*** Hoofdstuk 1. ***

Mijn zuster, het pijnlichaam

 

Moeder zuchtte nog eens. Ze had het volbracht.

Een prachtig meisje lag in haar armen.

Ze glunderde en was zo trots op haar mooie meisje. Ze was zo lief en nog zo puur.

Vader kwam de kamer binnen en keek vertederd naar zijn vrouw en hun prachtige dochter.

"Lieverd, ik heb een verrassing voor onze kleine meid.

Ik heb een kast met laatjes voor haar gemaakt."

Moeder keek vader vragend aan. "Waarom een kast, mijn lieverd?"

Vader keek naar zijn pasgeboren dochter.

"Mocht ze eens nare en vervelende ervaringen in het leven meemaken, dan kan ze die in de laatjes leggen. Mocht ze verdrietig zijn in haar leven, dan kan ze dat verdriet in dit kastje leggen en weer gelukkig zijn."

Moeder begreep wat hij bedoelde en hoopte dat haar dochter dit kastje zo min mogelijk hoefde te gebruiken.

Het baby'tje dat net geboren was, lag tegen haar moeder aan.

Ze huilde, omdat ze zo'n honger had.

Moeder wachtte nog heel even; het was namelijk nog iets te vroeg voor een volgende voeding.

De baby huilde nu harder en gilde het haast uit.

Op datzelfde moment was het alsof zij zichzelf zag. Er was nog een baby geboren en deze leek sprekend op haar.

Ze stopte met huilen, maar het andere baby'tje huilde wel door. Ze hield pas op met huilen op het moment dat moeder haar te eten gaf.

Samen groeiden ze op en het ladekastje dat vader had gemaakt, raakte al behoorlijk vol.

Het meisje keek vaak naar haar evenbeeld.

Haar zusje was vaak verdrietig en huilde veel.

En als ze haar zin niet kreeg, ging ze op de grond liggen en maaide dan met haar armen en benen heen en weer.

Net zolang totdat ze kreeg wat ze zo graag wilde.

Het meisje keek haar zusje vaak verbaasd aan.

Ze waren ook zo anders; zij was zo lief, zo sereen. Eigenlijk had ze niets nodig.

Ze was ook zo puur in haar ziel.

Maar haar zusje maakte van alles mee.

Het leek wel alsof ze steeds in de val liep van het verdriet.

Ze voelde zich alleen en niet begrepen.

Ze werd vaak boos en voelde zich niet gezien.

Ze huilde vaak, omdat niemand echt van haar hield en de pijn in haar zich opstapelde. Het kastje van vader puilde uit.

Ze had zelfs op de lades van het kastje stickertjes geplakt.

In de ene lade zat al haar woede en in een andere lade zaten alle momenten van jaloezie.

Haar verdriet had meerdere lades nodig en elke keer wanneer ze weer eens verdrietig was, schreef ze het op een stuk papier en stopte dit in één van de lades van het kastje.

De twee kinderen werden groot. Nog steeds was het ene meisje puur als liefde en haar zusje vol woede en verdriet.

Langzaamaan begon het boze zusje het meisje aan te vallen.

"Waarom moet ik alle klappen opvangen?! Waarom ik?!"

Ze was zo boos. Ze wilde net als het meisje zijn, dat zo mooi en puur liefde was.

Maar ze wist niet hoe.

Op een dag begon ze het meisje te pesten.

Ze was jaloers en wilde haar steeds meer pijn doen.

Maar wat ze ook probeerde, het lukte haar niet.

Ze liep weg bij het meisje en stond nu alleen in deze donkere wereld van zichzelf.

Het ladekastje van vader zat vol en er kon niets meer bij.

Overal in haar kamertje lagen stukjes papier op de grond, met daarop nare ervaringen geschreven.

En er kwamen elke dag meer en meer nare ervaringen en gedachten bij.

Ze werd depressief. Ze zag filmpjes aan zich voorbijgaan over de conflicten die ze met anderen had.

Ze voerde gesprekken met zichzelf over hoe ze het anders had moeten doen of zeggen.

En ze herhaalde iedere nare situatie waar ze geen controle over had telkens maar weer opnieuw.

Ze kreeg het gevoel dat de hele wereld tegen haar was.

Ze voelde zich nog meer alleen. Ze was bang en zag geen uitweg meer.

Alles was zwart om haar heen en ze viel op haar knieën.

"Help me! Help me alsjeblieft!"

Langzaam kwam het meisje achter haar tevoorschijn en hielp haar overeind.

Ze liepen samen naar de ladekast en openden alle laatjes.

Ze legden alle verdrietige momenten bij elkaar.

Ze legden alle momenten van jaloezie bij elkaar.

Ze legden alle momenten van woede bij elkaar.

Ze legden alle momenten waarop ze zich niet begrepen voelde bij elkaar.

En ze legden alle vreugdevolle momenten bij elkaar.

Het meisje liet haar zusje inzien dat alle verdrietige momenten in haar leven teruggingen naar dat ene moment.

Het moment waarop ze honger had en graag wilde eten, maar moeder daar nog heel even mee wilde wachten.

Het meisje liet haar zusje inzien dat alle momenten van jaloezie uit dat ene moment waren ontstaan.

Het moment waarop het meisje rustig bleef en afwachtte en zij niet.

Zij had deze afwachtende controle niet in zich. Nee, zij wilde zich uiten.

Het meisje liet haar ook inzien dat vanaf dat ene moment woede en eenzaamheid waren ontstaan, het gevoel niet begrepen te worden. Zelfs vreugde zat erin.

Al deze emoties zijn uit dit ene moment geboren.

Elke keer wanneer er iets naars gebeurt, komt de pijn van die allereerste ervaring naar boven, maar ook van al die nare ervaringen die daarna kwamen.

En zo blijf je gevangen in de emoties van je eigen pijn.

"Maar wat kan ik daaraan doen?" vroeg het zusje.

Het meisje lachte. "Wie wil je zijn? Wij zijn één.

Jij bent mijn pijnlichaam en ik sta als zuivere ziel achter je.

Jij hebt mijn pijn opgevangen en nu gaan we het omdraaien.

Nu zorg ik voor jou. Wie willen we zijn? Willen we pijn of willen we liefde?"

Haar zusje stribbelde nog even tegen.

"Kijk, daar is het weer.

Ik weet het, je wilt graag de controle houden, omdat je bang bent. Maar je zult je aan mij moeten overgeven en alle controle moeten loslaten als je één met mij wilt worden."

"Het spijt me," zei het zusje zacht.

"Ook deze emotie van: 'Ik ben niet goed genoeg', wil weer op een slimme manier terrein terugwinnen."

"Maar ik doe toch niets fout? Ik wil alleen maar liefde!"

"Wil je graag liefde?" vroeg het meisje opnieuw aan haar zusje.

"Ja, ik wil alleen maar liefde!

Ik wil dat iedereen van mij houdt!

Ik wil vrienden!

Ik wil geld!

Ik wil dat iedereen ziet dat ik liefde ben!

Ik wil de beste zijn!

Ik wil... Ik wil..."

Het zusje ging op de grond liggen en werd boos.

"IK WIL! IK WIL!"

Het meisje pakte haar zusje op, legde haar in bed en vroeg haar te gaan slapen.

"Nu laat je alles los. Ik neem ons leven over.

Zodra je weer wilt opstaan, zal ik je weer naar bed brengen en je in slaap zingen.

Jij hebt gezegd dat je liefde wilt zijn. Dan moet jij de controle opgeven en die aan mij geven. Is dat wat je wilt?"

Maar haar zusje was al van vermoeidheid in slaap gevallen.

Het meisje leefde vanaf dat moment in liefde.

En zodra haar zuster wakker werd en de controle weer wilde overnemen, bracht zij haar met liefde weer naar bed en liet haar heerlijk slapen.

 

***

 

Zoals u hierboven hebt kunnen lezen, begint de pijn al in de eerste weken van uw leven.

Deze pijn die u als kind ervaart, ligt in het geheugen opgeslagen.

De vele levens die wij als mens hebben geleefd en de lessen die geleerd mogen worden, hebben wij meegenomen naar dit nieuwe leven.

Het kindje in het verhaal is aangesloten op het collectieve pijnlichaam van deze wereld en op het pijnlichaam van zijn of haar ouders.

Onbewust voelt het kindje de zwaarte, het negatieve, en handelt daarnaar.

Het kindje laat door middel van het huilen zien dat het graag die aandacht wil.

Het wil zo graag gezien en gehoord worden en geliefd worden door zijn of haar ouders.

Maar wat als het kindje het gevoel krijgt dat het die liefde en aandacht niet krijgt?

Of later, als het wat groter is, op school wordt gepest omdat het niet goed mee kan komen?

Of als hij of zij ergens heel erg goed in is en graag de beste hierin wil blijven, maar dat hem of haar niet meer lukt?

Dan zien we dat er twee soorten kinderen ontstaan.

De één doet een stap naar achteren en doet zich voor als slachtoffer.

Het zal verlegen worden, angstig zijn, veel huilen en een teruggetrokken leven leiden.

De ander doet een stap naar voren en zal veel meer op de voorgrond treden.

Een kind dat alle aandacht opeist en de leukste en stoerste wil zijn.

Hoe meer zij zichzelf terugtrekken of luidruchtig zijn, des te meer pijn zij hebben.

We doen dit allemaal, omdat de achterliggende angst dit aanstuurt, en dat aansturen gebeurt door het ego.

Het ego wil namelijk overleven en doet er alles aan om gezien te worden.

Zo ontstaan jaloezie, boosheid en wraak.

Het pijnlichaam is volledig geactiveerd en zal nu alleen nog maar groter willen worden, totdat het gezien is en bewust losgelaten mag worden.

Maar dat is een hele stap en zal, net als bij een ui, laagje voor laagje afgepeld moeten worden.

 

Het pijnlichaam bestaat uit uw emoties en uit uw denken.

Als u het pijnlichaam nu eens ziet als een bibliotheek vol met boeken, met daarin verhalen die over verschillende emoties gaan.

Het zijn dikke boeken vol met pijn, angst, haat, leugens, wrok, pesten, schelden, vernedering, manipulatie, jaloezie en het verlies van dierbaren.

Maar er zijn ook boeken vol met mooie emoties, zoals verliefd zijn, het krijgen van een kind, trouwen, winnen, enzovoort.

Maar iedere emotie, goed of minder goed, is dualistisch en er zit altijd angst achter verscholen.

Nu hoor ik u denken: "Maar hoe kan het krijgen van een kind of trouwen nu een achterliggende angst in zich hebben?"

Het krijgen van een kind is iets prachtigs, maar tijdens de zwangerschap zit er altijd angst aan vast. Is het kindje wel gezond? Ben ik wel een goede vader of moeder? Zal de bevalling wel normaal verlopen? Zal de bevalling pijn doen? Komen er geen complicaties? En zo kan ik nog wel even doorgaan.

Trouwen, één van de mooiste dagen in uw leven, brengt ook angsten met zich mee. Hoelang blijven we bij elkaar? Zal hij of zij niet vreemdgaan? Stel dat het 'houden van' overgaat of dat hij eerder doodgaat dan ik?

Winnen is het tegenovergestelde van verliezen, onderaan staan, dom zijn of niet goed genoeg zijn. Het denken en de emoties van het pijnlichaam zijn altijd dualistisch. Ze vullen elkaar heel goed aan.

Er gebeurt iets naars.

U hebt heel hard gewerkt, overuren gedraaid en alles gegeven om het werk dat uw baas u had opgedragen, op tijd af te krijgen.

U bent moe en u wilt alleen nog maar slapen.

Maar dan zegt uw baas opeens dat u uw werk niet goed hebt uitgevoerd en ontslaat hij u.

Wat gebeurt er dan met u?

Zie die bibliotheek vol met boeken voor u en stel u voor dat er een boek met de titel 'Niet goed genoeg zijn' naar voren schuift.

Zo ook het boek over boosheid, het boek over teleurstelling, angst, geen geld, rekeningen, schaamte, onbegrip, enzovoort.

U pakt de hele stapel op en gaat ze lezen.

U leest niet alleen over wat u nu is overkomen, maar ook over gebeurtenissen die in het verleden hebben plaatsgevonden.

U wordt gevoed met negatieve emoties uit het verleden en uw boosheid over hetgeen u is overkomen, wordt steeds erger.

U wordt depressief, een burn-out ligt op de loer en de negatieve spiraal van al die opkomende emoties blijft maar door uw hoofd spoken.

U kunt er niet meer van loskomen.

 

Het pijnlichaam heeft u volledig in zijn macht met zijn emoties en gedachten, en langzaam wordt u ziek.