*** Laatste afscheid ***

Het was al vroeg in de ochtend toen het meisje haar bedje uitstapte.

Ze had die nacht diep geslapen en was vroeg wakker geworden.

Ze stapte haar bedje uit en opende de deur van haar slaapkamer. De deur die normaal uitkwam op de overloop.

Het meisje stapte naar voren, maar de overloop was weg.

Ze keek nog eens goed, maar zag een totaal andere wereld.

Voorzichtig stapte ze door de deur.

Met haar voetjes zette ze stapje voor stapje op het zachte gras.

De geur van bloemen kwam haar tegemoet.

Ze hoorde de eerste vogels fluiten, een hemels gezang.

Nieuwsgierig liep het meisje nog een stukje verder en zag een prachtig landschap.

Zelf stond ze boven op een heuvel en keek naar beneden, het dal in.

Het was eigenlijk best hoog en het dal was ver en diep.

Ze keek goed om zich heen en zag in de verte een huisje staan.

Ze liep ernaartoe en keek ondertussen om zich heen.

Ze zag konijntjes om haar heen huppelen, vogels vlogen voor haar uit en vlinders fladderden van bloem naar bloem langs haar pad.

Het meisje voelde een vrijheid die ze nog nooit had ervaren.

Een vrijheid en een gelukzaligheid die haar in een vrolijke stemming brachten.

Het huisje was niet ver van haar vandaan en ze zag dat het pad ernaartoe liep.

Nadat ze de bocht achter zich had gelaten, stond daar het huisje te stralen in de zon.

Rond het huisje zag ze de prachtigste bloemen staan.

De kleuren waren adembenemend.

Het deurtje en de raamkozijntjes waren blauw geschilderd en het huisje zelf was geel met een rieten dakje.

Er kwam rook uit het schoorsteentje, kringeltjes rook die heerlijk zoet roken.

Het meisje liep naar de deur en klopte aan.

Ze hoorde niets.

Ze klopte nog eens en weer was er geen gehoor.

Voorzichtig draaide ze de deurknop om en deed de deur open.

Ze zag dat het donker was in het huisje en probeerde het lichtknopje dat naast de deurpost zat.

Het licht ging aan en het meisje keek verschrikt om zich heen.

Ze zag geen gezellige keuken met een fornuis.

Ze zag ook geen kachel met een schoorsteen waar die zoete geur vandaan kwam.

Nee, ze zag niets van dit alles.

Ze keek omhoog en zag dat er een trap naar boven liep.

Toen keek ze naar beneden en zag dat er ook een trap naar beneden liep.

Vreemd vond het meisje dit.

Ze liep naar de trap die naar beneden ging.

Ze zette haar voet op de eerste tree en liep voorzichtig een paar treden naar beneden.

Maar daar werd het koud en donker.

Het begon te waaien.

Ze deed haar jasje dicht en liep snel de trap weer omhoog.

Nu liep ze naar de trap die naar boven ging en beklom de eerste treden.

Het was er warm en licht en de zoete geur werd sterker naarmate ze verder omhoog liep.

Stapje voor stapje liep ze hoger de trap op.

Het was best een lange trap voor zo'n huisje en naast de trap groeiden bloemen.

De zoete geur werd steeds sterker en het licht steeds feller, totdat de trap opeens ophield.

Het meisje stond nu boven aan de trap en kon niet verder.

Wat moest ze nu doen?

Ze keek nog even om zich heen, maar zag niets.

Ze besloot terug te gaan.

Hier was niets te zien.

Opeens stond er een Engel naast haar.

Het meisje schrok.

Ze had nog nooit een Engel gezien.

Hij glimlachte naar haar en gebaarde dat ze mee moest komen.

Hij gaf haar een hand en samen liepen ze het witte licht in.

Het meisje vond het reuze spannend.

Ze was nog nooit in deze wereld geweest en had nog nooit een Engel gezien.

De Engel liep rustig verder, met het meisje aan zijn hand.

Na een tijdje kwam er verandering in het licht.

Het licht veranderde langzaam in verschillende kleuren.

Stapje voor stapje veranderden de kleuren in beelden.

Ze zag nu al heel veel.

Ze zag bloemen, een pad waar ze overheen liepen en allemaal lieve diertjes die met hen meeliepen.

De zoete geur was sterker geworden en het meisje was nieuwsgierig waar die heerlijke geur vandaan kwam.

Na een tijdje kwamen ze bij een hek.

Met gouden letters stond erop geschreven:

"Zomerland."

Het meisje keek de Engel verschrikt aan.

"Maar dat kan niet! Ik kan hier niet naartoe! Ik ben niet dood! Nee!"

Huilend liet ze zich op haar knieën vallen.

"Het spijt me," zei de Engel.

"Het was tijd. Je was al zo ziek. Je kon niet meer beter worden."

"Maar ik wil niet naar Zomerland!" schreeuwde ze.

"Ik wil naar huis, naar mijn papa en mama!"

De Engel keek haar verdrietig aan.

"Het spijt me," zei hij nogmaals. "Ik kan niets voor je doen."

Het meisje keek naar het hek met de gouden letters.

Ze had gehoord dat alle kinderen naar Zomerland gingen als ze overgingen.

Ze had er spannende verhalen over gelezen en was er best nieuwsgierig naar geweest.

Maar dat ze nu zelf hier stond, nee, daar was ze nog niet aan toe.

"Ik wil zo graag afscheid nemen van mijn papa en mama. Ik kan hen nu nooit meer zien."

Weer begon het meisje te huilen.

De Engel ging bij haar op de grond zitten, met zijn rug tegen het hek aan.

"Kom, kom even naast mij zitten."

Het meisje huilde nog steeds en ging naast de Engel op de grond zitten.

"Kijk."

Hij wees naar de lucht.

De lucht veranderde en ze zagen haar vader en moeder.

Ze lagen nog in bed en wisten niet dat zij al hier was.

"Ik zal je straks terugbrengen naar je papa en mama.

Maar ik wil dat jij je voorbereidt op Zomerland.

Het is hier fijn en je hoeft hier niet bang te zijn.

Maar het is tijd.

Ik kan niets meer voor je doen.

Dus wij gaan opstaan en dan zal ik je terugbrengen.

Je kunt dan afscheid nemen van iedereen van wie je houdt.

Dan kom ik je over drie dagen weer ophalen.

Dan zal ik je thuisbrengen, hier naar Zomerland.

Heb je begrepen wat ik zojuist heb verteld?"

Het meisje keek de Engel met betraande ogen aan en knikte.

"Goed zo."

De Engel en het meisje stonden op.

"Ik zal je nu terugbrengen."

Opeens stonden ze weer in haar slaapkamertje.

Het meisje deed haar pyjama weer aan en kroop in haar bedje.

De Engel stopte de dekens om haar heen en gaf haar een kus op haar voorhoofd.

"Over drie dagen zal ik hier weer zijn. Dan zal ik je naar huis brengen."

Het meisje knikte en viel rustig in slaap.

Na drie dagen stond de Engel weer voor haar bedje.

Het meisje zag hem opeens staan.

"Ben je er klaar voor?" vroeg de Engel.

Het meisje lachte.

"Ja," zei ze. "Ik heb afscheid genomen van iedereen die ik kende.

Ik heb hen verteld dat een Engel mij op komt halen en dat ik al een bezoekje heb gebracht aan de Hemel en dat ik naar Zomerland ga."

"Heb je er ook bij verteld dat je heel vaak bij je papa en mama langs zult gaan?"

Het meisje keek de Engel verschrikt aan.

"Nee, maar mag dat dan?"

"Jazeker. Dat doen we heel erg vaak.

Wij bezoeken onze dierbaren en geven hun de liefde die ze nodig hebben, zodat langzaam het verdriet rustiger wordt en de mooie herinneringen overblijven.

Ga je mee?" vroeg de Engel terwijl hij zijn hand uitstak.

Het meisje stapte uit haar bed.

"Nog heel even wachten," zei ze tegen hem.

De Engel keek wat het meisje ging doen.

Ze pakte een pen en papier en begon te schrijven.

Lieve papa en mama,

De Engel waarover ik heb verteld staat nu op mij te wachten.

Ik wilde nog een paar woorden op papier schrijven voor jullie, zodat deze boodschap niet vergeten zal worden.

Ik zal vaak naar jullie toe komen.

Ik zal jullie heel erg vaak bezoeken.

Dat mag, heb ik zojuist gehoord.

Ik zal jullie plagen, ik zal jullie kietelen en ik zal jullie aan het lachen maken.

Ik zal ervoor zorgen dat jullie mij niet gaan missen, want dat kan niet. Ik zal immers veel bij jullie zijn.

Ik hou zo ontzettend veel van jullie.

Tot snel.

Het meisje legde het briefje op haar nachtkastje.

Ze keek de Engel aan.

Haar betraande gezichtje was helemaal nat.

De Engel liep op haar af en veegde met zijn vleugels haar gezicht droog.

"Zullen we nu dan maar gaan?"

Het meisje knikte.

De deur van haar slaapkamer ging open en samen stapten ze erdoorheen.

Aan de andere kant stond het hek van Zomerland.

Het meisje draaide zich om en keek naar de deur waar ze zojuist doorheen gekomen was.

Maar die was in het licht verdwenen.

"Kom," zei de Engel weer.

Hij opende het hek en samen liepen ze Zomerland binnen.

Het eerste wat ze tegenkwam, was een huisje.

Een geel huisje met blauwe kozijnen en een rieten dakje.

Ook hier kwam rook uit het schoorsteentje.

Het was die heerlijke zoete geur die ze al die tijd had geroken.

De Engel liep naar het huisje toe en deed de deur open.

Het was een lief, gezellig keukentje.

Er stond een kacheltje en op tafel stond een schaal met versgebakken koekjes.

Een oude vrouw kwam tevoorschijn en lachte naar het meisje.

"Welkom, mijn kind. Welkom hier in Zomerland.

Het was een lange reis, hè? Je zult wel trek hebben."

Ze schoof de schaal met koekjes naar haar toe.

Het meisje ging zitten en pakte voorzichtig een koekje van de schaal.

De vrouw schonk een glas zelfgemaakte limonade in en keek het meisje lachend aan.

Ze dronk van haar limonade en at van haar koekje.

En ze wist dat ze thuis was.

 

Thuis in Zomerland.