~♥ De Watermensen ♥ ~

Sanne en Alba waren nieuwsgierig.

Het was een verrassing en ze mochten nog van niets weten. Alle Waterengelen, dolfijnen en walvissen waren opgelucht.

Dit prachtige ritueel had een prachtig einde met een enorm helende kracht. Sanne en Alba waren er stil van. Een Water-Engel kwam op hen afgezwommen.

“Zorg dat jullie straks aansluiten.

De walvissen en de dolfijnen nemen straks een ander gangenstelsel en zullen weer terugzwemmen naar het wateroppervlak.

Wij gaan de andere kant op en zullen één van onze oudste vrienden gaan ontmoeten.

Later zullen ook wij terugkeren naar het wateroppervlak. Zijn jullie er klaar voor?” Sanne en Alba knikten.

Ze hadden zo naar deze verrassing uitgekeken.

De Water-Engel ging weer terug naar de groep en Sanne en Alba keken vanaf de zijlijn toe hoe iedereen weer in beweging kwam.

Eerst zwommen de walvissen een tunnel in met daar achteraan de dolfijnen.

Toen ze waren verdwenen, zwommen Sanne en Alba snel naar de groep Waterengelen toe die nu alleen achter waren gebleven in het ondergrondse meer.

Nadat ze daar gearriveerd waren keek Sanne nog één keer om zich heen.

Wat een bijzondere plek was dit.

Ze had op deze reis al zoveel moois gezien, maar deze plek was werkelijk Hemels.

Hoe de zon hier terecht kon komen wist ze niet, maar hij was toch aanwezig in dit ondergrondse meer.

De edelstenen glinsterden en gaven de prachtigste kleuren weer.

Sanne bleef er maar naar kijken.

Heel voorzichtig werd ze uit haar trance gehaald. “Sanne, wij gaan verder, ga je met ons mee?” vroeg een Water-Engel haar. Sanne schrok, doordat het ondergrondse meer zo betoverend mooi was, verdwaalde ze er met haar gevoel in.

Sanne lachte, “ja ik ga mee.”

“We gaan vertrekken naar het laatste ondergrondse meer. Dit meer is veel groter dan de twee waar we zojuist geweest zijn.

In het meer waar we nu naartoe gaan, wonen oude vrienden van ons.

Eens per jaar bezoeken wij hen.

Maar we moeten opschieten, de groep komt al in beweging.”

Sanne zocht Alba op en ging weer naast hem zwemmen. “Spannend hé”, glimlachte Alba.

Sanne knikte, door de spanning wist ze niets meer te zeggen. Ze voelde zich sereen door de indrukken die ze gezien, gevoeld en gehoord had.

De groep Waterengelen begon te zwemmen.

Ze doken onderwater en volgden een lange tunnel die onder de zeebodem doorliep.

Deze tunnel was langer dan de vorige, en het licht dat ze zagen, veranderde telkens van kleur.

Ook hier waren de wanden en bodem bedekt met edelstenen, parels en de meest prachtige koralen.

Opeens zagen ze in de verte een helderwit licht.

De Waterengelen begonnen harder te zwemmen.

Sanne en Alba konden ze niet meer bijhouden.

Ze waren te snel. Ineens grepen een paar handen Sanne bij haar middel vast en duwden haar met volle kracht vooruit richting het helderwitte licht.

Ook Alba had hulp gekregen en schoot vooruit.

De handen lieten Sanne en Alba los en daar waren ze in een meer dat wel tien keer groter was dan waar ze vandaan kwamen.

Sanne en Alba keken hun ogen uit.

Wat prachtig! Rond het meer waren bergen en op de toppen lag sneeuw.

De bomen die langs de bergwand groeiden waren prachtig groen van kleur.

Langs het meer aan de waterkant lagen grote en kleine rotsen.

Het water was azuurblauw van kleur en voelde heerlijk warm aan.

Het leek wel of de zon hier nog feller scheen, maar er was nergens een zon, wolken of een blauwe hemel te zien. En toch was het helemaal licht in dit ondergrondse meer. Op de rotsen zaten Watermensen.

Ze zagen er bijna hetzelfde uit als de Waterengelen, maar dan veel groter.

Ze zwaaiden uitbundig naar de groep Waterengelen en sprongen het water in om de groep te komen begroeten. Sanne en Alba wisten niet waar ze moesten kijken.

De groep Watermensen was enorm en ze zagen er allemaal prachtig uit.

De mannen en vrouwen hadden allemaal lang blond haar.

Ook hadden ze vele kettingen en armbanden om, gemaakt van de mooiste edelstenen, diamanten en parels.

Hun staart en vinnen waren zilver van kleur en hun huid was bruin getint. Ze waren zo wonderschoon dat Sanne haar ogen niet van ze af kon houden.

Sanne en Alba keken toe, hoe de hereniging plaatsvond. Nog niet één van de Watermensen had hun opgemerkt, of was naar hen toe gekomen.

Alba fluisterde: “Zouden wij wel welkom zijn?”

Sanne haalde haar schouders op.

“Ik weet het niet. Ik denk dat we gewoon even moeten afwachten. Ze hebben elkaar een lange tijd niet gezien en dan begroet je eerst je vrienden en pas later de gasten.” Alba keek weer naar de groep.

“Ja, misschien heb je wel gelijk en ben ik te ongeduldig.”  Langzaam werd het rustiger in de groep en één van de Waterengelen kwam naar Sanne en Alba toe gezwommen. Iedereen keek nu hun kant op.

Sanne en Alba werden er verlegen van.

De Water-Engel keek de groep rond en riep: “Mag ik jullie voorstellen, dit zijn Sanne en Alba, onze vrienden uit het Hiernamaals.

Hun wens was om de Waterwereld te zien.

Ze mochten met ons mee op reis en wij laten ze onze wereld zien.

Sluit hen in jullie hart, ze zijn zo lief!”

Iedereen keek blij en ze klapten in hun handen.

Opeens ging de groep uiteen. De Waterengelen aan de ene kant en de Watermensen aan de andere kant.

Vanuit het helder azuurblauwe water rezen de koning en koningin van de Watermensen op.

Ze maakten allemaal een buiging. De Water-Engel fluisterde Sanne en Alba in het oor: “Dit zijn de koning en koningin van de onder waterwereld.

Ze komen zelden boven water, dus dat ze voor jullie naar de oppervlakte zijn gekomen, maakt jullie nog specialer. Ga maar naar ze toe, maak een buiging en stel je netjes voor.”

Sanne en Alba klommen uit het water, en gingen op een steen in het water staan en glimlachten naar het koningspaar.

Ze bogen hun hoofdjes en Sanne zei: “Majesteit, mag ik mij voorstellen. Ik ben Sanne en ik mocht van de Hoge-Engelen vanuit het Hiernamaals de Waterwereld bezoeken. Als ik alles en iedereen bezocht heb, zal ik naar Zomerland terugkeren.”

En ze boog haar hoofdje weer.

“Majesteit”, zei nu ook Alba, “ik ben Alba de Albatros en ik ben te nieuwsgierig.

Daarom ben ik in de problemen gekomen en zodoende bij Sanne en de walvissen, dolfijnen en de Waterengelen terechtgekomen.

Ik mocht van hen blijven en van de Hoge-Engelen heb ik kieuwen gekregen, kijk maar.”

En hij liet vanuit zijn enthousiasme zijn kieuwen op zijn kop zien. Iedereen moest om hem lachen, zelfs de koning en koningin.

Toen het weer rustig was, kwam de koningin iets naar voren. “Sanne en Alba, wat een mooie namen.

Weet dat jullie hier altijd welkom zijn.

Jullie hebben de stilte in je zitten en alleen met díé stilte in je, kun je onze werelden bezoeken.

Jolanda, jullie schrijfster kan het nog zo mooi verwoorden, maar als de mensen die dit lezen de stilte niet kennen, is het niet mogelijk deze wereld in zijn vele lagen te leren kennen.

Jullie kunnen dat wel en daarom welkom!”

Ze pakte uit een kistje wat ze bij zich droeg een prachtige haarspeld, zwom naar Sanne toe en stak deze in haar haar.

“Nu ben je één van ons en dat zal nooit meer veranderen.” Voor Alba had ze een kleine band die ze om zijn poot vastmaakte.

Alba was er verlegen van en Sanne wist niets meer te zeggen dan: “Dank je wel”. “Je bent een lief kind”, zei de koningin en gaf Sanne een zoen op haar voorhoofd en aaide Alba even onder zijn snavel.

De koning glimlachte naar Sanne, maakte toen een buiging voor haar en zei: “Er is nog nooit een mens onze wereld binnengetreden of heeft ooit onze wereld gezien. Nog nooit heeft een mens over onze werelden geschreven of onze liefde gevoeld.

Vele verhalen zijn er over ons verteld, maar deze zijn uit fantasie geboren.

Verhalen van zeemeerminnen in de woeste wateren of van Neptunus of de boze Watergoden.

Dit zijn de verzinsels van de mens.

Jullie zijn hier nu en er wordt over jullie geschreven.

De schrijfster neemt de mens mee en laat hun de werelden zien. Maar alleen als ze in liefde zijn, zullen ze deze werelden in hun hoofd en hart zien en voelen.

Een wereld vol liefde, een wereld van eenheidsbewustzijn.”

De koning maakte weer een buiging en zwom terug naar zijn vrouw.

Nog eenmaal keken ze iedereen aan om tenslotte naar de bodem van het meer te vertrekken.

Sanne en Alba doken terug het water in, en iedereen zwom gelijk naar hen toe, en ze vertelde hun hoe bijzonder deze ontmoeting was.

Sanne was helemaal van slag en ook Alba was overdonderd door dit gebeuren.

Ze bleven nog een lange tijd bij hen.

Sanne en Alba speelden met de kinderen en doken vanaf de rotsen het water in.

Hun gelach was over het hele meer te horen, zo’n plezier hadden ze.

Opeens kwam er een Water-Engel naar Sanne en Alba toe gezwommen. “Het is tijd om afscheid te nemen.

We vertrekken zo en we gaan ons klaarmaken voor de lange tunnel waar we straks doorheen moeten zwemmen.”

Sanne en Alba namen afscheid van de kinderen.

Eén van de kinderen kwam naar Sanne en Alba toe en overhandigde hun beiden een ketting van het meer.

Aan deze ketting, die van parelmoerkleurige parels was gemaakt, hing een rode robijn.

Ook Alba kreeg dezelfde ketting als Sanne, maar een heel stuk kleiner. Sanne en Alba bedankten hen, ze waren zo

dankbaar.

“Ik zou willen dat ik iets terug kon geven”, zei Sanne.

“Ik ook”, zei Alba, “maar wat?”

Opeens kreeg Alba een idee.

Hij trok een veer uit zijn vleugel en gaf deze aan één van de kinderen.

“Het is niet veel, maar uit dankbaarheid wil ik deze veer aan jullie overhandigen.”

Tot nu toe was iedereen stil geweest, maar nu begonnen ze allemaal te lachen.

Alba, die nu verlegen werd, wist niet waar hij moest kijken en verstopte zich achter de rug van Sanne.

“Kom, gaan jullie mee? We gaan vertrekken!” riep één van de Waterengelen.

Sanne en Alba zwommen naar de groep Waterengelen toe en sloten achter in de rij aan.

De groep kwam in beweging en nog eenmaal keken Sanne en Alba achterom, om tenslotte onderwater te duiken.

De tunnel waarin ze zwommen was lang, nog langer dan die van de heenweg. Maar er was maar één weg en dat was door deze tunnel die werd verlicht door de prachtigste stenen in de wand.

Ze zwommen in een rustig tempo verder en na een tijdje zagen ze aan het einde van de tunnel een prachtig geel licht. De zon, dacht Sanne meteen en ze begon wat harder te zwemmen. Ook Alba zwom nu harder, net als de Waterengelen. En daar was het!

Het einde van hun eerste reis onderwater, het einde van dit prachtig avontuur. Ze zwommen de poort van de tunnel door, om tenslotte het wateroppervlak te bereiken.

Heerlijk was het om de zon weer op je gezicht te voelen en de wind die met je haren speelt.

Sanne en Alba juichten toen ze weer boven waren.

“Wat een heerlijke reis hè Alba!” riep Sanne hem toe. Alba was vol van geluk en vloog Sanne in haar armen. Opeens werd er aan Sanne’s voeten getrokken.

Ook bij Alba was er iets wat aan zijn poten trok.

Er werd zo hard aan hun voeten en poten getrokken, dat ze kopje onder gingen.

Sanne en Alba raakten een beetje in paniek en probeerden los te komen, maar dat ging niet.

Heel snel werden ze door het water vooruitgeduwd. Opeens begreep Sanne wat er aan de hand was.

Ze keek achterom en zag dat het haar vriend de dolfijn was die haar vooruit duwde.

Ook Alba was erachter gekomen dat er geen gevaar was. Ze lieten de dolfijnen hun gang gaan en met een boog vlogen ze vanuit het water de lucht door.

Alba en Sanne doken tegelijk terug het water in en begroetten hun lieve vrienden.

Het was bijna avond en iedereen was moe van de reis die ze deze dag gemaakt hadden.

Iedereen nam zijn positie weer in en viel uitgeput in slaap. Alleen Sanne en Alba konden niet in slaap komen. Ze hadden nog zoveel te verwerken, maar na een tijdje vielen ook zij in slaap en droomden over de Watermensen.

Het was een dag om nooit meer te vergeten.