*** Oude schoenen ***

Daar stond ze dan, met in haar hand twee kapotte schoenen.

Ze keek haar moeder met tranen in de ogen aan.

Moeder bekeek de schoenen één voor één.

Ze zuchtte. Ze wist dat ze deze schoenen niet meer kon maken.

Ze had al vaak met oude stof en garen de schoenen versteld.

Zelfs met het oude plakband dat ze eens had gevonden, bleef het niet zitten.

“Het spijt me, meisje”, zei de vrouw. “Ik kan hier niets meer van maken.”

Het meisje huilde zachtjes.

Ze wist wat dat betekende.

Ze had geen schoenen meer.

Moeder had geen geld voor nieuwe schoenen, laat staan voor tweedehands schoenen.

Een aantal landen verderop was een moeder met haar zoontje aan het winkelen.

“Kijk mama, die schoenen wil ik graag!”

Zijn moeder keek in de etalageruit.

Ze zag de nieuwste gymschoenen, die alle kinderen bij hen in de buurt ook droegen.

Ze keek naar de prijs.

“Ach, wat maakt het uit. We kunnen het betalen”, zei ze toen ze haar zoontje weer aankeek.

“Maar wees er zuinig op. Kindjes uit arme landen zouden zo blij zijn met nieuwe schoenen.”

Haar zoontje knikte.

Hij had zijn moeder begrepen en hand in hand liepen ze de winkel binnen.

Zijn moeder kocht altijd twee paar schoenen.

Ze kende haar zoontje.

Hij liep door plassen water en speelde in het zand.

Dan was het fijn om een paar in reserve te hebben.

Vol trots liepen moeder en zoon met twee paar schoenen de deur uit.

Het was nu hoogzomer en het arme meisje had nog steeds geen nieuwe schoenen.

Haar moeder werkte bij een bungalowpark net buiten het dorp.

Het bungalowpark lag aan de rand van het bos.

Veel vakantiegangers kwamen naar hun land en genoten van het warme weer, de natuur en het grote meer.

Er was van alles te doen.

Het meisje had inmiddels vaak gekeken naar al die jongens en meisjes die zo”n lol hadden in het water.

Moeder maakte de bungalows schoon.

Nu ze vrij was van school, hielp ze haar moeder mee.

Zo nu en dan gingen ze ook even zwemmen.

Niet waar de vakantiegangers kwamen.

Nee, op een stille, verlaten plek waar alleen de lokale mensen mochten komen.

Op een dag zouden er nieuwe gasten komen en ze waren net op tijd klaar met schoonmaken.

Net op het moment dat moeder de deur achter zich dicht wilde trekken, kwam er een auto aan.

Moeder bleef staan.

Ze wilde de gasten begroeten.

Soms gaven ze haar geld voor het schoonmaken; dat gebeurde wel vaker.

Een man, een vrouw en hun zoontje stapten uit de auto en keken naar het meisje en haar moeder.

Ze glimlachten blij.

“Maria!”

Moeder keek op en zag het gezin dat elk jaar terugkwam.

Ze begroetten elkaar blij en het was een gezellig weerzien.

De vrouw keek naar Maria en haar dochter en gebaarde dat ze moesten blijven wachten.

De vrouw opende de kofferbak van de auto, pakte een tas vol kleding en liep ermee terug naar Maria.

Ze overhandigde de tas vol prachtige kleding.

Maria was blij.

Ze had samen met haar dochtertje elke ochtend en avond aan de zon, de maan en de sterren gevraagd of er een wonder mocht gebeuren.

Maria bedankte de vrouw oprecht, pakte haar kleine meisje bij de hand en samen liepen ze het park af.

Enkele minuten later hoorden ze iemand roepen:

“Maria, Maria!”

Moeder en dochter draaiden zich om.

Het jongetje kwam aangerend.

In ieder handje had hij een schoen vast.

Hij bleef voor het meisje stilstaan, keek haar aan en bukte zich.

Hij veegde met zijn handjes het vuile zand van haar voetjes.

Heel voorzichtig schoof hij haar voetjes één voor één in de nieuwe schoenen.

Ze waren iets te groot, maar dat gaf niet.

Het jongetje stond langzaam weer op en keek het meisje in haar grote donkere ogen aan.

Dikke tranen stroomden over haar bruingebrande wangetjes.

Ze deed een stapje naar voren en gaf de jongen heel voorzichtig een kusje op zijn wang.

Hij bloosde.

Vanaf die dag stuurden hij en zijn moeder grote dozen met kleding naar hen toe.

De zon keek toe en lachte.

De maan knikte tevreden.

En de sterren haalden opgelucht adem wanneer ze elke morgen en avond hun dankbaarheid toonden.