Ik loop met mijn Engel door de lichtwereld.
Hij is blij om weer thuis te zijn en geniet zichtbaar van alles om ons heen.
Overal zie ik prachtige bloemen en ruik ik heerlijke geuren.
De wereld ademt rust en schoonheid.
Ik zie vijvers met mooie vissen, vissen die je op aarde ook kunt vinden, maar hier zijn ze hemels.
Ze stralen licht uit en hun aanwezigheid voelt vriendelijk en vertrouwd.
In de vijver groeien lelies met bloemen in verschillende kleuren, elk even zacht en levendig.
Insecten zie je hier nauwelijks, maar vlinders, libellen, hommels en bijen heb ik al wel gezien.
Ook zijn er kikkers, vogels en natuurlijk de vissen.
Alles leeft in harmonie.
Wat wij hopen te vinden na onze aardse dood, bestaat hier werkelijk.
Deze wereld is goddelijk.
De liefde die hier voelbaar is en laat zich nauwelijks in woorden vatten.
Het lijkt een beetje op verliefd zijn: je bent licht, vrolijk, en je ziet de wereld om je heen op een totaal andere manier.
We gaan op een bankje bij de vijver zitten en kijken zwijgend naar het water.
Dan zie ik een groep zwanen onze kant op zwemmen.
Ze bewegen statig en hun witte en zwarte kleuren lijken haast licht af te geven.
Ze blijven voor ons rondzwemmen, alsof ze ons begroeten.
Ik kijk mijn Engel aan en stel hem een vraag die mij bezighoudt.
“Mijn moeder vraagt zich af hoe het mogelijk is dat ik hier ben, en tegelijk met haar kan spreken en bij haar kan zijn.”
De Engel glimlacht.
“Dat is een interessante vraag van je moeder, Jesse,” zegt hij.
“Daar is al veel over geschreven, maar er is ook nog veel dat mensen niet volledig begrijpen.
Ik wil het je graag uitleggen, maar misschien is het beter om het dit keer niet in de bibliotheek te doen maar ergens anders.”
Hij staat op, kijkt me lachend aan en steekt zijn hand naar me uit.
“Laten we naar je moeder gaan. Ga je met me mee, jongen?”
Ik stond op en liep samen met mijn Engel door de sfeer.
We gingen naar de buitenrand, een soort niemandsland.
Het landschap bestond uit glooiende heuvels, met hier en daar een boom en bloem.
Alles voelde stil en open.
Mijn Engel tikte met zijn vinger in de lucht.
Op dat moment ontstond er een tunnel.
Zonder aarzeling stapten we naar binnen en liepen erdoorheen.
De tunnel was mooi en zacht verlicht, maar onderweg vroeg ik me af waarom we juist nu door deze tunnel gingen. Ik stelde die vraag aan hem.
“Ik probeer je vragen straks zo duidelijk mogelijk uit te leggen, Jesse,” zei hij rustig.
“Maar daarvoor moeten we eerst ergens anders naartoe.”
Ik knikte en volgde hem verder.
Aan het einde van de tunnel kwamen we uit in de slaapkamer van mijn moeder.
Ik zie haar op bed liggen, met haar schrijfboekje bij zich.
Alles wat ze doorkrijgt van mij en van haar Engel, die bij haar op het bed zit, schrijft ze hierin op.
We bekijken haar vanaf het voeteneind van het bed.
Dan merk ik dat onze hond Daan, die voor het bed in zijn mand ligt, mij opmerkt.
Hij heeft mij al vaker gevoeld. Hij tilt zijn hoofd even op, alsof hij weet dat ik er ben.
“Je moeder schrijft ieder woord op,” zegt mijn Engel, “maar ze kan ook zonder schrijven met jou communiceren, en met haar Engel, of met iemand die al is overgegaan. Dat is voor haar heel fijn.
Maar vanaf de aardse kant wordt dit heel anders ervaren dan vanaf onze kant.”
Hij kijkt me aan en vervolgt:
“En daarom is de vraag van je moeder ook zo belangrijk.”
“Je moeder praat,” zei mijn Engel, “maar wat er gezegd wordt, bestaat al eerder.
De woorden die zij opschrijft, beleeft ze op dat moment, maar ze zijn al ver van tevoren vastgelegd.”
“Kom,” vervolgde hij zacht, terwijl hij opnieuw met zijn vinger in de ruimte tikte.
Dit keer ontstond er geen tunnel.
In plaats daarvan zag ik de blauwdruk van mijn moeder.
Het lag als een doorzichtig veld om haar heen, een fijnmazig geheel van licht.
Ik zag haar levens, haar levenslessen en haar ervaringen.
Ze heeft al ontzettend veel opgeruimd.
Vele velden uit verschillende levens zijn schoongemaakt van pijn en verdriet.
Zelfs het leven dat wij samen hebben gehad, is geheeld, doordat zij mij heeft vergeven.
Deze blauwdruk lag als een aura om haar heen.
Vanuit dit veld konden we door tijd en ruimte kijken.
Mijn Engel zocht tussen de lijnen van het bestaan en bracht het leven van dit moment naar voren.
Het kwam helder in beeld.
Ik zie jouw leven, mama!
Alles wat je hebt meegemaakt of nog moet meemaken werd zichtbaar: pijn, het verdriet, maar ook wat je al hebt losgelaten.
Soms is er niet veel voor nodig en vallen bepaalde levenslessen simpelweg weg, omdat ze zijn opgelost.
“Ik heb je verteld dat alles vastligt,” zei mijn Engel.
“Zelfs jouw dood is al ver van tevoren bepaald.
Samen hebben wij deze blauwdruk bewerkt.”
Hij keek me aan en vervolgde:
“Misschien moet ik het eenvoudiger uitleggen.
Voordat een ziel op reis gaat, kiest zij samen met haar Engelen een pakket aan ervaringen.
Jij hebt als ziel veel gestreden en gevochten. Jij bent een krijger, een beschermer.
Jouw moeder heeft een ander pakket gekozen.
Zij koos ervaringen waarin zij zich anders voelt, niet geliefd, eenzaam. Maar vooral ervaringen waarin zij verbonden is met een andere wereld.
In veel levens heeft je moeder dingen gevoeld en gezien die anderen niet konden waarnemen.
Deze zielen worden ook wel ‘zieners’ genoemd.
En als je goed kijkt, Jesse, zie je dat zij altijd geholpen is door haar gidsen en haar Engel.”
Ik keek opnieuw, en hij had gelijk. Ze was nooit alleen geweest.
Altijd waren er gidsen om haar heen. Ze spraken met haar.
“Daarom is het voor je moeder nu ook zo gemakkelijk om met jou te praten.
Voor haar lijkt dit iets dat nu gebeurt,” ging mijn Engel verder, “maar het ligt al vast in haar blauwdruk.
Het is niet zo dat jij telkens vanuit de hemel naar haar toe reist.
Nee, zij opent haar blauwdruk, en daarin ontmoeten jullie elkaar.
Haar vragen en jouw antwoorden… alles ligt al klaar.
Door te schrijven schuift ze het slechts open.
In haar aardse tijd blijft jouw moeder dit ervaren.
Jij hebt haar blauwdruk niet ongemoeid gelaten.
In haar blauwdruk ben jij dag en nacht bij haar.”
Hij glimlachte zacht.
“Zoals ik al zei: alles ligt vast."
“Dus als een ziel voor het eerst naar deze aarde vertrekt, of naar een andere planeet,” vroeg ik, “neemt zij dan als het ware een rugzak mee vol ervaringen?
Bestaat die uit verschillende levens, verschillende levenslessen, maar ook uit wat vanuit de hemel al in de blauwdruk is
gelegd?
Betekent dat dan eigenlijk dat iedere ziel zijn of haar leven al heeft geleefd?
Of zie ik dat verkeerd?”
“Dat klopt,” zei mijn Engel rustig. “Maar dan gezien vanuit de hemel.”
“Kom,” vervolgde hij, “ik laat je zien hoe dit in zijn werk gaat.”
We verlieten mijn moeder en reisden naar een hemelse sfeer.
Ik keek mijn ogen uit.
We stonden aan de rand van een wereld die voor mij moeilijk te beschrijven is.
Maar om het naar aardse woorden te vertalen, zou je kunnen zeggen dat dit de kraamkamer van God is.
God is oneindig, en steeds weer willen delen van Hem ervaringen opdoen in vorm.
Kleine lichtjes zweefden om ons heen.
Ze waren zo zacht en liefdevol dat mijn hart zich vulde bij het zien ervan.
“Wat je hier ziet, Jesse,” zei mijn Engel, “is inderdaad één van de kraamkamers van God.
Kom, we mogen dichterbij kijken.”
We liepen naar een Engel die bezig was met creëren.
Voor hem zweefde een lichtje: een Godsdeeltje, puur en vol liefde.
Het verlangde ernaar om te ervaren.
Rondom stonden meerdere Engelen die samen keken welke ervaringen dit licht zou kunnen leren.
“Wat je hier ziet, Jesse,” zei mijn Engel, “is het begin van een ziel.
Een ziel wordt niet meteen naar de aardse wereld gestuurd.
Dat gaat heel geleidelijk.
De ziel daalt langzaam af, tot aan de aardse wereld, en keert daarna ook weer langzaam terug.
Je kunt het zien als een omgekeerde piramide,” legde hij uit.
“Heel langzaam gaat de ziel door levens heen.
Ze krijgt vorm, ze gaat voelen, en ze ervaart af-gescheidenheid.
Ieder leven, iedere ervaring, elk woord ligt vast.”
Hij keek me aan.
“Dus ook dat jij in de blauwdruk van je moeder zit.
Zelfs na je aardse dood is dit hier, aan het begin, al vastgelegd.”
Ik voelde de waarheid van zijn woorden.
Alles was begonnen in liefde.
En alles keerde daar ook weer naar terug.
Ik keek naar een andere ziel. Daar waren ze verder aan het creëren.
Ik zag de ervaringen die deze ziel graag wilde meemaken, de inzichten die zij zou vinden.
Alles werd zorgvuldig opgebouwd.
Ook werden zielen aan elkaar gekoppeld, zodat ze elkaar zouden herkennen en samen ervaringen zouden delen.
Het geheel was zo knap en volledig in elkaar gezet, van het begin tot het einde.
“Dus mijn moeder beleeft haar leven nu,” zei ik, “maar de andere levens, vóór en ná dit bestaan, zijn er nog steeds?”
De Engel knikte.
“Omdat je moeder in tijd en ruimte leeft,” zei hij, “kan zij teruggaan naar haar vorige levens.
Ze kan daar opruimen wat nog vastzit, maar ze kan ook haar huidige leven onderzoeken.
Wanneer zij haar eigen leven begrijpt en heelt, worden haar vorige levens automatisch schoon.”
Hij vervolgde:
“Maar er zijn ook levens die na haar huidige bestaan liggen.
Die bestaan op een ander bewustzijnsniveau, soms zelfs op andere planeten.
Ook zij reizen door tijd heen, keren terug naar vorige levens, ruimen daar op en helpen je moeder met inzichten.”
Ik liet zijn woorden op me inwerken.
Alles bleek met alles verbonden.
Geen leven stond op zichzelf.
Ik moest even herstellen van wat ik hoorde.
“Dus als ik het goed begrijp,” zei ik
langzaam,
“kunnen levens die ná mijn moeder komen terugkeren naar hun blauwdruk om die schoon te maken van vorige levens?”
Mijn Engel knikte.
“Als je moeder kan terugkeren naar haar vorige levens, of haar eigen ervaringen kan onderzoeken die ze allemaal heeft meegenomen naar dit leven, waarom zouden andere levensvormen, die verder zijn dan zij, dat dan niet kunnen?”
“Ja,” zei ik, “dat is wel logisch. Maar kan een ziel dan niet heel snel terugkeren, als alles toch al vastligt?”
“Er is een bepaald moment, een tijdsfase, waarin dat mogelijk wordt.
Dat is de periode waarin de aarde transformeert.
De mens op aarde noemt dit de overgang van 3D naar 5D.
Maar in werkelijkheid is het een tijdsvlakte waarin de ziel ervaringen die nog gezien en losgelaten moeten worden, in één leven kan verwerken.”
Dat maakt dit zo leven zwaar,” ging hij verder.
“De ruimte is hier heel breed en de tijd is uitgerekt.
Daardoor kan een ziel snel opruimen.
Niet alleen door aan zichzelf te werken en los te laten, maar ook met hulp van gidsen vanuit de hemel, overleden dierbaren die graag helpen, en zelfs het deel van de ziel dat pas ná dit leven komt.
De ziel heeft daardoor het gevoel dat zij meerdere levens in één leven leeft.
Er ontstaat een aaneenschakeling van ervaringen: zien, begrijpen en loslaten.”
Hij keek me rustig aan.
“Maar ook dit ligt vast, Jesse.
De ziel ervaart dit hier op aarde, maar in de hemel groeit zij steeds verder, totdat zij in vorm verlicht is.”
Hij legde zijn hand even op mijn schouder.
“Kom, jongen. Je moeder is moe. Morgen zal ze opnieuw met je gaan schrijven.”
