*** Hemelse Brigade 5. ***

Mijn naam is Robby en ik ben sergeant geweest in de Tweede Wereldoorlog.

Dit jaar is het tachtig aardse jaren geleden dat wij Normandië binnenvielen.

Voor ons in de sferen leek het een eeuwigheid.

Het wachten duurde lang en ik werd daardoor sterk getriggerd.

Ik wilde mijn mannen thuisbrengen, koste wat kost.

De dag dat de man en zijn vrouw het kerkhof opliepen was de mooiste dag sinds lange tijd.

De eerste lichting soldaten was naar de Hemel gegaan en ik en nog veel mannen bleven achter.

We gingen in fases en het ging snel.

Terry was met zijn groep al naar het licht, maar nu nam ik het over.

De man had pijn, heel veel pijn, en de stress van zijn werk en de pijn in zijn lichaam werden sterker en sterker.

Hij had een bepaalde kracht in zich die het uiterste mogelijk kon maken, maar het was een risico voor zijn lichaam.

De kans was groot dat hij, net als vele soldaten, PTSS zou ontwikkelen.

Hij maakte tenslotte vele keren de dood mee.

Mijn mannen en ik wisten dat we snel moesten handelen.

Hoe konden we allemaal naar huis, maar de man zo min mogelijk belasten?

Ik bedacht dat we het ook nu anders moesten doen.

De man was niet in staat om dit nog lang vol te houden.

Ik stond dagelijks met hem in contact en ik gaf hem aanwijzingen.

Hij volgde ze op en ik hield mijn mannen even op afstand.

Zo zijn er weer maanden voorbijgegaan, waarin ik volledig zijn vertrouwen had en ik langzaam mijn mannen aan mij vastzette in mijn energie.

Ik zorgde ervoor dat de cluster niet elders gevormd werd, maar alhier in de sferen.

Op deze manier probeerde ik mijn mannen in één keer over te laten gaan.

Op een avond was het zover.

Mijn mannen hadden zich in de voorbijgaande weken aan hem kenbaar gemaakt.

De namen werden doorgegeven, maar niet hun verhaal en hun dood.

Zo was het voor de man makkelijker en het ging voorspoedig.

Mijn strategie werkte en langzaam gingen we richting het moment van overgaan.

De avond was jong en de man kreeg de beelden te zien.

Hij voelde wel honderd man tegelijk sterven.

Het was een enorme klap, zowel fysiek als geestelijk.

De man was gevangen in onze energie, maar ook in onze cluster.

Het mocht niet zo zijn dat de man met ons mee zou gaan.

Dat was niet de bedoeling!

Ik heb de mannen eerst laten gaan.

De man zag dat ze één voor één vertrokken naar het licht.

Ikzelf bleef achter.

Mijn taak was om ze allemaal thuis te brengen, maar niet ten koste van het leven van deze man die al het werk had gedaan.

Mijn mannen zag ik één voor één in het licht verdwijnen.

Ik had zo met hen mee kunnen gaan, maar ik moest deze man beschermen.

Net nadat de laatste man naar het licht was vertrokken, heb ik me losgemaakt van de cluster.

Ik was niet meer verbonden met de mannen die waren overgegaan.

Ik stond oog in oog met de man.

Hij huilde.

Hij was blij voor de mannen en hij was blij dat ik was gebleven.

Onze band was een vriendschapsband voor eeuwig.

Hij keek me met betraande ogen aan en zag veel eerder wat er ging gebeuren dan ik.

Opeens kwamen de mannen vanuit het licht terug en namen mij mee.

Ik zag nog hoe de man schreeuwde, zich op zijn knieën liet vallen en mijn naam riep.

Maar de jongens namen mij mee.

Ze zeiden: “We laten geen man achter nu wij thuis zijn gekomen.”

In de Hemel werden mij de beelden getoond van de man.

Hij was in een soort van trancestaat en voelde zich alleen.

Hij voelde zich alsof zijn mannen hem hadden achtergelaten.

Een jaar lang is hij met ons meegereisd, heeft hij onze beelden gezien en heeft hij onze dood gevoeld.

Nu was deze groep opeens weg uit zijn leven en was er geen verbinding meer.

Ik moest terug naar hem, ik moest hem helpen!

Ik weet hoe het voelt wanneer je mannen er opeens niet meer zijn en dat je alleen verder moet.

Je voelt je alleen en eenzaam.

Dan wil je maar één ding en dat is zo snel mogelijk weer samen zijn als één groep.

De man doolde en droeg nog steeds onze pijn, ons verdriet en onze dood in zich.

Dit moest ik herstellen en hem langzaam terugbrengen naar zijn eigen leven dat hij hiervoor leefde.

De blijdschap was groot toen hij me weer voelde en zag en ik was voor een tijdje zijn gids.

Ik zag in dat ik tijdens mijn dood drie keer herbegraven ben en dat de man nu al twee keer mijn dood had gevoeld en met mijn dood verbonden was.

De eerste keer was toen hij mijn naam in zijn geest zag en hij mijn dood voelde die ik beleefd had.

De tweede dood die hij voelde was het moment dat de jongens mij ophaalden en ik bij hem wegging.

Nu leefde hij in mijn derde dood.

Ik heb om hulp gevraagd.

Dit was veel groter dan mijzelf en ik kon dit vanuit de sferen niet alleen.

Ik kreeg hulp, heel veel hulp.

Vanuit de sferen kwamen Engelen en alles werd geleid door een Heilige.

Hij had het overzicht en vertelde mij precies wanneer ik iets wel en niet moest doen.

Langzaam kwam de man in een andere staat.

Hij wist dat deze periode tot een einde kwam en hij verlangde hiernaar.

Hij was eerst nog in een overlevingsstand en hij vocht met ons mee, maar nu zat hij in een overgave waarbij hij alles mocht loslaten.

Ik hielp hem hiermee zo goed als ik kon.

Ik gaf hem tekens, en ik niet alleen.

De verbindingen met zijn vader en zijn opa werden gelegd.

De Tweede Wereldoorlog zat ook in hem en liep in één lijn door naar deze man.

Tachtig jaar oorlog mocht in het DNA nu losgelaten worden en was ingezien.

De Heilige die alles leidde was heel belangrijk in de sferen.

Hij stuurde niet alleen de man, maar ook zijn vrouw een bepaalde richting op.

Samen waren ze tenslotte dit traject ingegaan.

 

Hij ervaarde alles en zij schreef het vanuit liefde de Hemel in.