Droomboot



Een kleine jongen in een mooi blauw matrozenpakje, staat aan het roer van een hele mooie droomboot. Hij stuurt zijn vliegende boot door de nacht, en haalt één voor één de slapende kindertjes op.

In de boot zitten de kindertjes keurig naast elkaar en kijken hun ogen uit.

Ze vliegen tussen de slapende wolken door, en zien de sterren glinsterend naar hun lachen. Zo nu en dan zien ze een ster die zich achterover laat vallen, en een sliert van goudstof achterlaat. Snel draait het jongetje zijn roer om, en vliegt met zijn bootje dwars door deze gouden stof heen.

Lachend kijkt hij achterom en ziet dat de kindertjes onder het gouden sterrenstof zitten. “We moeten nog één kindje ophalen!” roept hij en hij draait opnieuw aan het roer van zijn droomboot. Ze dalen met een hoge snelheid dwars door de slapende wolken heen naar de bewoonde wereld, en komen aan bij het huis van een lief klein meisje. Vlak voor haar slaapkamerraam komt de boot tot stilstand en de loopplank word uitgelegd.

De jongen loopt er overheen en klopt heel voorzichtig op het slaapkamerraam van het meisje. Ze slaapt en droomt van de droomboot waar alleen maar kindertjes op zitten, en er komt een glimlach op haar slapende gezichtje tevoorschijn.

Opeens ziet ze in haar droom dat de jongen op de loopplank staat en tegen haar raam aan tikt. In haar droom klimt ze uit haar bedje en loopt naar het raam toe.

Met beide handjes doet ze het raam open en lacht vrolijk.

“Ga je met mij mee mijn vriendinnetje? Kijk mijn boot wacht op jou…”

Het meisje keek en zag daar de kindertjes blij en vrolijk naar haar kijken.

Met het sterrenstof op hun gezichtjes zagen ze er zo mooi en stralend uit.

“Ga je met ons mee?” zei de jongen, terwijl hij zijn hand uitstak.

Het meisje keek naar de jongen en pakte voorzichtig zijn handje vast.

Samen liepen ze over de loopplank en stapten in de boot.

“Ga hier maar naast mij zitten”, zei hij trots. “Dan kun je alles goed zien.”

Het meisje nam plaats op het stoeltje naast de jongen die nu weer aan het roer stond. “Ben je er klaar voor?” vroeg hij lachend.

Het meisje knikte blij en keek verwonderd om zich heen.

Alle kindertjes keken toe, terwijl het grote zeil gehesen werd.

Een enorme regenboog met vallende sterren was erop getekend en zag er prachtig uit. Langzaam kwam de magische droomboot weer in beweging en alle kinderen keken naar de huizen onder hen. De maan was vol deze nacht, en ze scheen haar heldere licht over de slapende wereld.

“Hou je goed vast”, zei hij tegen het meisje.

“We gaan nu echt vliegen”, en met een stralende glimlach riep de jongen:

“Up, Up, Up and fly Dreamboat!”

De boot schoot naar voren en vloog hoger en hoger.

Alle kinderen begonnen te klappen en riepen in koor:

“Up, Up, Up and fly Dreamboat!!”

Steeds hoger zeilde de droomboot door het heelal heen, en voer langs sterren en planeten. Ze zeilden naar de andere kant van de aarde, en begroetten daar de zon die vlamde van geluk, en op zijn zonnestralen zeilden ze weer terug naar de donkere nachtelijke hemel. Ze vlogen steeds verder het heelal in, en zeilden van de ene vriendelijke wolk met sterrenstof na de andere.

De kinderen waren nu gouden sterrenstof kindertjes geworden en ze lachten en zongen van plezier. Vanuit het niets stond er opeens een Gouden-Engel in de boot.

Hij maakte een buiging naar de kinderen en de kinderen klapten in hun handen van ontroering en blijdschap.

“We zijn er bijna!” riep de jongen blij.

“Nog heel even en dan zijn we in Zomerland.

Laten we nog één keer de magische woorden roepen!”, riep hij, “dan zal de deur naar Zomerland voor ons open gaan.”

Hij ging naast het meisje zitten en riep samen met alle andere kinderen in koor: “Up, Up, Up Dreamboat and fly us to Summerland!”

De Gouden-Engel die nu aan het roer stond keek de kinderen lachend aan en riep:

“Zijn jullie er klaar voor!!” waarop alle kinderen in koor juichten.

Recht voor hen uit kwam een groot gouden licht tevoorschijn.

Alle kinderen keken vol verwondering naar dit mooie licht.

Heel voorzichtig voer de Gouden-Engel de tunnel van licht binnen.

Het was een lange tunnel en alle kinderen hielden hun adem in.

Het was zo spannend, dat iedereen nu muisstil was.

Aan het einde van de tunnel hoorden ze de vogels zingen, ze hoorden kinderen lachen, en in de verte hoorden ze een draaiorgel die het liedje over de droomboot speelde. Langzaam verminderde de droomboot vaart en kwam tot stilstand.

Het zeil van de boot verdween en de loopplank werd uitgevouwen.

Aan het einde van de loopplank stonden de jongen en de Gouden-Engel.

Met een buiging en een stralende lach zeiden ze: “Welkom in Zomerland, de enige Hemelse sfeer waar droomkinderen weer echt kind mogen zijn.

Eén voor één liepen de kinderen via de loopplank Zomerland binnen en speelden en lachten zonder zorgen. Ook voor jou, het kindje dat nu straks slapen gaat, is de deur naar Zomerland altijd geopend.

Dus slaap zacht en ga mee op reis vannacht met de droomboot.

Wie weet zien we elkaar daar.

“Up, Up, Up and fly Dreamboat…. Fly!!!”

 

Geschreven door Ronald & Jolanda Rhijnsburger

Reactie schrijven

Commentaren: 1
  • #1

    Annemie Gerrits (vrijdag, 24 juni 2022 11:37)

    Prachtig verhaaltje over de kindjes die met de droomboot naar Toverland gaan!