Ik ben vandaag samen met mijn Engel in de bibliotheek van de hemel.
De professor had het boek bij zich over het ontstaan van vorm.
Ik heb je hier al eens eerder over verteld.
Het is moeilijk in woorden te vatten, daarom vertel ik het op een bijna kinderlijke manier, anders is het nauwelijks te begrijpen.
Want dit alles is complex en niet te bevatten met het menselijke verstand.
Daarom bestaan er meerdere uitleggen, op verschillende bewustzijnsniveaus.
Wat ik nu deel, is een uitleg op aards niveau.
Stel je een warme, bolvormige ruimte voor, als een moederschoot.
Daarbinnen zweeft licht.
Dat licht heeft zijn weg naar buiten gevonden, en op het moment dat het ontsnapt, ontsnapt er een heel klein deeltje licht.
Dat licht verspreidde zich, kreeg vorm, maar ook tijd.
Hoe verder het licht zich van de bron verwijderde, hoe meer tijd ertussen kwam te liggen.
Miljoenen lichtjaren van het oorspronkelijke punt verwijderd, ontstond ruimte, ontstond tijd.
De aarde is een planeet die bestaat in vorm, maar zij heeft ook een plek waar geen tijd bestaat.
Rondom de aarde bevindt zich haar blauwdruk: een tijdloze ruimte waarin alles te vinden is.
Je zou het de bibliotheek van de aarde kunnen noemen.
Ieder leven uit verleden en toekomst, iedere gedachte, iedere handeling, iedere keuze en ieder woord ligt daar vastgelegd.
Nu hoor ik je denken: 'Maar als alles vastligt, hebben we dan wel vrije wil?'
Dat klopt, alles ligt vast. Maar jij kiest
zelf, vóór elk leven, welke ervaringen je wilt opdoen.
Dit doe je voordat je afdaalt naar vorm.
En niet alleen voor de aarde: elke planeet en elke wereld heeft zijn eigen bibliotheek.
Maar hier komt iets moois: ieder mens draagt ook zijn eigen bibliotheek bij zich.
Deze bevindt zich in de ziel, rondom de kern.
Alle bibliotheken zijn met elkaar verbonden.
Voor een ziel die nog nooit een reis in vorm heeft gemaakt, wordt samen met een Engel en andere lichtwezens onderzocht welke vorm zij wil ervaren,
in dit geval: de mens.
Daarbij worden verschillende levens gekozen die bij die ziel passen.
Wat belangrijk is om te weten: een ziel begint haar reis in vorm nooit meteen op het laagste bewustzijnsniveau.
Ze keert eerst terug naar vormen die nog dicht bij de bron staan.
Daar is al sprake van af-gescheidenheid, maar de liefde is nog overvloedig aanwezig.
De ziel springt niet meteen de diepte in.
Ze ervaart eerst vele levens, in verschillende vormen, op verschillende planeten en werelden.
Langzaam daalt ze af, steeds verder weg van de bron.
De aarde is zo’n plek waar het bewustzijn ver van de bron is komen staan.
Toch heeft ook de aarde haar kern, haar eigen bewustzijn, wat je zou kunnen noemen: Midden-aarde.
De werkelijke aarde leeft daar.
Haar blauwdruk is ook een blauwdruk van haar gasten.
Ze laat de mens toe om ervaringen op te doen, en wij mogen van haar leren hoe mooi zij is.
In de aura van de aarde is alles aanwezig: alles wat ooit is geleefd, ervaren en gekozen.
Er was een grote groep zielen, tegenwoordig vaak aangeduid als oude zielen, die al vroeg op aarde arriveerden.
De ziel die toen leefde had een hoog bewustzijn en stond in verbinding met voorouders en lichtwezens.
Maar naarmate het bewustzijn verder daalde, ontstond dualiteit: tegenstellingen, scheiding.
Naast deze mensachtige bestond er altijd al een andere mensensoort op aarde: de oorspronkelijke bewoners van moeder aarde in fysieke vorm.
Zij leefden volledig in harmonie met de natuur en hielden de liefde vast.
Deze mensen leefden naast elkaar, zonder te weten dat ze elkaars bestaan deelden.
De oorspronkelijke mens was geen ontdekkingsreiziger.
Hij leefde van wat moeder aarde schonk.
De andere mens, die in verbinding stond met lichtwezens, had wel vorm, maar nog niet het fysieke lichaam zoals wij dat nu kennen.
Er bestond een tijd waarin zielen leefden met een astrale vorm, zonder fysiek lichaam.
Naarmate het bewustzijn verder daalde, kreeg de ziel steeds meer vorm, en via de oorspronkelijke mens ontstond incarnatie.
Ik heb je verteld dat er ook zielen naar de aarde kwamen voor grondstoffen.
Deze zielen vermengden zich met de oorspronkelijke mens.
Zo ontstond een nieuwe mens: hoog in intelligentie en bewustzijn, maar ook met veel dualiteit.
Onze voorouders zijn daarom afkomstig van verschillende planeten en sterren.
Hun liefde raakte verloren, maar werd later opnieuw teruggevonden.
Net als de mens hebben zij hun blauwdruk ingezien en begrepen dat ze hun karma moesten oplossen.
De gehele geschiedenis, inclusief slavernij, leed en emoties, ligt in de mens opgeslagen.
Omdat deze beschavingen verder ontwikkeld zijn, kunnen zij door de tijd reizen.
Ze helpen de mens onzichtbaar, wanneer daar openheid voor is.
Zo zijn voorouders via de tijd teruggekeerd om hun nakomelingen te ondersteunen.
Wanneer een ziel zo ver is afgedaald dat zij niet verder kan, ontstaat er geen fysieke hel, maar een geestelijke staat. Een innerlijke hel, waarin emoties zich opstapelen.
Het lijden lijkt eindeloos, tot het moment waarop de ziel zich terugtrekt, of het leven in één oogwenk verandert.
Ik moest aan jou denken mam, ongeveer twintig jaar geleden.
Je werd je bewust van het gevecht dat je altijd had geleverd.
Je voelde hoe ver je van jezelf was afgedwaald.
En toen besloot je: nu zet ik mezelf op de eerste plek.
Je had je eigen hel gecreëerd, maar in het donker zag je een klein lichtje, afkomstig van de bron.
Dat licht ben je gevolgd.
Je onderzocht je pijn, je verdriet. Je zei sorry tegen de mensen die je pijn had gedaan en je ruimde je eigen fouten op. Je keek naar je eigen blauwdruk van vele levens.
En stukje bij beetje klom je omhoog.
Je leeft op aarde, binnen tijd, samen met anderen.
Maar de vraag is altijd: hoe ga je ermee om?
Handel je vanuit angst, of vanuit bewustzijn?
Je kunt misschien geen hemel creëren, maar wél genoeg licht om verbonden te blijven met de bron.
Hoe meer je opruimt in je eigen blauwdruk, hoe sterker je verbinding met het hogere, de Bron wordt.
Nu komt je vraag, mama, hoe het kan dat ik tegelijk in de hemel ben en bij jou?
Dat kan via mijn blauwdruk, die ik heb achtergelaten.
Die blauwdruk werd al gemaakt vóórdat wij onze levens op aarde zouden leven.
In die blauwdruk staat mijn hele reis vastgelegd.
Iedere ervaring, ieder woord, iedere gedachte.
Ook wat jij nu schrijft, staat daar al in beschreven.
Deze blauwdruk is van jou én van mij.
Wij hebben dit afgesproken vóór onze incarnaties.
Alle levens zijn al geleefd. Je bent al klaar.
Net als iedere andere ziel. Je bent al thuis.
Maar omdat deze ervaring in tijd wordt beleefd, ervaart de ziel het alsof alles nog steeds nu gebeurt.
We kunnen terugkijken naar de oerknal en zeggen dat dat miljoenen jaren geleden was, dat is het verleden.
Maar de toekomst lijkt niet zichtbaar, omdat het licht zich meteen weer terugtrok.
Toch liggen in die ene fractie van tijd al onze ervaringen vast, alsof zij als software in slow motion zijn opgeslagen.
In die vertraging ervaren wij wat het betekent om afgescheiden te zijn.
Wat tijd betekent. En wat het betekent om als ziel op reis te zijn.
Het is een lang verhaal, mama, maar het kon niet anders.
Mocht je nog meer vragen hebben, dan horen we die graag.
Dag mama.
