De Dierenwereld

We liepen verder, een andere kant op.

Ik zag dat Zomerland verbonden was met andere sferen, waar je als kind zomaar naar binnen kunt lopen.

De Engel van Zomerland die mijn gedachten had opgemerkt, zei:
“De sferen zijn inderdaad verbonden met Zomerland.

Dieren dragen een fijne energie met zich mee.

Ook in de dierenwereld bestaan verschillende sferen, omdat mensen dieren pijn hebben gedaan.

De dieren die hier naast Zomerland verblijven, zijn volledig vrij van angst en pijn.

De dieren mogen eerst bijkomen van hun reis.

Zij hebben trauma’s opgelopen en moeten eerst uitrusten voordat zij naar deze sfeer mogen.”

Ik keek om me heen.

Het dierenrijk dat ik zag, hoorde bij dieren die niet als huisdieren hadden geleefd.

We bleven bij de ingang staan en keken nieuwsgierig naar binnen.

“Misschien is het leuk om naar binnen te gaan en deze wereld gelijk te verkennen,” zei de Engel van Zomerland.


Verrast keek ik haar aan. “Echt?”
“Ja,” zei ze zacht. “Laten we gaan. Het is het benoemen waard.”

We liepen door de poort de dierenwereld binnen.

Ik voelde meteen dat dit een bijzondere wereld was.

Net als in elke sfeer die ik tot nu toe had gezien, hing hier een zachte, liefdevolle energie.

“Wat kan ik verwachten?” vroeg ik aan de Engel.
Ze bleef staan, keek me aan en zei: “Je weet dat veel dieren op aarde gevaarlijk zijn geweest?”

Ik knikte.
“De dieren die hier zijn, kennen dat niet meer.

Je kunt met alle dieren in contact komen.

Het is een fijne sfeer, een plek waar kinderen graag komen.”

 

Ik keek rond en zag een ruig landschap, met bergen en bomen langs de hellingen.

Helemaal in de diepte kronkelde een rivier tussen de bergen door.

Ik zag bruine en zwarte beren in het water staan.

Op aarde zouden ze vissen vangen, maar hier speelden ze vrolijk met elkaar.

Dat beeld raakte me.

“Laten we het bos ingaan,” zei de Engel van Zomerland.
Ik glimlachte. Ik hou van bossen, en ik voelde meteen dat de energie hier hoog en zuiver was.

Uit de grond kwamen kleine zuurstofbelletjes omhoog borrelen.

De bomen en planten straalden zacht licht uit waar ik gelukkig van werd.

Er liep een pad door het bos, zodat je nooit kon verdwalen en alle dieren gemakkelijk kon zien.

Toch zag ik dat veel kinderen juist van het pad afdwaalden om de wereld zelf te verkennen.

Even verderop zag ik een groep kinderen die les kregen van een Engel.
“Laten we ons aansluiten,” zei mijn Engel. “Dan kunnen we gelijk wat leren.”

 

We vroegen of we mee mochten lopen, wat natuurlijk geen probleem was.

De Engel die de groep begeleidde, keek me vriendelijk aan en zei:
“Fijn dat je aansluit, Jesse. De dierenwereld is prachtig.

Je zult merken dat iets in jezelf loskomt. Je zult later vast nog eens terugkomen.”

Ik bedankte hem en liep met de groep mee.

We verlieten de bergen maar bleven in het bos.

In de bomen zaten uilen.

Normaal leven uilen alleen, maar hier zaten ze in grote groepen bij elkaar, in allerlei vormen, maten en kleuren. Hun veren straalden prachtig.

Ze bleven niet op de takken zitten, maar vlogen speels om ons heen.

“Steek je arm uit,” zei de Engel.

Een grote groep uilen vloog op ons af.

Een enorme uil landde op mijn arm.

Hij had grote, gele ogen die vriendelijk naar me keken.

“Welkom, Jesse, in ons dierenbos,” zei hij telepathisch.

“Kijk om je heen en zie hoe vriendelijk wij hier zijn.”
Hij legde zijn kop zachtjes tegen me aan. Hij wilde geaaid worden.

Ik streelde voorzichtig zijn veren.

“We zijn met elkaar verbonden,” zei hij. “Kom nog eens terug.

Dan laat ik je meer zien en neem ik je mee het binnenland in.

Voor nu is dit een korte reis, om je een indruk te geven.

Kom gerust terug, jongen.”

De uil klapte met zijn vleugels en vloog weg.

 

Ik keek hem na en we liepen verder.

Het voelde magisch om hier rond te wandelen.

Ik zag mieren die niet onder de grond woonden maar prachtige bouwwerken boven de grond hadden gemaakt.

Het landschap veranderde langzaam. Het werd warmer.

De bomen maakten plaats voor savanne en open vlaktes.

In het midden lag een groot meer, waar een kudde olifanten aan het zwemmen was.

Ik liep wat achteraan, met mijn Engel naast me.

Toen zag ik ineens iets groots en geels naast me lopen. Ik keek op en een tijger keek me vriendelijk aan.

Even schrok ik, maar de schrik verdween snel toen ik de kinderen op hem af zag rennen.

Zij waren hier vaker geweest en wisten dat ze op zijn rug mochten zitten.

De tijger bleef naast me lopen en duwde zijn kop zachtjes tegen me aan.
“Kom,” zei hij. “Klim op mijn rug. Dan neem ik je mee.”

Ik keek mijn Engel aan. Hij knikte.
“We zien je straks bij de poort,” zei hij.

Ik klom op de rug van de tijger.
“Voor jou lijkt dit misschien ongelooflijk,” zei de tijger, “maar hier kan dit allemaal.”

Hij liep weg van de groep, door het hoge gras.

We staken een rivier over en hij vervolgde zijn weg.
“Kom de volgende keer naar mij toe,” zei hij. “Dan laat ik je nog veel meer zien.

Maar kijk nu goed om je heen.”

We doorkruisten vlaktes met in de verte hoge bergen.

Ik zag prachtige vogels en talloze dieren die ik van de aarde kende.

Het voelde alsof alles hier klopte, zo had de aarde kunnen zijn.

De dieren leefden in harmonie. Geen strijd. Geen honger. Alles was vredig.

Ik zag kinderen spelen met apen en klimmen in bomen.

De planten en dieren waren volledig met elkaar verbonden.

Engelen hielden toezicht, want dit was een dierenwereld, geen dierentuin of speelplaats.

 

Ik voelde dat deze wereld veel groter was dan wat ik had gezien.

Misschien had ik nog maar vijf procent ervaren, maar het was een prachtige voorproef.

Bij de uitgang wachtten beide Engelen op me.

Mijn Engel liep naar me toe.
“Heel fijn hier, hè? Hier moeten we nog eens terugkomen, zodat mensen die dit lezen weten waar dieren naartoe gaan.”

Ik bedankte de tijger. Ik aaide zijn kop en hij begon tevreden te spinnen.
“Ik kom graag terug,” zei ik.
De tijger maakte een buiging en rende weg.

Ik bedankte de Engel van Zomerland dat ik dit had mogen zien.
Ze glimlachte.
“In elke sfeer valt zoveel te ontdekken. Zomerland is groot.

Ik laat je nu alleen snel zien hoe het hier is, maar later kun je terugkeren om langer te blijven.”

“Zullen we verder gaan?” vroeg ze.

We liepen door de uitgang en we waren terug in Zomerland.