Het denken, een stukje geschiedenis
Het denken kan heel erg handig zijn, bijvoorbeeld als u moet autorijden of als u iets wilt opzoeken wat u niet weet.
Maar het denken is groter geworden door samen te werken met het pijnlichaam en dat noemen we dan weer het ego.
Wij mensen hebben door de vele levens ontzettend veel mee moeten maken.
We waren een zeer onbewust volkje en opeens was daar een verandering in de geschiedenis, waardoor wij rechtop gingen lopen.
Als u teruggaat in de geschiedenis, zult u meer van dit soort veranderingen zien.
Maar wat ik ermee wil zeggen, is dat we al heel erg lang op deze mooie Aarde mogen leven.
Na het overlijden gaan we terug naar het Hiernamaals en keert een deel van onze ziel uiteindelijk weer terug naar de Aarde.
Zoals ik al eerder heb aangegeven, zitten we op een soort school en alles wat u hier mag en kunt leren, gaat over dualiteit en balans.
Bent u in balans en gaat uw leven u voor de wind, dan hebt u een heerlijk leven, maar bent u in conflict met uzelf (onbalans) of met de wereld om u heen, dan leeft u in een wereld die bestaat uit dualiteit.
Dualiteit is nodig om uw balans terug te kunnen vinden.
Maar ik loop op de zaken vooruit.
We gaan even terug naar school.
U kunt niet direct in groep acht beginnen.
Nee, net als in het leven hier op Aarde moet u onderaan beginnen. U komt hier op Aarde aan met een hele grote groep zielen.
U hebt afspraken gemaakt dat u elkaar in het aardse leven weer zult terugzien.
Eigenlijk hebt u alles al vastgelegd voordat u naar de Aarde ging.
Het ligt in uw ziel besloten.
Maar eenmaal op Aarde hebt u niet meer hetzelfde bewustzijn als in het Hiernamaals en moet u dat allemaal weer terug zien te vinden.
De dualiteit die hier op Aarde geleerd mag worden, of mooier gezegd: de verschillende tegenstellingen, maakt het er allemaal niet gemakkelijker op.
Wat we in het Hiernamaals niet hebben en op Aarde wel, zijn verschillende lichamen.
Er zijn er vele, maar waar wij in dit leven vooral mee te maken hebben, zijn het fysieke lichaam, het pijnlichaam en het astrale lichaam.
Daaromheen bevinden zich nog veel meer lichamen, maar daar ga ik nu niet verder op in, anders wordt het misschien wel erg ingewikkeld.
Het fysieke lichaam is het lichaam waarin onze ziel leeft. Het is verbonden met het astrale lichaam en zal na het overlijden teruggaan naar het Hiernamaals.
Het fysieke lichaam is ons beschermlichaam, onze tempel.
En met ons astrale lichaam reizen we in onze dromen en gaan we naar de Hemel.
Zolang het koord tussen het fysieke en het astrale lichaam niet breekt, blijft u op Aarde. Zodra het wordt verbroken, zal het fysieke lichaam als een omhulsel worden achtergelaten en zal het astrale lichaam terugkeren naar het Hiernamaals.
Wij als ziel willen alles leren over tegenstellingen.
We willen leren hoe het is om man of vrouw te zijn.
We willen weten wat oorlog en vrede is en we willen armoede en rijkdom ervaren.
We willen ervaren wat liefde en haat is. We willen op verschillende continenten en in verschillende landen wonen.
We willen echt alles meemaken wat u hier op Aarde kunt leren.
In het Hiernamaals lijkt dit allemaal heel leuk, want als ziel wilt u groeien en dichter bij het hoogste licht komen dat in het Hiernamaals aanwezig is. Daarom komen wij met zijn allen naar de Aarde.
We vechten, we vrijen, we krijgen kinderen. We hebben macht over anderen of zijn juist onderdanig.
We moorden en worden vermoord, we pesten en worden gepest. We gaan dood en komen weer terug.
De Akasha Kronieken slaan alles op.
De Akasha Kronieken zijn een soort bibliotheek waarin alle informatie van iedere ziel ligt opgeslagen.
Iedere gebeurtenis in uw leven, iedere daad, ieder woord, ieder gevoel, iedere emotie, intentie en beweegreden wordt bewaard.
En in een volgend leven mogen we er weer even in kijken: wat hebt u wel en niet geleerd? Wat kunt u oplossen en wat nog niet? Daarna gaat een deel van uw ziel weer terug naar de Aarde en leeft opnieuw in een wereld van tegenstellingen.
Ik zei het zojuist al: vanuit het Hiernamaals is het gewoon een reis vol ervaringen.
Als we naar het Hiernamaals gaan, blijven de fysieke emoties achter.
Het Hiernamaals is eigenlijk ons thuis en we gaan af en toe op reis naar de Aarde om te ervaren.
Maar zodra we hier op Aarde terug zijn, zijn we afgescheiden van ons thuis.
Het lijkt wel alsof we aan ons lot worden overgelaten.
Ergens diep vanbinnen hebben we een gevoel van eenzaamheid. We missen de liefdevolle sferen waar we vandaan komen en gaan op zoek.
Maar die is hier op Aarde nergens volledig te vinden, omdat er te veel tegenstellingen zijn waarin we gevangen zitten.
U kunt de Hemel op Aarde alleen vinden wanneer u zich ontdoet van alle pijn en tegenstellingen op alle lagen in uzelf en wanneer alle verschillende lichamen die u omringen weer in balans zijn.
Pas dan bent u klaar. Dan mag u naar huis en hoeft u niet meer terug te keren naar deze wereld.
Maar wij ervaren het allemaal heel anders.
Wij beleven alles als echt.
Het pijnlichaam dat wij bij ons dragen, vangt alles op en samen met het denken gaat het een heel ander leven leiden.
Zonder het denken en het pijnlichaam leren we dus niets.
Wij leren de emoties die verbonden zijn aan dualiteit niet, we leren de lessen die daarin verweven zitten niet en we gaan niet met onze pijn door de verschillende lagen heen.
En dat is juist wat de ziel graag wil ervaren. Zij wil alles ervaren om het uiteindelijk weer los te kunnen laten.
Tas vol verleden
Daar zat ze dan.
Krom van het dragen van haar tas.
Haar rug gebogen, haar handen verkrampt, haar schoenen versleten.
Daar zat ze, starend voor zich uit op het bankje.
Haar tas, die ze achter zich aan had gesleept, had een diep spoor op het zandpad achtergelaten.
De schemer viel over het landschap.
De maan was nieuw en een vogel zong zijn laatste lied.
De vrouw rommelde wat in haar tas en haalde een zaklantaarn tevoorschijn.
Ze knipte hem aan en scheen met het licht in haar volle tas.
Eén voor één haalde ze er een doosje uit en zette het naast zich op het bankje.
In het eerste doosje dat ze uit haar tas haalde, zat al haar woede.
In het tweede doosje zat jaloezie.
In het derde doosje zaten al haar leugens.
Het vierde doosje was gevuld met angst.
In het vijfde doosje zat hoogmoed en in het zesde haat.
Het laatste, het zevende doosje, zat vol met haar verdriet.
De vrouw had alle doosjes naast zich op het bankje gezet en overzag haar leven.
"Alle nare momenten die ik heb meegemaakt, zitten in deze doosjes.
Er kan niets meer bij. De tas is te zwaar geworden.
Ik zal iets weg moeten doen, maar welk doosje?"
Eén voor één hield ze de doosjes vast.
Het waren de nare herinneringen uit haar verleden.
Herinneringen die haar hadden gemaakt tot wie ze nu was.
Maar ze moest ze nu echt gaan bekijken, anders kon ze niet verder.
Ze pakte het eerste doosje. Met grote letters stond daar 'WOEDE' op.
Ze opende het dekseltje en keek erin.
Ze zag een groot zwart gat.
Een gat dat zo groot was dat je erin kon verdwalen.
Snel deed ze het dekseltje weer op het doosje.
Ze was geschrokken.
Al die jaren had ze alles waarop ze kwaad was geweest in dit doosje gestopt.
Maar nu was alles weg!
Waar was haar woede gebleven?
Ze pakte het tweede doosje.
Daar stond met grote letters 'JALOEZIE' op geschreven.
Voorzichtig haalde ze het dekseltje van het doosje, boog zich voorover en keek.
Ook in dit doosje bevond zich een groot zwart gat.
Er was niets meer van haar jaloezie te bekennen.
Ook bij de andere doosjes haalde ze het dekseltje eraf.
Ook daarin was niets meer te zien.
Alle zeven doosjes waren leeg.
Alles was donker, er was niets.
Hoe kon dit gebeuren?
Ze had toch haar hele leven met die zware tas gesjouwd?
Ze kon niet meer verder lopen, omdat haar tas te zwaar was geworden.
Hoe kon ze dit nu verklaren?
Ze leunde achterover en keek nog eens opzij naar haar zeven doosjes.
Opeens moest de vrouw heel hard lachen.
Ze stond op en pakte één voor één de doosjes nog eens op.
"Er zit helemaal niets in. Het verleden is weg!
Ik heb al die jaren de lasten uit het verleden achter mij aan gesjouwd, terwijl er helemaal geen verleden in zit.
Wij denken dat er een verleden is, maar dat zit allemaal in ons hoofd."
De vrouw ging weer op het bankje zitten en keek opnieuw naar de doosjes.
Ze glimlachte.
Een gevoel van vrijheid en geluk overspoelde haar.
Ze was opeens zo gelukkig.
De vrouw stond op van het bankje.
Ze pakte alle zeven doosjes en gooide ze in de prullenbak die naast het bankje stond.
"Dag verleden," zei ze lachend, "ik heb je niet meer nodig!"
Ze scheen met haar zaklantaarn op het zandweggetje en zag dat ze op een kruising was uitgekomen.
Ze volgde het licht waar het naartoe scheen en sloeg haar nieuwe weg in.
Zonder bagage. Zonder nare herinneringen.
Ze huppelde van geluk.
De zon kwam langzaam op aan de horizon en de eerste vogel floot zijn lied.
***
En dit is de reden waarom we met zijn allen nog vastzitten.
De één wat meer dan de ander, maar vastzitten doen we allemaal.
Door u hiervan bewust te worden en uw leven te onderzoeken, kunt u zich bewuster worden van wie u werkelijk bent: een prachtige ziel die wil ervaren.
Maar hoe zit het dan met het feit dat u opeens niet meer met iedereen overweg kunt?
U bent al begonnen met uzelf te onderzoeken, u wordt zich steeds meer bewust van uzelf en dan passen bepaalde mensen opeens niet meer bij u.
Er ontstaat een conflict en ieder gaat zijn eigen weg.
Soms doen we nog een poging om nader tot elkaar te komen, maar het leidt tot niets.
Het lijkt wel alsof we van elkaar vervreemden.
Maar daarvoor neem ik u weer mee terug naar een stukje geschiedenis in onszelf.
Wij als zielen komen niet allemaal tegelijk hier op Aarde.
Eerst gaat er een grote groep, daarna nog één en dat gaat maar door.
De ene ziel heeft veel meer levens hier op Aarde geleefd dan de andere.
Denk maar aan die school waar ik telkens op terugkom.
De één zit nog in groep drie en de ander is overgegaan naar groep vijf.
U leert dan niet meer hetzelfde als het kindje in groep drie.
U hebt dat al geleerd, maar u wilt nog wel met dat kindje uit groep drie spelen.
Maar dat kindje speelt andere spelletjes dan de spelletjes die u speelt.
U vindt de spelletjes die het kindje uit groep drie speelt kinderachtig en het kindje uit groep drie vindt uw spelletjes te moeilijk.
Zo gaat het dus ook als u uzelf gaat leren kennen.
U bent bezig met uw eigen bewustwordingsproces en het wordt u duidelijk welk spelletje u altijd hebt gespeeld.
Komt u erachter dat u zichzelf vaak hebt weggegeven en anderen hun zin hebt gegeven?
Dan stopt u daarmee.
U laat dit niet meer toe, maar de ander is niet anders van u gewend en vindt dit opeens vreemd.
Want de ander is gewend altijd zijn zin te krijgen, dus er ontstaat conflict.
U houdt zich opeens met hele andere dingen bezig.
U vindt televisie niet meer zo leuk en de vrienden met wie u normaal omgaat, praten over bepaalde programma's die ze hebben gezien.
Of ze roddelen en vertellen elkaar sterke verhalen die niet helemaal waar zijn.
U voelt dat u hier niet meer tegen kunt; er is iets veranderd in uzelf.
U zoekt gelijkgestemden en u vindt een groepje waarbij u zich goed voelt.
Maar de één heeft meer lessen te onderzoeken dan de ander.
De één zit in groep vijf en u al in groep zeven, en ook daar komt weer hetzelfde probleem tevoorschijn.
Maar inmiddels weet u dat dit kan gebeuren, dat sommige mensen heel even in uw leven zijn en daarna weer vertrekken.
En hoe meer u in uw leven inziet, hoe meer u de stilte in uzelf terugvindt.
Hoe meer u hebt afgeleerd, hoe moeilijker het wordt om iemand te vinden die u begrijpt.
Dat is wat ze bedoelen met: "Het is eenzaam aan de top."
