Ik moest mijn laatste reis even laten bezinken.
Het idee dat mijn eigen blauwdruk in één van de cabines klaar zou staan om in te zien, vond ik tegelijk spannend en fijn.
Ik vroeg mezelf af wat ik hierin wilde zien.
Omdat ik op dat moment geen verdriet, angst of andere zware emoties voelde, vond ik het lastig om iets op te ruimen.
Mijn Engel had mij dit al verteld, maar we konden ook met bewustzijn kijken naar de blauwdruk van mijn leven.
Ik zag dat ik lange tijd in gevecht was geweest met mezelf.
Ik merkte dat veel van de dingen waar ik in het leven tegenaan liep, voor een groot deel bij mezelf lagen.
Door echt naar mezelf te kijken, zag ik dat ik vaak mijn zin wilde hebben en dat het leven niet altijd ging zoals ik dat wilde.
Dat was voor mij een groot inzicht.
Tegelijkertijd besefte ik dat het leven hard kan zijn.
Problemen ontstaan niet altijd omdat ik anders had moeten handelen, maar ook door anderen.
Daarmee omgaan vond ik moeilijk.
Het voelde soms als een auto met twee sturen: ik wilde naar rechts, omdat ik voelde dat dat een goede weg was, terwijl de ander naast mij naar links wilde.
Of als een dans waarin twee mensen allebei de controle willen hebben.
Ik wilde een fijn leven.
Daarom probeerde ik mezelf te veranderen op de plekken waar ik zag dat mijn houding problemen veroorzaakte.
Tegelijk merkte ik dat mensen om mij heen ook hun eigen richting volgden.
Dat maakte het ingewikkeld.
De regels, het moeten — ik begreep ze wel, maar ik kon ze niet altijd volgen, omdat ze voor mij niet klopten.
Ik vond het vaak rare regels.
Hierin zag ik duidelijk dat ik anders naar de wereld om me heen keek.
Ik keek met andere ogen.
Dat gaf me inzicht, maar maakte het ook moeilijk om me aan te passen aan iets waar ik niet achter stond.
Samen met Engel keerden we terug naar de sfeer met de blauwdrukken.
We liepen mijn cabine binnen en daar was een lichtwezen aanwezig.
Het stond aandachtig naar mijn blauwdruk te kijken.
Opeens veranderde het wezen in een prachtige engel.
Ze was groot, groter dan wij, en haar aanwezigheid vulde de ruimte.
Ze keek me aan en glimlachte.
“Welkom, Jesse,” zei ze. “Ik ben hier omdat we samen naar jouw blauwdruk gaan kijken.”
Ze vertelde dat ik, toen ik hier in de hemel aankwam, al had gezien dat ik anders was.
Ik begreep meteen waarom ik zoveel moeite had met regels en waarom ik zo graag wilde doen wat voor mij goed voelde, wat ik leuk vond.
Ze nodigde me uit om samen naar eerdere levens te kijken en haalde de blauwdruk van de soldaat naar voren.
“In dit leven,” zei ze, “droeg je dezelfde les met je mee.
Je moest vechten voor je land, iets wat je diep vanbinnen niet wilde.
Regels, geen eigen stem, anderen die de controle over je hadden en bepaalden wat jij moest doen — dit was sterk aanwezig. Maar kijk nu eens naar dit leven.”
Ze liet zien dat ik in een ander leven wél de controle had en dat anderen naar míj luisterden.
“Zie je die mensen, Jesse?”
Ze haalde een fragment naar voren uit het leven van de Viking.
Hij was een machtig man, de baas over het eiland waarop ze woonden.
Hij vertelde de mensen wat ze moesten doen.
Er waren volgers, maar ook mensen die bang voor hem waren en met tegenzin deden wat hij vroeg.
“Hier zijn de rollen omgedraaid,” zei ze.
“Hier was jij een machtig man, iemand die controle had over het volk, samen met anderen.
Je hebt hier veel mensen pijn en verdriet aangedaan.
Maar ook dat was een ervaring die de ziel wilde meemaken.”
Ze legde uit dat in de levens daarna het tegenovergestelde werd ervaren.
“Jullie noemen dit karma,” zei ze zacht.
“Bij ons betekent het dat je leert door elke ervaring vanuit verschillende kanten te beleven.”
Als soldaat had ik deze inzichten niet kunnen vinden, maar als Jesse wel.
Ik wist dat ik in een moeilijke maatschappij leefde, waarin mensen iets van me verwachtten en de baas over me waren.
Ik accepteerde dat, maar met tegenzin.
Ik zag de controle waar ik niet tegen kon vechten.
Alles liep anders dan ik het graag wilde. Ik voelde me machteloos.
Jezelf weggeven vond ik moeilijk, omdat ik van nature ook een vechter ben — iemand die niet opgeeft.
Toch gaf ik steeds meer op: scholen die ik niet afmaakte, werk dat ik niet leuk vond, en de manier waarop mensen met elkaar omgingen.
Dit sprak ik vaak uit naar mijn moeder.
Ik was me ervan bewust dat hetzelfde steeds terugkwam in mijn leven, hoe goed ik ook mijn best deed.
Ik was begonnen mezelf te onderzoeken en te veranderen, maar de wereld kon ik niet veranderen.
Dat was iets waar ik het moeilijk mee had.
Een soldaat kan geen oorlog winnen in zijn eentje, daar zijn meerdere soldaten voor nodig.
En één mens kan de wereld niet veranderen.
Daar zijn meerdere mensen voor nodig, vooral mensen die zichzelf ook veranderen.
Dan ontstaat er verschuiving.
“Zie je je moeder?” zei de engel.
“Ze schrijft al twintig jaar over ons.
Slechts een klein aantal mensen leest haar woorden.
Ze kan niet iedereen bereiken, en dat weet ze.
Maar de mensen die haar woorden lezen, zijn bewust.
Ze zijn zoals zij: ze willen veranderen en hun leven inrichten vanuit liefde, vanuit hun hart.
Deze mensen geven hun liefde weer door.”
Ze glimlachte. “Het begint klein, maar het kan groot worden, door samen te werken.”
Ik keek naar mijn blauwdruk terwijl de Engel de lessen en ervaringen eruit haalde die we zojuist hadden ingezien.
Samen liepen we de levens langs, helemaal terug tot het begin.
“Zie je,” zei ze, “hoeveel levens je hebt geleefd met macht en controle over anderen?
En hoe dit in het leven als soldaat volledig werd omgedraaid.
En hoe je in je leven als Jesse bewust werd dat je niet altijd controle kunt hebben en dat je soms de andere vorm moet toelaten, moet laten gaan en anderen mag laten beslissen.”
Ze liet me zien dat daar maar twee levens voor nodig waren geweest.
“Zie je hoe snel je kunt opruimen, inzien en loslaten?”
Ik knikte.
Op dat moment zag ik in een hoek een groot vuur ontstaan.
Ik liep ernaartoe.
Het leek op een doopvont, maar in plaats van water brandde hier vuur.
De Engel had uit ieder leven de les die was ingezien gehaald en deze samengevoegd tot één bal.
Ze reikte hem aan mij aan.
“Hier, Jesse,” zei ze zacht. “Leg jij dit maar in het vuur.
Dit is een hele belangrijke ervaring die iedere ziel meedraagt naar de aarde. Controle.
Uit controle ontstaat macht, hebzucht, geweld, oorlog en strijd.
Maar de andere kant van controle is jezelf weggeven: niet kunnen zijn wie je bent, angst, armoede en het slachtofferschap. Deze twee uitersten heb jij ingezien.”
Ze keek me liefdevol aan.
“Bedank wat je hier hebt geleerd en verbrand het.”
Ik nam de bal aan en liep naar het vuur.
“Bedankt,” zei ik zacht, terwijl ik hem voorzichtig in de vlammen legde.
Meteen verbrandde hij en was hij verdwenen.
Ik voelde direct een verschil.
Niet zozeer in mijn astrale lichaam, daar zat geen pijnlichaam meer aan vast, maar ik voelde wel dat er minder aan mij bleef hangen.
De Engel begon te lachen.
“Wat je voelt is een vorm van bevrijding.
Je blijft altijd in minimale mate verbonden met het pijnlichaam, maar doordat je hebt ingezien en losgelaten, is je bewustzijn verhoogd.
Nu er meer is losgelaten, heb je ook meer vrijheid.
Je kunt meer sferen bezoeken. Hoe meer je loslaat, hoe verder je bewustzijn reikt.”
Ik keek mijn engel lachend aan. We wisten allebei.
“We kunnen hier nu nog meer sferen zien!” riep ik blij.
“Hoe leuk is dat?”
Hij keek me glimlachend aan en richtte zich weer op de blauwdruk.
Ik keek mee en zag dat sommige levens waren verdwenen, terwijl andere transparant waren geworden.
Controle bleek een enorm belangrijke les te zijn, een les die bijna alles opruimt wanneer ze wordt ingezien.
We bedankten de engel, die weer veranderde in een lichtwezen.
Terwijl we naar buiten liepen, keek ik nog één keer achterom.
Ik zag hoe ze met mijn blauwdruk speelde, nieuwe inzichten naar voren haalde, inzichten die nog ingezien mochten worden.
Mooie inzichten, die ik tijdens mijn reis hier in de hemel mocht ontvangen.
