Het nieuwe jaar was begonnen.
Opeens veranderde er iets in hoe ik ernaar keek.
Het was niet meer: Jesse is afgelopen zomer overleden, maar het werd: Jesse is vorig jaar overleden.
En dat klonk ineens zo ver weg, terwijl het in werkelijkheid nog maar zes maanden geleden was.
Ik wist niet goed wat ik moest doen.
Naast het schrijven, wat ik bijna dagelijks met Jesse deed, en het opschrijven van zijn verhaal, raakte eigenlijk niets mij echt.
Af en toe keek ik op Facebook, maar dat sloot ik al snel weer af.
Instagram drukte ik eigenlijk meteen weg.
Ik ben iemand die zich laat leiden door energieën, en blijkbaar had ik daar op dat moment geen ruimte voor.
Ik ging achter mijn laptop zitten en voordat ik het doorhad, was ik alweer aan het schrijven, dit keer voor mijn website.
Ik heb daar een rubriek: Symbolen &
Inzichten.
Woorden met een diepere betekenis, zoals bijvoorbeeld een vlinder die je ziet fladderen, waar mensen vaak een gevoel bij krijgen van iemand die overleden is.
Wanneer iemand een verhaal bij mij bestelt, verwerk ik daar dikgedrukte woorden in, die ze later kunnen opzoeken, zodat het verhaal nog een diepere laag krijgt.
Veel mensen gebruiken die woorden ook om hun dromen te begrijpen.
Die teksten had ik ooit geschreven zoals ik ze had doorgekregen, maar ze waren nooit echt nagekeken of verder uitgewerkt.
Dus ik ben ze allemaal langsgegaan.
En dat waren er veel.
Ik gaf ze meer inhoud, zocht er een passende afbeelding bij en langzaam begon het te kloppen met hoe ik voelde dat het moest zijn.
Maar als je eenmaal begint met het aanpassen van je website, dan ga je verder.
Tenminste, zo werkt het bij mij.
Ik zag dat Jesse’s Reis, die ik als blog had geplaatst, moeilijk te vinden was.
Als je voor het eerst op mijn website kwam, moest je helemaal naar beneden scrollen om het begin te lezen.
Ik vond dat zelf al lastig, dus mijn lezers ook.
Daarom heb ik al zijn delen samengevoegd op één pagina, zodat zijn reis in één keer gelezen kon worden.
Dat voelde goed.
Van daaruit ben ik al mijn verhalen opnieuw gaan indelen in categorieën: hemelse verhalen, verhalen uit het leven, troostverhalen en winterverhalen.
Ook de lessen die ik ooit heb doorgekregen van lichtmeesters heb ik een eigen plek gegeven.
Alles werd overzichtelijk.
Als laatste heb ik de homepagina aangepast.
En vlak voor mijn verjaardag was alles klaar.
Maar het was ook precies twintig jaar geleden dat ik zelf begon met schrijven.
Net als Jesse heb ik ooit op dat punt gestaan.
Ook ik kon de prikkels van het leven niet meer aan.
Alleen voor mij was het toen nog niet de tijd om te gaan.
Er werd mij iets anders laten zien.
Ze lieten mij het licht zien.
De hemel op aarde.
Ik voelde zoveel liefde en zag dingen die ik daarvoor niet kon zien.
Twintig jaar geleden, op 13 maart, een dag na mijn 36ste verjaardag, veranderde mijn leven voorgoed.
Mijn nieuwe geboortedag.
Niet lang daarna schreef ik mijn eerste woorden op papier.
En dat is nooit meer gestopt.
Ik werd mijn eigen leraar.
En in die twintig jaar heb ik misschien nog wel meer afgeleerd dan geleerd.
En toen… was het stil.
Mijn website was klaar.
Jesse’s Reis stond.
En voor het eerst in lange tijd voelde het alsof ik even klaar was met schrijven.
Alsof ik op een T-splitsing stond en niet wist welke kant ik op moest.
Links… of rechts?
In het begin vond ik dat moeilijk.
Ik ben iemand die altijd bezig is, die bijna nooit stilzit.
En nu was er ineens niets meer.
Het voelde alsof ik weer iets kwijt was.
Maar ik weet inmiddels ook dat er altijd iets nieuws komt.
Dat dit misschien juist een moment was om rust te nemen.
Om even niets te hoeven.
Eerst huilde ik en wist ik me geen raad, maar langzaam vond ik weer kleine dingen om me mee bezig te houden. Gewone, dagelijkse dingen.
’s Middags ging ik op bed liggen en deed ik mijn oefening om volledig te ontspannen, waardoor ik voelde dat de energie weer door mijn lichaam begon te stromen.
Het voelde goed.
Ik merkte dat ik langzaam mijn rust terug begon te vinden, zowel in mijn lichaam als in mijn hoofd.
Vorige week keken we een programma waarin mensen niet mochten lachen.
De tv is nog steeds een afleiding in de avond, al merk ik dat ik daar steeds minder behoefte aan krijg.
Maar die avond gebeurde er iets.
Voor het eerst in ruim negen maanden heb ik weer echt gelachen.
Zo hard dat ik bijna van de bank afrolde.
Met tranen in mijn ogen van het lachen keek ik naar Jesse’s urn…
en ik wist: hij is ook blij om zijn moedertje zo te zien.
Ik ben weer begonnen met schrijven.
Met Jesse schrijf ik nu twee keer per week.
Het mooie is dat ik zo met hem kan praten en hem regelmatig dicht bij me voel.
Soms zijn dat momenten waarop, uit het niets, de tranen weer in mijn ogen springen.
Ook ’s avonds, als ik naar bed ga, weet ik dat hij bij me is.
Dat hij wacht tot ik mijn hand neerleg, zodat hij die kan vasthouden.
Onze afspraak.
Maar soms ben ik zo moe, of durf ik me niet naar hem om te draaien, omdat ik weet dat de emoties dan loskomen.
En soms kies ik er dan voor om dat even niet toe te laten.
We zeggen welterusten, praten nog wat…
maar het idee dat hij mij echt aanraakt als ik me omdraai, kan ik soms niet aan.
Misschien klinkt dat raar…
maar soms ben je bang voor de pijn.
Na negen maanden ben ik ook begonnen met schrijven over hoe ik alles heb ervaren.
Over hoe Jesse zich in dit leven gevoeld moet hebben als hoogbegaafde jongen.
Ik schrijf gewoon van me af.
Ik voel ook dat er in Jesse’s Reis mooie inzichten zitten die nog verder uitgewerkt mogen worden.
Hoe dat eruit gaat zien weet ik nog niet.
Ik laat het ontstaan.
Het is bijna voorjaar en 12 juni komt steeds dichterbij.
Een jaar geleden.
Ergens ben ik er bang voor.
Ik hoor van mensen om mij heen dat alles dan weer terugkomt, dat je het opnieuw beleeft, dat de blauwdruk even open gaat en je er opnieuw doorheen gaat, maar dan van een afstand.
Ik ken dat wel.
We hebben al vaker mensen verloren.
Maar een kind…
dat is anders.
Ik vraag me af of ik het aankan.
Maar ik laat het gebeuren.
Er zullen nog veel meer 12 juni’s komen.
Voor nu blijf ik schrijven.
En laat ik me leiden door wat er op mijn pad komt.
Door de gidsen, de lichtmeesters en de engelen.
Mijn verhaal is nog niet klaar.
Dat voel ik.
En wat er nog geschreven moet worden…
dat zal zich vanzelf laten zien.
