*** Een jaar zonder jou ***

Een vrouw keek door het raam naar buiten en zuchtte. Het was nu alweer een jaar geleden. Een jaar geleden dat haar man was gestorven aan die verschrikkelijke ziekte. Deze week had ze alles opnieuw herbeleefd en de pijn was ondragelijk. Ze miste hem zo.

De vrouw huilde terwijl ze naar de vogels op de voedertafel keek. Het was een proces waar ze doorheen moest.

Ze probeerde alles zo bewust mogelijk te overzien, bewust te kijken naar wat zich een jaar geleden had afgespeeld. Toen had ze in een roes geleefd, maar nu zag ze haar handelingen haarscherp voor zich. Er was nog zoveel dat ze tegen hem had willen zeggen. Ze had hem nog even vast willen houden, nog één keer willen kussen en hem willen laten voelen hoeveel ze van hem hield.

Vandaag was de dag van afscheid. Hun laatste kus. Zijn laatste vaarwel in deze fysieke wereld. Hij sloot zijn ogen.

Starend voor zich uit huilde ze opnieuw zachtjes.

Hij stond naast haar en keek haar verdrietig aan.

Hij had haar zo innig lief. Met zijn armen stevig om haar heen wiegde hij haar heen en weer. Zachtjes deinde ze mee op zijn ritme. Hij voelde haar en zij voelde hem. Een glimlach verscheen op haar gezicht.

Heel even leek het alsof ze samen buiten tijd en ruimte waren. Heel even weer één.

De vrouw zuchtte toen hij haar losliet. De man keek naar de blauwdruk die nog zo duidelijk aanwezig was in dit huis.

Hij was erg ziek geweest en had ervoor gekozen niet meer verder te gaan. Die beslissing hadden ze samen genomen.

Hij zag zijn vrouw voor het raam staan. Wat was ze toch een prachtige vrouw. Zonder haar was alles veel moeilijker geweest. Ze had voor hem gezorgd, hem liefgehad, veel meer dan hij toen had beseft.

Hij zag haar liefde voor hem en glimlachte.

Opnieuw liep hij naar haar toe. Ze stond nog steeds voor het raam. Speels ging hij met zijn vingers door haar haar en streek vervolgens over haar betraande gezicht. Daarna drukte hij zachtjes op haar neus.

De vrouw glimlachte.

Ze wist dat hij er weer was en dat hij haar aan het lachen wilde maken. Haar gedachten gingen terug naar de blauwdruk die voor haar lag. Ze zag dat vannacht de nacht was waarin hij was gestorven. Nog maar een paar uur hadden hem toen gescheiden van het oneindige.

Haar man zag dat ook. Hij was aanwezig bij iedere gedachte die door haar heen ging. Geen moment week hij van haar zijde.

Nu moest hij haar bijstaan. Hij wilde er voor haar zijn, zoals zij er altijd voor hem was geweest.

De nacht viel. De nacht van het overgaan.

De vrouw lag onrustig in bed. Eigenlijk durfde ze niet te slapen.

Haar man ging naast haar liggen en streelde haar prachtige haren. Hij veegde de tranen van haar wangen en kuste ze zachtjes weg. Langzaam viel de vrouw in slaap.

Hij wachtte op haar aan de rand van haar droom.

Ze vloog hem in de armen en hij huilde van blijdschap.

Een jaar zonder elkaar vast te houden, zonder elkaar te kussen, zonder elkaars fysieke liefde, was ontzettend lang geweest.

De man pakte haar hand en samen liepen ze een park binnen. Daar stond een grote boom. Onder die boom stond een bankje waarop ze hand in hand gingen zitten.

De hele nacht praatten ze, lachten ze, hielden ze elkaars hand vast en kusten ze elkaar.

Toen het bijna ochtend werd, moesten ze afscheid nemen.

Voor de laatste keer nam haar man haar in zijn armen.

De vrouw huilde zachtjes.

“Weet dat ik vaak bij je ben. Ik zal je steunen en liefhebben. Maar geniet ook van je leven. Het is nog zo jong.

En in de nachten zal ik naast je liggen en je troosten wanneer je verdriet hebt of je eenzaam voelt. En wanneer jouw tijd komt om naar het oneindige te gaan, zal ik hier op je wachten en je naar huis brengen. Dan zullen we voor altijd samen zijn.”

Langzaam vervaagde haar man uit haar zicht.

Toen kwam er een Engel op haar af. Hij glimlachte.

“Fijn om jullie zo samen te zien. Kom, ik breng je weer naar huis.”

Even later lag de vrouw weer in haar bed. De Engel trok de dekens over haar heen en glimlachte.

“Maak je geen zorgen. Je hebt heel veel hulp boven. Schroom niet om hulp te vragen. Wij zijn er voor jou.”

De vrouw huilde opnieuw zachtjes.

De Engel legde zijn hand op haar voorhoofd. Een diepe rust daalde over haar neer en ze viel in slaap.

Hij kuste haar voorhoofd en zei:

“Heb de wereld lief, mijn kind, want zij is ook van jou. En leef alsof het je laatste reis op aarde is. Leef.”

Daarna verdween hij.

Later werd de vrouw wakker.

Het was de sterfdag van haar man.

Toch verscheen er een glimlach op haar gezicht.

“Je bent thuis, schat, en je wacht op mij. Maar eerst ga ik genieten van deze reis.”

Ze keek opzij naar haar man.

 

Haar man, die naast haar lag.