~ ♥ Rouw in het dagelijks leven ♥ ~

Het is volop zomer, maar eigenlijk merk ik daar weinig van.

Het geluid van het verkeer, de lachende mensen die genieten van hun vakantie — ik kan er moeilijk tegen.

Het leven buiten mij gaat gewoon door, terwijl ik binnen zit met mijn verslagenheid.

Dat gevoel had ik eerder meegemaakt.

Ik zat ooit met mijn beide kinderen bij de notaris. Hun vader was overleden.
Aan de andere kant van de tafel zaten de kopers van het huis.

De kinderen waren stil en verslagen.
Ze keken naar de mensen tegenover hen, die blij waren en vol verwachting spraken over hun nieuwe huis dat ze hadden gekocht.

Op zulke momenten lijken er twee werelden naast elkaar te bestaan die elkaar niet kunnen raken.

Dan zie je hoe groot de afstand kan zijn tussen vreugde en verdriet.

 

Voor het eerst in mijn leven kijk ik tegen de winter op.
Ik ben er haast bang voor.

Ik ben altijd een herfstmens geweest.

Heerlijk in de tuin rommelen, de bladeren tussen de bloemen vegen zodat egeltjes en andere diertjes beschutting hebben voor de koude winter.
De vogeltjes bijvoederen wanneer het diep gevroren heeft.

Maar nu zie ik er tegenop.

Hoe moet ik die donkere maanden doorkruisen totdat het voorjaar weer komt?

Ook dat laat ik maar gebeuren.

 

Naast het schrijven vul ik mijn dagen met het overtikken van wat ik die ochtend van Jesse heb doorgekregen.

Een heel karwei.

In de middagen kijk ik televisie, iets wat ik lange tijd niet heb gedaan.

Het is alsof mijn geest deze eenzame pijn niet wil voelen.

Ik kijk programma’s waarin mensen hele erge dingen zijn overkomen.

Ik weet dat ik dit doe om mijn eigen pijn niet te hoeven voelen.

Ook realityseries, zoals Below Deck.

Kijken hoe mensen met elkaar omgaan, de ruzies, de ongemakkelijkheden.

Allemaal prikkels van anderen.

Ik merk dat ik, naast mijn eigen pijn en verdriet, hierdoor steeds voller loop.

Dat het beter is om niet meer naar deze programma’s te kijken.

Voor even was het goed, maar blijkbaar rouw je op verschillende manieren.

 

Zoals ik al schreef: de zomer is aan ons voorbijgegaan.

Alleen kleine momentjes dringen nog door.

Een merel in de hoogste boom die al zingend de nacht in gaat.
De kleine vleermuisjes die rond het huis vliegen.
Een bloem die staat te stralen in de zon.
En de aardbeien die rijp zijn om te plukken.

In tijden van rouw blijken het vaak de kleinste dingen te zijn die je overeind houden.

 

De eerste drie maanden heb ik niet deelgenomen aan sociale media.

Iets waar ik normaal gesproken dagelijks te vinden was om mijn verhalen te delen.

Nu kon ik dat niet meer.
Zeker de eerste weken niet.

Ik keek naar het scherm en vond het opeens allemaal zo zinloos.

Later, wanneer ik me af en toe iets beter voelde, plaatste ik wel eens een verhaal of beantwoorde ik berichtjes van mensen die vroegen waar ik was gebleven.

Zo lief dat ze me gemist hadden.

Maar ik kon mijn werk nog altijd niet oppakken.

 

Toch was er iets geks aan de hand.

Eigenlijk wil je het van de daken afschreeuwen wat jou is overkomen.

Wanneer ik even snel een paar boodschappen moest doen, had ik soms de neiging om iedere voorbijganger vast te grijpen en mijn verhaal te vertellen.

Dat vond ik zelf best een beetje raar.

Maar toen ik er wat dieper op invoelde, wist ik dat dit bij het proces hoorde.

Ik had iets traumatisch meegemaakt.

Mijn kind, dat ik niet kon helpen, had zichzelf van zijn aardse leven bevrijd.

Ook de manier waarop was traumatisch.

En dan is er nog het ongeloof dat iemand hiertoe in staat kan zijn — dat je die grens kunt oversteken.

Het van de daken willen schreeuwen of iemand willen vastklampen om je verhaal te doen, helpt om de druk van dat proces een beetje van je af te laten vloeien.

 

Maar er zit ook een keerzijde aan.

Zodra iemand belde en vroeg hoe het met me ging, had ik vaak geen zin om erover te praten.

Het was dubbel.

Soms voelde het bijna tegenstrijdig.

 

Het werd stil om me heen.

De mensen die in het begin nog wel eens belden om te vragen hoe het met me ging, belden niet meer.

Misschien wisten ze niet meer wat ze moesten zeggen.
Misschien voelde ik zelf ook geen behoefte om iets te vertellen.

Het voelde eigenlijk wel goed om in mijn eigen wereld bezig te zijn.

 

Ik had een grote stapel notitieboekjes gekocht.

Al snel merkte ik dat het schrijven met Jesse niet bij een paar weken zou blijven.

Ik wilde ieder woord dat hij aan mij doorgaf opschrijven, zodat ik het later nog eens rustig kon nalezen.

Alleen het telkens overtikken van zijn woorden was een hele opgave.

 

Op een ochtend lag ik nog in bed en zocht ik naar een manier om het schrijven wat makkelijker te maken.

Toen kwam het idee om zijn woorden in te spreken.

Ronald, mijn man, had nog een microfoon liggen en zo kon ik de verhalen die Jesse had doorgegeven hardop voorlezen en opnemen.

Door het inspreken kon ik de teksten later rustiger uitwerken.

Wat eerst veel tijd en energie kostte, ging nu een stuk eenvoudiger.

Zo kon ik stap voor stap alles verwerken wat Jesse mij had verteld.

 

Het werd een bezigheid waar ik me helemaal in kon verliezen.

Langzaam ontstond ook het idee om Jesse’s reis, die hij naast zijn persoonlijke woorden aan mij doorgaf, op mijn website te plaatsen.

Ik vond dat best spannend.

Misschien zou het voor mensen vreemd klinken.

Maar wanneer ik zijn woorden teruglas, voelde ik hoeveel liefde en inzicht er in zijn reis zat.

Ik had het gevoel dat dit ook anderen zou kunnen raken.

 

Pas toen heb ik op sociale media gedeeld wat ons was overkomen.

De reacties waren warm en hartverwarmend.

Mensen die zelf iets soortgelijks hadden meegemaakt stuurden berichten, maar ook mensen die mij simpelweg een hart onder de riem wilden steken.

Voorzichtig begon ik de eerste hoofdstukken van Jesse’s Reis te delen.