De Waterwereld

We liepen door het attractiepark.

Ik had zoveel energie en ik voelde me gelukkig.
“Kom,” zei mijn Engel, “we gaan naar het innerlijk kind van je moeder.

Ze zal wel bij de zee zijn, daar is ze zo vaak te vinden.”

Het was een vreemd idee om het innerlijk kind van mijn moeder te gaan ontmoeten terwijl ze zelf lag te slapen, maar toch voelde het goed.

We liepen door de duinen; het was een fijne wandeling.

De wind speelde met mijn haren en in de verte hoorde ik de golven al breken op het strand.

Ik was nieuwsgierig naar Sanne.

Ik had in de eerste weken van mijn verblijf in de hemel al mogen zien wat mijn moeder had geschreven, en er waren mij beelden getoond van hoe zij schreef en hoe Sanne haar innerlijk kind op reis was.

De beelden waren prachtig.

Wat een reis hadden ze gemaakt, en wat mooi dat je hier zelfs een boek over geschreven had.

Nu zou ik Sanne zelf ontmoeten.

 

We beklommen de hoge duinen, en daarachter zag ik de zee.

Het water was azuurblauw, de stranden wit en zacht.

De golven rolden vredig het strand op.

Overal speelden kinderen en sommige sprongen in de golven, anderen bouwden kastelen in het zand.

Overal waren Engelen; ze speelden aandachtig met hen mee.

Ik tuurde tussen de kinderen door, op zoek naar Sanne, maar ik zag haar nergens.

Ik keek naar de zee, maar ook daar was ze niet.

“Ik denk dat ze vandaag op reis is,” zei de Engel van Zomerland.
Dat was jammer, maar teleurstelling bestaat hier niet.

Dus genoot ik van het moment.

“Jesse,” zei de Engel van Zomerland, “ik heb je Zomerland laten zien, al was het maar in een sneltreinvaart.

Als je hier langer bent, zal je nog veel meer ontdekken.

Kom gerust nog eens langs; je bent altijd welkom.

Ik ga weer. Het was me een waar genoegen.”

Ze maakte een lichte buiging, glimlachte, en verdween in het niets.

 

Mijn eigen Engel kwam naast me staan en keek samen met mij over de zee.
“Zullen we plezier maken, Jesse?”
Ik lachte. “Ja, we zijn nu toch hier.

Het zou zonde zijn om geen plezier te hebben.”

We renden de duin af. “Wie het eerst beneden is!” riep ik.
Maar ik ging zó snel dat ik struikelde en van de duin afrolde.

Mijn Engel hielp me overeind en we lachten allebei.

We waren zo druk bezig het zand van ons af te kloppen dat we niet merkten dat Sanne naar ons toe was gelopen.

Tot ik opeens een stem hoorde, een duidelijke stem, die sprekend op die van jou leek.

“Dag Jesse. Welkom in de Waterwereld.”

Ik draaide me om en glimlachte.

Daar stond Sanne.

Ze zag er ouder uit; niet meer het kleine meisje dat ik kende uit de verhalen.

“Klopt,” zei ze terwijl ze mijn gedachten oppikte.

“Ik ben ouder geworden omdat je moeder meer heeft losgelaten.

Als het innerlijk kind groeit, groeit het mee in bewustzijn en liefde.”

Ik knikte. “Dus hoe meer je opruimt in jezelf, hoe groter het innerlijk kind wordt?”
“Dat klopt,” zei ze zacht. “Je moeder doet haar best. Je ziet het.”

 

Ze keek naar de zee.
“Ik heb gehoord dat je de Waterengelen hebt gezien?”
“Ja,”
 zei ik, “het was een prachtige reis.

Ik zag ze toen ik hier bij de aardmannetjes was. Het was heel erg mooi.”
“Dat is het ook,”
 zei Sanne.

“Maar… zou je het leuk vinden om met mij een kleine reis te maken?”

Ik keek haar verbaasd aan. “Kan dat zomaar?”
Ze lachte. “Alles kan hier. Kom, dan gaan we de zee in.

Hier hoef je nergens bang voor te zijn, dit is de zee van de hemel.”

Ik keek naar mijn Engel.
“Ga maar, jongen,” zei hij. “Ik wacht hier op je.”

 

Sanne pakte mijn hand en samen renden we over het strand de golven in.

Het water was warm.

We doken onder en zwommen verder de zee op.

Ik voelde me vrij; ik kon hier veel sneller zwemmen dan op aarde.

“Mag ik wat vragen?” vroeg ik.
“Waar is Alba de albatros?”

Sanne glimlachte en keek achterom.

Ik draaide me om en zag een grote vogel rustig door het water bewegen.

Hij zag er precies zo uit als in de beelden.

“Hallo Jesse,” klonk het in mijn gedachten. “We hebben naar jouw komst uitgekeken.

Leuk dat je met ons meegaat op reis.”

“Zullen we?” vroeg Sanne. “Ik voel dat er op ons gewacht wordt.”

Samen zwommen we verder de open zee op.

De zon scheen, er was bijna geen wind en ik voelde me licht, alsof de wereld even stilstond.

Opeens werd ik aan mijn been getrokken en onder water getrokken.
Maar omdat angst hier niet bestaat, voelde ik alleen nieuwsgierigheid.

Een dolfijn!

Ze liet me los, keek me aan en ik hoorde haar zachte stem:
“Welkom Jesse, in de Waterwereld.

We zwemmen nog een stukje verder; daar ontmoet je de walvissen.

Klim maar op mijn rug, dan gaan we sneller.”

Ik hield haar vin vast en samen schoten we door het water.

Sanne en Alba zwommen ook met een dolfijn mee.

Toen ik achterom keek, zag ik wel honderd dolfijnen die ons volgden.

Het was magisch.

En toen werden de walvissen zichtbaar.

Grote fonteinen water schoten omhoog.

We bereikten hen en een van de walvissen zwom naar me toe.
“Welkom Jesse. We hebben op jou gewacht.

Ben je klaar om een reis onderwater te maken?”

“Ja,” zei ik blij.

“Houd mij maar vast,” zei de dolfijn.

“Dan kun je genieten van wat je gaat zien.”

 

Er viel een diepe stilte over het water, alsof alle zielen even één waren.

Mijn hart sloeg sneller en ik wist dat wat nu ging komen een geschenk van God was.

En toen doken we. Iedereen.

We gingen dieper en dieper.

Het water was helder en warm.

Af en toe zwom er een vis voorbij die mij begroette.

Zelfs de vissen maakten hier verbinding.

We bereikten een kleurrijk koraal vol zeepaardjes, schildpadden en vissen in alle mogelijke kleuren.

De liefde die hier hing voelde anders, frisser, alsof een voorjaarsbries je aanraakte.

Daaronder zagen we openingen in de zeebodem.

Ondergrondse grotten, net zoals in het boek.
We zwommen erdoorheen.

De wanden waren versierd met parels en kristallen.

Uiteindelijk kwamen we uit in een grote ondergrondse ruimte waar de zon scheen en de wolken zacht boven ons dreven.

Ik kwam boven water en keek verrast om me heen.

 

“Mooi hè?” zei Sanne. “Dit is de Binnenwereld.”

“Ben ik terug op aarde?” vroeg ik.
Ze schudde haar hoofd.
“Nee, Jesse. Dit is de wereld in de aarde.

Alles is hier perfect.

Hier is geen dualiteit, geen angst.

De dieren en de Waterengelen leven hier samen, zonder sluier tussen de werelden.

Dit is wie de aarde werkelijk is, en waar ze naar terug wil keren.”

We dreven met z’n allen in het water en keken naar het strand.

Alles was vredig.

Geen uitlaatgassen, geen vervuilde stromen, geen rommel op de kust.

“Jesse,” zei Sanne zacht, “wil je met Alba en mij op ontdekkingstocht in deze binnenwereld?

De walvissen en dolfijnen wachten hier op ons tot we terugkomen.”

Ik keek om me heen, voelde het zachte licht op mijn huid en knikte.
Sanne pakte mijn hand vast, en samen liepen we door de golven het strand op
.

 

 

Ik keek nog één keer achterom.

De dolfijnen speelden en zwommen door het heldere water van de zee.

De walvissen doken langzaam onder, om verderop weer met enorme waterfonteinen boven te komen.
“Hoe lang blijven we hier, Sanne?” vroeg ik haar.
“Dat weet ik niet precies,” antwoordde ze.

“Maar ik weet wel dat de walvissen en dolfijnen nu hun familie gaan bezoeken.

Wanneer wij hier alles hebben gezien, gaan we samen met hen terug naar de hemel.”

Ik keek vol verwondering om me heen.

Het was hier prachtig.
We stonden op een zacht, wit strand.

Voor ons torenden hoge palmbomen uit, vol perfect ronde kokosnoten en dadels.

Geen enkel blad was bruin; het leek alsof de bomen met zorg waren neergezet.

Rustig liepen we de zee uit.

Meeuwen trokken sierlijke bewegingen door de lucht. Alles voelde vredig en zuiver.

“Ben je hier eerder geweest?” vroeg ik.
Sanne knikte. “Ja. Ik heb hier heel lang gewoond.

Dit is de Waterwereld, de wereld uit het boek dat geschreven wordt.

Dit is de plek waar ik een jaar lang mocht leven en reizen.

Het blijft hier net zo mooi als altijd.

Driekwart van deze wereld bestaat uit water, en dit continent waar we nu staan is het enige grote stuk land.

De aarde buiten deze wereld kent er meerdere omdat zij is gegroeid.

De platen zijn verschoven, het lava stroomt naar buiten en de buitenste ring is breder geworden.

Daardoor kan de Middenaarde zich uitbreiden.

Dat gebeurt niet alleen hier, maar op elke planeet: ze groeien in liefde en bewustzijn.

Hoe meer ze groeien, hoe groter ze worden.”

Sanne keek me zacht glimlachend aan.

“De aarde is nog klein, maar haar kern is prachtig.

Hier zijn geen mensen meer; alleen dieren die niet langer hoeven te ervaren in de buitenwereld.

Alles leeft hier in vrede.

Jij mag hier vaker naartoe komen, omdat je nu verbonden bent met deze binnenwereld.”

Ze keek om haar heen en glimlachte.

“Kom, Jesse. Dan laat ik je de reis zien die ik hier heb mogen maken.”

 

Samen met Sanne en Alba liep ik verder het strand op.

Het voelde heerlijk om hier te zijn.

De walvissen verderop in de zee spuwden water omhoog, en ik moest erom lachen.

Ik voelde mij vrij, en ik zag dat Sanne en Alba iets heel speciaals hadden.

Ze droegen zoveel liefde in zich.

Sanne praatte met een schildpad, terwijl Alba aan een bloem rook.

Hij had nog niet veel gezegd, maar alles wat hij zei of deed, bracht ons aan het lachen.

Hij waggelde vrolijk achter ons aan.

Aan het einde van het strand begon een bos.

Hoewel hier geen mensen woonden, lag er toch een pad, gemaakt van kleine keitjes die glansden in het zonlicht.


“Ik weet wat je denkt, Jesse,” zei Sanne.

“Dat vroeg ik mij ook af toen ik hier voor het eerst kwam.

Maar dit pad is gemaakt om te volgen, zodat je alles kunt zien wat deze wereld te bieden heeft.

Sinds ik hier ben geweest, is er veel veranderd.”

Ze hurkte neer en tekende met haar vinger een rondje in het zand.
“Dit is de Middenaarde,” zei ze. Toen tekende ze een kleinere cirkel binnenin.

“En dit is het land. De rest is water.

Het land is omringd door rivieren, groot en klein.

In het midden van het land ligt een groot meer, omringd door bergen.

Sinds mijn verblijf hebben de Waterengelen bruggen gebouwd over de kolkende rivieren, zodat bezoekers alles kunnen bereiken.”

“Komen hier veel mensen?” vroeg ik.
“Nee,” zei ze. 

“Alleen degenen die het boek hebben gelezen of mensen die vanuit de hemelse sferen toestemming krijgen.

Na mijn bezoek is er veel veranderd, maar het blijft een heerlijke plek om terug te keren.”
Ze stond op. “Zullen we verder lopen? Alba vliegt alvast vooruit.”

 

We volgden het pad en ik voelde dezelfde liefde als in de hemel.

“Deze wereld is compleet,” zei Sanne zacht.
“Net zoals ieder innerlijk kind compleet wordt wanneer liefde en bewustzijn ontwaken.

Zonder oorlog, zonder geweld — alleen gedragen door respect en liefde voor elkaar.”

“Zo groeit de Middenaarde, net als jij bent gegroeid na jouw reis.”
Ik begreep wat ze bedoelde: hetzelfde geldt voor iedereen die op weg terug is naar God, die in zichzelf leeft.

We liepen door het bos en hoorde het zachte ruisen van waterstromen.

Vogels vlogen van tak naar tak.

Kleine, gouden Bosnimfen scheerden tussen de bladeren door en strooiden goudstof over bloemen, die vervolgens begonnen te trillen en de energie in zich opnamen.

Ik herkende ze van de beelden die ik had gezien in de hemel.

Nu zag ik ze in het echt.
Sanne wees naar dieren die ik niet kende en vertelde over haar avontuur.

 

Ik voelde me dankbaar dat ik hier mocht zijn.

Het bos eindigde en we stonden voor kolkende rivieren.

Nu begreep ik waarom hier bruggen overheen gebouwd waren: als je hierin viel, zou je worden meegenomen tot je weer in de zee uitkwam.
In de verte zag ik de eerste bergen met besneeuwde toppen.

Ik had nog nooit bergen gezien en was nieuwsgierig.

“Kom,” zei Sanne. “Er wordt op ons gewacht.”

We staken de brug over.

In de ruimte tussen rivier en land hadden vogels hun nesten gebouwd.

Zwanen en eenden leefden hier in harmonie.

Een eend kwam naar Sanne toegerend.
“Sanne! Wat fijn dat je er weer bent!”
Sanne pakte haar op. “Dit is één van de kleine eendjes die ik destijds heb leren kennen.

Ze is nu zelf moeder.”
Acht donzige kuikens waggelden achter haar aan.
“We komen op de terugweg nog langs,” beloofde ze, terwijl ze de eend voorzichtig neerzette.

 

We liepen verder tot we bij de laatste rivier kwamen.

Het water kolkte niet meer, maar stroomde rustig.

Sanne keek me lachend aan.

“Ben je er klaar voor om de Waterengelen te ontmoeten?”
“Natuurlijk,” lachte ik.

“Dit is de reis van jou én mijn moeder geweest. Ik wil er alles van weten.”

Ze pakte mijn hand. “Goed. We gaan springen.”
We renden en sprongen samen het water in.

Het water was warm en helder.

Voor ons rezen de hoge bergen op, indrukwekkend en puur.

Ik kon mijn ogen er niet vanaf houden.

Samen zwommen we tussen twee bergen door, zo het meer op.

Gelach en geroep klonk: de Waterengelen zwommen naar ons toe.

Voor Sanne was het duidelijk een blij weerzien.

Ze begroetten mij alsof we elkaar al jaren kenden.

Een Waterengel zwom naar mij toe.
“Je bent van harte welkom,” zei ze. 

“Je bent precies op het juiste moment gekomen.

Straks zullen de Waterengelen uit de zee ook hier arriveren, zodat je hen kunt ontmoeten.

Helaas zal jouw reis korter zijn dan die van Sanne, maar je bent hier altijd welkom.

Je weet nu de weg.

Morgenavond keer je terug, maar vandaag mag je genieten.”

Ik bedankte haar en keek om me heen.

Op het eiland in het midden had de grote vogels hun nest, maar ik zag ze nog niet.
“Ze komen zo,” zei Sanne.

“Ze zijn op verkenningstocht om te kijken of de Waterengelen van de zee al onderweg zijn.”

 

Toen gebeurde er iets raars.
Een bekende energie trok door de wereld.

Alba, die naast me zwom, zei: “Jesse, ga op je rug liggen.”
Ik deed wat hij zei. “Sluit je ogen,” zei nu Sanne.
Ik wilde kijken wat er gebeurde, maar Alba zei opnieuw: “Houd je ogen dicht, voel.”

Ik voelde de energie dichterbij komen. Het werd sterker en helderder.

Er leek iets bij mij stil te blijven staan.

Er werd een verbinding gemaakt.

De energie werd nog krachtiger en omringde me volledig.

Ik voelde me beschermd, alsof een moeder haar kind omarmt.

Achter mijn gesloten ogen verscheen een felgroene gloed die zich in alle richtingen splitste.

Het moest de kleur zijn van deze energie.

De gloed wiegde me zachtjes heen en weer.

Toen hoorde ik een heldere, krachtige stem: “Ik heb jou gezien, Jesse.
Jij bent, net als Sanne, een kind van Moeder Aarde, een kind van het universum,
een kind van God en de Godin.
Jij hebt mijn liefde ontvangen, mijn kind, en wij zullen voor altijd verbonden zijn.
Welke wereld je ook bezoekt buiten de hemel, ik zal daar zijn.
Ik zal je beschermen, je leiden, in al mijn kracht en liefde.
Mijn jongen… je bent thuis.”

 

Ik bedankte de Moeder, en de energie trok verder.

Ik dreef nog steeds op mijn rug toen twee grote vogels luid roepend over de bergen vlogen.

“Ze komen eraan! Ze komen eraan!”

Iedereen begon te zwemmen en maakte twee rijen bij de ingang van het meer.
De Waterengelen van de zee waren gearriveerd.
Ze hadden een lange reis achter de rug.

Ik was benieuwd naar hun komst.

Maar dat verhaal… vertel ik morgen.

Ik zag dat Sanne en Alba blij waren om deze Waterengelen opnieuw te ontmoeten. Het was een feestelijk onthaal.

Ik bleef op een afstandje kijken totdat ze mij begroet hadden.

Ze kwamen naar me toe en keken me nieuwsgierig aan.

Sanne glimlachte en zei: “Dit is Jesse, Jesse, de zoon van de vrouw die ons verhaal heeft opgeschreven.”

Een Waterengel zwom naar me toe en liet weten dat het goed was dat ik er was.

Het voelde vreemd om hier te zijn; ik zat nu echt in het boek dat mijn moeder geschreven had.

De Waterengel zwom terug naar waar hij vandaan kwam.

“Kom, Jesse,” zei Sanne.

“Dan gaan we even een bezoek brengen aan de grote vogels.

Ze hebben uitgekeken naar jouw komst.”

Samen met Sanne en Alba zwom ik naar het eilandje in het midden van het meer.

We klommen uit het water en liepen het eilandje op.

Twee grote vogels liepen ons al tegemoet.

Het was vreemd om met hen te praten, maar in deze wereld was dat heel normaal.

“Welkom, Jesse, in de Waterwereld.

Heb je een fijne reis gehad?” vroeg één van de vogels.

Ik knikte en bedankte hen dat ik hier mocht zijn.

“Jesse, we hebben je hier uitgenodigd zodat je kennis kunt maken met deze wereld en met Sanne,” zei de andere vogel. “Sanne is het innerlijke kind van je moeder.

Ze woont hier in de hemel en vertelt haar avonturen aan jou, zoals ze dat ook bij je moeder doet.

Helaas blijf je maar één nacht. Morgenavond keer je terug naar de hemel.

Geniet hier, praat met ons en beleef alles intens.”

Ik bedankte de grote vogels.

Ze waren prachtig, met kleuren zo fel  en ze waren groter dan een paard.

 

Sanne keek me glimlachend aan.

“Wat is er, Sanne?” vroeg ik plagerig. “Verberg je iets voor mij?”

Sanne kon haar lachen niet meer inhouden, en ook Alba grijnsde breed.

“Ik heb de grote vogels gevraagd of we morgen met hen over de wereld mogen vliegen, zodat jij de Waterwereld ook van bovenaf kunt zien.”

Mijn mond viel open van verbazing.

“Gaan we echt vliegen op de rug van deze vogels?” vroeg ik.

Sanne knikte glunderend. “Ja, Jesse, het gaat echt gebeuren.

Kijk, op aarde zijn we zo beperkt, maar hier is alles mogelijk.

Maar dat is morgen,” zei ze. “Nu gaan we plezier maken!”

 

Ik rende achter Sanne aan het water in en kwam bij de groep Waterengelen die net waren aangekomen.

Ze lagen heerlijk in het water te dobberen.

Sommige Waterengelen hadden dikke buikjes: ze zouden binnenkort een baby krijgen.

Eén van hen kwam naar ons toe en pakte mijn handen vast.

“Fijn dat je bij ons op bezoek bent, Jesse,” zei ze.

“We hebben gehoord dat jij naar de hemel bent gekomen.

Voor je moeder is het schrijven goed voor haar rouwproces, maar ook voor jullie band.

In eerdere levens waren jullie onafscheidelijk, zowel op aarde als in de hemel.

Voel je niet schuldig over hoe het was in dit leven. Hier zijn jullie weer samen.

De scheiding tussen deze werelden wordt dunner; hoe langer jij hier bent, hoe sneller je moeder zal terugkeren.”

Ik bedankte de Waterengel voor haar mooie woorden en ze zwom terug naar de groep.

 

Ik keek Sanne en Alba blij aan.

“Kom, Jesse, ik wil eerst terug naar de rivier. Voordat het donker wordt wil ik nog iets doen.”

“Ik keek naar de lucht, en zag dat de zon aan het zakken was.

“Is hier dan tijd?” vroeg ik haar.

“Hier is wel tijd,” zei Sanne. “Omdat dit midden in de aarde is, is er dag en nacht.

Vannacht is het bijna volle maan.

Morgenavond zullen we via de moederenergie teruggaan naar de hemel.

Dan is de reis door de waterwereld voorbij.”

 

We zwommen terug over het meer richting de uitgang.

Ik voelde de energie veranderen; tussen de bergen door werd het stiller en sereen.

We klommen uit het water en zagen de eerste vogels op de waterkant zitten.

Ze begroetten hen, spraken even, en daarna liepen we naar een van de zwanen en daarna naar de eenden.

Sanne vertelde me dat de zwanen een mand hadden gevlochten.

De grote vogels zouden het lange touw uit het water pakken en zo de mand met eendjes de lucht in tillen.

Ze keek de kleine eendjes aan en zei: “Toen jullie moeder nog klein was, heeft ze dit ook meegemaakt.

Binnenkort zullen jullie hetzelfde avontuur beleven.”

De kleine eendjes kwetterden allemaal door elkaar, en Sanne lachte.

Ik keek Sanne aan en vroeg: “Morgen gaan we een reis over de waterwereld maken.

Is het misschien een leuk idee op morgen de eendjes mee op reis te nemen?"

Alle eendjes keken Sanne gespannen aan.

“Mag het Sanne, mag het?” kwetterden ze tegelijk.

Sanne begon te lachen. “Morgen vliegen wij met zijn allen over de waterwereld,” zei ze, “nu gaan we terug; de zon gaat onder en straks gaat iedereen slapen.”

 

We zwommen terug naar het meer.

Toen we bij de groep waren, zei een Waterengel: “Jesse, Sanne en Alba, ga in het midden liggen.

Wij zullen jullie omringen.”

Ik deed wat ze zeiden, ging op mijn rug liggen en sloot mijn ogen.

De Waterengelen kwamen in een cirkel om ons heen liggen en begonnen te hummen.

Eerst voelde het vreemd, maar al snel voelde ik hun energie door mij heen stromen.

Het was alsof elke Waterengel verbonden was met de ander en met mij.

Ik deed heel even mijn ogen open en zag het noorderlicht door de nacht dansen en langzaam viel ik in slaap.

Ik wist dat ik droomde, maar de details vervaagden.

Toch voelde ik een diepe rust en verbondenheid, wetende dat morgen een nieuwe dag vol avonturen zou brengen: een vlucht over de Waterwereld, en een ontmoeting met alles wat mijn moeder ooit had beleefd.

De volgende morgen werd ik wakker van het zingen van de vogels.

Het leek wel een orkest dat aan het spelen was.

Iedereen was wakker: de vogels, de kikkers, de dieren in het bos.

Ik bleef even op mijn rug liggen om van deze aardse geluiden te genieten.

Sanna kwam naar me toe en raakte me heel even aan.

“Jesse, vandaag wordt het een fijne dag.

Ga je met ons mee?” vroeg ze.

Ik keek haar glimlachend aan en rolde me om in het water.

Het is fijn om hier te zijn. Dit is de perfecte aarde.

Zo zou het altijd moeten zijn.

Ik keek om me heen.

Gelukkig waren hier geen mensen; velen kennen de Waterwereld nog niet.

Maar ik vroeg me af: hoe zou het zijn als er opeens heel veel mensen zouden rondlopen?

Voor het eerst voelde ik dat mensen veel zouden kunnen verstoren in deze perfecte wereld.

Sanna lachte.

“Gelukkig ben jij één van de mensen die hier met mij mee mag reizen.

Ga je mee, Jesse?”

De dagen hier duren niet zo lang als op aarde aan de buitenkant, vertelde ze.

“Omdat de aarde veel groter is dan de waterwereld, middenin de aarde, moeten we opschieten.”

 

We Zwommen samen naar de grote vogels.

Onderweg vertelde Sanna dat ze al met de grote vogels en de zwanen had afgesproken dat ze onderweg de eendjes zouden oppakken.

De zwanen zouden ervoor zorgen dat iedereen al klaarstond, en het mandje dat we zouden meenemen lag al klaar op het wateroppervlak.

Ik vond het spannend.

Wie had ooit kunnen denken dat je vanuit de lucht zulke fijne reizen zou maken?

Alles wat we dachten dat fantasie was, bestond hier echt.

Soms kon ik niet geloven wat ik allemaal mee mocht maken.

Het was overweldigend.

We kwamen aan bij de grote vogels.

Het waren een mannetje en een vrouwtje.

Het waren hemelse vogels die samen met de Waterengelen naar deze plek waren gekomen om de dieren te helpen.

Net als Engelen en lichtwezens ons helpen in de hemel, sturen zij hier alles in goede banen.

“Ben je klaar?” vroeg de grote vogel die mij aankeek.

Ik knikte blij. “Daar gaan we.”

 

We klommen op de rug van de vogels.

Sanna zat op de rug van haar vogel en hield stevig vast.

De vogels spreidden hun vleugels, renden een paar stappen en trokken zich toen op.

We vlogen over het water.

Alle Waterengelen zwaaiden naar ons, en wij zwaaiden terug.

“Hou je goed vast!” riep de grote vogel waarop ik zat. “We gaan klimmen!”

Ik sloeg mijn armen om de hals van de vogel.

We klommen hoger en hoger de lucht in.

Het uitzicht was prachtig: het water met de Waterengelen, de bomen rond het meer, en de bergen van dichtbij.

We vlogen nog hoger, boven de bergen uit.

Het was kouder, maar dat maakte me niks uit.

Ik genoot van het uitzicht: besneeuwde bergtoppen, groene valleien en rivieren die smeltwater afvoerden.

 

Het land was groter dan ik dacht.

Ik vroeg de vogel hoeveel land er was. “Een kwart van deze wereld is land,” zei hij,

“de rest is water.” Ik dacht aan de aarde: hier is het andersom.

Het land zit aan elkaar vast, middenin de kern van moeder aarde, en alles is perfect in zijn plek.

We vlogen over groene velden met rode klaver en orchideeën.

Ik rook de bloemen en alles was ongerept en prachtig.

Langzaam daalden we richting het meer, om de eendjes op te halen.

In de verte zag ik de rivier waar de eendjes woonden.

Ze staken nieuwsgierig hun kopjes door speciaal gemaakte gaatjes in het mandje en kwetterden van plezier.

Alba hielp hen, samen met de zwanen.

De grote vogel vloog laag over het water en pakte het touw op.

Het mandje met de eendjes werd de lucht in getild.

 

Hoog boven de rivieren konden we zien hoe het water zijn weg vond: krachtige watervallen, kabbelende beekjes en rechte kanalen die natuurlijk waren gevormd door het water zelf.

Het bleef me verbazen hoe de mens later dezelfde kanalen had nagemaakt.

We vlogen verder, over zee.

De zon scheen en ik voelde me weer als een kind, alles voor het eerst ziend.

Walvissen en dolfijnen zwommen in de wateren, en we zwaaiden naar hen.

Het voelde magisch, alsof de wereld hier helemaal in balans was.

We vlogen terug over de bergen, zodat de eendjes alles konden zien.

Het was prachtig.

Toen we bij het meer aankwamen, lieten we zachtjes het mandje met eendjes in het water zakken en Alba en de zwanen zwommen ernaartoe om hen te helpen uit het mandje te komen.

Ik zwaaide nog één keer en voelde een diepe dankbaarheid voor deze perfecte wereld.

 

We waren terug in het meer.

De Waterengelen zwommen naar ons toe en vroegen lachend of we het leuk hadden gehad.

Ik knikte.

De zon begon te zakken en ik zag dat de maan tevoorschijn kwam.

Het was volle maan vanavond, en dat betekende dat ik terug zou gaan naar de hemel.

Alle Waterengelen kwamen dichterbij om afscheid van me te nemen.

De oudste van hen kwam naar ons toe en zei: “Fijn dat je bij ons was, Jesse.

Je hebt een klein stukje van de reis meegemaakt die Sanne heeft ervaren.”

Ze keek naar de maan en vervolgde: “Het is volle maan.

Dat betekent dat jouw reis nu ten einde loopt.

Straks zullen we allemaal om jullie heen liggen in het water.

We nemen jullie mee terug naar de hemel.

De walvissen en dolfijnen die in de zee op jullie wachten, gaan met ons mee.”

“Dank jullie wel,” zei ik tegen de Waterengelen, dankbaar dat ik hier mocht zijn.

 

Ook de grote vogels, de walvissen en de dolfijnen voelde ik in mijn hart.

Het was een heerlijke reis geweest.

Sanne keek naar de maan. “Het is bijna donker, Jesse. Het is tijd om terug te gaan.” 

Samen zwommen we naar het midden van het meer en gingen op onze rug liggen, elkaars hand vasthoudend.

“Doe je ogen dicht, Jesse, en voel de Waterengelen om je heen,” zei ze zacht.

Ik sloot mijn ogen en voelde de energie van de Waterengelen, zoals de eerste keer, om me heen cirkelen.

Het was moeilijk om me volledig over te geven, want ik voelde de zwaarte van de buitenkant van de aarde die door de aarde heen leek te dringen.

Maar ik wist dat ik dit los moest laten om de hemel te kunnen bereiken.

Overgave aan iets onbekends is altijd lastig, maar wat kon er gebeuren? Niets.

Dus zette ik mijn twijfel opzij en volgde de bewegingen van de Waterengelen.

Eerst zachtjes, daarna sneller en krachtiger.

 

Ik merkte dat de energie veel sterker was dan de avond ervoor.

Langzaam raakte ik in een trance.

Achter mijn gesloten ogen verscheen de maan, groot en helder.

Ze begon te draaien, steeds sneller, en kwam op mij af.

Een tunnel van licht vormde zich als een tornado en tilde ons op.

Alles werd helder.

Ik zag de Waterengelen zweven, de dolfijnen, walvissen, grote vogels, vissen en een octopus, allemaal draaiden ze in de tunnel van licht.

Ze waren wakker en lachten van plezier.

Toen ik mijn ogen opende, zag ik hetzelfde beeld.

Sanne hield nog steeds mijn hand vast.

“Ben je er klaar voor, Jesse?” vroeg ze blij. Ik knikte.

Voor ons lag het einde van de tunnel; een fel, warm licht overspoelde ons.

Opeens lagen we in het water.

Ik ging rechtop zitten, verwonderd om me heen kijkend: overal waren de Waterengelen, walvissen en dolfijnen, de dieren die met ons door de tunnel waren gereisd.

 

Sanne keek glimlachend naar me.

“Dank je, Jesse, dat je met me mee ging op deze reis.

We zullen elkaar hier zeker vaker zien.”

Ik zag dat onze Engelen op het strand stonden, zwaaiend naar ons.

De Engel van Sanne herkende ik meteen; hij was dezelfde die bij me was geweest toen het hemelse koor begon te zingen.

“Kom,” zei Sanne, en we zwommen samen terug naar het strand.

We liepen het water uit.

Sanne omhelsde me even en zei: “We zijn echt zo trots op je.”

Daarna liep ze naar haar Engel en samen verdwenen ze in het niets.

 

Mijn Engel kwam naast me staan en zei: “Sanne moet terug omdat jouw moeder wakker is geworden.

Ze zal straks jullie verhalen opschrijven.

Deze reizen naar Zomerland, de dierenwereld en de waterwereld vormen één grote sfeer met verschillende lagen.

Jij hebt nu alles gezien, maar je mag hier altijd terugkomen.”

We liepen het strand af, door de duinen, en langzaam veranderde onze wereld.

Ik voelde de vermoeidheid van de reis en vroeg mijn Engel hoe dit kon.

Hij antwoordde: “De wereld van de Waterengelen ligt in de midden-aarde, ver van de hemelse sferen.

Het is een zuivere wereld vol liefde, maar de zwaarte van de buiten kant van de aarde drukt op je.

Daarom komen ze iedere maand met volle maan hierheen.”

“Laten we even opladen in de groene wereld,” zei mijn Engel.

 

Het licht veranderde, de groene wereld ging open en ik zag de boom.

Ik legde mijn handen op de stam en voelde een gouden energie over me heen stromen, die de zwaarte van me afnam.

Ik bedankte de boom en samen liepen we terug naar onze eigen sfeer.

Het was fijn om Sanne te ontmoeten.

Het was een prachtige reis, en ik was benieuwd waar de volgende reis naartoe zou gaan.

Ik denk dat jij dat ook bent.