*** Zwevend in de wind ***

“Heel mijn hart is van jou, mijn lief,” zei een man tegen zijn vrouw.

Haar man hield haar hand vast en kuste deze zachtjes.

De tranen die uit zijn ogen drupten, vielen op haar hand.

De vrouw keek hem enigszins verward aan.

Ze zeiden niets, maar met hun handen stevig in elkaar verstrengeld keken ze naar buiten.

Een grote vogel vloog rondjes boven hun tuin.

Hij zweefde op de wind. Zijn vleugels bewogen nauwelijks.

Ze hadden het gevoel dat ze er uren naar hadden zitten kijken.

“Als ik er niet meer ben,” zei de man, “dan hoop ik net zo te zweven als deze vogel en alles te kunnen overzien.”

Hij keek zijn vrouw recht in de ogen.

“En ik zal zo vaak mogelijk bij je zijn als ik kan.”

De vrouw kon haar tranen nu ook niet meer bedwingen en huilde zachtjes.

Ze kroop iets dichter tegen haar man aan.

Hij sloeg zijn arm om haar heen.

“Als ik er niet meer ben en je mist mij zo erg dat het pijn doet, dat gevoel dat je stikt van verdriet, voel dan mijn arm om je schouder.”

Hij drukte zijn arm nog iets steviger om haar heen.

“Weet dan dat ik naast je sta en je niet alleen laat. En ik zal er alles aan doen zodat jij je beter gaat voelen.”

De vrouw knikte door haar tranen heen.

De vogel in de lucht was weer terug en samen keken ze opnieuw naar haar sierlijke bewegingen op de wind.

Hand in hand, dicht tegen elkaar aan, huilden ze samen.

“En als je ‘s nachts slaapt, zal ik je meenemen en dan zullen we, net als deze vogel, vliegen door het dromenrijk.”

Hij gaf haar een kus op haar wang en zij glimlachte door haar tranen heen.

Samen keken ze naar de vogel.

De zon scheen op haar vleugels.

 

Heel even leek het alsof deze vogel veranderde in een Engel, een Engel uit het Hemelrijk.