*** Hemelse Brigade 4. ***

Het was op een winderige herfstdag dat een vrouw samen met haar vriendin het kerkhof binnenliep.

Vroeger, toen ze nog een klein meisje was, hebben we haar al eens gezien, maar toen was ze nog zo jong.

Een Engel stond naast me en zei: “Zij is een belangrijke schakel tussen waar jullie nu zijn en waar jullie straks naartoe gaan.

Ze is nu nog een kind en zal eerst zelf de nodige lessen moeten ervaren om tot bepaalde inzichten te komen.

Ze is al verbonden met jullie. Ergens in haar zit haar zielsopdracht die ervoor zorgt dat ze nu al met de oorlog bezig is. Ze heeft veel gelezen en de diepe pijn herkent ze ergens van, maar ze weet alleen niet waarvan.

Ze hebben beiden een leven geleefd als verpleegster in Frankrijk, maar ze is door ziekte omgekomen. Dit was niet in jullie oorlog, maar in een oorlog hiervoor.”

Nu zag ik haar weer en ik wilde naar haar toe rennen en me aan haar vastklampen, maar de Engelen hielden me tegen.

“Nog even wachten”, zeiden ze. “Binnenkort komt ze terug, maar dan neemt ze iemand mee. Die persoon zal jullie samen met haar de juiste weg wijzen, maar er is eerst nog iets wat ik je moet vertellen. Jullie verhaal moet gehoord worden voordat jullie voorgoed naar de Hemel gaan. Laat hen zien wat er is gebeurd, laat hen voelen wat jij hebt gevoeld en laat ze weten dat deze oorlog nog steeds aan de gang is, maar dan in een andere setting. Alle oorlogen aan de rand van Europa zijn een verlengstuk van wat er uit jullie oorlog is ontstaan.

Deze oorlogen staan op het punt te escaleren en als jullie niet op tijd in de Hemel terug zijn, kunnen jullie niet helpen om het tegen te gaan.

Want de Hemelse Brigade is niet compleet zonder jullie.”

Een militair kwam naast me staan. Hij had net als ik een ‘Purple Heart’ ontvangen voor zijn dienst, maar we hadden er niets aan, omdat het ons leven had gekost.

Hij had ons gesprek opgevangen en vroeg of hij misschien kon helpen.

De Engel had allang ingezien dat hij een heel belangrijke schakel was in deze operatie en vertelde hem dat, zodra de vrouw terugkwam, één van hen met haar mee zou gaan. Jullie zullen het wel begrijpen zodra jullie haar weer zien.

Er gingen maanden voorbij en elke dag keken wij, zodra de hekken opengingen, naar de ingang, maar telkens was zij er niet bij.

We hadden de moed al bijna opgegeven, maar net op het moment dat we het niet meer verwachtten, kwam ze het kerkhof opgelopen.

Naast haar liep haar man en onmiddellijk begrepen wij waarom hij meekwam.

Hijzelf wist het nog niet, maar wij hadden hem gezien.

Dit was onze kans. Hij was de man die een opening had naar huis, naar de Hemel.

Ik had het voortouw genomen en heb hen bij het weggaan gevolgd.

De man bij haar had allang gevoeld dat het kerkhof vol was met soldaten die nog niet door het licht waren opgenomen.

Net als vele anderen wilde hij hier niets mee te maken hebben. Het was te zwaar. Maar ik moest het proberen en ben naast zijn bed gaan staan.

Ik heb hem aangekeken en gesmeekt om mij en de jongens te helpen.

Ik had op dat moment nog geen idee hoe alles in z’n werk zou gaan.

De Engel die vaak bij me was zei dat het allemaal geleid werd. Alles zou op het juiste moment gebeuren en niet alleen deze man, maar ook zijn vrouw had een belangrijke rol in dit alles.

Het was verdrietig om te zien hoe deze man van mij schrok, maar ik kon niet anders.

Ik zag in dat ik hem op een subtielere manier moest benaderen en niet zo in één keer.

Ik heb me in een hoekje schuilgehouden en telkens kleine fragmentjes naar hem toe geworpen.

Hij voelde het wel, maar wilde er nog niets mee doen.

Totdat hij op een dag zijn pen en papier oppakte en mijn naam opschreef.

Dit was het gelukkigste moment dat ik in tijden had beleefd.

Hij had me gevoeld en erkend en hij zocht mijn naam op in de index van het militair kerkhof.

Zijn gezicht sprak boekdelen toen hij mijn naam op het schermpje van zijn telefoon zag staan.

Hij las wie ik was en toen verscheen er een foto van mij in legeruniform.

Eindelijk was het zover. Ik heb toen de jongens opgehaald. Ze stonden naast me en we schreeuwden onze namen.

Het was een gebrul van jewelste, maar door het geschreeuw kon de man onze namen niet van elkaar onderscheiden.

Ik heb meteen ingegrepen en nu mochten we één voor één onze naam zeggen.

Zodra één van ons door hem was gehoord, opgezocht en opgeschreven, was de volgende aan de beurt.

De militair die wilde helpen kwam ook mee en zag in dat dit een lange tijd in beslag zou nemen.

Hij bedacht om groepen te maken en dat één militair één groep onder zich droeg.

Mannen die dezelfde dood hadden beleefd, dezelfde pijn hadden gevoeld, dezelfde inslag van kogels en granaatscherven.

De namen doorgeven was een eerste fase waar deze man mee te maken kreeg.

Het leek eerst nog onschuldig, maar de man voelde degene van wie hij de naam had doorgekregen.

Hij voelde de pijn van de soldaat en op een gegeven moment voelde hij ook waaraan de soldaat was overleden.

Niet lang daarna was de man even die bewuste soldaat en hij voelde zich op één avond wel tien keer sterven.

Hoeveel kracht moest het deze man gekost hebben, maar hij zat zo in ons energieveld en hij wist dat wij nog niet naar het licht waren.

Hij voelde hoeveel soldaten er in hun huiskamer stonden te wachten en de man huilde.

“Hoe moet ik dat doen? Ik kan het niet alleen!”

Zijn vrouw keek vanaf een afstandje en zag hoe haar man aan het lijden was. Wat hij mee moest maken was niet van deze wereld.

Ze zag haar man bij iedere naam in één duiken.

Iedere naam betekende de dood opnieuw ervaren en iedere dood zorgde ervoor dat een ziel naar een bepaalde ruimte ging en van daaruit wachtte op de rest. Was een groep compleet, een compagnie of divisie, dan konden ze met elkaar naar het licht.

Maanden gingen voorbij. Elke week kreeg de man namen door en voelde hij hun dood.

Op een avond was het zo druk in de huiskamer, omdat deze vol stond met militairen die hen gevonden hadden.

De eerste groep zou deze avond compleet zijn en naar het licht gebracht worden. Mijn groep en ik waren zo dankbaar.

Eerst kwamen er nog een aantal namen en de dood werd weer door de man gevoeld.

Maar na een tijdje voelde de man dat er nu soldaten echt naar het licht gebracht mochten worden.

Er kwam een energie in de huiskamer en er ontstond een sfeer van onvoorwaardelijke liefde.

De man en de vrouw zaten naast elkaar en hadden elkaars handen vast. En vanuit het niets werden de mannen opgenomen en meegenomen door het licht de Hemel binnen.

De vrouw had nog geen idee wat haar rol was in deze hele belevenis.

Moest ze hem helpen, moest ze hem alleen maar observeren, of moest ze alles opschrijven?

De vrouw wist het niet en liet het maar aan de energieën over.

Mijn reis naar het licht overtrof mijn stoutste dromen.

Wij mannen zaten in een soort van cloud en we wisten wat er ging gebeuren.

De liefde was bijna ondragelijk voor ons, omdat we deze liefde in onze sfeer niet kenden.

De vrouw stelde zich open en keek naar een beeld dat ze voor haar geestesoog zag verschijnen.

Opeens zag ze ons in uniform op het militair kerkhof staan. We hadden ons netste militaire uniform aan en droegen een witte pet.

Onze onderscheidingen waren duidelijk zichtbaar. Vanachter ons kruis liepen we twee aan twee naar het monument helemaal achteraan op het kerkhof waar de Amerikaanse vlag hing.

Vanachter het monument kwamen we op de vrouw toegelopen.

Op onze linkerschouder droegen we onze eigen kist.

De zon scheen en de mannen lachten en we marcheerden op haar af.

Net voordat we dicht bij haar waren, liepen we naar boven, het licht in.

Het moet een prachtig beeld zijn geweest wat de vrouw hier zag. Dit was mijn reis naar het licht.

Niet veel later zag ze een poort voor haar geestesoog en ze keek opzij. Links van haar zag ze een veld vol duizenden witte rozen.

Alle rozen waren voor de mannen die thuiskwamen. Ze zag de eerste militair via de poort de Hemel binnenwandelen en ze reikte deze soldaat een witte roos aan.

Hij lachte stralend.

Zo waren wij als groep van ruim tweehonderd man de eerste lichting die binnen werd gebracht.

 

En er zullen nog velen volgen.