“Ach omaatje, wat is dit toch? Bent u gevallen?”
Het oude vrouwtje keek omhoog naar haar kleinzoon.
Hij gaf haar een hand en de oude vrouw greep die vast.
Voorzichtig tilde hij haar van de grond.
Bibberend stond ze naast hem, nog niet bekomen van de schrik.
Haar kleinzoon begeleidde haar naar een stoel, een stoel die vlak voor het raam stond.
“Zo, ga hier maar even bijkomen”, zei hij. “Ik zal een lekker kopje thee voor u maken.”
De jongeman liep naar de keuken en zette een fluitketel op het vuur.
Terwijl hij wachtte, keek hij naar zijn oma die voor het raam zat.
Hij zag haar stilletjes huilen.
Tranen liepen over haar oude, gerimpelde wangen.
Ze bibberde nog steeds van de schrik.
Het water begon te koken.
Hij nam een theepot uit de kast en schonk het water op.
Naast de theepot stonden de kopjes en schoteltjes in de kast en hij rangschikte alles netjes op een dienblad.
Daarna liep hij terug de kamer in.
De oude vrouw staarde naar buiten.
Ze zag de vogels eten van de zelfgemaakte voederplank.
Ze had die samen met haar kleinzoon gemaakt.
Dan was er toch nog iets leuks om naar te kijken.
“Oma, hier is uw kopje thee.
Drink die maar warm op, het zal u goed doen.”
Ze keek haar kleinzoon aan en een lichte glimlach verscheen op haar gezicht.
Wat een geluk dat hij hier net was en dat hij haar kon helpen, dacht de vrouw.
Haar kleinzoon keek heel aandachtig naar zijn oma.
“Oma, wat als ik er niet was geweest? Wat had u dan moeten doen?”
De oude vrouw haalde haar schouders op.
“Ik weet het niet, jongen, ik weet het niet.”
“Wilt u dan niet naar een bejaardentehuis?” vroeg de jongeman.
De oude vrouw zat meteen rechtop.
“Ik ga niet naar een tehuis waar je moet wachten op de dood! Nee, echt niet. Ik ben hier geboren en ik zal hier ook sterven.”
De jongeman lachte om zijn oma, om hoe fel ze nog kon zijn.
Hij stond op en liep naar haar toe.
Hij omhelsde haar en gaf haar twee zoenen op haar wang.
Even was er een moment waarop ze elkaar recht in de ogen aankeken.
En toen opeens moesten ze allebei heel hard lachen.
Ze pakte het hoofd van haar kleinzoon met beide handen vast en zei:
“Oh, wat moet ik zonder jou beginnen?”
“Je hoeft niet zonder mij, oma. Wij doen dit samen.”
Nog diezelfde dag verhuisde haar kleinzoon en trok bij haar in.
En haar laatste jaren waren een feest voor hen beiden.
Tot ze in haar slaap overleed met een glimlach op haar gezicht.
Een glimlach van dankbaarheid.
