Het is nu negen maanden geleden dat Jesse uit dit leven is vertrokken.
Negen maanden duurt een zwangerschap.
In deze negen maanden van rouw heb ik geleefd in een wereld die voor mij volledig veranderd is.
Er bestaat een leven vóór Jesse’s heengaan en een wereld erna.
Mijn wereld daarvoor bestond uit het onderzoeken van mijn eigen leven.
Wie ben ik?
Welke emoties draag ik in mij?
Hoe word ik mij bewust van mijzelf en van de wereld waarin wij leven?
Mijn leven bestond uit twee werelden: de aardse wereld waarin ik als fysiek mens leefde, en de wereld achter de sluiers.
Als schrijfmedium vertaalde ik wat ik doorkreeg naar verhalen.
Verhalen over het leven, de hemel, rouw en bewustzijn.
In ieder verhaal zat een kleine bewustzijnsles.
Elk verhaal straalde liefde, rust en troost wanneer dat nodig was.
Het lijntje dat ik heb, bracht veel mooie mensen op mijn pad voor wie ik een hemels verhaal mocht schrijven.
Het leven na Jesse’s heengaan veranderde dit alles.
Het liet mij zien dat ik als mens hier op aarde een nieuwe laag van emoties moest doorleven, een laag die ik door het diepe verdriet nauwelijks kon zien, laat staan begrijpen.
Door de verwarring rondom zijn heengaan was ik lange tijd verdoofd.
Ik kon de diepte van mijn emoties niet bereiken.
Ik was daar ook niet mee bezig. Ik leefde in een roes.
Geen minuut ging voorbij zonder dat zijn naam door mijn gedachten ging.
Het voelde alsof er iets energetisch aan mij vastklampte en mij niet meer losliet.
Zelfs wanneer ik even niet aan hem wilde denken, even geen verdriet, even geen zwaarte, bleef het aanwezig.
Normaal gesproken kon ik vóór Jesse’s heengaan gemakkelijk schakelen in gevoelens.
Ik zag waarom iets gebeurde, herkende oude patronen en kon ze vervolgens loslaten.
Maar dit was anders.
Dit zat zo diep in mijn gedachten en in mijn lichaam dat ik er geen controle over had.
Deze diepte van emoties was nieuw voor mij.
Ik had eerder sterfgevallen meegemaakt, maar dit kende ik niet.
Zoals ik al schreef: vóór Jesse’s heengaan werkte ik als schrijfmedium.
Ik schrijf wat ik doorkrijg, net zoals de woorden die ik nu schrijf.
Naast het schrijven kon ik ook contact ervaren met dierbaren die waren heengegaan.
Op de avond dat wij hoorden dat Jesse zijn leven had verruild voor het hemelse, was hij bij mij.
Hij sprak de woorden:
“Mama, het spijt me. Het spijt me zo.”
Dat was het moment waarop hij zich aan mij toonde.
Het moment waarop ik wist dat hij mij zag en dat ik hem hoorde.
Er ontstond een nieuwe verbinding tussen moeder en zoon.
