Mama, ik heb tijdens mijn vorige reis gezien hoe jouw blauwdruk eruitzag en hoe je fragmenten uit verschillende levens kon bekijken.
Dat maakte dat ik zo snel mogelijk mijn eigen blauwdruk wilde zien.
Ik vroeg mijn Engel hoe dat in zijn werk ging.
Hij antwoordde dat het niet zo eenvoudig is om je eigen blauwdruk in de hemel te helen, omdat je daar niet dezelfde emoties ervaart als op aarde.
Je hebt hier wel bewustzijn, en dat kun je gebruiken om bepaalde levens te begrijpen en in te zien.
“Dus als ik het goed begrijp, is het makkelijker om je emoties te veranderen tijdens je aardse leven?”
Hij knikt en antwoord: “Je kijkt naar jezelf en ziet een emotie die steeds opnieuw problemen veroorzaakt.
Daar kun je iets aan doen.
Het is niet zo dat die emotie meteen verdwijnt, nee, je moet haar onderzoeken.
Je vraagt jezelf af waarom je deze emotie hebt, wat ze met je doet, en hoe het zou voelen als je deze emotie niet meer had. Dat laatste geeft vrijheid.
Elke keer dat die ene emotie weer omhoogkomt, moet je haar onderzoeken.
Zo kun je jezelf herstellen, veranderen en uiteindelijk leven zonder deze emotie.
Maar zoals ik al zei: die emotie verdwijnt niet meteen.
Je draagt haar al vele levens met je mee.
Ze is hardnekkig en wil niet zomaar verdwijnen.
Deze emotie is er altijd geweest en heeft je altijd willen beschermen.
Alleen deed dat beschermen het vooral voor zichzelf.”
De Engel keek mij aan en vertelde verder: “Mensen op aarde noemen dit het ego, maar ik noem het 'je pijnlichaam.'
Het pijnlichaam is één van de vele lichamen die de mens omringen.
Ik heb je verteld: hoe verder je van God verwijderd bent, hoe meer lichamen je hebt.
Naast je fysieke lichaam is er dus ook het pijnlichaam.
Dit zit tussen het fysieke en het astrale lichaam in.
Bij een aardse dood blijft het fysieke lichaam op aarde.
Het pijnlichaam gaat naar een andere plek en het astrale lichaam keert terug naar de hemel.
Mensen die wel gestorven zijn, maar nog niet in de hemel zijn en zich in de tussensfeer bevinden, hebben hun pijnlichaam nog bij zich.
Zoals ik eerder vertelde, hebben zij veel meer inzicht in hun vele levens dan mensen die nog op aarde leven.
Zij krijgen daardoor de kans om snel verschillende emoties en levens los te laten.
Zodra zij de hemel binnengaan, verdwijnt het pijnlichaam zal het gebruikt worden in een daarop volgend leven.
Maar zoals ik al zei: je kunt je bewustzijn blijven gebruiken om terug te kijken.
Door je bewust te zijn van je eigen emoties, kun je de inzichten verder onderzoeken.
Dat kan daar alleen als je op aarde al met dit proces bent begonnen.
En dat ben jij, Jesse. Jij was jezelf al aan het onderzoeken.
Je probeerde al verschillende emoties te veranderen.
Daarom is het mogelijk om met een bewuste blik naar jouw blauwdruk te kijken.”
Ik was hier zo blij om, mama.
Ik ben zo dankbaar dat jij mij dit voorbeeld hebt gegeven.
Je hebt mij vroeger zoveel verteld over het veranderen van jezelf, dat ik dit op mezelf heb kunnen toepassen. Dank je wel daarvoor.
We reisden ook dit keer met de lichttunnel die we de vorige keer ook hadden gebruikt om de sfeer rondom de aarde te bekijken.
Ik vroeg mijn Engel of er deze keer geen Engelenwachters mee hoefden.
Hij schudde zijn hoofd en zei: “Nee, we gaan naar een ander deel van de aardeblauwdruk. Je zult verrast zijn.”
We werden razendsnel voortbewogen.
In plaats van boven de aarde te stoppen, reisden we erdoorheen.
We gingen door lagen heen, en onze lichttunnel bewoog zich door de zee, door de bodem van de aarde.
Ik keek mijn ogen uit. “Hoe kon dit?”
Mijn Engel glimlachte. “Er is zoveel dat je van onze kant nog niet kent.”
Ik keek toe terwijl we steeds dieper door de lagen gingen, tot diep in de aarde, totdat we op een plek aankwamen waar de lichttunnel stopte.
De tunnel ging open en we stapten eruit.
Ik zag nog meer mensen met hun Engelen lopen; zij mochten dezelfde reis maken als ik.
Ik keek om me heen en voelde een kou om mij heen trekken.
Het was vreemd om hier toch iets te voelen.
“Dat komt door de energie, mijn jongen,” zei mijn Engel.
“Kijk,” zei hij terwijl hij naar voren wees.
Ik keek, en ik kon mijn ogen niet geloven.
Ik zag kristallen, reusachtige kristallen, groter dan huizen, sommige zo hoog als flatgebouwen.
Verbaasd keek ik mijn Engel aan en vroeg hoe dit mogelijk was.
Hij begon zachtjes te lachen.
“Dit is de bibliotheek van de aarde.
Hier ligt alles opgeslagen: ieder woord, iedere gedachte, iedere ervaring, vanaf het moment dat je met de aarde verbonden bent tot aan het einde.
Nu zul je denken dat de grootste kristallen de wijste zijn,” ging hij verder, “maar dat is niet zo.
Hoe groter het kristal, hoe meer je nog mag inzien.
Zie je die kleine kristalletjes?” Hij wees naar een andere plek.
Daar zag ik een veld van kristallen die als een zachte, witte deken naast elkaar lagen, zover als het oog reikte.
“Deze zielen zijn klaar.”
Het was een prachtig veld. Ze schitterden en voelden liefdevol aan.
Maar toen ik de andere kant op keek, zag ik mensgrote kristallen, en ook daar leek geen einde aan te komen.
Ik keek of ik mijn eigen kristal kon vinden.
Mijn Engel zei zacht: “Kom, dan kun je je met hem verbinden.”
We liepen tussen de hoge kristallen door.
Het leek wel een stad van kristal.
Ik keek omhoog, maar bij sommige kristallen kon ik het einde niet zien.
Niet alle kristallen stonden rechtop.
Velen waren ontstaan vanuit andere kristallen.
“Wat je hier ziet,” zei mijn Engel, “is dat de mens uit een ander soort mensachtige is geboren.
Ik heb je hier in het begin al eens over verteld: de mens zag er eerst heel anders uit, en andere mensachtigen zijn deze aarde binnengekomen.
Hier zie je het resultaat. Uit de mens is weer een ander soort ontstaan.
De kristallen die schuin omhoog staan en niet recht zijn, zijn de afstammelingen.”
Ik keek om me heen en zag meer afstammelingen dan rechtopstaande kristallen.
Het waren clusters geworden, met vertakkingen, alsof kristallen uit kristallen waren gegroeid.
"Het is moeilijk om dit in aardse woorden te vertellen, maar hier ligt ook jouw geschiedenis opgeslagen."
We liepen naar een kristal dat verbonden was met een andere kristal.
Mijn Engel wees ernaar. Ik keek en zag een kristal dat schuin omhoog stond.
Het was niet veel groter dan ikzelf, maar het was prachtig.
Het glom en schitterde en voelde licht aan.
Toen ik dichterbij kwam, voelde ik energie door me heen stromen.
“Je bent altijd met je eigen blauwdruk verbonden,” zei mijn Engel, “maar we maken nu een extra verbinding. Omdat je elk leven wilt inzien.
Door deze verbinding kunnen we in de hemel, één voor één, je levens bekijken, net zoals we dat eerder in de tunnel hebben gedaan.”
“Maar dat was toch op een andere manier?” vroeg
ik.
“Ja,” zei hij. “Dat was om te zien wat je met anderen nog moest uitwerken aan pijn en verdriet.
Dit gaat over bewustzijn, Jesse. En dat is heel anders.”
“Leg je handen op je eigen kristal,” vervolgde hij, “en voel.
Sluit je ogen en neem elke ervaring in je op.
De pijn en de emoties zul je ook voelen, maar laat het gebeuren.
Wees je ervan bewust dat ze bij dat leven hoorden om te ervaren.”
Ik stapte naar voren en legde heel voorzichtig mijn handen op het kristal.
Ik sloot mijn ogen en zei zachtjes: “Dag blauwdruk.
Ik wil vragen of ik mijn levens mag inzien en mee mag nemen naar de hemel, zodat ik mij bewust kan worden van mijn aardse ervaringen.”
Ik voelde een zachte energie door mij heen stromen.
Het was een energie die zowel vrouwelijk als mannelijk was.
Ik voelde liefde, maar ook kracht.
Ik voelde vreugde en verdriet.
Ik voelde angst en haat, maar ik liet me er niet door bang maken.
Het voelde als een test.
Het leek alsof mijn pijnlichaam, dat ik al die levens met me had meegedragen, zich heel even weer aan mij vastklampte.
Het verschil was dat ik als Jesse op aarde alleen naar mijn eigen lessen kon kijken, maar hier ook naar de lessen uit andere levens.
Ik zag dat wanneer ik een les had ingezien en losgelaten, er een nieuwe les omhoogkwam vanuit een onderliggende blauwdruk van een vorig leven.
Hoe meer je opruimt in het aardse, hoe verder je teruggaat naar andere levens.
Blijf je jezelf onderzoeken, dan blijven de ervaringen zich aandienen om opgelost te worden.
Ik zag hier al mijn levens. Het waren er veel.
Alles wat ik was geweest, alles wat ik had gedaan, alles werd in mij opgenomen.
Het voelde vol, maar ik kreeg juist een sterk verlangen om mezelf verder te onderzoeken.
Toen voelde ik de energie zich langzaam terugtrekken.
Ik bedankte mijn kristal en haalde mijn handen van hem af.
Ik keek mijn Engel aan. Hij glimlachte.
“Je hebt nu alles gezien en gevoeld,” zei mijn Engel.
“Straks zullen we dit in de hemel weer loslaten, in een speciale ruimte die daarvoor is gemaakt.
Van daaruit kun je telkens terugkeren om de inzichten verder te bekijken. Kom, dan gaan we terug.”
We liepen samen terug naar de tunnel, stapten erin en vertrokken.
De terugweg ging veel sneller dan de heenweg.
Ik wist dat dit was om te laten zien hoe zo’n reis verloopt: de terugweg hoefde niet meer uitgelegd te worden.
Terug in de hemel opende de lichttunnel zich en liepen we een sfeer binnen die nieuw voor mij was.
Hier stonden kleine gebouwtjes.
Ze waren wit van kleur, maar wanneer je dichterbij kwam, bleken ze haast transparant te zijn.
Er waren geen bloemen en geen bomen, alleen deze kleine huisjes. Het leken wel cabines.
We gingen er één binnen. Mijn professor stond daar al te wachten.
Naast haar stonden twee zuilen van licht.
Ik wist dat dit lichtwezens waren, zonder vorm.
“Vertrouw,” zei mijn professor.
De twee lichtwezens kwamen op mij af en ik voelde dat ze mijn astrale lichaam overnamen.
In deze ruimte lag ik op mijn rug.
Ik voelde hoe ieder leven, iedere ervaring, gedachte en elk woord uit mij werd gehaald.
Het voelde als vrijheid.
Vreemd hoe je ongemerkt emoties en ervaringen met je meedraagt zonder dat je je daarvan bewust bent.
Alles wat met mij was meegereisd, werd hier als het ware uit elkaar gehaald en opnieuw als een blauwdruk geordend.
Toen ze me weer rechtop zetten, keek ik mijn ogen uit.
Ik zag mezelf recht voor mij staan.
Ik was weer de Jesse die op aarde had geleefd.
Ik liep naar hem toe om hem beter te bekijken.
Achter deze Jesse zag ik de soldaat staan, en daarachter de Viking, en daarachter nog veel meer mensen.
Ik voelde alles tegelijk.
Ik voelde dat ik met alles verbonden was.
Ik had levens ingezien in de tunnel, maar dit was anders. Dit was veel groter.
Ik keek mijn Engel en mijn professor aan.
“Veel mensen zijn begonnen met het bewust worden van zichzelf,” zei mijn professor.
“De één begint al vroeg in het aardse leven, de ander pas laat.
Maar ieder van hen kan hier verder opruimen.
Deze mogelijkheid bestaat alleen in deze tijd.
Zo kunnen heel veel zielen in korte tijd verder groeien in hun eigen bewustwording.
Daardoor zal de overgang van het aardse leven naar een volgend leven veel soepeler verlopen.
Hoe meer je opruimt, hoe anders het volgende leven zal zijn.”
“Maar alles ligt toch al vast?” vroeg ik.
“Dat klopt,” zei mijn professor glimlachend, terwijl ze de cabine uitliep.
Ik keek mijn Engel aan. Hij pakte beide handen van mij vast.
“Kom, mijn jongen,” zei hij. “Morgen beginnen we met het bekijken van de ervaringen en zoeken we naar de inzichten die we eruit kunnen halen.”
Ik knikte. Ik was verbaasd dat ook hier alles vastlag, net zoals op aarde.
Ik liep met mijn Engel mee naar buiten, terug naar de groene sfeer.
We gingen samen onder de boom zitten, waar het gouden licht steeds weer mijn hart raakte met haar liefde.
Morgen ga ik terug. Dan wil ik mijn levens verder inzien.
Ga je dan met me mee, mama?
