Er was eens een oude vrouw.
Deze vrouw was heel erg aardig.
Ze begroette iedereen die ze tegenkwam heel vriendelijk, maar het was niet altijd wederzijds.
Veel mensen konden het niet verdragen dat deze vrouw zo aardig was.
Ze probeerden haar dan ook te pesten.
De oude vrouw nam meteen afstand van deze mensen en ging door met aardig zijn.
De oude vrouw zat in een grote rieten stoel voor het raam en keek naar buiten.
Ze was weer vriendelijk tegen mensen geweest, maar vandaag had iemand haar uitgescholden.
Verdrietig was ze naar huis gegaan.
Ze begreep niet waarom mensen zo naar tegen haar deden.
Ze zat voor het raam, sloot haar ogen en vouwde haar handen.
Ze vroeg aan de Engel die achter haar stond:
“Hoe kan het dat mensen onaardig tegen mij doen?
Ik ben altijd vriendelijk tegen iedereen!”
De Engel achter haar legde een hand op haar hoofd en antwoordde:
“Je hebt zoveel liefde en licht in je.
Je bent een echte oude, wijze ziel.
Maar kijk eens in die hoek, naar wat je altijd met je meeneemt.”
De vrouw deed haar ogen open.
In de hoek zat een heel groot monster met om zijn nek een heel dik touw.
“Dit monster heb jij door de eeuwen heen zelf gecreëerd en het is groter en groter geworden.
Dat monster wil nog groter worden, zodat het de totale macht krijgt over jouw leven.
Jij vroeg waarom mensen zo naar tegen jou doen.
Dat komt omdat hun eigen monster groter is geworden dan zijzelf zijn.
Dus pak een mes en snijd elke keer wanneer het monster jou pijn, verdriet, angst of haat wil laten voelen, één draadje door van het dikke touw dat rond zijn nek zit.
Maar pas op!
Het monster zal nog harder aanvallen.
Het zal er alles aan doen om die macht over jou te krijgen.
Loop niet in zijn val, maar snijd een draadje door.
Hoe meer draadjes je doorsnijdt, des te meer emoties, pijn, verdriet en haat het jou zal laten voelen.
Het monster weet dat het gaat sterven en doet er alles aan om zijn controle te behouden.
Kijk, hij kwijlt.
Hij is boos en wil zo met zijn aanval beginnen.”
De oude vrouw zag het monster en zag dat de Engel een mes tevoorschijn haalde en het aan haar wilde geven.
De vrouw nam het mes aan en sneed één draad door van het dikke touw.
Het monster ging meteen terug de hoek in en het gevaar was geweken.
“Doe dit elke keer.
Snijd het koord door en de haat van ieder mens die jij tegenkomt zal als een spiegel naar zichzelf worden teruggekaatst.
Zo zal ook bij hen het proces van wakker worden beginnen.”
De vrouw bedankte de Engel en de Engel bedankte de oude vrouw.
Samen waren ze die ene oude ziel die door het raam naar buiten keek.
