Ben ik dom?
Een klein meisje zat op een bankje in het park.
Haar kleine beentjes kwamen net niet bij de grond.
Ze bewoog haar beentjes snel heen en weer.
Ze had niet in de gaten dat ze dit deed.
Haar gedachten waren ver weg. Ze dacht aan school en aan de meester die zo boos op haar was geworden. Hij had tegen haar geschreeuwd en gezegd dat ze dom was en niets kon. Haar broer en zusje wisten hiervan en pestten haar nu ook.
Vanmiddag moest ze in het Drents hardop lezen uit een oud geschiedenisboekje. Ze probeerde het wel, maar de woorden kwamen niet goed uit haar mond. Alle kinderen lachten en de meester was niet eens boos geworden op hen.
Nee, hij lachte net zo hard mee.
Nu zat ze daar alleen in het park.
Ze durfde niet meer naar school en durfde niet meer naar huis.
Bang om nog meer gepest te worden.
Nu was ze groot, een volwassen vrouw, en zat op het bankje onder de boom.
Haar grootste hobby was het schrijven van verhalen, maar ze was erachter gekomen dat ze dyslectisch was.
Een woord waar nog niemand van had gehoord toen ze klein was.
Destijds zeiden de leerkrachten gewoon dat je dom was.
De vrouw op het bankje onder de boom had nog steeds dat gevoel van vroeger. Nog steeds had ze faalangst.
Nog steeds was ze bang dat mensen haar dom vonden. Nog steeds liep ze met deze zware last rond.
De vrouw onder de boom overdacht haar probleem.
Ze dacht en ze dacht, maar vond geen oplossing.
Totdat ze de wijze woorden van haar ziel hoorde: "Er is geen probleem, zolang jij er geen probleem van maakt."
Het was alsof de zon opeens nog feller ging schijnen, de vogels nog harder gingen fluiten en de wind haar met zijn vlagen nog intenser streelde.
"Nee!" zei de vrouw en stond op. "Er is geen probleem, zolang ik er geen probleem van maak."
Ze liep naar een rozenstruik, bukte zich en rook de geur van een nieuwe wereld, een wereld zonder problemen.
***
Door niet mee te gaan in het denken en niet de boeken te gaan lezen die vol zitten met oude emoties, kunnen we loskomen van ons pijnlichaam.
Het zal altijd aanwezig zijn, maar u hoeft er niets mee te doen.
Het pijnlichaam bestaat dus uit emoties en het denken.
Zodra er iets gebeurt in uw leven, reageert het pijnlichaam daar direct op.
Het herkent de emoties en het denken wil hier onmiddellijk op reageren.
We hebben al gemerkt dat het denken een heel krachtig instrument is dat wij bezitten.
Met ons denken kunnen we manifesteren.
Ons denken is aangesloten op het collectief van deze wereld en is dus een krachtig veld.
We hebben zojuist ingezien dat wij met ons denken onszelf ziek kunnen maken.
We kunnen met ons denken onszelf depressief maken en onszelf ervan overtuigen dat we dom zijn.
Wij als mens kunnen onszelf zo ontzettend naar beneden halen, waardoor we echt gaan denken dat we dat ook zijn.
Oorlogen ontstaan omdat veel mensen hetzelfde denken.
Ze willen voor zichzelf opkomen en de ander, van wie ze denken dat die hen wil manipuleren, een lesje leren.
De tegenpartij voelt zich aangevallen en gaat daarop in, en zo ontstaat oorlog.
Nu gaan we een stapje verder.
Nu zult u misschien denken: "Als we nu eens met de hele mensheid liefdevol zouden denken, zou de wereld dan niet veel mooier zijn?"
Een mooie gedachte, maar het denken is en blijft dualistisch. Wat is nu echte liefde?
Denken dat u liefde bent, bestaat niet. Liefde zit niet in het denken. Liefde kunt u pas vinden als het denken stopt.
Wij kunnen als mens ons denken onder controle houden door het te observeren en het tot stilstand te brengen.
De oefeningen die eerder in dit boek zijn beschreven, kunnen u daarbij helpen.
Maar wie in u kan het denken stil laten zijn?
Wie in u zegt: "En nu is het genoeg. Ik wil geen emoties meer, ik wil rust in mijn hoofd!"
Wie zegt dit? Wie corrigeert het denken telkens door 'STOP' te zeggen als het denken u weer wil meeslepen in allerlei emoties?
Wie is dat?
Zijn we soms met zijn tweeën?
Als ik 'ik' zeg, is er dan ook nog een ander?
