*** De nacht dat ik je vond ***

Het is al laat.

Een vrouw staat op van haar stoel en doet de deur op slot. Daarna loopt ze naar de kamer om alle lichten uit te doen.

Ze zucht.

Weer een dag voorbij.

Ze loopt naar de trap en tree voor tree klautert ze naar boven. Ze heeft geen puf om zich te wassen en haar tanden te poetsen. Ze heeft zelfs geen puf om haar nachtkleding aan te trekken.

Met een plof gooit ze zichzelf op bed neer. Ze trekt het dekbed over zich heen en staart in het donker.

Naast haar is zijn plek leeg.

Elke avond kijkt ze daarnaar. Ze voelt even over de lege plek en ruikt aan zijn kussen. Zo nu en dan is het net alsof ze hem ruikt.

Tranen stromen weer uit haar ogen.

Dit is weer een nacht waarin ze huilend in slaap zal vallen.

De vrouw huilde zachtjes.

Het gemis is de laatste dagen zo sterk geweest. Het lijkt wel alsof haar hart verscheurd wordt en ze vaak geen uitweg meer ziet in dit gemis.

Het is zo intens!

Langzaam valt de vrouw in slaap en wordt meegenomen naar de stilte.

De vrouw heeft niet in de gaten dat ze wordt meegenomen en dat haar liefdevolle man met haar meereist.

Na een tijdje komen ze aan in een andere wereld, een ontmoetingsplaats voor hen beiden.

Hier komen veel mensen en overleden zielen om elkaar te ontmoeten, vaak onbewust in hun dromen.

De vrouw was nu ook hier en liep zoekend in het rond.

Haar man liep al die tijd achter haar, maar ze zag hem niet.

“Waar ben je nu?!” riep ze angstig.

“Hier ben ik. Ik ben niet bij je vandaan geweest.”

De vrouw draaide zich om en vloog haar man in zijn armen.

“Mijn meisje, waarom zoveel verdriet?

Ik ben nog meer bij je dan voorheen.

Ik zit naast je op de bank. Als je in de auto zit, neem ik vaak het stuur van je over.

En als de nacht invalt, lig ik naast je in ons bed.

En in je slaap neem ik je mee naar deze wereld.

Waarom dan zoveel verdriet?”

Hij keek haar aan.

“Ik ben immers altijd bij je.”

De vrouw keek haar man met betraande ogen aan.

“Ik kan je niet zien. Ik voel je niet fysiek. Ik hoor je niet. Je bent niet echt aanwezig.”

De man keek nu verdrietig.

“Je houdt je vast aan momenten die er niet meer zijn.

Dat zijn mooie herinneringen.

Maar wij hebben nu een andere verbinding met elkaar, een heel speciale.

Je weet dat ik altijd bij je ben. Dat ik naast je sta en dat ik je kleine aanwijzingen geef dat ik er voor je ben.

Kijk daar eens naar.

En in je dromen zijn we bij elkaar. Geloof daarin! Koester die momenten!

Het vasthouden aan het verleden zorgt voor die ruis.

Dat zorgt ervoor dat jij mij niet meer kunt voelen en mij, zoals zojuist gebeurde, niet meer kon vinden.

Wij hebben nu een heel andere relatie. Eén die nog dieper gaat dan voorheen.

Ga die dingen anders zien. Geniet van de dag.

Weet dat ik vaak langskom om bij je te zijn. Dat is toch fijn?

Wij doen nog steeds dingen samen, maar dan op een andere manier.

Dus droog je tranen en ga ons leven anders bekijken.

En weet dat ik heel veel bij je ben.

Praat met me. Vertel me wat je ziet, vertel me wat je bezighoudt en wat je meemaakt.

Maak contact met me. Praat alsjeblieft met me.

Ik zal luisteren!

En op een dag hoor je mijn antwoorden en zul je mij horen.

Niet mijn fysieke stem, maar de stem van het hart.

Want ons hart klopt samen en wij zijn één.

Dus sta morgen vrolijk op.

We zijn vannacht samen geweest.

Ook al zal je je daar niet altijd bewust van zijn, geloof mij op mijn woord.

Kijk naar mij uit, mijn lief.

Ik hou zo veel van jou.”

De vrouw had het begrepen.

Ze hield zich te veel vast aan haar emoties.

Want als ze bleef vasthouden aan herinneringen en alle emoties, hoefde ze hem niet los te laten.

Het loslaten zorgt voor vrijheid.

Vrijheid voor haarzelf, voor haar man en voor alles in haar leven.

Zij moet erop vertrouwen dat hij bij haar is.

In een andere vorm, een ander soort liefde, in een andere wereld.

De man kuste zijn vrouw.

“Ik ben trots op je. Kom, laten we gaan dansen.”

Het was een heerlijke nacht vol liefde en plezier.

De volgende morgen werd de vrouw wakker.

Ze keek naast haar.

Hij was er niet.

Een golf van eenzaamheid ging weer door haar heen.

De tranen stroomden naar de oppervlakte.

Toen herinnerde ze zich opeens de droom.

Dat het vasthouden aan het verleden geen nieuwe kansen biedt voor vandaag.

Ze lachte door haar tranen heen en stond op.

Een nieuwe dag was aangebroken.

Een nieuwe dag met een ander leven naast haar man.

Haar man, van wie ze zoveel hield.

 

Haar man stond naast haar en glimlachte liefdevol.