Vanmorgen vroeg ik me af: hoelang vinden mensen eigenlijk dat je “mag” rouwen?
Maar daar zit toch geen tijd aan vast…
Dit is iets wat je levenslang met je meedraagt.
Vorige maand dacht ik even dat het wat lichter werd.
Normaal begint dat zware gevoel al een paar dagen vóór de 12e, maar het bleef uit. Waarschijnlijk omdat het mijn verjaardag
was.
Nu komt het dubbel zo hard binnen…
Eind maart heb ik zelfs mijn Facebook op stil gezet.
Ik heb even geen behoefte aan contact.
Het gemis overvalt me nu zo intens dat ik er zelfs boos van kan worden.
Echt boos ben ik nog niet geweest, maar ik zit soms op het randje…
Alsof ik alles kort en klein wil slaan.
Maar ik weet dat het geen zin heeft.
Ik mis het schrijven met Jesse.
Niet dat het niet meer kan… maar zijn reis gaat nu even niet verder.
We schrijven nog samen, praten over wat nog gaat komen en wat ik nog te doen heb.
Ik staar voor me uit.
Ben stil.
En de tranen stromen vanzelf.
Daar hoef ik niets voor te doen.
Als ik maar bezig ben… maar zelfs dat lukt nu niet.
En dan is daar die eenzaamheid.
Het verlangen om hem te zien… al is het maar heel even.
Gisteravond in bed vroeg ik Jesse om bij me te komen.
Om elkaar in mijn dromen te ontmoeten.
En vanmorgen, bij het wakker worden, wist ik het…
Ik heb je gezien.
Met mijn ogen dicht… en met mijn ogen open.
En je was er nog steeds.
Ik heb je handen gekust.
Je hebt mij gehoord.
Je bent naar me toe gekomen in de nacht.
Ik zag je… je stralende lach.
Niet meer geforceerd, maar vrij en vol liefde.
Mijn kind…
hoe lang moet ik nog wachten tot ik je weer in mijn armen kan sluiten…
