Mijn naam is Terence, maar mijn vrienden noemen mij Terry.
Ik heb Normandië meegemaakt en we rukten op naar de Ardennen.
In Duitsland kwamen we tijdens een straatgevecht onder vuur te liggen en ik raakte gewond.
Ik heb er geen moment aan gedacht om naar een medic te gaan, maar heb doorgevochten om de jongens die ik bij me had zo goed mogelijk door deze hel heen te loodsen. Helaas werd ik geraakt en was ik op slag dood.
Mijn lichaam is twee keer eerder begraven geweest voordat ik mijn laatste rustplaats kreeg. Ik heb tijdens mijn reis door Europa vreselijke dingen gezien en ik kwam in een soort van trance terecht, waardoor ik alleen nog maar aan vechten dacht.
De verschrikkingen die wij hoorden over wat ze de mensen aandeden, maakten mij ziek. Er moest een einde komen aan deze verschrikkelijke oorlog.
Om dit voor elkaar te krijgen, moesten we meer risico nemen en er volledig voor gaan, ook al kostte het ons eigen leven.
Ik ben een tijd met mijn makkers meegereisd door Duitsland en vanuit de sferen kun je veel meer zien dan als levend wezen.
In deze sferen was het zo veel mooier en ik heb me vaak afgevraagd hoe mooi het in de Hemel zou zijn.
Ik zag Engelen en degenen die jullie gidsen noemen. Mensen die allang over waren gegaan naar de Hemel en die hier in de sferen zochten naar bekenden.
Er waren natuurlijk veel bekenden te vinden hier in de sferen, want alle soldaten die op slag dood waren, verbleven hier in deze sfeer, maar het was alsof we moesten wachten.
Ik heb concentratiekampen gezien, ik heb mensen zien vluchten voor bombardementen en ik heb jongens naar het licht zien gaan, ‘the lucky bastards’!
Wat een hel en waarom moeten wij mensen dit meemaken?
Als overheid ben je verantwoordelijk voor je burgers.
Een oorlog voeren om macht en geld, of hier in Amerika om olie, is toch de reinste waanzin!
Daar heeft onze lieve Heer de Aarde toch niet voor gemaakt?
Nu nog steeds begrijp ik de mens niet.
Maar ik merk dat ik afdwaal van mijn verhaal en ik wil graag vertellen over ons kerkhof.
Dat is een Amerikaans militair kerkhof, waar mijn lichaam uiteindelijk is komen te liggen. Ik lig hier niet alleen, maar met vele anderen.
Jongens die net als ik op slag dood waren en die in Holland of hier in de buurt zijn omgekomen, werden naar dit kerkhof gebracht.
Ik heb erbij staan kijken. Wat een modderpoel.
Maar ik was niet de enige die hier rondliep. Samen met mij waren er duizenden andere soldaten, zoekende naar hun eigen graf.
Vele graven werden gedolven en ik zag mannen die eerst onder mijn leiding hadden gestaan en nu net als ik hier rondzwierven.
Velen liggen vlak bij me, maar er zijn er ook een aantal die weer opgegraven zijn en met een speciale vlucht naar Amerika werden gebracht.
‘The Angel Flight’ genoemd.
Ik ben een keer meegegaan met zo’n vlucht.
Mijn makker, die naast mij heeft gevochten, werd naar ons vaderland teruggebracht. Dit was een aantal jaren na de oorlog.
Het heeft even geduurd voordat iedereen geïdentificeerd was en er een mogelijkheid was om je dierbare naar huis te laten komen.
Een emotionele gebeurtenis waar ik sterk van onder de indruk was.
Het opgraven van mijn vriend was heel bijzonder en werd met zoveel respect en eerbied gedaan.
Zijn vader was erbij en wat had deze man het moeilijk.
Er stonden zoveel Engelen om het graf heen en ook rondom zijn vader.
Ze ondersteunden hem en fluisterden woorden van moed en kracht in zijn oor.
Mijn vriend leeft niet zoals ik in deze sfeer. Nee, hij heeft het licht gezien en werd door de Engelen meegenomen, maar hij stond nu naast me.
Hij keek me dankbaar aan en zei: “Ik zal vaak bij je zijn, Terry”, en ik keek naar zijn lichaam dat uit de grond gehaald werd en in een andere kist werd overgedragen.
De reis was lang en voordat we goed en wel in het vliegtuig zaten, waren er al enkele dagen verstreken.
Ik kon me heel snel verplaatsen, maar deed het niet. Ik wilde meemaken wat zijn vader meemaakte en ik zag natuurlijk veel meer.
We stegen op en het vliegtuig zat vol met Engelen. Er waren meerdere lichamen die naar ons vaderland werden teruggevlogen en het voelde alsof deze reis geleid werd.
De zon scheen en de wolken onder ons waren wit van kleur.
Iedereen was in een serene stemming.
De piloten waren dankbaar dat ze deze missie mochten uitvoeren.
Er vlogen Engelen met het vliegtuig mee om het te beschermen en de reis zo voorspoedig mogelijk te laten verlopen.
Het voelde hemels voor mij, want zó moest het ook voelen wanneer ik naar de Hemel zou gaan.
Nadat ik dat gedacht had, keek een Engel mij glimlachend aan.
Hij zei: “Observeer zoveel mogelijk vanuit deze sfeer, mijn kind. Het is belangrijk.
Veel mensen zijn bang voor deze sfeer, omdat ze niet gelijk naar het licht kunnen, maar het tegendeel is waar.
Waar jij nu bent, is een sfeer waar je nog op mag ruimen wat je met je mee hebt gebracht.
In deze sfeer mag je mooie momenten overzien, maar ook zware lasten onderzoeken.
Voordat je naar het licht gaat, mag je ziel inzien wat het nog mag loslaten.
Dat is een zegen, mijn jongen, zie het niet als een last.
Vele zielen die in deze sfeer vertoeven, weten dat niet. Ze proberen aandacht te vragen aan de levenden, maar ze krijgen geen gehoor.
Net als de mens moet je naar jezelf kijken waar mogelijkheden liggen, waar je dingen los van mag laten, door middel van zelfonderzoek.
Je lasten op iemand anders projecteren is niet de juiste weg.
Dus observeer, kijk naar wat bepaalde momenten met je doen en je ziel zal geheeld worden voordat zij door het licht wordt opgenomen.
Naast dat je je eigen ziel reinigt van zwaar trauma, mag je tegelijkertijd andere mannen helpen en begeleiden in hun pijn.
Praat met hen, laat ze hun verhaal doen. Leer van elkaar en je zult zien dat alles veel sneller gaat.”
Ik knikte. Toch was ik ergens teleurgesteld dat het licht nog lang op zich liet wachten, maar tegelijk waren de woorden van de Engel zo wijs dat ik deze onvrede in mijzelf ging onderzoeken.
Ik vroeg mezelf dus af waarom ik zo graag naar het licht wilde.
Hier was nog zoveel te zien en ik kon overal heen reizen.
Ik was niet afhankelijk van een boot of vliegtuig. Nee, ik hoefde er maar aan te denken en ik was er al.
Wat een enorme vrijheid gaf me dat en ik kon eigenlijk niet wachten totdat ik weer terug was bij de mannen op het kerkhof.
De landing werd ingezet en de piloten namen contact op met de verkeerstoren.
Nadat we geland waren, werden de stoffelijke overschotten uitgeladen.
Iedere kist droeg een Amerikaanse vlag en wij en de Engelen liepen achter de kist aan.
De kisten werden gedragen door mannen die net als wij in de oorlog hadden gediend. Sommige Engelen hielpen mee om de kist te dragen.
Er hing een serene sfeer en deze werd echt gedragen door het licht vanuit de Hemel.
Je voelde de energie van onvoorwaardelijke liefde om ons heen en het voelde alsof we heel even de Hemel mochten voelen.
De eerste keer dat ik meeging met zo’n reis zal ik nooit meer vergeten.
Op het kerkhof was een militair afscheid. Ik stond naast mijn vriend die naar zijn eigen laatste rustplaats keek.
Het overschot was stoffelijk en hij was niet meer verbonden met zijn lichaam zoals wij.
Wij waren nog steeds verbonden met ons lichaam, omdat onze ziel nog hier op aarde rondzwierf.
Wij konden pas los van ons stoffelijk lichaam komen wanneer het licht en een Engel ons kwamen halen.
Pas dan was de verbinding verbroken en mochten we naar huis.
Na de ceremonie ben ik naar mijn vrouw en kind gegaan. Ik breng hen vaker een bezoekje en ook mijn ouders.
Het is verschrikkelijk hen te zien lijden, maar uiteindelijk werd de drang om naar mijn eigen lichaam terug te keren sterker en ging ik terug.
Op het kerkhof waren ze nog steeds bezig.
Wij als mannen liepen langs de graven en lazen de namen die op de kruizen stonden geschreven.
Wat een werk hadden ze verricht en het voelde goed dat ze ons niet waren vergeten.
Ook de namen van de jongens die niet meer teruggevonden zijn, hadden inmiddels een plek gekregen.
Velen kende ik vanuit mijn opleiding en ik probeerde erachter te komen waar ze waren.
Wij als mannen spraken onderling veel met elkaar.
Elk van ons is teruggegaan naar de plek waar hij is neergeschoten, in de hoop nog mannen te kunnen vinden die bij hun lichaam zaten.
Mannen die nog niet gevonden waren en moederziel alleen rondzwierven en niet goed wisten waar ze nu waren.
Heel veel mannen hebben we naar het kerkhof weten te halen, maar telkens gingen ze weer terug naar hun lichaam of wat er nog van over was.
Later hebben we geprobeerd met de levenden in contact te komen om hen te laten weten waar nog een lichaam lag, maar vaak was dat tevergeefs.
De mannen die waren verdronken stonden langs de oevers en tuurden naar de plek waar ze voor het laatst in leven waren geweest.
We hadden één punt waar we allemaal bijeenkwamen en dat was in France, daar waar alles begon.
We konden aan de levenden zien wanneer er weer een jaar voorbij was.
Met zijn allen trokken we naar Normandië en stonden boven op de duinen en keken uit over zee.
Wij herdachten wat er was gebeurd en we zagen de beelden telkens terug.
Het werd als een soort film voor ons afgespeeld en niet alleen wij, de jongens uit de Hemel, waren hier ook.
Met zijn allen herdachten we deze oorlog en keken naar de zee waar de zon in op en onder ging.
Ook waren hier Duitse soldaten. Zij waren net als velen onder ons hier gesneuveld.
Voor velen van hen was er geen speciale plek waar ze begraven lagen. Nee, zij lagen in een groot graf met vele kameraden bij elkaar.
Zij stonden tussen ons in en herdachten net als wij de oorlog.
Zoals al eerder beschreven, hier was geen haat meer, maar we waren allemaal, ook de Duitsers, met dezelfde taak bezig.
En dat was zoveel mogelijk zielen zoeken die nog dwaalden, zodat iedereen in één lichtstraal naar huis kon gaan.
Aardse jaren gingen voorbij en wij hebben de bomen op het kerkhof groter zien groeien. Soms kwam er een sterretje achter een naam in de muur van één van de vermiste soldaten te staan, dat betekende dat hij was gevonden.
We zagen familieleden naar het kerkhof komen en het was telkens een verdrietige gebeurtenis.
Wij gingen nog steeds op zoek naar jongens die zich nog niet bij ons hadden aangesloten. Vaak waren ze te verward door het lange wachten.
Wij namen ze mee en probeerden ze te overtuigen dat hun naam op de muur stond en dat ze hier konden blijven, maar ze gingen telkens terug.
Het geluk was dat ze, naarmate de aardse tijd verstreek, steeds vaker naar ons toekwamen en bleven.
Het had ermee te maken dat ze hun lichaam langzaam aan het loslaten waren, omdat het aan het vergaan was.
Ook ikzelf merkte dat mijn verbinding steeds minder sterk werd en dat de behoefte om bij mijn lichaam te zijn steeds minder werd.
Maar wij waren nu eenmaal bij elkaar en dat bleven we.
Wij waren er altijd bij als er een herdenking was. Dan stonden we achter onze kruizen en salueerden we zodra de mensen het kerkhof op kwamen lopen.
Zulke herdenkingen waren voor ons heel belangrijk, omdat we dan wisten dat onze dood niet voor niets was geweest.
Ook de nieuwe militairen die op missie gingen kwamen langs. Ze konden dan de grootsheid inzien van wat een oorlog teweegbracht.
Het mooiste, en waar we nog altijd dankbaar voor zijn, is dat onze graven voorzien werden van bloemen door mensen die ons niet kenden.
Ze hadden een graf ‘geadopteerd’ en brachten onze graven één keer in een bepaalde tijd een bezoek.
Vaak brachten ze bloemen mee, zodat wij niet vergeten werden.
Wij als mannen keken naar de mensen die langs de graven en over de paden liepen.
Soms zagen we iemand die ons voelde, maar zich meteen afsloot van onze energie, waardoor wij teleurgesteld achterbleven.
Alle militairen hebben zich bij ons aangesloten en alle kerkhoven, zowel die van de Duitsers als die van ons, staan met elkaar in verbinding.
Zo staan er duizenden en duizenden zielen te wachten en nu, na tachtig jaar, zien we eindelijk een kans waardoor we met zijn allen tegelijk de Hemel in mogen lopen
