Wanneer ik met mijn Engel door de hemel loop, zie ik heel veel kleine, liefdevolle meren. Ze zijn overal.
Rond deze meren staan bankjes waar je even op kunt zitten.
Ze zijn allemaal anders.
Het ene meer is groter dan het andere.
Het ene meer ligt midden in de bossen.
Andere meren liggen tussen heuvels en bergen, waar prachtige watervallen naar beneden stromen.
Sierlijke vogels vliegen eroverheen of zitten in de bomen.
Het is hier een paradijs.
Het lijkt op sommige delen van de aarde, maar hier is zo’n diepe rust.
De liefde die hier voelbaar is, maakt alles anders.
Alles is bedekt met een dun energielaagje.
Als een vogel, vlinder of hommel wegvliegt, laten ze een spoor van energie achter. Nog steeds vind ik het wonderlijk om te zien.
Omdat wij hier niet slapen, kunnen we langere wandelingen maken en de sfeer veel beter ontdekken.
Ik vroeg mijn Engel: “Hoe zien de sferen die hierna komen eruit?”
Hij glimlachte en zei: “Dat zijn weer hele andere sferen, Jesse.
Die zien er ook weer anders uit. Daar moet je als ziel mee resoneren.
Maar het hoogste wat de aardse mens hier kan bereiken, is deze sfeer.
Alles wat daarboven komt, heeft geen trilling die hetzelfde is als die van de aarde.
Begrijp je wat ik bedoel, Jesse?”
Ik knikte. “Die sferen zouden wij nog niet herkennen, omdat wij nog met het aardse verbonden zijn.”
Mijn Engel glimlachte. “Iedere ziel die op aarde heeft geleefd, met al zijn nakomelingen, en dat is iedereen, is met deze sfeer of die hiervoor liggen verbonden.
Zodra de aarde verder evolueert, zal daar verandering in komen.
Wel kun je in deze sfeer nog hoger in bewustzijn komen.
Je bent hier, Jesse, maar je hebt een andere energie en een ander bewustzijn dan een lichtmeester die het aardse lijden al is overstegen.
Als ziel kun je nog heel veel groeien."
"Maar hoeveel sferen kent de hemel, vanaf de donkere sfeer waar wij zijn geweest tot hier?”
“Dat zijn er heel veel, Jesse.
Het is niet alleen de mens die deze reis maakt.
Nee, er zijn zoveel wezens die, net als jij, onderweg zijn.
Velen hebben hun eigen sfeer, net als de mensen.
Sommige sferen lopen door elkaar heen; daar woont alles door elkaar.
Zo wonen er wezens in het water en onder de grond.
Je hebt de Aardemannetjes en de Waterengelen al ontmoet.
Zij hebben hun eigen sfeer, maar zijn toch verbonden met alle andere sferen.
Wij kunnen hen bezoeken, en zij kunnen ook bij ons komen.”
“En hoeveel sferen zijn er voor de mens?”
“Wij zitten nu in de vijfde, jongen. Maar de hemel kent ook tussensferen.
Daar mag je even wennen, tot je de volgende binnengaat.
Ook daar had je op eerdere reizen al mensen ontmoet.
De mensen zijn daar gelukkig en staan daar meer in contact met elkaar.
Hele families wonen daar bij elkaar, dat is mooi.
Ze hebben er kleine, leuke huisjes waar ze zich even in kunnen terugtrekken.
En ze kunnen daar naar een soort school gaan.
Alles gaat om bewustzijn Jesse.
Iedere ziel die een bepaalde trilling heeft bereikt, is met die sfeer verbonden.”
Ik ga er met regelmaat even naartoe mam.
Daar zijn mensen die ik heb gekend in dit leven en ook vanuit vorige levens.
Het is altijd een fijn weerzien.
Maar ik ben vaker bij jou, bij mijn vrienden en familie op aarde.
Ik kom wanneer jullie mij nodig hebben en wanneer een deel van mij zich even naar jullie toe kan trekken.
Het is lastig om uit te leggen, mama.
Mijn blauwdruk is met die van jou verbonden, maar ook met die van mensen die ik heb gekend en lief heb gehad.
Je kunt het zien als twee lijnen die met elkaar verbonden zijn: jouw hartslijn en die van mij.
Vanaf mijn geboorte zijn ze met elkaar verbonden.
Wat er ook gebeurt, die koord verbreekt nooit.
Naast deze koord heb ik ook verbindingen met andere mensen.
Hun koord is dunner en kan soms verbroken worden als je niets meer met elkaar te ervaren hebt.
Maar nu ik hier ben, blijft de koord bestaan en wordt hij juist sterker, omdat je vanuit het aardse in rouw bent, verdriet hebt en liefde voelt voor degene die is overgegaan.
Die koord laat mij voelen wanneer iemand aan mij denkt of mij roept.
Dan ben ik, in minder dan een seconde, met mijn energie bij jou.
Ik noem jou steeds weer, omdat ik bij jou schrijf, mama.
Ik ben dan niet weg hier uit de hemel, maar via deze verbinding ben ik wel bij je.
Snap je het nog, mam?
Die lijnen moet je zien als energiebuizen die verbonden zijn met jouw hart en met het mijne.
Daaromheen zitten dunnere energiekabels.
Zie het een beetje als een pijplijn, mam… ha ha.
Het klinkt misschien een beetje raar, maar ik kan geen ander voorbeeld bedenken om het uit te leggen, omdat je dit op aards niveau niet kent.
Die pijp zit dus vast aan jou en aan mij.
Daaromheen zitten de elektrische kabels van de mensen die met mij verbonden zijn: vrienden en familie.
De ene kabel is dikker dan de andere.
Dat komt omdat je met de één meer contact en vriendschap hebt opgebouwd en meer samen hebt meegemaakt dan met de ander.
Hoe meer je samen hebt beleefd, hoe dikker die lijn wordt.
Zodra één van mijn vrienden aan mij denkt, of jij, of familie, gaat er een klein stukje van mijn energie naar hen toe.
Onze blauwdrukken kunnen dan even samenkomen.
Ik ben dan voor een klein stukje bij jou, of bij een vriend.
Zo kan ik op hetzelfde moment met velen verbonden zijn.
Zij kunnen dan voelen dat ik er ben, dat ik dichtbij ben.
Soms zien ze mij in hun dromen, of jij, mam, wanneer je met mij aan het praten bent.
Nu zijn papa en ik vaak bij jullie.
Dat komt omdat onze koord, onze buis, dikker is.
Deze energie is altijd bij jullie, die stroomt voortdurend door.
Ik ben altijd voor een deel bij jou.
Papa is ook altijd voor een deel bij Demi, ook al voelt ze dat misschien niet altijd.
Die hartsverbinding zal nooit worden verbroken.
En dat is ook het antwoord op jouw vraag, mama: hoe kan het dat zoveel mensen tegelijk iemand kunnen voelen die is overgegaan?
Dat komt door de verbinding die tussen twee mensen bestaat, en doordat de blauwdruk van beide mensen heel even met elkaar kan samensmelten.
Mama, ik ben blij dat we toch zijn gaan schrijven.
Ik weet dat je het nog steeds moeilijk hebt, en dat het nu bijna een jaar geleden is dat je mij hebt gezien.
Het was op jouw verjaardag, ik weet het nog, mama.
Maar ik ben nu elke dag bij je.
En elke avond, voor het slapen gaan, hebben we heel even contact, ons momentje samen.
Je weet dat ik op mijn knieën zit wanneer je bidt, je hand vasthoud en dat we nog even praten.
Dan wens ik je welterusten en zeg ik: tot morgen.
En als je het heel moeilijk hebt, sla ik mijn armen om je heen, net zoals ik nu doe, mam.
Je weet dat ik dit moest doen, mam.
Ik wist het.
Ik heb er geen spijt van.
Maar als ik jou zie huilen, zie ik ook hoeveel jij van mij houdt.
Ga bloemen kopen, mam. Niet alleen voor mij, maar ook voor jezelf.
Je hebt het verdiend.
Tot morgen.
