te laten zien dat deze grote vogels een hoger aanzien hadden dan zij.

Maar één van de grote vogels kwam naar haar toe gezwommen. “Maar moedertje toch, waarom buigt u uw hoofd voor ons? Dat is toch niet nodig?”

Moeder eend keek nu naar de grote vogel die tegen haar sprak. “U bent mijn meerdere. U leefde hier altijd al, daarom buig ik mijn kop voor u.”

“Maar moeder, u leeft toch ook hier in deze wereld waar iedereen een plek heeft en waar iedereen gelijk is.

Zijn we niet allemaal liefde?” Moeder eend knikte: “Het klopt wat u zegt, niemand is hier minder, maar wij kijken wel met eerbied naar u en uw vrouw.”

“Wij zijn de Koning en Koningin van deze Waterwereld, maar dat wil niet zeggen dat wij meer zijn dan alle andere vogels en dieren en stil op ons nest moeten blijven zitten. Dat wil toch niet zeggen, dat we niemand blij mogen maken? Of wel vrouw?”

De grote vogel keek zijn vrouw liefdevol aan.

“Dat klopt. Wij zijn hier voor iedereen, en daarom zijn wij hier, om het iedereen naar de zin te maken.

Wij hebben een mandje bij ons en wij willen u en uw kinderen uitnodigen om mee te gaan.

Wij willen u vragen om deze mooie reis samen met ons en met Sanne en Alba te maken.”

Moeder eend keek met tranen in haar ogen naar Sanne en Alba. De kinderen werden ongeduldig.

Ze hadden met open snaveltjes naar de grote vogel geluisterd en nu ze gehoord hadden dat ze een reisje zouden gaan maken, waren ze niet meer te houden. Sanne en Alba moesten om hen lachen.

“Kom moeder eend, mag het? Alstublieft, gaat u toch mee?” Moeder eend keek naar haar kinderen.

Ze stonden te trappelen van ongeduld aan de kant van de oever. “Nou vooruit dan, maar we houden ons allemaal heel goed vast, hebben jullie dit begrepen?”

“Ja mama!” riepen ze in koor.

Sanne sprong van de rug van de grote vogel en hielp de kleine eendjes in het rieten mandje.

Ze maakte de eendjes vast aan de lusjes en hun kopjes staken al door de gaten van de mand.

Als laatste pakte ze moeder eend heel voorzichtig op en zette haar tussen haar jongen in.

“Bent u er klaar voor?” vroeg Sanne aan haar.

“Ja”, zei moeder eend wat ontroerd.

“Goed, dan gaan we zo vertrekken.”

Nog voordat Sanne op de rug van de vogel klom, zorgde ze ervoor dat het touw dat aan de mand vast zat, goed op het wateroppervlak lag.

De vogel waar Alba op zat, was al vooruit gevlogen en kwam nu terug om zo het touw vanaf het wateroppervlak op te kunnen pakken.

In één keer had de grote vogel het touw te pakken en daar ging het touw met daaraan vast het mandje de lucht in. Snel klom Sanne op de rug van de grote vogel en ze stegen op vanaf het water.

De grote vogel hoefde niet veel slagen met zijn vleugels te slaan om weer bij de groep te kunnen komen.

“Sanne, kijk…!!!” riepen de kleintjes in koor, terwijl ze naar de kanalen wezen waar ze nu overheen vlogen. “Houden jullie je goed vast!” riep Sanne terug.

“We gaan zo meteen naar de bergen!” en de eendjes juichten in koor. Het was een prachtig gezicht.

De grote vogel, met in zijn grote poten een touw en aan het einde van het touw een mand vol met eenden die alleen maar “oh en ah” kwaakten.

Ze keken hun ogen uit. De tocht over de bergen was koud, maar de eenden vonden het geweldig.

Ze vlogen over prachtige natuurgebieden, waar veel water te zien was. Ze zagen de meest lieflijke dieren en zwaaiden naar hen. Iedereen had plezier en het was één groot feest. Pas na de zonsondergang die ze vanuit de wereld boven de wolken mee hadden gemaakt, gingen ze weer terug naar de kanalen.

“We zijn nu bijna thuis!” riep Sanne en vroeg aan moeder eend of ze misschien liever bij hen in het meer wilde komen wonen.

Moeder eend keek Sanne dankbaar aan.

“Mag dat zomaar!” riep ze terug. “Ja, dat mag zomaar!” antwoordde Sanne lachend.

“Wij hebben het de grote vogels gevraagd en ze willen graag dat u met uw gezin bij hen op het eilandje midden op het meer komt wonen.

Zo kunnen de kleintjes de Waterengelen ontmoeten en veel plezier maken. De vissen en ook de kikkers hier zijn zo ontzettend aardig.

De grote vogels zullen de kleintjes wel bezighouden.

Ze houden nu al zoveel van hen!” legde Sanne uit. “Graag”, riep moeder eend. En langzaam daalden ze af naar het meer dat onder hen lag.

De kleine eendjes hadden niets van dit gesprek tussen hun moeder en Sanne meegekregen, omdat ze door de vermoeiende reis in slaap waren gevallen.

Voorzichtig lieten ze het mandje in het water zakken en ook de landing van beide vogels ging stil en geluidloos.

De Water-Engel kwam snel naar hen toe gezwommen en fluisterde: “En? Hebben ze een mooie dag beleefd?”

“Ja”, fluisterde Sanne terug, “het was magisch.”

“Kom ik zal ze snel naar de kant toe duwen.

Ze kunnen wel in het mandje blijven tot morgenvroeg. Het zal ze nu alleen maar wakker maken, als wij ze er nu uit gaan halen. Morgen zorgen we ervoor dat ze een geschikte slaapplek krijgen op dit eiland.”

Moeder eend bleef bij haar kleintjes en ook zij viel in een droomloze slaap. Sanne keek Alba en de grote vogels dankbaar aan. “Ik denk dat er wel meer dieren zijn die een reisje willen maken.

Kunnen we daar niet voor zorgen?” vroeg ze aan één van de vogels. Ze keken Sanne glimlachend aan.

“Sinds jullie hier zijn is er veel plezier en wij houden van plezier. Als er dieren zijn die ook graag mee willen, zullen wij daarvoor zorgen, maar ga nu snel slapen. Morgen zullen we jullie hulp hard nodig hebben om dit prachtige gezin een nieuw thuis te geven.”

Sanne en Alba gingen met de Water-Engel mee.

“Ik zie aan jullie dat jullie hebben genoten van de reis.” Sanne knikte en vertelde: “Ja het was heel vertederend om die kleine eendjes te zien.

Ze waren nog nooit verder geweest dan het kanaal waar ze geboren zijn. Zo ook moeder eend.

Ze kon wel vliegen, maar niet zo ver en hoog. Ik weet zeker dat de kleintjes het hier geweldig zullen hebben.” De Water-Engel lachte. “Ik weet het ook zeker”, zei hij op blije toon. “Maar kom, we gaan slapen.

Morgen zullen we moeder eend en haar kleintjes op weg helpen, en daarna gaan we rust nemen.

De geboorte gaat binnenkort beginnen, maar daar vertel ik morgen meer over.”

Sanne en Alba gingen in het midden van de kring Waterengelen liggen en vielen direct in slaap. Hun dromen gingen over verre reizen maken en het beleven van de spannendste avonturen.

Bij het opkomen van de zon, kwam de groep in beweging en snel zwommen Sanne, Alba en de Water-Engel naar het mandje met eendjes.

Heel voorzichtig keken ze over de rand. Ze sliepen nog. Opeens kwam er een klein eenden kopje omhoog en keek versuft in het rond. “Sanne!! Alba!!!”

Alle andere eendjes werden ook onmiddellijk wakker en zo was het een drukte van belang in de mand.

“Kom, ik zal jullie eruit halen”, zei Sanne en pakte één voor één de eendjes uit de mand om ze in het warme water te kunnen zetten. Meteen zwommen ze op Alba af, die naast de Water-Engel zwom.

Moeder eend zwom, nadat ze in het water was gezet naar de Water-Engel toe.

Ze boog haar kop en zei: “Ik ben u en u allen erg dankbaar, omdat wij midden in het meer bij de grote vogels mogen wonen.

De Water-Engel zwom op moeder eend toe en gaf haar een kus op haar kop. “U bent hier welkom en ik hoop dat uw kinderen een prachtige tijd zullen hebben.”

Moeder knikte uit dankbaarheid.

Ze wist waarom haar kinderen wat dichter bij deze lieve Waterengelen mochten wonen.

Dit was omdat zij nog maar één keer terug moest naar de aarde. Dan was ze klaar en hoefde ze niets meer te leren, niet meer te lijden en niet meer dood te gaan.

Dan kon ze hiervoor altijd leven net als haar kinderen.

Ze was dankbaar, zo ontzettend dankbaar.

Ze zwom naar haar kinderen toe die dicht bij Alba zwommen en sprak ze toe: “Lieve kinderen, jullie mogen van de Waterengelen en de grote vogels hier op het meer wonen. Jullie hoeven niet terug naar het kanaal. Hier zullen jullie nog meer warmte en liefde ontvangen dan op de plek waar we tot gisteren woonden.

Maak plezier, geniet van iedere vriend die je hier maakt en wees gelukkig.”

Moeder kreeg tranen in haar ogen en keek de grote vogels dankbaar aan. “Ik ga nu weg, omdat ik nog even iets af moet maken in de wereld aarde, maar ik kom terug en dan zal ik voor altijd hier mogen blijven.

Jullie zullen hier altijd mogen blijven.

Jullie taak is al volbracht en de grote vogels zullen voor jullie zorgen. Wees daarom dankbaar en niet verdrietig om mij. Ik zal terugkomen en dan zijn we voor altijd samen.” Ze zwom nu wat dichter naar haar kroost toe en sloeg haar vleugels om elk van haar kinderen heen.

“Ik weet niet hoelang dit gaat duren, maar kijk elke avond naar de horizon waar de zon onder gaat.

Op een avond kom ik weer bij jullie terug.”

Nog eenmaal keek ze de grote vogels aan en boog ze haar kop uit dankbaarheid.

Daarna was moeder opeens weg, zomaar verdwenen in het niets. Iedereen keek verschrikt om zich heen, behalve de grote vogels en de Water-Engel.

“Waar is mijn mama?” vroeg een klein eendje, “ik wil mijn mama!” riepen nu ook de anderen.

Sanne liep naar de groep toe en omarmde ze voorzichtig. “Ik denk dat ik begrijp wat er zojuist is gebeurd en het is even schrikken, maar het is ook iets heel moois.

Luister even naar wat ik te vertellen heb.”

De eendjes keken Sanne verdrietig aan.

De aarde is een wereld waar alle dieren naartoe gaan.

Ze leren daar wat angst is en boosheid, maar ook wat liefde en wat geluk is. Daar heten het emoties.

Tussen deze emoties zitten nog meer emoties, zoals jaloezie, haat, verdriet en eenzaamheid.

Wanneer je als dier al deze emoties hebt meegemaakt, kun je van deze emoties één grote les leren, en dat is dat al je emoties herinneringen zijn.

Je hebt het allemaal al meegemaakt.

Zodra je die les geleerd hebt, mag je terug naar huis.

Dit hier is ons thuis.” Terwijl ze dit zei, wees Sanne naar het meer en de lucht met de wolken die langs dreven. “De aarde lijkt op deze wereld en is prachtig, maar wij als mens en dier mogen daar leren wat liefde is.

Jullie weten dat al, daarom hoeven jullie niet meer terug naar deze aarde. Jullie moeder hoeft nog maar één les te leren. Een kleine les weliswaar, maar ook een mooie. Misschien moet ik het anders zeggen; jullie moeder mag afscheid nemen van haar levens daar en mag voorgoed terugkomen naar jullie. Begrijpen jullie het een beetje?” Sanne keek met een vragende blik naar de Water-Engel. “Je hebt het heel goed uitgelegd.

Ik zie dat jullie nog niet gerust zijn, maar ik kan jullie verzekeren dat het niet zo heel erg lang meer duurt, voordat jullie moeder weer hier is.

Ze hoeft nog maar één emotie te leren en dat is vertrouwen. Ze heeft jullie bij ons achter gelaten en ze vertrouwt ons. Ze heeft haar eigen kinderen in het volste vertrouwen achtergelaten en weet dat wij goed voor haar kindjes zullen zorgen.”

“Maar wie zorgt er dan voor ons?” vroeg het eendje weer. “Dat doen wij met zijn allen. Jullie slapen bij de grote vogels. Overdag zullen de Waterengelen, de zwanen, de vissen en natuurlijk Sanne en Alba hier zijn, om mee te spelen. Dus geniet van deze tijd.

Moeder komt terug, dat is zeker.”

De eendjes keken nog een beetje beduusd, maar ze waren gerustgesteld. “Oké”, zei de Water-Engel.

“De grote vogels gaan samen met de zwanen een prachtig warm nest maken en jullie gaan met ons mee”, zei hij tegen de kleine eendjes.

“We gaan plezier maken!”

Een groep Waterengelen was op de eendjes afgekomen en pakten hen bij hun donzige lijfjes vast.

Vanuit het water vlogen ze omhoog om zo langs de watervallen te vliegen. De kleintjes waren de verwarring snel vergeten. Ze waren immers al klaar en vol met liefde en hadden iedere dag, de dag van hun leven.

Ze maakten nieuwe vrienden en beleefden elke dag wel een nieuw avontuur.

Langzaamaan werd de wereld tussen de bergen met de dag een beetje mooier. De zon was niet meer geel van kleur, maar kreeg, naarmate de dagen verstreken, verschillende kleuren.

Sanne en Alba hadden er vaak naar staan kijken.

“Dit is de voorbereiding voor de geboorte”, zei Sanne zachtjes tegen Alba en hij knikte.

“Ik voel de energie dag na dag hoger worden.

Ik dacht dat het paringsritueel het mooiste en hoogste was wat hier aan energie aanwezig kon zijn, maar ik denk daar nu anders over.

De energie is nu al meer dan twee weken aan het veranderen en elke dag denk ik, nu gaat het beginnen. Maar ik hoorde dat het nog zeker twee weken gaat duren, voordat het echt gaat gebeuren.

Ik kan de energie nu al bijna niet meer aan.”

“Ik heb dat ook”, zei Sanne, maar ik weet zeker dat de Gouden-Engel uit het Hiernamaals weer hier zal zijn om ons te helpen.” “Ik ook”, zei Alba, “ik ook.”

Samen keken ze naar de zon die weer van kleur veranderde en langzaam onderging.