Ze waren bij de zee aangekomen en Sanne had haar bedje op het strand gelegd.
Ze zou er nog maar één nachtje in slapen, voordat de grote reis begon.
Het was nu bijna avond.
Aan de stand van de zon en de maan, zagen ze wanneer het tijd was om te gaan slapen.
Sanne was haar bedje in gekropen en viel gelijk met de Waterengelen in een diepe slaap.
Het was nu bijna volle maan en de Waterengelen neurieden zachtjes mee op de golven van de zee.
De volgende dag was Sanne al vroeg wakker en liep langzaam het warme water in.
Het water was zo helder, dat ze haar voetjes op de bodem kon zien staan.
Kleine visjes zwommen langs en tegen haar voetjes aan, en het kietelde een beetje.
Een aantal Waterengelen zwommen naar haar toe. Samen keken ze naar een waterfontein die in de verte hoog de lucht in werd gespoten.
“Zullen we gaan?” vroeg een Water-Engel aan Sanne. Sanne knikte.
Ze deed haar jurkje uit en zette haar hoed af.
Ze legde deze op een grote steen die op het strand lag.
“Die heb ik niet meer nodig”, zei ze tegen zichzelf en liep de zee in.
Gezamenlijk doken ze in een grote golf en zwommen naar de anderen van de groep.
Toen ze bij de groep aankwamen, werd iedereen plotseling stil.
Er golfden rimpels over het wateroppervlak.
In de verte hoorde ze hoge pieptonen en een fontein van water spoot de lucht in.
Alle Waterengelen sprongen uit het water van blijdschap. In de verte zag Sanne nog meer waterfonteinen de lucht in spuiten.
“Wat is dat?” vroeg ze aan een Water-Engel.
“Dat zijn onze vrienden en wij zijn zo blij dat wij elkaar nu weer gaan ontmoeten.”
Sanne keek weer in de verte en zag dat er nog steeds water als grote fonteinen de lucht in werd gespoten. Opeens voelde ze een sterke stroming.
Er stond iets te gebeuren, maar wát wist ze niet.
Het water begon te rimpelen en deze rimpels kwamen steeds sneller haar kant op.
De Waterengelen weken allemaal opzij en opeens werd het muisstil.
Met enige wanhoop keek Sanne om zich heen, maar de rimpels kwamen sneller en sneller op haar af.
De Waterengelen lachten en keken vol verwachting naar haar. Gelukkig werd ze daar weer rustig van, maar opeens rees het water vóór haar langzaam omhoog.
En daar was het dan.
Voor haar in het water lag een hele grote vis.
Sanne wist onmiddellijk wat voor vis dit was.
Het was een walvis!
Ze kreeg van blijdschap een lach op haar gezicht.
Ze wilde altijd al eens een walvis zien, dit was haar grootste wens geweest en nu lag ze in het water, oog in oog met een walvis!
De walvis keek haar aan, dook even onder en kwam vervolgens weer naar boven.
Sanne keek blij naar de walvis en de walvis spoot liters water als een fontein de lucht in.
Sanne keek verwonderd naar het water dat als een straal omhoog gespoten werd, om vervolgens als honderdduizend druppels weer naar beneden te vallen. Ze kreeg al het water over zich heen en er zat geen krul meer in haar haar.
Sanne wreef het water uit haar ogen en keek de walvis lachend aan.
Opeens begon iedereen te lachen en ze begroetten de walvis hartelijk.
Wat was het toch heerlijk om in de zee te wonen, bedacht Sanne zich.
Gelijk kreeg ze antwoord van de walvis die haar gedachten had gelezen.
“Dat is het ook. Ik zal je zoveel mogelijk van deze wereld laten zien.” Sanne geloofde haar oren niet.
De walvis had zojuist met haar gesproken.
“Kom”, zei de walvis, “klim maar op mijn rug, dan zal ik je mijn wereld laten zien.”
Via de vin aan de zijkant, klom ze op de rug van de walvis en ging zitten.
Zo reisde ze, zittend op de rug van de walvis, mee naar de open zee, waar nog veel meer walvissen waren die hen feestelijk begroetten.
“Wat heerlijk is het hier”, zei Sanne tegen een Water-Engel. De Water-Engel keek haar blij aan.
“Dit is het paradijs!
In deze wereld en in deze wateren zijn de walvissen en de dolfijnen bijna hetzelfde als ons.
Ook zij gaan met volle maan naar het Hemelrijk.
Je zal het vanavond zien, want dan is het weer volle maan. Morgen zwemmen we een andere richting op en zullen ook de dolfijnen zich bij ons aansluiten.
Dan is de groep helemaal compleet.
We gaan verre reizen maken en prachtige dingen zien. Geloof me maar Sanne, je zal nog heimwee gaan krijgen naar deze wereld.”
Het was nu al prachtig vond Sanne en ze knikte naar de Water-Engel dat ze het had begrepen.
Ze kon alleen maar net als de Waterengelen blij zijn, want in deze wereld had iedereen plezier.
Ze zat nog steeds op de rug van de walvis, en de groep walvissen had haar verwelkomd, alsof ze altijd al bij de groep gehoord had.
Langzaam viel de avond in.
De zonsondergang was prachtig, met zijn allen keken ze ernaar. De kracht van de zon nam langzaam af en de kracht van de maan nam langzaam toe.
De maan was vol deze avond en de Waterengelen namen hun positie in.
Ze maakten een grote kring om de groep walvissen heen en hielden elkaars handen stevig vast.
Sanne, die dit al eens had meegemaakt, zat nog steeds op de rug van de walvis te midden van de groep.
De Waterengelen legden hun hoofdjes achterover.
Hun haren waaierden over de golven van het water en ze begonnen te neuriën.
Eerst heel zachtjes, maar naarmate de maan sterker werd, neurieden ze steeds harder.
De walvissen die midden in de cirkel lagen waren rustig. Ze sliepen nu ook.
Alleen Sanne en de walvis waar ze op zat waren nog wakker. Opeens hoorde ze de stem van de walvis zeggen: “Doe je oogjes dicht, dan zal ik je meenemen naar het Hemelrijk.
Neurie maar mee op het geluid van de Waterengelen.” Sanne sloot haar ogen en begon mee te neuriën. “Hmmmm…Hmmmm.”
Eerst vond ze het nog een beetje gek, maar al snel had het geluid haar te pakken en begon ze samen met de Waterengelen steeds harder te neuriën. “Hmmmm…Hmmmm…Hmmmm.”
Daar was het witte licht en ze zag de walvissen vanuit de zee zo de Hemelse wateren in zwemmen.
De dolfijnen waren er al en hadden reuze pret.
De Waterengelen voegden zich bij de walvissen en wat hadden ze een lol.
Sanne stond aan de waterkant en keek naar deze prachtige Waterengelen.
Ze was zo dankbaar voor hun vriendschap en de liefde die ze van hen gekregen had.
Ze huilde zachtjes van geluk en veegde snel een traan van haar wang.
“Ja, dat zijn prachtige Engelen hè”, hoorde ze opeens iemand zeggen.
Snel draaide Sanne zich om en keek naar de Gouden-Engel die achter haar stond.
“Kom, ga je mee?” sprak hij en stak zijn hand uit.
Sanne was blij verrast en keek hem glimlachend aan.
Hij had haar de vorige keer ook verwelkomd.
Ze gaf hem haar hand en samen liepen ze door het Hemelrijk het plein over.
Overal waar ze keek zag ze Witte en Gouden-Engelen lopen. De deur van een groot gebouw werd voor hen opengehouden en hand in hand stapten ze samen naar binnen. Alles zag er zo groot uit, met enorme marmeren zuilen en hoge ramen.
Het voelde als thuiskomen.
Hier zou ik altijd wel willen blijven, dacht Sanne.
De Gouden-Engel die haar gedachten had opgepikt, lachte blij naar haar.
“Deze plek is het hoogste wat een mens kan bereiken.
Dit is het paradijs.”
Samen met de Gouden-Engel kwam ze aan bij een grote witte deur, waarop ‘Hoge-Witte-Engelen’ stond geschreven. Deze deur ging vanzelf open.
Aan een grote ronde tafel zaten twaalf prachtige Witte-Engelen, die gingen staan toen Sanne binnenkwam.
Ze waren zo prachtig wit, zo’n prachtige witte kleur had Sanne nog nooit eerder gezien.
“Dit zijn de allerhoogste Engelen”, zei de Gouden-Engel zachtjes. “Zij hebben alles al geleerd wat er te leren valt en helpen nu de mensen met hun levenslessen.”
Sanne knikte dat ze het had begrepen en keek vol verwondering naar deze prachtige lieve Engelen.
Hun ogen waren zwart, maar als je goed keek zag je het universum in hun ogen weerkaatsen.
Ze was erdoor geraakt en kon haar ogen er niet vanaf houden.
“Welkom, welkom”, zei één van deze prachtige Engelen die naar voren stapte.
Hij nam Sannes beide handjes in de zijne.
“Wij hebben opgemerkt dat nu jij in de Waterwereld bent, je het ontzettend naar je zin hebt.”
Sanne knikte wat verlegen.
“Het is er prachtig en iedereen is zo lief”, zei ze zacht.
De Hoge-Engel die tegen haar sprak knikte lachend.
“Wij willen jou vertellen dat in de komende tijd dat jij in de Waterwereld leeft, jij hetzelfde zal kunnen als de Waterengelen.
Je zal dieper kunnen duiken en je kan langer onder water blijven. Dat is, omdat je de wereld van de zee gaat ontdekken en daar hoort ook de zeebodem bij.
Dus…, je zal net als de Waterengelen kieuwen achter je oren en zwemvliezen tussen je vingers krijgen.
Dit alles zorgt ervoor dat je je sneller onder water kunt bewegen.”
Sanne keek blij naar deze mooie Hoge-Engel en vroeg: “Dus ik kan straks alles, net als de Waterengelen?”
“Ja alles”, antwoordde de Hoge-Engel, “maar dat is ook nodig. Je kunt toch niet op reis gaan op de rug van een walvis? Je wilt toch zeker ook wel de onder waterwereld verkennen?” vroeg hij nu en gaf haar een knipoog. Sanne was ontroerd en vloog de Hoge-Engel huilend in zijn armen.
“Dank u wel, dank u wel, nu zal ik alles kunnen zien!”
En ze veegde met haar hand de tranen van haar gezicht. De andere elf Hoge-Engelen die aan de ronde tafel zaten, kwamen nu ook naar haar toe en wensten haar een fijne reis. Sanne was zo blij.
Haar droom zou nu echt werkelijkheid gaan worden. “Kom, ik breng je terug, het is al bijna ochtend”, zei de Gouden-Engel.
Sanne bedankte de Hoge-Engelen en ging met de Gouden-Engel mee naar buiten.
Ze glunderde van blijdschap en samen liepen ze hand in hand terug naar de Hemelse wateren.
De Gouden-Engel stond nu voor haar en zei: “Luister goed, er is nog iets wat ik je moet vertellen.”
De Gouden-Engel keek Sanne nu doordringend aan.
“Je weet dat de Waterengelen eens per maand naar de Hemelse wateren komen, maar deze maand is het wel heel bijzonder.
Deze maand komen ze twee nachten achter elkaar tezamen. Dit betekent dat er twee volle maanrituelen achter elkaar gehouden worden.
Morgen zullen hier in de Hemelse wateren de Waterengelen, de walvissen en de dolfijnen, hun toekomstige kinderen gaan ontmoeten.
Deze zullen zich vanaf morgenavond gaan transformeren en voorbereiden op hun nieuwe leven.
Zie je hoe bijzonder dit is Sanne?
Ik zie je morgenavond dus weer.”
Glimlachend keek hij Sanne aan.
Sanne voelde zich verheugd.
“Ja graag”, zei ze zacht.
“Fijn, dan zie ik je morgenavond.”
Een zachte energie stroomde door Sanne heen en langzaam kwam de zon op.
Ze opende haar oogjes en keek naar haar handen. Verbaasd keek ze naar de zwemvliezen die tussen haar vingers waren gekomen.
Ze voelde achter haar oren waar nu kieuwen zaten en het voelde raar aan.
Sanne glimlachte en keek om zich heen.
Iedereen was nog in diepe rust.
Voorzichtig liet ze zich via de rug van de walvis met een zachte plons het water in zakken.
Ze haalde een keer diep adem en liet zich langzaam onder water zakken.
Gelijk voelde ze het verschil.
Ze hoefde nooit meer bang te zijn om onvoldoende lucht te krijgen.
Ze zwom onder de slapende walvissen en de Waterengelen door en zag deze wereld vanaf de andere kant. Toen ze weer terug zwom en boven kwam, begon iedereen te juichen van blijdschap.
“Jij bent nu echt één van ons!” riep een Water-Engel blij. “Nu kunnen we op reis!” riep weer een ander.
“Wat heerlijk voor je, dat je nu echt onze wereld mag ontdekken”, zei de walvis.
“Je zal een heerlijke tijd hebben mijn kind, dat weet ik zeker.” Sanne was verrast over zoveel blijdschap.
Ze was nu één van hen en ze zou de onder waterwereld gaan verkennen.
“Maar eerst gaan we op reis”, zei een Water-Engel, “wij gaan op reis naar de dolfijnen.
Ze weten van onze komst.
Vannacht waren wij allemaal al bij elkaar.”
Sanne was heel blij en maakte zich klaar voor een nieuwe reis.
De dolfijnenwereld, de walvissenwereld en de wereld van de Waterengelen zullen straks tezamen komen.
