*** Hart vol Verleden ***

Een jonge man stond voor het raam en zijn gedachten gingen uit naar zijn vader.

Na al die jaren miste hij hem nog dagelijks.

Stilletjes liepen de tranen over zijn wangen naar beneden.

Met de mouw van zijn trui veegde hij ze snel weg.

Hij vond het niet fijn als iemand zijn verdriet zag.

Hij dacht weer aan zijn vader en aan de sterke band die ze samen hadden.

Vaak gingen ze met zijn tweeën een dagje weg.

Samen zochten ze dan naar antwoorden op de vele vragen die ze hadden.

Ja, ze hadden het fijn samen.

Over alles konden ze praten. Hun band was heel erg sterk.

Maar het noodlot sloeg toe.

Jarenlang had zijn vader moeten vechten.

Ja, hij had echt moeten knokken.

Totdat hij de woorden van de dokter hoorde: “Helaas, wij kunnen niets meer voor u doen.”

Het is alweer vele jaren geleden, maar de pijn is nog steeds even sterk.

De man voor het raam keek achterom naar zijn zoontje.

De jongen zat op een kleed op de grond met zijn lego te spelen.

Zijn zoon, die zoveel op zijn vader leek.

Dezelfde lach, dezelfde humor, dezelfde zielengroep.

God, wat hield hij van zijn kind.

De man voor het raam keek weer naar buiten.

Het huis was nog altijd niet opgeruimd.

Alle spullen herinnerden nog aan hem.

Ieder beeldje, ieder stukje papier dat door hem was beschreven.

Zelfs zijn liefde hing nog in het huis.

Maar de jonge man voor het raam wist dat, als zijn vader zijn moeder zou komen halen, hij opnieuw afscheid moest nemen, maar dan van hen beiden.

Dat ieder dingetje in het huis een herinnering heeft, een verleden.

En dat hij dan alles weer zou herbeleven.

De man zuchtte, draaide zich om en liep naar zijn zoontje.

Hij streek met zijn hand door het zachte blonde haar en kuste zijn voorhoofd.

Met een lieve glimlach keek het mannetje terug naar hem.

’s Avonds, als hij naar bed gaat, kijkt hij altijd even naar de foto van zijn vader. In gedachten zegt hij dan stilletjes:

“Welterusten, pap.”

Maar de jonge man weet niet dat zijn vader iedere avond bij hem aan het voeteneinde zit en hem vol trots aankijkt.

Dat hij hem liefdevolle woorden toespreekt en hem alles over de Hemelse wonderen vertelt.

Dat hij bij het opstaan zijn bruine haren streelt, hem een kus op zijn voorhoofd geeft en zegt: “Tot morgen, mijn kerel. Dan ben ik weer hier om met je te praten.”

En dat hij dan de kamer uit loopt, om daar de volgende dag weer terug te komen.

En de jonge man in het bed glimlacht in zijn slaap en zegt heel zacht:

 

“Pap?”