~♥ Het Afscheid ♥ ~

Sanne en Alba waren de hele nacht op reis geweest. Het was volle maan en de energie van de maan en het hummen van de Waterengelen had hen hier weer naartoe gebracht. Ze waren naar de Hemelse sferen geweest en de Gouden-Engel die tijdens de paringsdans naast hen had gestaan, had hun opgewacht.

Hij had hun meegenomen en samen waren ze door de verschillende werelden gewandeld.

Ze hadden ook nog even de Dieren-Hemel bezocht, waar ze de lieve olifanten een bezoekje hadden gebracht.

Het was een rustige reis.

De vermoeidheid van de nacht ervoor werkte nog op hen beiden door. Daarom had de Gouden-Engel hun nog niet alles laten zien.

Net voor ze teruggingen en het bijna dag werd zei de Gouden-Engel: “Mijn vrienden, wij zijn zo trots op jullie. Tijdens deze reis maken jullie zulke fijne avonturen mee en jullie laten via de schrijfster van dit verhaal aan de wereld weten, wat er nog meer achter de sluiers van de tijd te vinden is.

Een wereld waar velen nog geen weet van hebben.

Het zal de lezer in een andere bewustzijnsstaat brengen. Ze zullen de liefde voelen die gisteravond aanwezig was. Dat is de universele liefde, de liefde die ieder mens in zich draagt. Alles is voorbestemd, ook voor jullie.

Geniet van de reis en we zien elkaar snel weer terug.”

Sanne en Alba waren weer terug in de Waterwereld.

De zon kwam op en iedereen werd wakker.

Het was prachtig om te zien hoe iedereen weer vol energie en vol van enthousiasme wakker werd.

Elke maanceremonie was uniek.

Nee, het verveelde nooit. Sanne en Alba waren net zo blij als alle anderen die in het water lagen.

Iedereen was druk en ze spraken honderduit.

De groep had zich na de paringsdans weer samengevoegd en ze waren nog steeds onder de indruk van dit liefdevolle ritueel.

De walvis waarop Sanne en Alba zaten begon tegen hen te praten: “We blijven nog één dag in deze diepe warme wateren en dan zullen we als groep verder trekken.

We gaan dit heerlijke warme water missen, maar onze kleintjes, die straks geboren worden, ontwikkelen zich beter in de iets koudere wateren.

Geniet van deze dag en neem afscheid van de vrienden die je hier gemaakt hebt.

Morgen in alle vroegte gaat de reis verder.”

Sanne en Alba keken elkaar bedroefd aan.

Ze wilden nog niet verder trekken.

Ze vonden het hier zo fijn en ze waren net bevriend geraakt met de Waterkinderen, het zeepaardje en de reuzenschildpad. Ze brachten elke dag bezoekjes aan het koraal en de mooie stenen op de bodem van de zee.

Nee, ze wilden nog geen afscheid nemen.

Sanne begon te huilen.

Alba sloeg zijn vleugeltjes om haar heen.

“Stil nu maar, het zal allemaal wel meevallen.

Misschien mogen we nog een keertje terugkomen.” Sanne schudde haar hoofd: “Nee, als wij weer terug bij de rivier zijn, dan moet ik terug naar Zomerland.

Ik heb het de Hoge-Engelen beloofd!” en Sanne begon opnieuw te huilen. Een Water-Engel kwam naar haar toe gezwommen en zei op een geruststellende toon: “Ach mijn arme kind.

Droog nu maar snel je tranen. Weet dat de Waterwereld dicht bij Zomerland ligt?

Je kunt vanuit Zomerland zo naar de Waterwereld toe lopen. Het zal fijn zijn als je daar bent en ons zo nu en dan eens opzoekt.”

“Kan dat dan?” vroeg Sanne verbaasd.

De Water-Engel lachte weer en antwoordde: “Ja, alles kan, zolang jij de liefde in jouw hartje vasthoudt.

Droog nu je tranen en ga naar je vrienden om afscheid van ze te nemen. Niet voorgoed, maar voor een tijdje.” Sanne was blij, ze was zo bang geweest dat ze ook hen nooit meer zou zien, net als haar papa en mama.

“Ga je mee Alba? We hebben veel vrienden gemaakt, dus we hebben geen tijd te verliezen.”

En zo gingen Sanne en Alba op weg.

Eerst bezochten ze de Waterkinderen die vaak op het wateroppervlak te vinden waren.

Ze speelden nog heel even met hen en namen toen afscheid. De grote waterschildpad was hun al op komen zoeken. Alba en Sanne mochten hem vastpakken en zo gleden ze met zijn drieën door het warme heldere water. De schildpad zwom langs de rotsen met daarop de prachtig gekleurde planten.

Ze zagen de mooiste koraalriffen en de meest exotische vissen. De schildpad dook wat dieper de wateren in en daar zagen ze hun vrienden de edelstenen die zo helend waren. De liefde en de kracht die van hen afstraalde was magisch. Dit was ook de plek waar de walvissen, dolfijnen en Waterengelen hun paringsdans hielden. Deze stenen gaven zoveel liefde, geen wonder dat juist hier de paringsdans gehouden werd.

Ze namen afscheid van de reuzenschildpad.

Ze beloofden elkaar dat als ze vanuit Zomerland de Waterwereld weer mochten bezoeken, ze elkaar weer zouden ontmoeten.

Nu moesten ze nog bij één vriend langs, het zeepaardje. Sanne en Alba zwommen een stukje verder en doken vervolgens onder water.

Bij de kleurrijke koraalriffen was daar het zeepaardje.

Hij had gezelschap van een lief vrouwtje.

Ze zagen dat ze heel verliefd om elkaar heen draaiden. Sanne en Alba keken met vertedering naar het verliefde stel en wilden hen niet storen.

Langzaam zwommen ze weer terug naar het wateroppervlak, richting de groep.

Ze waren druk in gesprek toen er opeens iets raars gebeurde. Een reuze Octopus kwam met zijn hoofd boven water.

“Wel, wel, wel, wie hebben we daar? Een klein meisje en een Albatros”, en hij lachte breeduit.

“Wat leuk om jullie eindelijk te ontmoeten.

Ik heb al zoveel verhalen over jullie gehoord waardoor ik dacht, ik ga zelf maar eens een kijkje nemen aan het wateroppervlak.” Sanne keek Alba verschrikt aan.

“Wie is die rare knakker?” vroeg Sanne.

Alba fluisterde: “Dat is een reuzen Octopus.

In de wereld waar wij vandaan komen zijn ze gevaarlijk. Voor je het weet nemen ze je mee de diepte in om vervolgens nooit meer terug te komen.

Maar we zijn nu hier, dus ik denk wel dat deze liefdevol is.” Sanne leek nu wat geruster.

“Wees niet bang alsjeblieft! Ik wilde alleen met eigen ogen zien of het waar was.

Blijven jullie nog lang?” vroeg hij nu nieuwsgierig.

Sanne schudde haar hoofd en antwoordde: “Nee, morgen vertrekken we weer naar de wat koudere wateren.”

“Wat jammer”, zei de Octopus wat teleurgesteld, “ik dacht, misschien kunnen we nog wat spelen?”

Opeens hoorden ze in de verte, “Oskar! Oskar!

Hallo Oskar!” Sanne en Alba keken elkaar aan.

Ze zagen een groep Water-Engelkinderen op hem afkomen. Toen ze dichterbij kwamen, zwommen ze op de reuze Octopus af.

“Hallo Oskar, gaan we nog spelen?” vroegen de Water-Engelkinderen enthousiast.

Oskar de Octopus begon te lachen.

“Wat denk je nu, dat ik helemaal voor niets naar het wateroppervlak gekomen ben?” Met één van zijn tentakels tilde hij een Water-Engelkind op vanuit het water. Met zijn andere tentakel tilde hij een tweede Water-Engelkind uit het water.

Plotseling werd ook Sanne opgepakt en vervolgens ging ook Alba de lucht in.

Als in een kermisattractie werden ze heen en weer geslingerd. Omhoog, omlaag, dan weer over de kop en de kinderen en Alba juichten en gilden het uit van plezier. Steeds sneller gingen zijn tentakels door de lucht en Sanne en Alba schaterlachten van plezier.

Geleidelijk aan werden de bewegingen van de Octopus langzamer en uiteindelijk legde hij zijn tentakels op het water neer.

“Allemaal uitstappen!” riep hij nu.

Wat hadden ze een plezier gehad.

Iedereen was op het gejoel afgekomen en keken vanaf een afstandje lachend toe.

“Wat een heerlijke afsluiting van de dag”, zei Sanne, “wat heb ik een plezier gehad.”

Alba was nog een beetje draaierig.

De veren op zijn kop stonden alle kanten op.

Hij keek Sanne wat scheel aan en zei: “Ik ook, wat heb ik gelachen.” Helaas moesten ze nu ook van Oskar afscheid nemen. “Geniet van de reis”, zei Oskar tegen Sanne, “en kom nog een keer langs, dan kunnen we weer plezier maken.”

Sanne beloofde dit en omhelsde de Octopus.

“Dank je wel Oskar en tot ziens.”

Oskar zwaaide nog één keer met zijn tentakels voor hij terugging naar de diepte van de zee.

Het was een lange dag geweest vol met avonturen en dan tot slot, Oskar de Octopus als de schitterende kermisattractie.

De zon ging bijna onder en het werd tijd dat ze gingen slapen. Sanne en Alba klommen op de rug van de walvis. De walvissen gingen weer naast elkaar liggen met daaromheen de dolfijnen.

Rondom de dolfijnen lagen de Waterengelen die weer zachtjes begonnen te hummen en zo viel iedereen in een diepe slaap.

De nacht verdween en de zon verscheen en bij de eerste zonnestralen werd iedereen weer wakker.

Het was tijd om te vertrekken.

Langzaam kwam de groep in beweging.

Sanne en Alba zwommen net als op de heenweg naast de walvis. Mochten ze te moe worden, konden ze altijd op haar rug even uitrusten.

Maar ze waren inmiddels goed getraind, dus dat zou wel niet zo snel nodig zijn, dachten ze.

Het was stil in de groep. Iedereen was met zijn eigen gedachten bezig over het naderende afscheid.

In de avond sliepen ze weer in formatie, om vervolgens de volgende dag weer verder te reizen.

En zo zwommen ze elke dag een stuk verder weg van de heerlijk warme wateren, waar ze een lange tijd geweest waren. Het water voelde nu iets koeler aan en de dag brak aan dat ze afscheid moesten nemen van de dolfijnen.

De stemming was liefdevol en de sereniteit van vriendschap voor het leven was voelbaar.

Ze zouden elkaar terugzien, het afscheid was maar voor even. Ze bedankten elkaar voor de mooie tijd samen en de Waterengelen omhelsden de dolfijnen.

Sanne zag dat de grote groep dolfijnen zich terugtrok van de rest en hun eigen richting kozen.

Nog heel even bleven ze hen nakijken en zagen zo nu en dan een dolfijn uit het water omhoog springen.

Alsof ze zeggen wilden: “Tot de volgende keer.”

Sanne en Alba hadden tranen in hun ogen.

Wat zouden ze deze vrolijke vrienden gaan missen. Sanne klom op de rug van de walvis en Alba ging naast haar zitten.

Langzaam kwam de groep weer in beweging en zwom verder de koude wateren in. Morgen zouden ze afscheid nemen van de walvissen. Pfff…. Sanne moest daar nog even niet aan denken en streelde de huid van haar grote vriendin waar ze op zat.

De volgende ochtend werden ze wakker.

Sanne was wat onrustig, ze had niet goed geslapen.

Ze zag zo tegen het afscheid van vandaag op.

De walvissen waren echt bijzondere zielen.

Ze waren zo lief en trouw. Ze hadden een soort rust over zich die heel bijzonder was.

Je wilde gewoon bij hen in de buurt zijn om die liefde die ze uitstraalden vast te kunnen houden.

De walvis die de hele reis bij hen was, kwam naar haar toe. “Mijn kleine lieve vrienden”, zei ze terwijl ze Sanne en Alba aankeek, “wat heb ik van jullie genoten.

Ik ben zo blij en niet alleen ik, maar wij allemaal, dat jullie met ons mee zijn gekomen.

Wat hebben we mooie avonturen beleefd, nietwaar?” Sanne en Alba hadden tranen in hun ogen en knikten beiden van ja.

“Maar we gaan elkaar weer zien, wisten jullie dat?” Sanne en Alba schudden met hun hoofdjes van nee.

“Als het volle maan is, gaan we toch altijd naar de Hemelen?” Sanne en Alba knikten, en werden nu toch wel nieuwsgierig.

“Naast Zomerland is de Waterwereld in de Hemel.

Daar gaan wij iedere maand naartoe en dan zien we iedereen weer.

Daar kunnen wij elkaar weer ontmoeten.”

Sanne en Alba keken elkaar nu blij aan.

Sanne was even vergeten dat er twee Waterwerelden waren. Eén hier, maar ook één in de Hemel.

Deze wereld was ook in de Hemel, maar dan ergens anders. Sanne begreep het nog niet helemaal en vroeg aan de walvis: “Waarom zijn er twee Waterwerelden?” De walvis lachte liefdevol naar haar.

Er zijn twee Waterwerelden, omdat wij in deze Waterwereld nog mogen leren.

De walvissen en dolfijnen die uit jouw wereld komen, mogen eerst even bijkomen in de Hemelse wateren van de Waterwereld in de Hemel.

Daar mogen ze even op adem komen en verwerken wat hun in vele gevallen is aangedaan.

Velen zijn getraumatiseerd en moeten echt helen van dat leven. Daarna mogen ze hier als ziel terugkomen en weer leren wat liefde is. Dat duurt vele jaren.

Daarna mogen ze ervoor kiezen om weer een aardse ervaring mee te maken.

Velen kiezen ervoor om hier te blijven, totdat de mens liefdevoller is geworden.

De zielen die straks geboren worden, hebben dus al een reis naar de aarde achter de rug en mogen hier de liefde en ook de oude geschiedenis in zichzelf naar boven halen. Maar nogmaals, velen keren niet eerder terug, totdat het moment komt dat de mens veranderd is.

De Waterengelen zijn hier altijd.

Zij hoeven niet naar de aarde.

Daarom is het zo speciaal dat ze met ons meereizen.

Net als de Engelen in de Hemelse sferen, zorgen de Waterengelen hier voor rust en sereniteit.

Zij zijn verantwoordelijk voor deze prachtige en liefdevolle wereld.

Dus, beide werelden liggen in de Hemel, maar zijn toch anders. Zodra de maan weer vol is, gaan wij even terug naar de Hemel en ontmoeten dan niet alleen de vrienden die wij hier ontmoetten.

Nee, wij ontmoeten dan ook onze nieuwe kinderen en maken al contact met hen.

Daarom is het weerzien in deze wereld ook zo speciaal. We kennen elkaar al.”

Sanne had zonder iets te kunnen zeggen aandachtig naar de walvis geluisterd.

Ze was ontroerd door datgene wat ze te horen had gekregen. Wat zat de Hemel toch prachtig in elkaar.

Ze vond het al zo vreemd dat er twee Waterwerelden in de Hemel waren en begreep het daarom niet zo goed.

Nu was het haar duidelijk en ook Alba krabbelde zich even op zijn kop.

“Tja, dit is duidelijk, hè Sanne.”

Sanne moest nog even bijkomen van wat ze allemaal te horen had gekregen.

Opeens keek ze verrast op. “Maar dat is fantastisch! Komt Oskar ook naar de Waterhemel toe?” vroeg Sanne nu nieuwsgierig aan haar vriendin.

Deze lachte. “Ja, ook Oskar komt tijdens het maanritueel naar de Waterhemel toe.”

Sanne kon haar geluk niet op.

“Dan hebben we in de Hemel ook waterplezier!” zei ze blij en Alba danste van plezier op het wateroppervlak. “Nu vind ik het niet meer zo erg om afscheid te moeten nemen. We zien elkaar bij de volgende volle maan weer.” “Dat klopt Alba”, zei de walvis, “maar wat ik nog wilde zeggen is, dat áls we straks gaan vertrekken, wij nog een eindje met jullie meezwemmen en daarna de groep zullen verlaten om onze eigen weg te vervolgen.

We stoppen dan niet om afscheid te nemen.”

Sanne slikte even. Weer sprongen de tranen in haar ogen. “Betekent dit, dat we nu al afscheid moeten nemen van elkaar?” De walvis knikte: “Ja nu al.

Dus pas goed op elkaar. Jullie gaan nog prachtige avonturen beleven, geloof me maar.”

Sanne en Alba omhelsden de walvis en Sanne gaf haar een zoen op haar neus.

“Dag lieve vriendin.” Langzaam kwam de groep in beweging. Sanne en Alba zwommen naast de walvis.

Ze zeiden niets, maar ze voelden elkaar heel goed aan.

Al heel snel zou het moment daar zijn dat de grote groep walvissen zich af zou scheiden van de rest.

Na een aantal uren zei de walvis: “Het is zover!

Wij gaan onze eigen kant op.

Vergeet niet dat we elkaar weer terug gaan zien.

Geniet van de reis mijn kleine vriend en kleine vriendinnetje.”

Langzaamaan zwommen ze bij hen en de Waterengelen vandaan. Sanne keek Alba verdrietig aan.

“We gaan ze terugzien”, zei ze zacht tegen Alba.

Alba slikte even en de tranen stonden in zijn ogen.

De groep Waterengelen zwom in hun eigen tempo verder. Aan het einde van de dag minderden ze vaart en kwamen langzaam tot stilstand.

Eén van de Waterengelen kwam naar Sanne en Alba toe gezwommen.

“Afscheid nemen is nooit leuk, maar tijdens de maanrituelen zien we elkaar weer terug”, zei ze met een blije lach. “We zijn bijna aan het einde van deze reis gekomen. Morgen zijn we bij het kanaal, waar we heerlijk uit kunnen rusten van de reis.

We zwemmen dan op ons gemak richting het meer.

Je zal nieuwe vrienden maken en ook in het kanaal is het heerlijk. Je zal ervan opkijken.

Maar eerst gaan we slapen, morgen wordt het weer een lange dag.” Sanne en Alba bedankten haar en de Water-Engel zwom weer weg.

De Waterengelen maakten weer een cirkel en hielden elkaars handen vast. Sanne en Alba lagen in het midden met daar omheen een ring met de jongste Waterengelen. De wat oudere kinderen hadden een ring om de jongste Waterengelen gemaakt.

Daarna kwam er een ring met volwassen Waterengelen en de oude Waterengelen sloten de ring.

Sanne en Alba die middenin lagen, voelden de trillingen van de groepsenergie.

Het was even wennen om in het water te slapen.

Tot nu toe had ze in het bedje dat de zwanen voor haar hadden gemaakt geslapen of op de rug van haar vriendin de walvis. Haar bedje hadden ze op het strand achter moeten laten.

Sanne deed haar oogjes dicht en viel meteen in een diepe slaap. De volgende morgen waren ze vroeg wakker.

Ze waren allemaal een beetje opgewonden.

Vandaag zouden ze namelijk het kanaal bereiken.

De Water-Engel die naast Sanne lag, vertelde haar dat ze vlak bij de kust waren en dat ze hoopten om nog voordat de avond in zou vallen het kanaal zouden bereiken.

Al snel begon de groep zich in beweging te zetten.

Sanne en Alba zwommen helemaal achteraan.

Zo nu en dan vloog Alba even de lucht in om te kijken of het land al in zicht was.

Opeens riep hij luid: “Ik zie de kust! Ik zie de kust!” Iedereen begon te juichen. Ze waren er bijna.

Al snel zag iedereen het land in de verte liggen.

Het was prachtig om het land weer terug te zien.

De heuvels zo groen, de bloemen zo kleurrijk.

Steeds meer zagen ze en hun hart ging open van vreugde. “Ik wist niet dat ik het land zo prachtig zou vinden en dat ik het eigenlijk zo heb gemist.

Ik verheug me erop om straks weer door het gras te lopen”, zei Sanne en keek Alba vrolijk aan, maar ze zag dat Alba verdrietig keek.

“Wat is er toch mijn kleine vriend? Waarom ben je zo verdrietig?” Alba huilde nu.

De Waterengelen stopten onmiddellijk en zwommen naar Sanne en Alba terug.

“Wat is er aan de hand Alba?” vroeg een oude Water-Engel. Alba huilde nu dikke tranen.

Met horten en stoten kwam zijn verdriet naar buiten. “Ik…ik…ben…zo…bang!”

“Waarvoor ben je bang Alba?” vroeg de Water-Engel weer. “Dat…ik…niet…niet…verder mee mag!

Huh hu”, huilde Alba.

De Waterengelen gingen nog dichter om Alba heen zwemmen. “Maar waarom zou je niet verder met ons mee mogen?” vroeg de Water-Engel weer. “Omdat…omdat mijn soort daar woont”, zei hij wijzend richting de kust en weer huilde hij hardop.

De Water-Engel omhelsde Alba.

“Wat een rare vogel ben je toch!

Je hoeft helemaal niet terug naar je eigen soort.

Je mag gewoon bij ons blijven, net zo lang als jij wilt.

Als Sanne straks naar Zomerland terugkeert, dan mag je zelf weten waar jij wilt zijn.

Vogels hebben geen grenzen, weet je nog?

Of je nu hier bij ons blijft, of met Sanne meegaat, of weer naar je eigen soort teruggaat, dat is helemaal aan jou, alles mag.”

“Echt waar?” vroeg Alba zichtbaar opgelucht.

De Water-Engel lachte lieflijk naar Alba, sloeg haar armen weer om hem heen en kuste zijn kopje.

“Kom, we gaan snel verder, anders zijn we niet op tijd bij het kanaal.” Langzaam kwam de groep weer in beweging en al snel zagen ze de monding van de rivier.

Dit was een andere rivier dan die, toen ze richting de zee zwommen. Ze namen een bocht en zwommen tegen de stroming van de rivier in.

Het was hard zwemmen, want de rivier was ook zo sterk. Alba was gaan vliegen en zag in de verte het kanaal al liggen.

“Nog even volhouden Sanne, we zijn er bijna!”

Twee Waterengelen namen Sanne bij haar arm en zwommen verder stroomopwaarts.

Na een lange bocht met sterk stromend water zagen ze de inham van het kanaal liggen. Iedereen was blij en ze zwommen zo snel als ze konden de laatste meters van de kolkende rivier in, totdat ze in het rustige water van het kanaal aankwamen.

Alba was er al en keek toe hoe zijn lieve vrienden het kanaal binnenzwommen.

Sanne zwom tussen de twee Waterengelen in die haar het laatste stuk hadden geholpen.

 

Moe maar voldaan lag iedereen op zijn rug even uit te rusten. Maar opeens sprongen de Waterengelen uit het water en juichten zo hard dat het in de wijde omtrek te horen was. Het was volbracht!