Heel lang geleden woonden er in een land, hier niet ver vandaan, een moeder en haar kind.
Dit kind was het liefste wat ze ooit had gehad en ze was God zo dankbaar dat ze dit geschenk mocht liefhebben.
Haar hele leven draaide om haar kind.
Ze deed er alles aan om haar kind gelukkig te maken en andersom deed het kind hetzelfde voor haar moeder.
Ze hadden zoveel liefde voor elkaar dat ze geen dag zonder elkaar konden.
Het was een mooi gezicht als je hen samen hand in hand over de velden zag lopen.
Ze genoten van de kleine dingen om hen heen en de liefde voor elkaar werd met de dag sterker en sterker.
Hun leven was niet altijd gemakkelijk.
Op een dag werd het kindje ziek en moest de dokter gehaald worden.
Het ging niet goed met het kindje en moeder zat dag en nacht aan het bedje van haar kind.
Het was een zware tijd, maar hun liefde werd alleen maar sterker.
Op een dag zei het kindje tegen haar moeder:
"Mama, als ik hier niet meer ben, moet u niet verdrietig zijn. Ik zal altijd bij u zijn en ik zal mijn best doen zodat u mij kunt horen."
Niet veel later verliet het kindje deze wereld, liggend in de armen van haar moeder.
Het was een verdrietige tijd voor moeder en ze huilde veel.
Haar liefde voor haar kind was ook zo groot geweest.
Op een nacht werd moeder wakker.
Haar kindje stond voor haar bed.
Moeder begon meteen te huilen.
Het kind liep naar haar moeder toe en zei:
"Maar mama, ik heb gezegd dat ik altijd bij u zal zijn. Ik heb ook gezegd dat u geen verdriet moest hebben. Ik ben immers dicht bij u."
Moeder hield op met snikken en nam haar kind heel even in haar armen.
Het was weer fijn om haar te voelen en te ruiken.
Ze had haar zo gemist.
Het kind keek in de ogen van haar moeder en zei:
"Mama, ik ben gelukkig hier.
Ik kan nog steeds elke dag bij u zijn en ik kan spelen met kinderen die net als ik hier zijn.
Het is hier mooi en de engelen geven ons les.
Les over liefde en geluk, maar ook over verdriet en pijn.
Ik weet dat u pijn hebt, mama, maar die pijn komt voort uit liefde.
Liefde voor mij, mama.
Ik ben geen pijn, mama.
Ik ben liefde.
En liefde is mooi.
Wat mooi is, kan en mag geen pijn doen.
Begrijpt u mij, mama?"
Het kindje had tranen in haar ogen staan en liet ze op de handen van haar moeder vallen.
Het leken net diamantjes, zo mooi.
Haar moeder had begrepen wat haar dochter haar had verteld.
Ze was dicht bij haar.
En als ze steeds maar huilde en pijn had, dan kon ze haar niet voelen, omdat ze meer met zichzelf bezig was dan met haar dochter.
Haar kind knikte.
Ze wist dat haar moeder het begrepen had en gaf haar een kus op haar wang.
"Mama," zei het kind, "ik ben zo vaak als ik kan bij u.
Het is niet erg als u mij een keer vergeet en ook gelukkig bent met het leven.
Ik ben immers dicht bij u.
Laten wij een afspraak maken, mama.
Laten we afspreken dat ik iedere keer wanneer u gaat slapen bij u ben.
Dan zijn we beiden hier en kunnen we elkaars liefde weer voelen.
Het is zo'n mooie wereld, mama, waar ik nu ben.
Ik ben zo blij dat ik hier mag zijn."
Haar moeder wilde weer gaan huilen, maar haar kind pakte haar hand vast.
"Ik houd uw hand nu vast, moeder, en ik laat nooit meer los.
Als ik in uw gedachten ben, denk dan dat ik nog steeds, net als toen we samen over de velden zwierven, uw hand vasthoud."
Moeder knikte en viel rustig in slaap.
Het meisje gaf haar een kus op haar voorhoofd en zei zachtjes in haar oor:
"Ik ben altijd bij u, moeder."
Daarna verliet ze de kamer.
