*** Kaarslicht voor Moeder ***

Een man kijkt uit het raam en denkt aan zijn overleden vrouw.

De pijn en het gemis zijn nog dagelijks voelbaar.

Dan denkt hij aan zijn moedertje.

Zou ze nog in leven zijn?

Dan denkt hij aan wat hem ruim twintig jaar geleden was overkomen.

Hij was woest geweest.

Hoe kon iemand in de familie hem dit aandoen?

Hoe is een mens überhaupt tot zoiets in staat?

De man kijkt naar de zon die langzaam ondergaat.

Zijn overleden vrouw staat naast hem en legt haar hoofd op zijn schouder.

De man zucht hoorbaar en ontspant zich.

Net alsof zijn onderbewuste weet dat zij naast hem staat.

De man voelt zich als een vlieg die gevangen zit in een spinnenweb.

Hij voelt alsof hij nog steeds verbonden is met alle familieleden, maar dat ze hem met hun onwaarheden gevangen houden.

Het lijkt alsof hij geen kant op kan.

De onmacht die hij voelt, die eenzaamheid en het gevoel niet begrepen te worden, zorgen ervoor dat zijn hart in tweeën scheurt van verdriet.

Dit gevoel van verdriet en onrecht heeft hij door de jaren heen met zich meegedragen.

Nu komen door alle emoties dat onrecht en die pijn weer naar boven, maar hij kan nergens met zijn verhaal en verdriet terecht.

Niemand die echt naar hem luistert.

Niemand die zich kan inleven in zijn situatie, want het is toch al zo lang geleden.

Niemand die echt begrip heeft voor zijn pijn.

De man voelt zich alleen.

Hoe oud zou zijn moedertje nu zijn?

Hij begint de jaren te tellen.

Als ze nog leeft, dan zal ze drieënnegentig jaar zijn.

De man loopt weg bij het raam en zoekt in een fotoalbum naar een foto van zijn moeder.

Hij haalt deze eruit en pakt een mooi lijstje.

Hij doet de foto erin en zet deze op een kastje.

Dan pakt hij een kaarsje, steekt het aan en zet het naast de foto van zijn moeder.

Hij kijkt naar de foto en zegt:

“De pijn van verdriet en het verstoten zijn is te groot voor mij.

Ik kan u beter liefhebben.

Want ik weet dat er een dag komt waarop u van boven op het leven terugkijkt en inziet dat de waarheid die u kent heel anders is geweest.

Als u mij dan opzoekt, weet dan dat ik u met mijn liefde zal verwelkomen.”

Een traan liep over zijn wang naar beneden.

Een zucht van verlichting ging door hem heen.

Het voelde fijner om zijn moeder weer lief te hebben.

 

Elke dag stak hij een kaarsje voor haar aan en sprak hij een paar lieve woorden tegen haar.