*** Innerlijke Gids ***

In een ver verleden woonde er een man in een klein huisje aan de rand van een groot bos. Hij woonde er al zijn hele leven; hij was er geboren. Zijn ouders waren al overgegaan en nu woonde hij er samen met zijn hond. Zijn hond was alles wat hij had. Hij had geen vrouw, geen kinderen en vrienden had hij nooit gemaakt.

Het was een eenzame man die samen met zijn trouwe metgezel door de bossen rondzwierf. De mensen uit de buurt wilden niets met deze man te maken hebben. Ze vonden hem eng. Maar eigenlijk was hij een hele vriendelijke man die graag een praatje maakte, alleen durfde niemand dat met hem aan te gaan.

De man was daar verdrietig om. Hij was altijd vriendelijk, maar toch waren de mensen bang voor hem. Hij voelde de eenzaamheid weer door zijn lichaam stromen.

Voor de spiegel bekeek hij zijn eigen spiegelbeeld. Hij was nog niet zo oud, nog niet grijs en hij zag er eigenlijk best leuk uit. Dus daar kon het niet aan liggen. Maar wat was er dan mis met hem?

Verdrietig pakte hij zijn jas en ging met zijn trouwe viervoeter het bos in. In diepe gedachten liep hij over het bospad. Steeds verder en verder liep hij het diepe bos in.

Plots zag hij een lichtflits en van schrik keek hij achterom. Een prachtige Witte Engel stond midden op het bospad. De Witte Engel liep naar hem toe. Ze lachte vriendelijk en begon zacht en helder te praten. Haar stem was als muziek; haar klank was als die van een prachtige harp die zachtjes in de zomerzon werd bespeeld. Haar licht was warm en liefelijk.

De man was overdonderd door wat hij zag en hoorde. Hij wist zich geen raad. Wat moest hij doen?

Zijn hond was uit onderdanigheid gaan liggen, met zijn poten recht omhoog. De man was in shock. Hij liet zich op zijn knieën vallen en begon te huilen. Dikke tranen stroomden over zijn ruwe, zongebruinde wangen.

De Witte Engel bukte zich en hielp de man overeind. Ze gaf hem een prachtige zakdoek van een materiaal dat hij nog nooit had gezien of gevoeld. Het was nog zachter dan zijde en voelde warm aan.

Toen de man weer wat rustiger werd, begon de Witte Engel te praten.

“Je moet niet naar de buitenkant van jezelf kijken, maar naar de binnenkant. Als jij rust en liefde hebt gevonden, zul je dat naar de buitenwereld uitstralen. Mensen zullen je dan anders zien en op je af komen.”

De man keek de Witte Engel met grote ogen aan.

“Maar hoe doe ik dat, naar mijn innerlijk kijken?” vroeg hij.

De Witte Engel keek hem lachend aan en zei:

“Luister naar de stem in jezelf. Jouw stem zal je de juiste lessen geven. Door deze lessen zul je steeds bewuster worden.”

“Maar wanneer weet ik dat de stem tegen mij praat?” vroeg hij opnieuw.

De Witte Engel glimlachte.

“Weet je wat je kunt doen? Ga in je gedachten één stap naar achteren en aanschouw wat er dan gebeurt.”

De man ging in zijn gedachten één stap naar achteren. Hij zag zichzelf, hij zag de hond en hij zag de Witte Engel. Hij voelde een rust over zich heen komen.

En toen hoorde hij een stem. De stem die in zijn innerlijk aanwezig was. De stem die hem zou helpen.

De stem zei:

“Als je altijd één stap achteruit zet in je gedachten, dan zul je mij daar vinden. En ik zal je helpen waar ik maar kan. Zeg tegen de Witte Engel dat je mij hebt ontmoet en dat je nu weet wat je moet doen. Wij spreken elkaar snel weer.”

En de stem verdween.

De man ging in zijn gedachten weer een stap naar voren en vertelde wat zijn innerlijke gids hem had gezegd.

De Witte Engel lachte en wees hem er nogmaals op dat hij, door steeds een stapje achteruit te doen in zijn gedachten, de dingen duidelijker zou gaan zien.

De man knikte blij. Hij had het begrepen.

De Witte Engel deed een stap naar voren en pakte met beide handen zijn hoofd vast. Een warme, liefdevolle tinteling ging door zijn lichaam. De man sloot zijn ogen en de Witte Engel gaf hem een kus op zijn voorhoofd.

Met een blij gezicht, vol ontroering en dankbaarheid, deed de man zijn ogen weer open. De Witte Engel was verdwenen en de man en zijn hond stonden alleen op het bospad.

Maar ze waren blij.

De man begon te zingen en spelend met zijn hond gingen ze richting huis.

Vanaf dat moment is de man nooit meer onzeker geweest.