Wanneer ik uit het raam kijk en zie hoe de avond zich langzaam sluit,
valt ook in mij iets stil.
Mijn gedachten zwijgen.
Mijn hart huilt om mijn kind dat uit het leven stapte,
en even lijkt ademhalen geen vanzelfsprekendheid meer.
Velen kennen het idee van die drempel.
Maar haar werkelijk oversteken vraagt om kracht
die niet in woorden te vangen is.
Ik heb er zelf ooit gestaan
en ben gebleven.
Ik weet wat hij voelde.
Ik ken zijn demonen.
Maar het ongeloof,
het verdriet
en de pijnlijke stiltes
leven nu in mij verder.
Al zeven maanden praten en schrijven we met elkaar.
Hij laat me de hemel zien,
laat me voelen hoe gelukkig hij is.
En ik, als moeder, blijf staan.
Ik ga door.
Tot ik mezelf soms toestaat
om te schreeuwen,
om los te laten.
Mijn hart huilt nu ik hem zie in een andere wereld.
Niet meer naast mij,
maar nog altijd met mij verbonden.
Ieder woord dat hij mij schenkt
is liefde.
Na zeven maanden durft het verdriet eindelijk te komen.
Ik laat het vechten los.
Het ongeloof.
Ik laat het besef toe.
Hij is ergens anders nu.
Maar ook hier.
In mijn hart,
in mijn leven,
in alles wat ik ben.
Mijn kind is niet van mij weggegaan.
Hij leeft in mij verder.
