~♥ De Ontmoeting ♥ ~

In een wereld hier heel ver vandaan leven hele lieve wezentjes.

Ze hebben een lichaam als een vis, vleugeltjes als een Engel, en hun armpjes en hoofdjes zijn net als die van een mens.

Ze hebben lange witte haren en ze zijn blauw en groen van kleur.

Ze zijn eigenlijk niet veel groter dan een kleuter van een jaar of vijf. Ze worden de ‘Waterengelen’ genoemd.

Ze leven in de grote zee, in het meer en zo nu en dan in een rivier of kanaal.

In welk water ze ook zwemmen, ze veranderen telkens van kleur.

Dan zijn ze weer blauw, dan weer groen en dan weer beide kleuren. Het zijn hele gelukkige wezentjes.

Ze kennen geen angst, geen haat en geen pijn.

Nee, waar zij wonen is altijd plezier.

Op een warme zomerse dag was er een lief klein meisje hun wereld binnengewandeld.

Haar naam is Sanne en ze was heel nieuwsgierig.

Ze bekeek de vlinders één voor één en ze bestudeerde de bijen. Langs de oever van de rivier zag ze de prachtigste bloemen bloeien en ze rook hun zoete geur.

Op haar hoofd had ze een hoedje van stro dat haar gezichtje beschermde tegen de warmte van de zon.

Haar lange krullende lokken hingen tot over haar schouders en werden zo nu en dan even door de wind opgetild. Sanne was hier nog maar net en ze keek nu al haar ogen uit.

Zo mooi vond ze deze wereld.

In de verte, naast de rivier, zag ze een grote steen liggen. Ze liep er naartoe en ging erop zitten.

Sanne genoot van de zon op haar gezicht en het glinsterende water.

Opeens hoorde ze zacht gegiechel.

Sanne keek op en zag de kleine Water-Engeltjes spelend in het water. Sanne keek de hele dag naar de spelende Waterengelen, die hoog de lucht in sprongen en weer terug het water in doken, waardoor het water alle kanten op spatte.

Kleine Sanne genoot en had zoveel plezier.

De Waterengelen deden wedstrijdjes, gewoon voor de lol. Wedstrijdjes wie het diepst kon duiken of wie het snelst kon zwemmen, en iedere keer was er een andere Water-Engel de winnaar.

Sanne vond het prachtig om te zien hoeveel plezier deze lieve Water-Engeltjes hadden en besloot om te blijven. Aan het einde van de dag als de zon onder ging en de laatste vogel zijn lied gezongen had, gingen de Waterengelen naast elkaar in het water liggen, hielden elkaars armpjes vast en legden hun hoofdjes achterover, waardoor hun prachtige lange witte haren over het donkere water uitwaaierden.

Ze deden hun oogjes dicht, totdat de eerste vogel hen weer wakker zong. Sanne vond het geweldig in deze nieuwe wereld. Ze hoefde niet te eten en slapen deed ze in het gras vlak naast een zwanenfamilie.

Elke avond keek ze naar haar nieuwe vriendjes in het water.

 

Bij het voller worden van de maan, werden de Waterengelen steeds onrustiger in hun slaap en begonnen heel zachtjes te neuriën:

“Hmmmmmm…Hmmmmmm...”

Zo ook deze avond. De vogels zongen hun laatste avondlied en de Waterengelen gingen allemaal netjes naast elkaar in het water liggen.

Ze legden hun hoofdjes achterover, sloten hun oogjes en begonnen te neuriën: “Hmmmmmmm…Hmmmmmm...” 

Eerst neurieden ze heel zachtjes, maar hoe dieper ze in slaap vielen, hoe harder het geluid werd.

Sanne wist niet wat dit betekende en kon er niet van slapen. Ze wilde het aan de zwanenfamilie vragen, maar ook zij waren al in een diepe slaap.

Opeens werd ze gevangen door het geluid.

Zachtjes humde ze met de Waterengelen mee.

Ze raakte steeds verder in een diepe trance en samen met de Waterengelen reisde ze naar de Waterwereld in de Hemel.

Ze keek om zich heen en zag daar in het water de Waterengelen zwemmen.

Ze zwommen vanuit de rivier zo deze prachtige wateren binnen. Sanne keek ernaar en zag dat ze hier net zoveel plezier hadden als in de rivier waar ze zojuist vandaan kwamen. Alleen zagen ze er hier nog mooier uit dan ze eigenlijk al waren.

Sanne keek eens om zich heen.

Ze stond aan de rand van deze schitterende Waterwereld. Alles was hier prachtig.

Zelfs de Engelen die haar met een glimlach begroetten, waren mooi en liefdevol.

Oh, er viel hier nog zoveel te ontdekken, dacht kleine Sanne.

Een Gouden-Engel kwam op haar toegelopen.

“Welkom mijn kind! Wat heerlijk dat je meegereisd bent. Ik heb op jou gewacht.

Jij hebt dezelfde liefde in je zitten als de Waterengelen, daarom mocht jij ze ontmoeten.

Ze hebben jou via hun geluid meegenomen naar deze wereld. Dat doen ze eens per maand bij volle maan.”

Sanne was verbaasd en blij tegelijk.

De Gouden-Engel nam haar bij de hand.

“Kom”, zei hij en ze liepen gezamenlijk verder het Hemelrijk in.

Sanne had nog nooit zoiets moois gezien.

Het was hier warm en ze voelde zich hier veilig. 

Ze liepen over gouden paden en ze kwamen aan in Zomerland. “Zomerland is een wereld waar ieder kind naartoe gaat. Ze gaan daar naartoe als ze slapen of als ze overleden zijn”, vertelde de Gouden-Engel.

Sanne zag kinderen spelen en ze hadden net zo’n plezier als zij nu had bij de Waterengelen.

“Jij zou hier ook naartoe gegaan zijn, als je wens om de walvissen en dolfijnen te ontmoeten niet zo groot geweest zou zijn.

Weet je nog, dat je een wens mocht doen toen je ziek was en ik je voorbereidde op het overgaan naar Zomerland?

Het was toch jouw wens om met de walvissen en dolfijnen te zwemmen?”

Sanne dacht even na en schudde haar hoofdje van nee.

“Wacht”, zei de Engel en streek met zijn hand over haar haar. Meteen stroomde er een warme energie door haar heen en opeens herinnerde ze zich alles weer.

Ze was ziek en bang voor wat er ging gebeuren en toen op een avond stond deze Gouden-Engel aan haar bed.

Hij zei dat ze mee mocht om te kunnen zien waar ze straks naar toe zou gaan, Zomerland.

Ze had al gespeeld met de kinderen die daar verbleven en het was er heerlijk!

“Ik herinner het mij weer”, zei ze verdrietig en begon zachtjes te huilen.

De Gouden-Engel bukte zich voorover.

“Kijk mij eens aan”, zei hij en Sanne keek de Gouden-Engel met haar betraande oogjes aan.

“Het is mooi wat jij hebt gewenst.

De meeste kinderen wensen heel iets anders, maar jij hebt de wereld van de wateren gewenst en je zal er een heerlijke tijd hebben samen met de Waterengelen.

Wanneer je alles gezien hebt, zal je hier naar Zomerland terugkeren, en ja, je kunt dan als het weer volle maan is, spelen met de vrienden die je nu gemaakt hebt.”

Sanne veegde de tranen uit haar ogen en omhelsde de Gouden-Engel. “Dank je wel”, zei ze zacht.

“Nu begrijp ik waarom ik bij de Waterengelen terecht gekomen ben.”

De Gouden-Engel knikte en pakte haar weer bij haar hand. “Kom, ik breng je weer terug, de zon komt bijna op.” Toen ze terug was gaf de Gouden-Engel haar een kus op haar voorhoofd.

“De volgende keer zal ik hier weer op je wachten”, zei hij en knipoogde naar haar.

Nog voordat Sanne iets kon zeggen, zong een vogel zijn eerste lied en iedereen werd langzaam wakker.

De Waterengelen waren blij en begonnen gelijk plezier te maken in het water.

Eén van de Waterengelen kwam naar Sanne toe gezwommen. Sanne ging nog dichter langs de oever zitten en lachte lieflijk naar dit wezentje.

“Welkom in onze wereld”, zei de Water-Engel met een lief klein stemmetje.

“Jij hebt ons ontdekt en wij hebben jou gevonden.

Alleen als de liefde van twee kanten even groot is, kun je elkaar ontmoeten.

Je mag een tijdje bij ons blijven en we zullen je overal mee naartoe nemen. Je zal alles mogen zien en een fijne tijd bij ons hebben.

Iedere maand hebben we een volle maan.

Je zal dan op onze energie meegenomen worden naar de Waterwereld in de Hemel.

Het is daar nog liefdevoller.

Vanuit deze wereld zal je samen met ons prachtige reizen gaan maken.” De Water-Engel keek Sanne liefdevol aan en streelde zachtjes over haar wang.

“Oh Sanne, wij houden nu al zoveel van jou!

Nogmaals welkom! Je bent nu één van ons.”

Sanne keek wat verlegen naar deze Water-Engel.

De Water-Engel dook de diepte van de rivier in en kwam weer boven met een grote maansteen in haar handen en legde deze in de handen van de kleine Sanne.

Ze was nu één met de Waterengelen.

De Water-Engel lachte en zei nogmaals: “Welkom lieve Sanne.”

Sanne was inmiddels al meer dan een maand in de wereld van de Waterengelen.

De Waterengelen hadden samen met de zwanen een bedje voor haar gemaakt in het hoge riet.

Een bedje met een dakje erboven.

Het dakje bood haar bescherming tegen de regen die eens per maand viel.

Sanne had het hier heel erg naar haar zin.

Ze zwom elke dag met de Waterengelen in het water.

Ook deed ze mee met de wedstrijdjes, maar ze won nooit. De Waterengelen waren veel te vlug voor haar. Op een dag riep één van de Waterengelen Sanne bij zich. Het meisje zwom naar de Water-Engel toe om te horen wat hij te zeggen had.

“Ik wil je iets vertellen”, begon hij, “het zit namelijk zo, wij gaan straks vertrekken.”

Sanne keek de Water-Engel verschrikt aan en vroeg: “Maar waar gaan jullie dan naartoe?”

“Wij gaan straks naar de zee.

Wij Waterengelen veranderen vier keer per jaar van woonplek.” “Maar waarom dan?” vroeg Sanne verbaasd. “Omdat wij van alle wateren willen genieten”, zei hij lachend. “Wij gaan naar de zee, het meer, de kanalen en de rivieren.

De zee is prachtig! Onze lieve vrienden wonen daar.

Wij hebben er echt naar uitgekeken om ze ook in deze wereld weer terug te kunnen zien.

Het meer is heerlijk rustig. Wij noemen het ook wel onze ‘kraamwateren’. Hier worden onze kleintjes geboren. Het kanaal is rustig en fijn.

Hier in de rivier leren de kleintjes spelenderwijs verschillende dingen, zoals duiken en snelzwemmen. Hier in de rivier worden ze sterk door tegen de stroming in te zwemmen, om ze zo goed mogelijk voor te bereiden op de grote zee. De zee is de liefde, de vreugde en het weerzien. Hier worden wij verliefd op de liefde”, en de Water-Engel deed even zijn ogen dicht.

Nadat hij zijn ogen weer opendeed zei hij: “Wil je met ons mee naar de zee Sanne?”

Sanne keek de Water-Engel met grote ogen aan.

“Mag ik mee? Echt?” en ze vloog de Water-Engel om zijn hals. “Ja, ik wil heel graag mee!” 

“Fijn, je hoeft alleen maar je bedje mee te nemen, die kun je dan aan het einde van de dag in het riet vastmaken. Ik zal de zwanen vragen of ze een touw willen vlechten, dan kun je het bedje makkelijk achter je aantrekken.”

Sanne was zo blij, ze danste en sprong van blijdschap in het rond. Alle Waterengelen keken lachend toe.

Toen iedereen klaar was namen ze afscheid van de zwanen, de vissen en de kikkers.

Wat waren het toch lieve vrienden geworden, dacht Sanne toen ze afscheid had genomen.

Iedereen was nu klaar voor vertrek.

Sanne pakte het gevlochten touw beet en zwom met de grote groep Waterengelen mee de rivier af.

Het waren lange dagen en Sanne was er zo trots op dat ze met de Waterengelen mee mocht zwemmen.

Op één van de laatste avonden hoorde ze in de verte een waterval. “Wij overnachten hier”, zei een Water-Engel. “Morgenvroeg komt eerst de waterval en daarachter ligt de zee.” Sanne knikte.

Ze was moe, het was een lange dag geweest.

Ze bond haar bedje vast aan het riet, klom erin en viel meteen in slaap.

De Waterengelen gingen naast elkaar in het water liggen met hun hoofdjes achterover, deden hun oogjes dicht en neurieden zachtjes.

Het was bijna volle maan.

De volgende dag bij de eerste zonnestralen werd iedereen wakker.

Ze maakten zich klaar voor vertrek, maar er was nog één probleem. Sanne kon niet van de waterval afspringen, dat was veel te gevaarlijk.

De Waterengelen konden er vanaf duiken, maar dat zou Sanne nooit lukken.

Opeens kreeg één van de Waterengelen een idee: “Weet je wat, je mag mij vasthouden, dan vliegen we samen van de waterval af.”

Sanne vond het allemaal heel erg spannend.

“En mijn bedje dan?” vroeg ze bezorgd.

“Die neem ik wel mee”, zei een andere Water-Engel. Sanne was zo blij dat ze samen met de Waterengelen de waterval af kon.

Ze had hier al zoveel verhalen over gehoord en ze was er zo nieuwsgierig naar geworden, en nu ging ze het zelf meemaken.

In de verte was de waterval.

De stroming werd steeds sterker.

Sanne wist niet goed wat ze moest doen en keek bezorgd om zich heen. Ze zocht de Water-Engel die haar zou helpen, maar ze zag hem niet.

De waterval kwam steeds dichterbij en ze hoorde de eerste Waterengelen al joelend er vanaf duiken.

De stroming ging nu nog sneller.

Sanne keek verschrikt om zich heen, maar zag de Water-Engel nog steeds niet.

De waterval kwam nu toch gevaarlijk dichterbij.

Vijf meter, vier meter, drie meter, twee meter…

Sanne kneep haar oogjes stijf dicht en wachtte op wat er ging gebeuren. Ze was op het ergste voorbereid, maar een paar sterke handen pakten haar bij haar middel vast en ze vloog de lucht in.

Snel deed ze haar oogjes weer open en zag de waterval nu vanaf de andere kant.

De Waterengelen die achter haar aan kwamen zag ze nu ook luidkeels joelend en vol vreugde van de waterval af duiken.

Sanne vloog hoog door de lucht en de Water-Engel die haar stevig vasthield, dook naar beneden dwars door het water van de waterval heen.

Sanne gilde het uit van plezier. “Dit is geweldig!”

Een deken van mist hing boven het water.

De zon scheen op de druppels en zo ontstond er een prachtige regenboog.

Sanne klapte in haar handen van plezier, ze was ook zo blij en nogmaals vloog de Water-Engel omhoog.

“Let goed op!” riep hij en liet haar vallen.

Sanne schrok en gilde, maar daar waren opnieuw zijn sterke armen die haar opvingen.

Ze vlogen nu terug naar de waterval en hij liet haar nogmaals de joelende Waterengelen zien die een duik vanaf de waterval namen.

Het was prachtig en één groot feest.

Sanne was zo blij dat ze dit allemaal mee mocht maken. De Water-Engel vloog nu naar een rustige plek aan de waterkant en liet Sanne langzaam het water in glijden.

De Water-Engel die haar bedje had gedragen was er nu ook bij gekomen en ze waren zo blij om wat ze hadden meegemaakt.

Toen iedereen beneden was, was het een drukke boel. Iedereen was zó opgelaten over wat ze zojuist hadden meegemaakt, maar de reis ging verder.

“Nog een klein stukje!” riep een Water-Engel.

Ze zwommen nog een klein stukje door tot aan de bocht en ze hoorden in de verte de zee al ruisen.

De bocht was niet lang en iedereen was muisstil.

Daar was ze dan, de zee.

Iedereen hield even zijn adem in, de blauwe zee, de witte stranden, de geur zo ziltig.

Iedereen begon nog sneller te zwemmen en vanuit de rivier zwommen ze zo de zee in.

Het was heerlijk om in dit grote water te zwemmen.

Alle Waterengelen waren blij.

Ze joelden, sprongen en doken over elkaar heen.

Het was één groot feest.

Sanne keek verrast naar al deze blije Waterengelen.

Wat was het toch een vrolijk volkje.

Ze kon bijna niet wachten en was benieuwd naar wat ze nog meer mee zou gaan maken, hier op deze grote uitgestrekte zee.