Wanneer de avond invalt en het tijd is om naar bed te gaan, loopt een vrouw moeizaam de trap op naar boven.
Ze is moe...
Zo ontzettend moe.
Haar lichaam is nog niet zo oud, maar zo voelt het wel.
Haar hoofd zit vol vragen en vol pijn vanuit het verleden.
Het lukt haar maar niet om daarvan los te komen.
Ze is eenzaam, maar de behoefte om ergens naartoe te gaan heeft ze niet.
Vaak probeert ze dit wel te forceren, maar dan is ze nog moeier dan de dag ervoor.
Zuchtend loopt de vrouw naar boven, doet de deur van haar slaapkamer open en knipt het licht aan.
Met betraande ogen kijkt ze naar de foto van haar man, die keurig in een lijstje naast haar op het nachtkastje staat.
“Maak je maar geen zorgen, schat...
Het heeft gewoon tijd nodig en ik vind het zo moeilijk.
Ik weet niet wat het is...
Elke keer rond dezelfde periode word ik ziek en moe.
En de winter zorgt ervoor dat ik niet meer naar buiten wil.
Ik lijk wel een beer die een winterslaap houdt.”
Ze pakt het lijstje op en zucht.
“Ja...
Zonder jou is de lol er wel vanaf.”
Ze kust de foto en zet hem terug.
Nog één laatste blik...
Dan trekt ze aan het touwtje van het licht en gaat liggen.
Vanuit de verte voelt ze dat de slaap haar kant opkomt.
Altijd zo”n magisch moment, vindt ze.
Ze wacht...
Tot de slaap haar meeneemt naar een andere wereld.
Een wereld zonder moeheid en pijn.
Een wereld van liefde en geluk.
“Ans... Ans, wakker worden!”
De vrouw schrikt en opent haar ogen.
Ze kijkt om zich heen en ziet dat ze op een plek is aangekomen waar de zon warm schijnt.
Het voelt alsof er een deken van liefde over haar heen wordt gelegd.
Langzaam laat ze de spanning los.
“Hallo Ans, welkom terug.”
Ze kijkt naar de grote witte Engel.
“Dag, Engel...
Fijn dat ik hier weer mag komen.
Ik had zo”n behoefte aan deze liefdevolle sfeer.
Mag ik mij hier weer even opladen?” vraagt ze.
De Engel schudt verdrietig zijn hoofd.
“Nee, lieve Ans...
Maar ik wil je wel graag meenemen naar een bijzondere plek.”
Hij staat op van het bankje en steekt zijn hand naar haar uit.
“Ga je mee?”
De vrouw staat op en pakt blij zijn hand vast.
Overal waar ze kijkt, ziet ze prachtige, geurende bloemen.
De zon schijnt warm en aangenaam.
Door deze wereld loopt een gouden pad.
Langs het pad groeien de mooiste bloemen.
Hier en daar staat een boom waarin een nachtegaal zingt.
Vlinders en bijen fladderen rond.
Ze wordt overweldigd door liefde, rust en warmte.
“Ik vind het hier zo mooi,” zegt ze.
“Dank je wel dat ik hier weer even mocht zijn.”
De Engel kijkt haar bezorgd aan.
“Wij maken ons een beetje zorgen, Ans.
Elk jaar rond dezelfde tijd zakt jouw levensenergie weg en krijgt onrust grip op jou.
Vaak word je ziek en verlies je nog meer energie.
Dit moet veranderen.
De winter is voor jou een droevige periode geworden.
Als je dit blijft herhalen, komt er een tijd dat je niet meer herstelt.”
Hij kijkt haar diep aan.
“Misschien is het tijd dat jij jezelf op de eerste plaats gaat zetten.
Ik heb naar jouw leven gekeken en nooit zet jij jezelf op één.
Je cijfert jezelf weg voor iedereen.
Je weet niet meer wie je bent of wie je wilt zijn.
Je leeft, maar zonder levensvreugde.
Kom, laten we daar in het prieeltje gaan zitten.”
Ze komen in een andere sfeer.
Overal staan witte prieeltjes.
Langs het hekwerk groeien rozen.
Ze ziet dat ieder mens met zijn Engel loopt.
Samen gaan ze zitten.
Absolute stilte.
“Waar zou jij nu blij van worden, Ans?”
Ze schrikt van de vraag.
“Dat weet ik niet...”
“Is er niets wat je leuk lijkt?”
Ze schudt haar hoofd.
“Ik kan niets bedenken.
Ik zal blij zijn wanneer het weer lente wordt.
Dan kan ik weer mijn tuin in.
Maar zodra de herfst komt, komen de herinneringen terug.
En word ik moe en ziek...
Tot die ene dag voorbij is.”
De Engel kijkt voor zich uit.
“Luister, Ans...
Wij Engelen helpen.
De mens heeft twee energiestromen: levensenergie en creatieve energie.
De één kan niet zonder de ander.
Wanneer de creatieve stroom stopt, zakt ook de levensenergie.
Mensen zijn gemaakt om te creëren.
Maar pijn kan die stroom blokkeren.
Wat ik je vraag, is om open te staan.
Voor mij.
Voor jezelf.
Schrijf een boek.
Teken.
Ga ontdekken.
Doe wat jou blij maakt.
Ik zal je inspiratie geven.
Het is nog niet te laat, Ans.
Je hoeft alleen maar te willen.
Wanneer die creatieve stroom ontwaakt, ontwaakt ook je levensenergie.
Dan begint je leven opnieuw.”
De vrouw luistert ademloos.
“Denk je dat het mij lukt?” vraagt ze zacht.
De Engel straalt.
“Als je het echt wilt, dan lukt het.”
Hij tilt haar op.
“Het is tijd.”
“Dank je wel voor deze les,” zegt Ans, en ze kust zijn wang.
Ze opent haar ogen.
De zon komt op.
Een merel zingt.
Ze glimlacht en kijkt naar de foto van haar man.
“Ja...
Het is tijd dat ik mijn eigen lessen oppak.
Ik ben zoveel jaren alleen maar vader en moeder geweest.
Met liefde...
Maar ik ben vergeten wie ík ben.
De kinderen zijn het huis uit.
Mijn taak zit erop.
Ik weet alleen nog hoe ik moeder moet zijn, maar niet meer hoe ik Ans moet zijn.”
Ze denkt na.
“Ik was ooit een zelfstandige vrouw die genoot van het leven.
Die Ans ben ik kwijtgeraakt.
Daarom ben ik ziek en moe geworden.
Ik wacht nog steeds tot de kinderen mij nodig hebben...
Maar ondertussen leef ik niet meer.”
De vrouw springt haar bed uit.
Er is een nieuwe wereld voor haar opengegaan.
Een wereld die zij zelf mag inkleuren.
Een nieuwe wereld...
Helemaal voor haarzelf alleen.
