Derde Bewustzijnssfeer

We hadden de groene lichtwereld achter ons gelaten en mijn Engel pakte mijn hand vast.
Samen keken we hoe de kleuren van die wereld langzaam vervaagden en overgingen in een tunnel van helder zilverkleurig licht.

Ik merkte dat de sferen niet dicht bij elkaar lagen; je reisde van de ene naar de andere via een lichttunnel.
We liepen er doorheen en aan het einde verscheen een stralend wit licht.

Het voelde warm, liefdevol, alsof het me volledig omarmde.

Het was als thuiskomen op aarde, maar dan zonder dualiteit.

Ik stond middenin dat witte licht en liet het allemaal rustig over me heen komen, zodat ik het later aan jou zou kunnen vertellen.
Het was intens en zó fijn.

 

Langzaam nam het licht af en verscheen er een nieuw landschap.
Overal stonden huizen tussen kleine heuveltjes.

Mijn Engel vertelde dat iedereen die in deze sfeer aankwam, zijn eigen huis mocht creëren.

Mama, ik zag paleizen, kastelen, grote landhuizen en hier en daar zelfs een klein boerderijtje.

Overal bloeiden bloemen; de hele sfeer voelde vrolijk en licht aan.
Ik keek mijn Engel aan en vroeg: “Waarom zijn er zoveel verschillende huizen? 

De mensen wonen hier toch alleen?”
Hij glimlachte. “Veel van hen zijn nog materialistisch ingesteld.

Status en geld waren op aarde belangrijk voor ze.

Hier leren ze dat er in de Hemel geen onderscheid bestaat, dat iedereen gelijk is.

Maar zo te zien hebben ze dat nog niet allemaal ontdekt.

Kom, laten we deze wereld verder in wandelen.”

 

We liepen door de sfeer heen.

Het was er vredig en de lichtwezens hielpen op een liefdevolle manier mee met het creëren van alles wat de bewoners wensten.

Ze probeerden hen ook duidelijk te maken dat het niet belangrijk was, maar de mensen hoorden dat nog niet.

“Ze worden zich daar vanzelf bewust van,” zei mijn Engel.
We volgden een man die net als de anderen een veel te groot huis had gecreëerd, een enorme herenboerderij.

Ik voelde meteen het verschil tussen hem en mij.

Hij was enthousiast aan het scheppen en hij straalde.

Mijn Engel zei: “Je mag hier een paar dagen blijven. Geniet van deze sfeer.

Doe wat jij leuk vindt. Leer van deze wereld.

Wanneer jij voelt dat je genoeg hebt ervaren, reizen we verder.”

 

Ik was blij om daar te zijn.
Het voelde vredig, ieder had zijn eigen plekje en iedereen was vriendelijk.

Ze genoten van het weer, de vogels en de vlinders, net als op aarde.

De bloemen stonden overal in overvloed.
Mijn Engel vertelde dat elke sfeer in de hemel vredig is, dat de liefde overal gelijk is en dat er een helende rust heerst.

Toch waren de mensen hier nog niet afgestemd op het liefdesveld dat in deze sfeer aanwezig was.

Ze waren nog vooral op zichzelf gericht.

Er was geen dualiteit en ze hoefden geen zware emoties meer te verwerken, maar hun trilling en bewustzijn waren nog niet in harmonie met deze sfeer.
Dat is niet erg, ze mogen het hier, net als op aarde, onderzoeken.

Ik vroeg de man: “Waarom heb je zo’n grote herenboerderij gemaakt?”
Hij antwoordde blij: “Dat vind ik mooi. Zo’n huis heb ik altijd al willen hebben.”
“Maar je woont er alleen,” zei ik. “Wat wil je met al die ruimte doen?”
Hij keek me niet begrijpend aan.

Ik probeerde hem duidelijk te maken dat het niet nodig was, maar hij wilde het zó graag.
Mijn Engel zei: “Als hij hier langer is, zal hij zelf ontdekken dat wonen in zo’n groot huis, net als macht en geld, geen betekenis heeft in deze sfeer.

Veel wordt hier nog uitgespeeld, maar zonder werkelijk belang.

Ze herinneren het van hun aardse leven.”
Hij keek naar de man en zei: “In deze sfeer is het belangrijk dat ze leren loslaten wat niet meer nodig is.

Wanneer ze dat doorzien, mogen ze verder reizen naar een volgende sfeer.”

Mijn Engel en ik wandelden verder.

Deze wereld leek soms bijna op de aarde.

Ik zag dorpjes met grote huizen, kastelen en boerderijen.

Af en toe stond er een klein huisje buiten het dorp.

Aan de huizen kon ik zien hoe ver iemand in zijn bewustzijnsproces was.
De bomen waren hoger, groener en gezonder.

De planten en bloemen gaven een geur af die meteen voelde als thuiskomen.
Mijn Engel zei: “Veel mensen denken dat er een hel bestaat, maar dat is niet zo. Iedere sfeer is liefdevol.

Het is de mens die de sfeer bepaalt.”
We rustten uit onder een grote boom.

Ik keek meteen of er gouden energie zou neerdalen zoals in de groene lichtwereld, maar dat gebeurde niet.

Toch voelde ik haar energie duidelijk.
Ik vroeg of de bomen en planten hier afgestemd waren op de mens.
“Er zit verschil tussen de sferen,” zei mijn Engel.

“Hoe bewuster de bewoners, hoe meer liefdevolle energie zichtbaar en voelbaar wordt.”

Ik legde mijn handen op de boom en voelde dat ze mijn energie oppikte.

Heel even begon ze te stralen.

Dat ik een boom kon laten stralen door mijn liefde, was zo bijzonder.
Mijn Engel was trots. “Zie je hoe mooi dit is?

Wanneer de mens bewuster wordt, helpt hij niet alleen zichzelf, maar ook de natuur.”

 

Toen kwam er een man aanlopen met een rugzak.
“Waar gaat de reis heen?” vroeg mijn Engel.
“Waar God me leidt,” antwoordde hij glimlachend.
Hij straalde en de vlinders fladderden om hem heen.

Ik herkende dat van mezelf uit de groene lichtwereld.

Deze man was waarschijnlijk klaar voor de volgende sfeer.

Het enige wat hij nog droeg, was een tas vol herinneringen.

We liepen verder en lieten de dorpen achter ons.

In het bos was de energie hoger.

De bomen en bloemen straalden zacht licht uit.
Mijn Engel zei: “Dit bos is er voor iedereen in deze sfeer.

Ze kunnen hier wandelen en inzichten krijgen.

De natuur brengt stilte, en die stilte komt uit het hart.

In de verwondering komen de inzichten.

Zo laten ze oude patronen los en omarmen ze liefde.

Op aarde, in de groene lichtwereld, hier — overal leer je tot een bepaalde liefdestrilling.

Daarna hoef je niet meer naar de aarde terug.

Dan kun je werelden ontdekken die voorbij de aardse lessen liggen.
De school van God heeft oneindig veel werelden. Je bent nooit uitgeleerd.

Maar wanneer je de aardse lessen hebt losgelaten, ziet het leven er anders uit.

Dan werk je voor God, omdat je een deel van God bént.”

Ik begreep het enigszins, al heb ik God nog niet in mezelf gevonden.

Mijn Engel glimlachte en zei dat alles op zijn tijd zou komen.

 

Het bos was prachtig.

Mensen wandelden er, raakten bloemen en bomen zachtjes aan en keken vol verwondering om zich heen.

Ook ik deed dat.
Wanneer ik een plant aanraakte, dwarrelde er zilverkleurig licht door de lucht.

De plant lichtte op en ik voelde dat ze op mijn energie reageerde.
Ik gaf haar liefde, zij gaf mij schoonheid — we hielpen elkaar.
Ik raakte zoveel planten en bomen aan dat het hele bos oplichtte.

Het leek wel kerst, zo mooi.
Mijn energie raakte op, maar mijn Engel legde zijn hand op mijn hart en meteen voelde ik me herboren.

We gingen terug naar de man in zijn grote huis.

Hij was druk bezig met verf en kwasten. “Ik wil alles zelf doen,” zei hij opgewekt.
Ik voelde alleen maar liefde voor hem en hoopte dat hij ooit zou zien hoeveel moois er achter de patronen van de mens verborgen ligt.

Ik bleef terugkeren naar het bos; het leek alsof het mij riep.
De man was vrolijk en ik kon echt met hem lachen.

Alles wat hij op aarde leuk vond, deed hij hier ook — maar dan op een andere manier.
Hij had zijn huis vol activiteiten gezet, zodat elke kamer plezier bracht.
Hij hield nog stevig vast aan zijn aardse leven, en dat mocht.
Mijn Engel zei: “Hij krijgt het straks te druk om thuis te blijven.

Hij wordt binnenkort een gids voor iemand die hij op aarde heeft achtergelaten.

Hij zal hier naar school gaan om te leren tussen de sferen te reizen, begeleid door zijn Engel.
Elke mens heeft zijn eigen Engel.

Ze bemoeien zich niet met de snelheid van het ontwaken.

Ze zijn er wanneer je vragen hebt, maar het bewustwordingsproces blijft altijd van jou.”

 

Het bos bleef mij aantrekken.
Mijn liefde werd zichtbaar in die omgeving en dat voelde goed.

Bomen, bloemen, hommels en vlinders — ik wilde ze allemaal liefde geven.

Soms zag ik een gouden hommel vliegen.
Mijn hart was hier zó groot dat ik iedereen wilde toeroepen: “Ga naar het bos!”

Maar ik wist dat ze mijn woorden niet konden voelen.

Ik wilde de man graag meenemen, maar hij was steeds te druk.
Dat vond ik jammer; ik wilde hem zo graag laten zien wat hier nog meer te ontdekken viel.
Ik verlangde ernaar het te delen, maar weinig mensen begrepen me.
Op aarde had ik me eenzaam gevoeld, maar hier niet — mijn Engel was bij me.

Ik voelde dat ik binnenkort naar een volgende sfeer mocht.
Een sfeer die nog niet helemaal met mijn hart resoneerde, maar ik wilde alles ontdekken.
Hoeveel sferen ik nog moet doorlopen, weet ik niet. Maar ik zal het je laten weten.

 

Mijn Engel en ik wandelden veel, meestal in de bossen, maar dit keer bracht hij me ergens anders heen.
Naar de zee.
Mama, het was zó mooi dat ik ervan moest huilen.

De golven rolden het strand op terwijl ze licht gaven — duizenden kleine lichtjes waren in beweging.

Vanaf een duin keek ik ernaar.
Het liet me voelen hoe kalm en vredig deze wereld was.

Het bewustzijn van deze sfeer liet precies zien wat ik mocht zien.
Alles wat ik zag verruimde me van binnen, alsof er een masker van me was weggevallen en ik eindelijk de echte wereld zag.

 

We liepen het strand op en toen gebeurde er iets magisch.
Boven het water verscheen een veld van licht.
De zon scheen op de zee en trok opeens al haar licht naar zich toe, tot het één grote bol werd.
Die bol hing in de donkere ruimte en was zó fel dat het bijna pijn deed aan mijn ogen.
De druk in die bol nam toe en kleine lichtbolletjes schoten eruit, het water in.
Langzaam kleurde de zee smaragdgroen en begon te gloeien.

Ik kon zelfs de vissen zien zwemmen, alsof het water doorzichtig was geworden.

De lichtbol werd feller en toen barstte hij uiteen.
Duizenden lichtbollen vlogen door de lucht.

Eén bleef boven mijn hoofd hangen. Ik hoorde hem zacht tollen van energie.
Toen zakte hij langzaam naar beneden, via mijn hoofd naar mijn hart.
Het voelde alsof mijn lichaam in brand stond, alsof de zon door mij heen stroomde.
Elke cel van mijn lichtlichaam werd gevuld met energie.
Langzaam ebde het weg.
Mijn Engel glimlachte en zei dat ik een healing had ontvangen.

Hij legde uit dat het licht in deze sfeer zich elke dag even terugtrekt en dan zijn energie weer over de wereld uitstort, om alles te transformeren en liefdevol te houden — een dagelijkse onderhoudsbeurt.

En ik mocht dat meemaken!

De energie wekte in mij het verlangen om verder te reizen.

“Ben je er klaar voor, Jesse,” vroeg mijn Engel, “om je volgende reis te beginnen?”
Ik knikte. Ik keek nog één keer om me heen. En langzaam vervaagde ook deze wereld.