*** Het Zwarte Schaap ***

Een vrouw keek over het stille water.

Ze verwonderde zich erover hoe schoon en stil het hier was. Vaak had ze hier gewandeld met haar vader. Hand in hand liepen ze dan door het hoge gras en bij iedere bloem of ieder kruid bleef haar vader even staan. Hij hurkte dan om uit te leggen wat voor bloem of kruid er groeide en waar je het voor kon gebruiken.

Het waren heerlijke uitjes voor het meisje. Ze had dan heel even haar vader voor zich alleen en ze voelde een speciale band tussen hen beiden. Hij was net als zij: een stil en zachtaardig persoon. De natuur was dan voor hen beiden.

Maar nu was ze een vrouw en stond ze weer aan die stille waterkant. Het gras was hoog en hier en daar zag ze de bloemen en kruiden waar haar vader over had verteld.

Een zachte glimlach verscheen op haar mond toen ze terugdacht aan die heerlijke tijd.

Terwijl ze terugdacht, kwamen ook de tranen.

Het gemis, dat gevoel van één zijn met hem, was nu al meerdere jaren weg. Er waren gebeurtenissen in haar leven geweest. Door deze gebeurtenissen had haar vader een ander beeld van haar gekregen. Het beeld van een slechte vrouw. Een vrouw die altijd het ongeluk met zich meebracht. Een vrouw met problemen. Een vrouw die hem pijn had gedaan en hem had beschaamd.

Hij had samen met de rest van de familie een nieuwe vrouw gecreëerd. Een vrouw die zij helemaal niet was.

Ze deed niet wat zij graag wilden. Nee, ze hadden geen grip meer op haar en haar leven. Met zelfmedelijden vertelden ze iedereen hoe slecht hun dochter was en hoeveel verdriet zij hiervan hadden.

Zo waren er ook altijd wel mensen die wel iets over haar konden vertellen. De verhalen werden dan aangedikt en de onwaarheden nog smeuïger gemaakt. En de vrouw was in hun ogen nog slechter geworden dan ze eerst dachten.

De vrouw aan het water huilde.

Ze voelde de haat. Iedere dag weer voelde ze die haat naar haar toe komen. Haar familie wilde haar niet leren kennen. Ze wilden maar niet onder ogen zien dat ze niet de vrouw was die zij dachten dat ze was.

En dat maakte het leven voor de vrouw aan het water heel zwaar.

Ze was niet zoals hen. Ze was het tegenovergestelde. Ze was zacht en vriendelijk, maar vaak te naïef. Ze zag altijd het goede in de mensen en nooit de andere kant. Een kant waardoor veel mensen misbruik van haar maakten.

Maar dat gaf niet. Ze was niet haatdragend.

Maar het gevoel van verstoten te zijn en het weten dat hij haar nu haatte, verscheurde haar hart. Terwijl ze zo van hem hield en hem niet kon bereiken met haar liefde voor hem.

De vrouw droogde haar gezicht en lachte naar een groep ganzen die overvlogen.

Ze draaide zich om, plukte wat kruiden en liep, met een fijne herinnering, weer hand in hand met haar vader door het hoge gras.