De Grijze muis en de kabouter ***

*** De oude grijze muis en de kabouter ***

 

Als de zon wat hoger aan de hemel staat en de eerste vlinders van bloem naar bloem fladderen, komt een lief oud kaboutermannetje zijn huisje uitgelopen. Hij woont daar samen met een oude grijze muis in een holletje onder de stam van een dikke eik.

Het oude kaboutermannetje staat voor zijn huisje en kijkt eens naar de lucht.

Het belooft een bijzondere dag te worden.

Achter zich hoort hij wat geritsel en de oude kabouter kijkt achterom. Hij ziet de oude grijze muis wat slaperig naar buiten komen.

“Heb je goed geslapen?” vraagt de kabouter aan de oude muis.

De oude muis kijkt op naar de kabouter en glimlacht.

“Jij bent ook vroeg op vandaag,” zegt de muis tegen de kabouter.

“Ja, ik heb goed geslapen. Ik heb heerlijk gedroomd.”

De oude grijze muis kijkt de kabouter glimlachend aan.

De kabouter, die nu nieuwsgierig is geworden, vraagt:

“Waar ging je droom dan over?”

De oude muis gaat naast de kabouter staan en kijkt naar de vlinders die heen en weer fladderen.

“Ik heb gedroomd dat ik zeer binnenkort deze wereld verruil voor een andere wereld.”

De kabouter schrikt.

“Maar je bent helemaal nog niet zo oud. Waarom nu al?!”

Maar de oude grijze muis glimlacht opnieuw.

“Niet oud? Ik ben hier al veel langer geweest dan iedere andere muis. Ik heb alles mogen zien. Ik heb alles meegemaakt wat ik mee mocht maken. Het is tijd.

Maar mijn droom was nog niet afgelopen.

Jij ging met mij mee.”

Nu schrikt de kabouter opnieuw.

“Maar dat kan niet!” roept hij bijna uit.

De oude grijze muis blijft hem glimlachend aankijken.

“Maar toch is het zo,” zegt de muis zacht.

De kabouter kijkt hem met betraande oogjes aan.

“Maar ik wil nog zoveel zien en doen in deze wereld. Ik wil nog niet naar die andere wereld!”

De muis schudt zijn kopje.

“Je hoeft ook niet weg. Kijk maar.”

De kabouter kijkt in de richting waar de muis naartoe wijst.

De zon staat inmiddels wat hoger aan de hemel en langzaam verandert het landschap.

Alles wordt serener, liefdevoller en lijkt bedekt met een dun laagje goudstof.

“Wat is dit?” vraagt de kabouter verbaasd.

“Dit is de andere wereld. Dit is het land van de Feeën.”

Verbaasd kijkt de kabouter om zich heen.

Alles sprankelt en de liefde is overal voelbaar.

Hij ziet kleine Bosnimfen van boom naar boom vliegen. Ze verzorgen de struiken, planten en bloemen met een dun laagje goudstof.

De kabouter kijkt verheugd naar zijn oude vriend.

De oude muis lacht terug.

Een klein Elfje glijdt van een paddenstoel af. Ze heeft een bosje vergeet-me-nietjes in haar handjes en vliegt naar de twee vrienden toe.

Voor hen blijft ze staan en zegt:

“Welkom in deze nieuwe wereld, de wereld van liefde.”

Ze overhandigt hun de bloemen, maakt een lichte buiging en vanuit het struikgewas komen dieren, Elfen en Feeën tevoorschijn.

Samen zingen ze een welkomstlied.

De oude grijze muis en de kabouter weten dat ze in één van de mooiste werelden terecht zijn gekomen.

Een wereld met alleen maar liefde.