Nog niet zo lang geleden woonde er aan de rand van het bos een oude vrouw. Ze woonde in een klein huisje met een rond rieten dakje en kleine raampjes aan de voorkant. Haar deurtje was groen geschilderd en ze had een schoorsteentje boven op haar rieten dak staan.
De hele dag bakte ze heerlijke zelfgemaakte koekjes. De geur van roomboter, vermengd met honing, ging dan door haar schoorsteentje naar buiten. Het hing als een zoete deken over haar huisje heen.
Ze maakte ook zelf limonade. Elke ochtend, wanneer de zon opkwam, ging ze naar het bos en plukte dan de lekkerste vruchten die ze maar kon vinden. Als ze weer thuiskwam, maakte ze van die zoete vruchten de lekkerste limonade.
Deze oude vrouw was een hele lieve vrouw. Elke nacht kwamen alle kindertjes naar haar toe. Ze gingen dan samen in een kring zitten en praatten over de leuke dingen die ze die dag hadden meegemaakt. Soms was er een kindje verdrietig; dat mocht dan bij haar op schoot zitten.
Iedereen was muisstil als ze één van haar mooiste verhalen vertelde. Voordat iedereen naar huis ging, kregen ze van haar een zelfgebakken koekje en een lekker glas zelfgemaakte vruchtenlimonade. Tot slot zongen ze met zijn allen nog een paar leuke kinderliedjes.
Op een dag zag een man in de verte een huisje staan. Een huisje waar rook uit de schoorsteen kringelde. Hij rook de zoete geur van koekjes. Koekjes die hij ooit als kind had gegeten.
Hij zag een oude vrouw met om haar heen een grote kring kinderen. Eén kindje zat bij haar op schoot. Ze had gehuild. Dat zag hij aan haar rode oogjes en haar betraande wangetjes.
Hij stapte wat dichterbij, glimlachte en stak zijn hand op.
“Hallo allemaal, wat gezellig. En wat ruikt het hier lekker. Is dit soms een kinderfeestje?”
“Wij vieren hier elke dag feest, meneer,” zei de oude vrouw, terwijl ze de man met een glimlach aankeek. “Alle kindertjes komen mij elke nacht bezoeken. Ze slaan nooit één nacht over.”
“En als er één ziek is?” vroeg de man.
“Dan ga ik persoonlijk naar dat kindje toe,” antwoordde de oude vrouw.
“Maar waarom doet u dit allemaal voor deze kinderen?”
“Ik doe dit omdat kinderen zoveel vreugde, liefde en geluk brengen. De kinderen weten diep vanbinnen dat er altijd iemand is die op hen wacht.”
Hij keek nog eens om zich heen naar al die lieve kindertjes. Daarna keek hij weer naar de oude dame. Haar prachtige heldere blauwe ogen, haar lange zilveren haren, opgerold in een knotje op haar hoofd. Haar diepe rimpels en zachte huid van ouderdom.
Hij zuchtte en zei tegen zichzelf: “Als iedereen nu eens naar haar toe zou gaan, wat zou de wereld er dan anders uitzien.”
Weer keek de oude vrouw hem met een stralende glimlach aan.
“Dat doen ze al, maar de grote mensenkinderen zijn mij vergeten. Alle jonge kinderen komen in het begin van de nacht bij mij langs en alle grote mensenkinderen komen midden in de nacht in een kring om mij heen zitten. Ze krijgen dan ook mijn zelfgemaakte limonade en de zelfgebakken koekjes.
We praten over wat hen zo bezighoudt. Waarom ze verdrietig zijn of waar ze bang voor zijn. Of waarom ze jaloers of boos zijn geweest. Ze krijgen dan dat gelukkige gevoel, dat gevoel dat ze vroeger als kind ook hebben gehad, nu iedere nacht in hun slaap.
Zo weten ze heel diep van binnen waar echte liefde is en waar ze altijd welkom zijn. Ze gaan altijd opgelucht en blij terug naar bed,” vertelde de oude vrouw.
“Maar hoelang doet u dit al?” vroeg de man met verbazing op zijn gezicht.
Ze glimlachte en antwoordde: “Dit doe ik al zolang ik hier ben en dat is al heel erg lang.”
Hij keek haar vol bewondering aan. Haar gezicht was als dat van een Engel en haar ogen glansden van geluk. Deze vrouw was pure liefde!
En elke nacht liep de man naar haar huisje. Samen zochten ze naar de vruchten. Hij kneedde het deeg en maakte de kachel aan met de bij elkaar gesprokkelde houtjes. Hij hielp mee met het bakken van de koekjes en het persen van de vruchten.
Als ze klaar waren, stonden ze samen in de deuropening en keken naar de kinderen die hun tegemoet renden.
En zo was er elke nacht feest.
Feest met limonade en koekjes.
