~ ♥ Wie was Jesse ♥ ~

Wie was Jesse

Jesse werd geboren op 20 juli 1999 in Stadskanaal.

Zijn komst op de wereld was allesbehalve eenvoudig.

De bevalling duurde ruim vier dagen.

Mijn lichaam werkte niet goed mee; de weeën waren niet sterk genoeg.
Toen uiteindelijk mijn vliezen braken, werd Jesse ziek in mijn buik.

In het ziekenhuis werd er met man en macht gewerkt om hem veilig ter wereld te brengen.

Het was een traumatische ervaring om te zien hoe artsen en verpleegkundigen om zo’n klein baby’tje heen stonden.
Iedereen was bezig om hem hier te houden, om hem een kans te geven.

Gelukkig sloegen de medicijnen aan.
Langzaam kwam er weer stabiliteit en kracht in zijn kleine lijfje.

Na negen dagen in het ziekenhuis mochten we hem eindelijk mee naar huis nemen.

Een moeilijke start, maar Jesse was er.

Zijn naam spreek je eigenlijk uit op de Engelse manier: Jesse, of zoals wij vaak zeiden: Djessie.

 

Als baby kon Jesse nog niet kruipen.

Hij zat vaak op zijn handen en knieën en wiegde wat heen en weer, terwijl hij er kleine geluidjes bij maakte.
Je kon zien dat hij het probeerde, dat hij wilde bewegen zoals andere kinderen, maar het lukte hem nog niet.

Soms werd hij daar boos om.

Dan zat hij gefrustreerd heen en weer te wiegen, alsof zijn wil groter was dan wat zijn lichaam op dat moment kon.

Op een avond zat ik buiten op de stoep voor het huis.
De voordeur stond open en Jesse lag binnen op de vloer te spelen.

Vanuit de woonkamer hoorde ik hem weer bezig.
Het bekende wiegen, het proberen, het kleine gemopper dat erbij hoorde.

En toen werd het plots stil.

Even later hoorde ik ineens een ander geluid achter mij.

Ik draaide me om.

Daar kwam Jesse.

Met een enorme snelheid kroop hij op mij af, alsof hij het in één keer had uitgevonden.
Alsof zijn lichaam ineens had begrepen hoe het moest.

Hij had het kruipen gewoon zelf ontdekt.

In één moment was het hem gelukt.

 

Cowboy Jesse & zijn fantasiewereld

 

Toen Jesse een kleine peuter was, had hij een driewieler.

Niet zomaar een driewieler, maar in zijn beleving een voertuig waarmee je moeiteloos de hele wereld kon verkennen.

Hij reed ermee door de woonkamer, rond de salontafel, vervolgens naar de keuken en daarna weer terug om de eettafel.
Dat rondje kon hij eindeloos blijven herhalen.

Vaak zette ik kinderliedjes op zodat ze mee konden zingen.
Jesse had één absolute favoriet: Cowboy Billy Boem.

Het lied ging over een cowboy die door de prairie reed op zijn paard.
Maar dat paard werd moe en uiteindelijk moest hij het inruilen voor… een ander beest.
Voor een peuter was dat natuurlijk al een prachtig verhaal.

Maar het echte spektakel begon wanneer de boeven in het lied verschenen.
Dan ging de muziek sneller en spannender.

En precies op dat moment gebeurde er altijd hetzelfde.

Jesse stopte met fietsen.
Hij ging rechtop staan met de driewieler tussen zijn benen, alsof het ineens geen fiets meer was, maar een paard.

Met zijn neus tegen de stereo aangedrukt begon hij op en neer te bewegen, alsof hij in volle galop over de prairie reed.

In zijn beleving was hij geen peuter meer.
Hij was een echte cowboy.

En ergens daar, in zijn fantasie, reden de boeven voor hem uit en zat Jesse ze met volle vaart achterna.

Ondertussen schreeuwde hij enthousiast mee met de muziek.

Hij had daar zóveel plezier in dat hij het de hele ochtend kon volhouden.
Het verveelde hem nooit.

Daar zag je al iets van Jesse’s bijzondere manier van beleven.

Hij luisterde niet alleen naar het liedje, hij stapte er helemaal in.
In zijn hoofd reed hij echt over de prairie en zat hij midden in de achtervolging.

Voor ons was het iedere keer weer een kostelijk gezicht:
een kleine cowboy op een driewieler die met volle overgave de boeven achterna zat.

 

Daar bleef het niet bij.

Het inleven in verschillende rollen was bij Jesse een komen en gaan.

Hij was niet alleen de cowboy uit het liedje.
De ene periode was hij een Turtle, dan weer was hij idolaat van tijgers.
Hij was Bob de Bouwer of verkleedde zich als piraat.

Zijn fantasie kende geen grenzen.

Wat mij al vroeg opviel, was dat Jesse anders reageerde dan andere kinderen.

Later bleek dat hij hoogbegaafd was.
Zijn gedachten gingen sneller dan zijn spraakmotoriek.

Daardoor had hij als klein kind zijn eigen manier van praten ontwikkeld.
Voor buitenstaanders was hij soms moeilijk te verstaan, maar ik als zijn moeder had vaak aan twee woorden genoeg om hem te begrijpen.

De tweewekelijkse bezoekjes aan de logopedist brachten helaas niet voldoende verandering.
Uiteindelijk ging Jesse naar een school voor dove, slechthorende en spraakontwikkelingskinderen.

 

Jesse was een gevoelige jongen.

Hij observeerde eerst en tastte af wat er om hem heen gebeurde.
Wanneer een situatie veilig en vertrouwd voelde, kwam zijn vrolijke kant naar voren.

Dan verscheen de echte Jesse: zijn humor en zijn aanstekelijke lach.

Hij kon schaterlachen zoals alleen kinderen dat kunnen, onbevangen en puur.

Tegelijk zag ik ook dat wanneer hij ergens mee bezig was, hij dat met volledige aandacht en overgave deed.
Er zat iets perfectionistisch in hem.

Als hij iets deed, wilde hij het goed doen.
Niet half, maar helemaal.

Hij kon tien puzzels tegelijk maken en ze binnen enkele minuten oplossen.
Zijn concentratie was bijzonder voor zijn leeftijd.

Het was alsof zijn hoofd sneller werkte dan de wereld om hem heen.

 

Jesse wordt ouder

Toen Jesse wat ouder werd, raakte hij helemaal in de ban van Harry Potter.
Hij verslond alle boeken en leefde zo mee met het verhaal dat hij zelfs een litteken in de vorm van een bliksemschicht op zijn voorhoofd wilde maken, omdat Harry Potter dat ook had.

Later, toen hij nog iets ouder was, ging hij met vrienden scènes uit films naspelen.
Met een oude camera — waar je geen foto’s meer mee kon maken, maar nog wel korte filmpjes mee kon opnemen — speelden ze fragmenten uit films na en namen ze die op.

Het mooie was dat Jesse zijn vrienden moeiteloos in zijn enthousiasme meenam.
Zijn verbeeldingskracht werkte aanstekelijk.

 

Maar naarmate Jesse ouder werd, leek er langzaam iets te veranderen.

De fantasie en het plezier waarmee hij zich vroeger in rollen kon verliezen, verdwenen steeds meer naar de achtergrond.
Ik denk dat de maatschappij, de vele prikkels en de ervaringen die hij in zijn jonge leven opdeed daarin een rol hebben gespeeld.

Waar eerst spel en verbeelding stonden, kwamen steeds vaker boosheid en frustratie voor in de plaats.

Wanneer iets niet ging zoals hij het in zijn hoofd had bedacht, kon hij ontzettend boos worden.
Niet uit koppigheid, maar uit frustratie.

Zijn binnenwereld was zo sterk dat de werkelijkheid daar soms niet bij kon aansluiten.

Zijn brein nam voortdurend prikkels op.

Waar andere kinderen dingen langs zich heen lieten gaan, kwam bij hem alles binnen: geluiden, emoties en indrukken.

Die overprikkeling uitte zich lichamelijk.

Vaak zat ik ’s avonds bij zijn bed wanneer hij weer migraine had.
Zijn hoofd leek dan simpelweg te vol.

Om rust te vinden ging hij tekenen, één van zijn grootste passies.
Daar vond hij stilte.

Tekenen was voor hem niet alleen een hobby.
Het was een manier om te ademen.

 

Toen Jesse ouder werd en de puberteit begon, kwam er iets bij wat veel jongeren vandaag ervaren: de druk van de maatschappij.

Hoe je moet zijn.
Wat je moet worden.
Waar je aan moet voldoen.

Voor ieder kind bestaat die druk, maar Jesse voelde het als een zwaar juk op zijn schouders.

Hij wilde ergens bij horen en dat lukte hem ook, maar de hoeveelheid prikkels vanuit school en samenleving werd steeds groter.

Hij moest keuzes maken: wat wilde hij worden, welke opleiding moest hij volgen?

Zijn hart lag bij tekenen.
Hij wilde daar zijn beroep van maken.

Maar in vrij tekenen is weinig werk.
Dus moest hij zoeken naar iets dat realistischer leek: grafische opleidingen, ontwerpen op de computer, richtingen die beter pasten bij wat de maatschappij waardevol vond, maar die zijn hart minder raakten.

Hij volgde opleidingen en ik zag hem veranderen.

Hij werd minder enthousiast en vaker gefrustreerd.

Jesse kon slecht tegen onrecht, vooral wanneer hij het gevoel had dat het hem werd aangedaan.

Die spanning uitte zich soms in migraine en in woedeaanvallen waarin hij het overzicht verloor.