Mama, mijn Engel en ik liepen naar het gebouw van kennis.
Ik keek mijn ogen uit.
Het leek op een kasteel, maar dan één met kristallen ramen die schitterden in het licht.
Het gebouw was stralend wit, met brede gouden trappen die naar de ingang leidden.
De raamkozijnen waren van goud en het dak leek gemaakt van klaterend goud dat zacht fonkelde.
Het was hoog, enorm groot, en ik was diep onder de indruk.
We liepen de trappen op, en een Engel die voor de deur stond, opende die voor ons.
Mam, wat ik toen zag, kun je bijna niet geloven.
Binnen leek het alsof ik rechtstreeks in de bibliotheek uit de film van Harry Potter was gestapt.
Overal om me heen stonden duizenden boeken in torenhoge kasten.
De muren rezen zo hoog op dat je via trappen naar verschillende etages kon klimmen.
Het midden van het gebouw was open, zodat je dwars door alle lagen heen kon kijken.
Langs de balustrades stonden lange tafels, stoelen en banken, netjes gerangschikt.
De Engelen die daar werkten, vlogen moeiteloos van etage naar etage, zonder ook maar één trede te gebruiken.
Boeken zweefden sierlijk door de ruimte.
Alles voelde magisch, mam — alsof de lucht zelf gevuld was met kennis en licht.
Ik keek vol verwondering toe hoe gestructureerd alles hier ging.
Wat grappig is om te vertellen: de Engelen noemen zichzelf “professors”.
Zij verzamelen de kennis en geven die door.
Ze dragen een soort hoed als teken dat zij hier de leiding hebben.
Ze zien eruit als schoolmeesters, met een cape en die bijzondere hoed.
Het is werkelijk een mooi gezicht als je daar staat en alles om je heen in je opneemt.
Hoewel het gebouw een dak had, zag je aan het plafond het heelal zelf, met planeten en sterren die in beweging waren.
Ik keek er nieuwsgierig naar, alsof ik in het oneindige mocht kijken.
Mijn Engel liet me rustig alles in mij opnemen, maar uiteindelijk liepen we naar een tafel met stoelen.
We gingen zitten en wachtten tot een professor naar ons toe zou komen.
Er was één professor die meteen mijn aandacht trok.
Ze droeg een lange zilveren jurk, een cape, en haar lange witte haren kwamen onder haar hoed vandaan.
Ze glimlachte naar me en vloog zonder moeite naar de bovenste etage.
Helemaal boven in een hoek haalde ze een groot zwaar boek tevoorschijn en vloog ermee terug naar beneden.
Toen ze de grond raakte, liep ze met het boek naar ons toe.
Ze legde het voor ons neer, opende het op de eerste bladzijde, glimlachte opnieuw en zei: “Welkom Jesse, in de bibliotheek van de Hemel.
Hier in dit gebouw zul je antwoorden vinden over het ontstaan van Gods liefde.
Om in het aardse leven te ontdekken hoe die liefde zich ontwikkelt, is er altijd een tegenstelling nodig.
Anders kun je nooit werkelijk begrijpen wat liefde is.
Daarom zijn er in Gods creaties ook werelden met minder bewustzijn en minder liefde — werelden die je mag ontdekken en onderzoeken.
Maar onthoud: niets dat bestaat, is buiten God geschapen.”
Ik schrok, mam.
Bedoelde de professor nu dat God ook het donker heeft gemaakt?
Dat God zelfs de hel heeft gecreëerd?
De professor lachte zacht.
“Ik begrijp dat je schrikt,” zei ze. “Maar dat geeft niet.
Het zit zo anders in elkaar dan de mensen denken.
Het is juist heel mooi.
Alleen… het grotere plaatje van wie God werkelijk is, is voor de mens niet te bevatten.
De mens is eigenlijk nog een kleuter in deze Goddelijke wereld.
En aan een kind kun je niet uitleggen hoe de wereld van God in elkaar zit; het zou er niets van begrijpen.
Maar ga van ons uit dat het goed is.”
Voor je zie je een boek over God," zei de professor.
Ze sloeg het boek open en op de eerste bladzijde verscheen een volledig zwarte afbeelding.
Tot mijn verbazing voelde ik meteen rust.
Een diepe, serene stilte ging van dat zwarte vlak uit.
Langzaam begon het beeld te bewegen.
Het draaide, waardoor ik aan de ene kant nog steeds de stille, donkere ruimte zag, maar aan de andere kant een licht verscheen: een bruisende, liefdevolle energie die zo krachtig was dat ik hem bijna niet kon verdragen.
Die liefde was zo puur dat het me overweldigde.
De professor legde haar hand even op mijn hoofd.
Door haar aanraking werd ik kalmer en kon ik weer helder kijken.
"Dat is Gods liefde, jongen," zei ze zacht.
"Maar kijk verder, Jesse."
Ik keek opnieuw.
Ik zag en voelde dat het licht eigenlijk niet zichtbaar was, terwijl het donker dat wel was.
Toch vroeg de professor me te blijven kijken.
Nu zag ik dat het donker als een soort bol om het licht heen lag.
Het beeld zoomde in op die donkere bol die in de duisternis hing, en we bewogen er dwars doorheen.
Door de lagen van donker heen kwam het licht tevoorschijn.
Het licht probeerde te creëren.
Het bedacht vormen, werelden, mogelijkheden, maar alles wat het maakte loste meteen weer op, omdat het licht zelf geen vorm had.
Hoe maak je iets zichtbaar vanuit iets dat zelf vormloos is?
Hoe schep je iets uit niets?
Het licht had liefde, bewustzijn, levensenergie, creatiekracht , maar geen enkele vorm om mee te werken.
Het beeld zoomde opnieuw uit en richtte zich vervolgens op de donkere bol in de zwarte ruimte.
Wat ik voelde was vrijheid, rust en eenheid.
Ik wist dat de donkere bol een vorm had, maar ik kon hem niet zien.
Het was alsof je de aanwezigheid van iets voelt zonder het te kunnen waarnemen.
Het beeld ging verder.
Ik zag dat de donkere bol het licht omsloot en dat het licht zich daarin verborgen hield.
En als iets verstopt kan worden, moet het toch een vorm hebben, hoe subtiel die ook is.
"Nu moet je goed kijken, Jesse," zei de professor.
Ik richtte mijn aandacht op de twee kleuren: het innerlijke licht en het omhullende donker.
Toen zag ik hoe het licht een opening vond.
Het trilde, de energie veranderde.
De liefde steeg, het bewustzijn bereidde zich voor om te ervaren.
De levensenergie bouwde druk op, totdat het licht met enorme kracht doorbrak in de donkere ruimte buiten de bol.
Het ging gepaard met geweld, met kracht en vooral met veel pijn.
Pijn die het licht niet kende, want het had dit nooit eerder ervaren.
Binnen bleef het licht onaangetast, maar een klein deel ervan was in de duistere wereld binnengedrongen.
De pijn daarvan was zo groot dat het licht de doorgang direct weer sloot.
Donker en licht lagen niet netjes naast elkaar; er lag een hele wereld tussen.
Een wereld die liep van het diepste donker naar het hoogste licht.
In de donkerste, onderste lagen werden de ervaringen geboren die pijn met zich meedroegen, bewustzijn dat vorm kreeg.
Hogerop, in de sferen van licht, heersten vrijheid en het volledige bewustzijn.
Maar hoe dichter je het licht naderde, hoe minder vorm er bestond.
"Kun je het nog volgen, mama?" vroeg ik zacht.
Ik was zelf zo verrast, maar terwijl ik keek voelde ik een overweldigende liefde.
Het licht besefte dat het een wereld buiten zichzelf had geschapen.
En zo ontstonden de hemelse sferen.
Er was licht dat buiten de hemelse sferen terechtkwam, diep in deze donkere wereld.
Omdat licht terug te brengen, moest er een plan worden bedacht.
De energie veranderde zodra de Engelen de sferen binnengingen.
Zij waren afgedaald uit het pure licht en leefden nu in alle lagen van stralend licht tot het meest dichte donker.
In elke sfeer creëerden zij wat bij die energie hoorde.
De lichtere sferen waren zacht, helder en doordrenkt van liefde.
In de donkerdere sferen was die liefde er ook, maar hier leefden daarnaast ook pijn, onmacht, angst en vele andere emoties.
Deze waren intens aanwezig.
Het voelde bijna alsof ik weer even terug op aarde was, mama.
De Engelen die in de donkere sferen werkten, hadden het zwaar.
Ze kwamen in aanraking met energieën die ze niet kenden en die hen diep raakten.
Daarom werd er opnieuw een plan gemaakt, een plan waar nog steeds aan wordt gewerkt.
De Engelen hebben de sferen zo ingericht dat iedere ziel die ooit met het licht de ruimte in is gestuurd, zijn weg terug kan vinden.
Het is maar een kleine groep die deze taak heeft, maar vanuit hier gezien is deze groep van onschatbare waarde.
Zij zullen later Engelen zijn die een vorm hebben, een gestalte, en kunnen leven in drie werelden tegelijk.
Want als ons werk voltooid is en de donkerste lagen verdwijnen, zal er alleen nog liefde zijn.
Dat was het oorspronkelijke plan.
Maar toen het licht ontdekte dat je met een vorm veel meer kunt ervaren, besloten steeds meer zielen om die weg ook te gaan, om
vanuit het donker terug te keren naar het licht.
Zo zullen we uiteindelijk allemaal een vorm hebben, hetzelfde bewustzijn dragen en dezelfde goddelijke liefde uitstralen.
Het is een prachtig proces, maar ook een ingewikkeld proces.
De professor sloeg het boek dicht, glimlachte naar me en zei: “Dit klinkt natuurlijk als een eenvoudig verhaaltje, bijna een sprookje, maar ik kan het je niet anders uitleggen.
De menselijke hersenen kunnen het anders niet bevatten.
De schok van zo’n bewustzijnssprong zou mensen alleen maar verwarren, en dat is niet de bedoeling.
Zie het maar zoals ik het je heb laten zien: Het licht had het donker nodig om zichzelf in vorm te kunnen ervaren.
En het donker had levensenergie, liefde en bewustzijn nodig.
Geen van beide is beter.
Je kunt licht alleen zien als er ook donker is, en donker alleen ervaren als er ergens licht is.
Er is geen hemel of hel, geen goed of kwaad—er zijn slechts ervaringen die worden opgedaan.
En precies daarmee is de mens op dit moment bezig.
Het heelal zoals jij het kent is enorm groot.
Wetenschappers hebben gezien waar het begin moet zijn geweest, en zelfs daar zijn nog talloze sterren en licht te vinden.
De Melkweg, waarin de aarde zich bevindt, is ver de ruimte in gevlogen.
Zij waren één van de eersten die de ruimte in trokken, en zij kwamen het verst.
Maar omdat ze zo ver kwamen, moeten ze nu ook het verst terugreizen.
Ze zijn zo ver van het licht verwijderd dat het bijna voelt alsof ze afgescheiden zijn.
De mensen en andere zielen die een lichaam in vorm hebben aangenomen, dragen meerdere lagen om hun ziel heen.
Hoe verder weg van het licht, hoe meer ‘lichamen’ of omhulsels er nodig zijn, zoals een ruimtepak dat je beschermt tegen sterke straling.
De mens heeft de lagere energieën in zich opgenomen.
Alle emoties komen voorbij, en iedereen mag ze doorleven.
Omdat elke ziel een scheppend vermogen vanuit het licht heeft meegekregen, creëert de mens voortdurend.
Soms prachtige dingen, soms dingen die pijn doen.
Ze ontwerpen wapens om te vernietigen, maar scheppen ook schoonheid, veiligheid en uitvindingen die het leven dienen.
De mens is een schepper—in de hoogste én in de laagste vorm—precies passend bij het bewustzijn van deze aarde.
Als je op aarde leeft, beleef je alles intens.
Een enkele boze blik van iemand kan je al dagen uit balans brengen.
Het menselijk denken, dat onderdeel is van het brein, creëert allerlei scenario’s over waarom iemand boos op je zou kunnen zijn.
Zo ontstaan psychische klachten.
Om terug te keren naar het licht in vorm, heeft de ziel één taak: ervaren – tot in de diepste, donkerste lagen van zichzelf.
De pijn en angst die ze daar tegenkomt moet worden omgezet in bewustzijn en liefde.
De mens doorleeft de zwaarste emoties en mag die uiteindelijk transformeren tot licht.
Dat is een zware opdracht.
Ze ontmoeten wat jullie de hel noemen.
Ze creëren een hel voor zichzelf en soms ook voor anderen.
Alle energieën dragen daaraan bij.
De vibratie van de aarde is laag, en de ziel moet daarboven zien uit te stijgen.
Daar gaan vele levens overheen.
Veel zielen zijn nog jong en zijn nog maar kort geleden vanuit het licht in de ervaring gesprongen.
Andere zielen zijn oud; zij bevinden zich in hun laatste levens op aarde en bereiden zich voor op hun Meesterschap.
Als ze dat bereiken, zijn ze ‘Meester over het lijden’ geworden – een enorme prestatie.
Dan hebben ze de donkere lagen overwonnen en mogen ze vanuit lichtere sferen afdalen om andere oude zielen te helpen op hun pad naar Meesterschap.”
De professor keek me lachend aan.
“Dit is het ontstaan van de wereld waarin wij leven.
De sferen in de hemel zijn de lagen tussen de werelden van God en het universum.
God is een energie, vaderlijk en krachtig.
Het donkere is de moederlijke energie.
Je kunt het vergelijken met een baarmoeder.
Het heelal is de moederschoot waarin het licht in vorm mag groeien.
En wanneer alle lichtlichamen klaar zijn, zal een nieuwe wereld geboren worden: de Zoon, die wij de Christus- of Boeddhawereld noemen.
Alle werelden waarin vorm is ontstaan, zullen samenkomen tot één grote wereld, even groot als het licht zelf.
De donkere vrouwelijke wereld is bezwangerd door het licht, en uit die vereniging ontstaat een nieuwe wereld in vorm, met daartussen de hemelse sferen die zich bevinden tussen licht en donker.
Dit alles vormt de doorgang van het licht naar de nieuwe wereld toe.”
De professor glimlachte opnieuw.
“Nu je weet hoe alles is ontstaan, willen we je voorbereiden op een sfeer die nauw verbonden is met de aarde.
Je zal op reis gaan, maar eerst wil ik dat je een andere wereld bezoekt.
Hier in de hemel bestaat een sfeer die heel mooi is.
Deze sfeer is speciaal voor de zielen die hun eigen leven hebben beëindigd.
Ook deze sfeer kent verschillende lagen.
Wij sturen jou daarheen omdat er bij de mens nog veel onzekerheid is over dit onderwerp.
Wij willen dat jij dit onder de aandacht brengt, samen met je moeder.
Het is een moeilijk thema, maar het heeft een verkeerde lading gekregen en is omgeven door een ongekend taboe.
Ga met je Engel naar deze sfeer.
Kijk, vraag, praat met de mensen.
Voel wat hen ertoe heeft gebracht deze handeling te verrichten.”
Ze legde haar hand op mijn hoofd.
“Dank je wel, jongen. Je hebt het goed gedaan. Ik ben trots op je.
Straks zal je vertrekken en zal een andere wereld voor je opengaan – een wereld waar jij al heel even bent geweest.
Bedank ook je moeder.
Als je klaar bent in de sfeer van zelfdoding, keer dan hier terug.
Dan geef ik je een nieuwe opdracht en zullen we de diepte ingaan.”
Ze haalde haar hand van mijn hoofd, boog naar mij en mijn Engel, en liep weg.
Verdoofd bleef ik aan de tafel zitten en keek naar mijn Engel.
Hij liet me het beeld van een boom zien – de boom die mij zoveel energie had gegeven.
“Daar gaan we naartoe,” zei hij.
Ik stond op en we verlieten het gebouw.
Langzaam veranderde de wereld voor mijn ogen.
Daar stond de boom van levensenergie.
Meteen legde ik mijn handen tegen haar stam.
Ik voelde hoe haar kracht mijn lichaam voedde.
Het was heerlijk om hier weer terug te zijn.
Dankbaar ging ik samen met mijn Engel tegen de boom aanzitten.
We wachtten, totdat jij er klaar voor bent, mama, om met ons deze sfeer binnen te wandelen.
