~ ♥ De Uitvaart ♥ ~

Het is 21 juni. De langste dag, maar ook de warmste dag.

Ik sta voor mijn kast en kijk wat ik aan zal doen.

Ik heb al verschillende setjes uit de kast gehaald, maar niets voelt goed genoeg.

Uiteindelijk pak ik de mooie blauwe broek die ik van mijn vriendin heb gekregen, omdat die fijn zit met dit warme weer.

Eigenlijk maakt het me niet eens uit wat ik aantrek, maar je doet het voor de mensen die komen.

Ik weet dat alle ogen op mij gericht zullen zijn.

Ik trek een witte blouse aan met een waaiermodel en doe een ketting met een rood hart om mijn hals.

Het moet maar goed zijn, denk ik.

Om twaalf uur zou de uitvaart beginnen.

Omdat mensen uit het hele land zouden komen, was er een klein buffet geregeld.

Wij gingen eerder van huis, zodat we nog even met familie konden zitten en konden praten over alles wat er de afgelopen dagen is gebeurd.

Vanuit daar zouden we samen naar het rouwcentrum gaan.

Nog steeds zat mijn lichaam vol met adrenaline. Ik voelde me sterk.

Jesse mocht trots zijn op zijn moeder.

 

De mensen kwamen langzaam binnen en de sfeer voelde ongemakkelijk, bijna net zo ongemakkelijk als Jesse zelf soms kon zijn in moeilijke situaties.

Bijna niemand nam iets van het buffet en het bleef stil.

Achteraf dacht ik dat het misschien beter was geweest om dit na de dienst te doen, maar ik had gedacht dat mensen na een lange reis wel trek zouden hebben.

Toen kwam eindelijk de rouwauto.

Demi, Ronald en ik liepen naar buiten.

Even verderop stond de auto en de kist was iets naar voren geschoven, zodat wij nog een moment samen hadden om afscheid te nemen.

Ik legde onze bloemen op de kist, een boeket van witte lelies, witte rozen en orchideeën.

Daarna werd de kist weer naar binnen geschoven en begon de auto langzaam achteruit te rijden richting het rouwcentrum, terwijl wij ervoor uit liepen.

Toen de auto stil stond, werd de kist opnieuw een klein stukje naar buiten geschoven en zette Demi Jesse’s foto erop.

Nu kon iedereen er langs lopen, even stilstaan en de kist aanraken.

We waren met een klein gezelschap, bewust alleen met naaste familie en zijn vrienden.

Het moment duurde niet lang en ik zag aan de mensen dat het onwerkelijk voelde, ook al waren ze van tevoren door de uitvaartverzorgster voorbereid dat dit een andere dienst zou zijn dan normaal.

Iedereen had afscheid genomen.

Demi pakte de foto weer en ik de bloemen.

Uit het boeket haalde ik één orchidee, die ik nog op de kist legde.

Daarna werd de kist weer naar binnen geschoven en ging de deur dicht.

Samen liepen we achter de auto aan tot aan de straat, waar we bleven staan en keken hoe de rouwauto langzaam uit ons zicht verdween.

De dienst was mooi…

Mijn tekst die ik had geschreven, werd op een hele mooie manier voorgelezen en iedereen die erin voorkwam werd even aangeraakt, alsof ieder zijn eigen moment kreeg.

Er werd af en toe gelachen, maar er werd ook veel gehuild, en dat liep eigenlijk vanzelf in elkaar over.

Twee vrienden hebben nog iets gezegd en de muziek was precies de muziek waar Jesse van hield, waardoor het echt voelde alsof hij er op zijn manier toch bij was.

De uitvaart was zo snel voorbij en voor we het wisten stonden we alweer buiten, met elkaar te praten en herinneringen op te halen.

Misschien klinkt het raar, maar door de adrenaline was ik meer bezig met het troosten van zijn vrienden dan met mijn eigen verdriet. Mijn rouw leek nog even op de achtergrond te staan.

Op een gegeven moment was het klaar.
Iedereen ging weer zijn eigen weg en wij reden in stilte naar huis.

Eenmaal thuis heb ik de bloemen in vazen gezet en tja… dat was het dan.

Daar zaten we, met z’n drieën op de bank, na vijf dagen van verslagenheid, verdriet en adrenaline.

Nu moesten we afschakelen en de stilte weer toelaten in onszelf.
Nu zou het echte rouwen beginnen.

We hebben die rest van de dag niets meer gedaan.
En de zondag daarna ook niet.

We waren op.
Helemaal verslagen.