*** De laatste serenade ***

“Wat is er, mijn kind? Waarom kijk je uit het raam?”

Een jongeman keek naar buiten.

Er lag een traan op zijn wang. Hij miste zijn vader.

Hij keek zijn moeder verdrietig aan, maar hij durfde het haar niet te zeggen.

 

Weer keek de jongeman naar buiten.

Hij was getrouwd en had twee prachtige kinderen, een meisje en een jongen.

Zijn vrouw stond naast hem. Ze legde haar hand in de zijne en keek hem verdrietig aan.

Dit keer lag er geen traan op zijn wang, maar hij huilde diep vanbinnen.

 

Weer keek de man uit het raam.

Een andere stad, een ander huis, een andere vrouw.

Een lief klein meisje stond naast hem en keek haar vader vragend aan.

“Papa? Waarom bent u zo verdrietig?”

Hij draaide zich om en keek naar haar bezorgde gezichtje. Hij sloeg zijn armen om haar heen en drukte haar stevig tegen zich aan.

 

Weer keek de man door het raam.

Hij draaide de deur open en stapte naar buiten.

Er lag een rust om hem heen.

Langzaam begon het avond te worden en één voor één begonnen de vogels te zingen.

Hij bleef daar staan totdat de laatste vogel stil was geworden.

 

De nacht viel in.

De stilte daalde over de man neer en hij glimlachte.

Naast hem stond zijn vrouw.

Hand in hand stonden ze naast elkaar.

Samen luisterden ze naar de stilte, naar de rust die het leven hen had gebracht.

Ze hoefden niet meer te zoeken.

Er was geen angst meer.

Ze hadden de rust gevonden.

De man keek zijn vrouw aan en kneep zachtjes in haar hand.

Hij zei: “Ik zal altijd naast je staan, óók als ik er straks niet meer ben.

Als je aan mij denkt, dan ben ik dicht bij je.

Dan houd ik je vast en zal ik je overspoelen met al mijn liefde.”

De vrouw huilde zachtjes.

Ze wist dat deze dag snel zou komen.

Ze vloog haar man in de armen en hij hield haar stevig vast.

 

En een koolmeesje op de hoogste tak gaf zijn laatste serenade.