Een vrouw zat op de bank en de tv stond aan.
Haar gezin zat naast haar en ze keken samen naar een leuk programma.
Ze lachten en hadden een gezellige avond met elkaar.
De vrouw kon heel even haar gedachten ergens anders op richten en ze was heel even dat zware gevoel kwijt.
Elke avond zag ze er tegenop om naar bed te gaan.
Dan gingen haar gedachten terug naar haar ouders die in één jaar tijd beiden zijn overleden. Hoe moest ze met zo’n groot verdriet omgaan?
Lang geleden leefde een stil meisje in een fantasiewereld vol liefde, elfjes en engeltjes, waar iedereen gelijk was en geluk heerste. Naarmate ze ouder werd en pijn ervoer in de echte wereld, verdween die magische wereld langzaam. Als volwassen vrouw verloor ze het contact met haar fantasie en haar hart. Tot ze opnieuw naar zichzelf leerde luisteren en de liefde in haar hart terugvond. Zo kwam de magie terug in haar leven, sterker en echter dan ooit tevoren.
Een jongetje tekent op een beslagen raam een kabouter met een huisje en boom, waarna deze wereld in zijn droom tot leven komt. Hij probeert het kaboutertje te helpen met warmte en spullen, maar veroorzaakt ook problemen. Met hulp van een Witte Engel leert hij dat bewustzijn en liefde nodig zijn om balans te scheppen. Wanneer hij liefde deelt, ontstaat een gelukkige wereld en keert hij wijzer terug naar huis.
Het is vroeg en een klein jongetje was net wakker geworden.
Hij keek uit het raam en zag dat het heeft gesneeuwd.
Snel deed hij zijn pantoffels aan en rende naar beneden.
Het was nog een beetje schemer buiten en de kerstboom stond te pronken in de woon kamer.
Hij rende naar de boom, en ja hoor, de Kerstman is langs geweest.
Hij kon niet wachten tot hij de cadeaus uit mocht pakken.
Langzaam aan komen ook vader en moeder de trap af.
Een jongen tekent zijn moeder, maar het lijkt niet op haar. Samen met zijn vader creëren ze een altaartje met foto, bloemen, kaars en Engel ter nagedachtenis aan haar. Hand in hand ervaren ze troost en verbondenheid. ’s Nachts verschijnt moeder in zijn droom en bevestigt dat ze altijd bij hem is, waardoor vader en zoon zich geliefd en geheeld voelen.
Een jongen mist zijn ouders en is verdrietig. Zijn opa troost hem en vertelt een verhaal over een jongen die net als hij in de Hemel is. Samen gaan ze op pad door magische poorten, ontmoeten vriendelijke engelen, en ontdekken prachtige landschappen vol spelende kinderen en dieren. Langzaam vervaagt het verdriet van de jongen. Uiteindelijk komt hij met zijn opa in Zomerland, waar hij blij en veilig is en volop kan spelen.
‘Lieverd kom je aan tafel?’ De heer des huizes legde zijn krant opzij en stond op van zijn stoel. Langzaam, nog een beetje stijf van het zitten liep hij naar de eettafel. Een grote tafel waar twaalf stoelen omheen stonden pronkte in de eetkamer.
Prachtige zilveren kandelaars stonden over de tafel verdeeld.
Een stil meisje leeft in een liefdevolle fantasiewereld vol Elfjes, Engelen en kabouters, waar iedereen gelijk is en geluk centraal staat. Door pijn uit de echte wereld verdwijnt deze wereld langzaam en verliest ze het contact met liefde. Als volwassen vrouw luistert ze opnieuw naar haar hart en ontdekt daar een vonkje liefde. Dat groeit, brengt haar geluk terug en herstelt de verbinding met haar innerlijke wereld, die nu mooier is dan ooit.
Een vrouw keek naar buiten.
Het waaide en de regen sloeg tegen het grote raam aan.
Het begon al donker te worden en het licht van de straatlantaren scheen over de straat heen.
De vrouw kon de snijdende kou nog voelen als ze aan de wandeling van afgelopen middag terugdacht.