Lichtfeest in de Hemel

Mijn Engel en ik waren weer terug in onze eigen lichtsfeer.

Ik vroeg aan mijn Engel: “Mijn moeder vraagt zich af of wij hier ook Kerst vieren.”

De Engel schudde zijn hoofd.
“Nee,” zei hij zacht.

“Dat is een aards feest, bedacht door mensen.

De manier waarop Kerst nu wordt gevierd, heeft een heel andere betekenis gekregen dan waarvoor het oorspronkelijk bedoeld was.

Kom, laten we naar de bibliotheken gaan en daar naar antwoorden zoeken.”

Samen liepen we het plein over, langs de grote fontein.

In het water zag ik kleine Engeltjes spelen.

Ik had hen nog nooit eerder gezien.

“Krijgen de Engelen hier ook kinderen?” vroeg ik verbaasd.

Mijn Engel lachte.
“Nee,” antwoordde hij, “maar de kleine Engeltjes zijn wel een creatie van de Engelen, en dan vooral van de hoogste Engelen.

Ze verkennen, net als jij, de sfeer en mogen hier spelen, zoals kinderen dat doen.”

We bleven even staan en keken toe.

Het water dat normaal krachtig en zilverkleurig uit de fontein omhoog spoot, straalde nu alle kleuren van de regenboog.

Ik moest lachen. De Engeltjes waren zó grappig.
De één was rood met gele stippen, de ander had paarse en blauwe strepen.

Maar zodra ze uit het bassin stapten, verdwenen de kleuren en werden ze weer stralend wit.

 

“Kom,” zei mijn Engel.

We liepen verder over het plein, beklommen de trappen van de bibliotheek en gingen naar binnen.

Ik keek om me heen en het bleef een bijzondere ervaring om hier binnen te stappen.

Zoveel boeken, zoveel kennis, het leek oneindig, alsof er geen einde bestond aan wat hier bewaard werd.

De professor kwam naar ons toe, glimlachte vriendelijk en vroeg:
“Wat kan ik voor jullie betekenen?”

Mijn Engel keek mij aan, en ik stelde de vraag: “Mijn moeder vraagt zich af of er in de hemel ook Kerst wordt gevierd.”

De professor glimlachte opnieuw.
“Dat is een hele mooie vraag van jouw moeder,” zei ze.

“Hier in de hemel worden veel feesten gevierd, maar Kerst is een feest van de aarde.

Toch…” en ze keek omhoog naar de boeken die hoog in de zwevende kasten stonden

“Kerst heeft wel een voorgeschiedenis. Wacht even… hier, daar moet het staan.”

De professor vloog door de bibliotheek, haalde een oud boek tevoorschijn en kwam weer terug.
“Hier,” zei ze. “In dit boek staan de aardse feesten beschreven.

Blader er maar doorheen, dan zul je het antwoord vinden.”

 

Mijn Engel en ik gingen samen zitten en ik keek naar het boek dat voor ons lag.

Het was dik en zwaar, en op de voorkant zag ik de aarde afgebeeld.

Heel even legde ik mijn handen erop, alsof ik het wilde voelen, en toen opende ik het boek.

Ik zag dat de woorden niet in het Nederlands waren geschreven, maar in een taal die ik niet kende.

Ik sloeg een bladzijde om, en nog één, tot ik bij een afbeelding kwam.

Inmiddels wist ik dat als de plaatjes bewogen, ze me lieten zien wat er geschreven stond.

Ik zag de aarde en hoe er langzaam werd ingezoomd.

Mensen keken naar de sterren.

De sterren vertelden hun verhalen, net als de zon en de maan.

Ze vertelden hoe laat het was, in welk seizoen de mensen leefden, en alles werd zorgvuldig vastgelegd.

Ik zag dat de Engelen dicht bij de mensen stonden.

Ze gaven hun inzichten en verhalen door, verhalen vol kennis en antwoorden.

Zo ontstonden de eerste mythen.

Verhalen werden doorgegeven en veranderden.

Geschiedenis werd geloof, en geloof werd waarheid.

En dat proces ging door, tot aan nu.

Het geloof kreeg een belangrijke rol in de samenleving en er ontstonden verschillende geloven.

De ene groep zei dat hun geloof dichter bij God stond, terwijl een andere groep beweerde dat juist hún geloof de waarheid was.

 

Het beeld veranderde. Ik zag een oude beschaving.

Ik zag de winter, de lente, de zomer en de herfst.

Rond die seizoenen werden feesten gehouden.

Mensen dansten en er werden rituelen uitgevoerd.

Veel daarvan werd gedaan vanuit angst en macht.

Sommige rituelen werden uitgevoerd vanuit het geloof dat de goden hen zouden helpen met de oogst.

Maar er waren ook rituelen bedoeld om anderen pijn te doen.

Er werd macht toegekend aan krachten die niet te verklaren waren.

Omdat de aarde een smeltkroes is van verschillende zielen, ontstonden er vele machten, vele geloven en werden er talloze rituelen uitgevoerd.

De mens heeft altijd geweten dat er een hemel was, een thuis waar zij na de dood naar terugkeerden.

Ze hebben altijd in goden geloofd en daarom rituelen uitgevoerd, in de hoop geholpen te worden, of om anderen te beïnvloeden en er werden oorlogen gevoerd.

 

Ik sloeg de bladzijde om.

Ik zag net de man aan het kruis.

Ik schrok heel even, mama.
Het was dezelfde man die ik in mijn eerste week na mijn aardse dood zag, nog voordat ik naar de hemel kwam.

Hij zat bij jou. Hij was bij je en hielp je met je verdriet.

Hij maakte een kruisje op mijn voorhoofd.

Zijn moeder zat naast hem.

Zij wist wat het was om een kind te verliezen; zij droeg dezelfde pijn als jij.

En nu begreep ik dat het Jezus moest zijn geweest die bij je was.

Ik zag hem aan het kruis hangen, maar ik keek dieper dan het beeld dat wij kennen.

Jezus, zoals wij hem noemen, wist dat hij een taak had.

Net als vele anderen stond hij in contact met de hemel, met Engelen en gidsen.

Hij wist wat hij deed.

Hij wist dat door hem een nieuw geloof zou ontstaan, een weg die naar het hart moest leiden.

Hij wist dit samen met velen anderen.

Zij wisten dat hun rol tijdelijk was, en hij gaf zich over aan zijn taak.

 

Er zijn geschriften bewaard gebleven waarin hun waarheid is opgeschreven: een nieuwe weg terug naar het zelf.

Het Christuslicht, het Boeddhalicht, het licht van Mohammed, het Krishnalicht enz. het is één en dezelfde poort.

Een poort die wij als mens allemaal in ons dragen.
Een poort die ons vertelt dat wij ons eigen kruis moeten dragen, en dat we pijn en onzekerheden mogen loslaten.

Overgave is de sleutel: naar binnen keren, loslaten, en jezelf bevrijden van pijn en angst.

Ik zag dat die tijd een moment was waarop een nieuw geloof werd geboren, een nieuwe weg naar binnen.
Een weg die laat zien dat, wanneer je naar binnen gaat, je herboren weer naar buiten komt.

Er was een aardse moeder en een hemelse vader.

De twaalf discipelen vertegenwoordigden ieder een emotie, een innerlijk thema dat je moest opruimen en overwinnen.

Het was een metafoor voor wat er toen werd getoond: een beeld van twee werelden die samen kunnen komen, wanneer je je kruis draagt en daar verantwoordelijkheid voor neemt.

De doornen stonden voor de gemene spelletjes die wij als mensen spelen.
De koningsmantel stond voor onze hebzucht, ons verlangen om meer te willen zijn dan we werkelijk zijn.

Alle symbolen rond de man aan het kruis dragen een diepere betekenis.

Hij laat zien: draag je kruis met respect. Het is een lange en zware weg.

Het ego steekt als doornen in je hoofd, maar word je bewust van iedere gedachte, ieder spel dat niet van God is.

Onderzoek jezelf. Kijk wie je wél wilt zijn en wie niet.
Gooi die mantel af.

Bevrijd jezelf van al het leed dat je jezelf hebt aangedaan, en ook anderen.

Ga naar binnen. Sluit jezelf in je eigen hart, in je eigen grot.
En sta pas weer op wanneer je jezelf hebt gezien in het licht van God.

De man aan het kruis wilde ons de weg naar binnen laten zien, met zoveel mooie metaforen en symbolen die door de eeuwen heen bewaard zijn gebleven.

Veel van wat hij wilde uitdragen is door tijd, strijd en interpretatie verloren gegaan.

Maar nog altijd draagt hij zijn doornenkroon, omdat hij een taak heeft: elke ziel die zijn weg volgt te helpen, totdat de laatste weer naar huis is gekeerd.

Want als mens ga je eerst langs hem om bij de Vader te komen.

Maar dit naar binnen gaan is niet anders dan wat alle andere profeten hebben laten zien: zij wijzen allemaal de weg naar binnen, naar jezelf, via hen, naar God.

 

Ik sloeg opnieuw een bladzijde om.
Ik zag het feest: de lange viering, het midwinterfeest, de winterwende.

Mensen brandden hoge vuren om licht te brengen rond de donkerste dagen van 21 december.

Na deze datum zou het licht langzaam weer terugkeren.

Een nieuw geloof werd samengevoegd met het oude geloof.

Het werd een lichtfeest, met kaarsen. Een mooi feest.

Later werd het commerciëler, met de kerstman en cadeautjes voor kinderen.

Maar oorspronkelijk was dit feest bedoeld om mensen eraan te herinneren dat er een kind op aarde werd geboren dat de weg naar binnen zou laten zien aan allen die na hem kwamen, de weg van liefde gingen volgen.

Hij was een voorloper, net als velen die zijn weg hebben bewandeld.
De man aan het kruis wilde laten zien dat iedereen de weg naar binnen kan vinden.

Net als de Boeddha, en alle anderen die dit hebben verteld.

 

Ik sloeg weer een bladzijde om.
Ik zag een zacht feest in de hemel. Geen kerstfeest zoals wij dat op aarde vieren.

Nee, een lichtfeest met een andere betekenis.

Hier hoefde geen geloof aan te worden gehangen, want hier wonen wij al in God zelf.

Hier dankten wij God voor zijn liefde, zijn goedheid en zijn zaligheid.
Ik zag mensen lopen met olijftakken en palmtakken.

Ze zongen liederen en kwamen samen op een groot plein.

Ik zag meesters rondlopen, zij die het lijden van het aardse leven al waren ontstegen.

Er werd gedanst en er was feest, maar hier eerden we niet Jezus, hier eerden we God in al zijn glorie.

Ik keek mijn Engel glimlachend aan en sloot voorzichtig het boek.
Er werd wel feest gevierd, maar geen kerst.

Kerst is voor de aardse wereld: om het licht dat in het donker verschijnt verder te laten branden in de harten van de mensen, zodat zij naar binnen kijken en een nieuwe weg ontdekken, een weg die verscholen ligt in het hart. Dat is de weg naar God.