Een meisje trekt haar nieuwe jas aan en praat met haar moeder over kinderen die ’s morgens alles alleen moeten doen. Haar moeder legt uit dat zelfstandigheid twee kanten heeft: het kan kracht geven, maar een gebrek aan liefde kan kinderen ook laten zoeken buiten zichzelf. Pas door loslaten en accepteren vinden zij rust en liefde in zichzelf. Het meisje hoopt dat elk kind die liefde mag ontvangen, terwijl de moeder beseft dat zij dat pad zelf ook heeft gekend.
Een meisje vraagt haar moeder waarom haar vader is weggegaan. De moeder weet het niet en vertelt dat er geen ruzie was; ze hadden juist gelachen om het meisje dat achter een vlinder aan rende. Het meisje omhelst haar moeder en beseft dat ze nu met z’n tweeën zijn. Langzaam komt opluchting: de liefde voor de vader vervaagt, terwijl moeder en dochter samen de warmte van de zon en hun band koesteren.
Een vrouw ligt in haar bed.
Ze had nog even gelezen, maar nu had ze het licht uitgedaan en staarde naar het plafond.
Ze dacht aan haar moeder. Haar vader was al lang geleden overgegaan, maar haar moeder was niet in staat om de moeder dochter relatie te herstellen.
Van kleins af aan had haar moeder haar bekritiseerd en nu ze zelf een volwassen vrouw was, kwam ze erachter, dat hetgeen waar haar moeder kritiek op had, ze zelf had gedaan als jong meisje.
Een jonge vrouw voelt pijn en verdriet door een gebroken relatie met haar moeder. In een droom verschijnt een stralende, liefdevolle vrouw – de universele Moeder – die haar onvoorwaardelijke liefde toont. Via deze verbinding voelt de jonge vrouw liefde voor zichzelf en anderen. Ze beseft dat ze deze liefde kan doorgeven aan de wereld, en opent haar hart om te helen, te geven en te stralen.
Een jongen tekent zijn moeder, maar het lijkt niet op haar. Samen met zijn vader creëren ze een altaartje met foto, bloemen, kaars en Engel ter nagedachtenis aan haar. Hand in hand ervaren ze troost en verbondenheid. ’s Nachts verschijnt moeder in zijn droom en bevestigt dat ze altijd bij hem is, waardoor vader en zoon zich geliefd en geheeld voelen.
Het is koud.
Een jongen kijkt uit het raam en ziet de sneeuwvlokken op de grond vallen. Hij is verdrietig en huilt zachtjes terwijl hij naar buiten kijkt. Hij was niet uitgenodigd voor het verjaardagsfeestje van zijn beste vriendje. Tenminste, hij dacht dat het zijn beste vriendje was.
Hij kon het niet bevatten wat er zich voor hem had afgespeeld.
Elke dag ging hij blij naar school.
Een vrouw mist nog altijd haar overleden zoontje. Haar favoriete boom, een plek vol herinneringen, troost haar bij haar verdriet. Op een dag ziet ze een prachtige vogel in de boom zitten. Het dier zingt een lied dat haar zoon vroeger neuriede bij haar op schoot. Ontroerd beseft ze dat haar kind dichtbij is en haar op deze bijzondere manier laat weten dat hij haar niet vergeten is.